Ik ben een lafaard

Naamsbekendheid kan je leven redden als je een dissident bent en het regime waartegen je strijdt, je het liefst zou laten verdwijnen. Er zijn maar heel weinig dictators op aarde die ongevoelig zijn voor buitenlandse druk – daarom hebben we bijvoorbeeld Aung San Suu Kyi nog. En daarom houden regimes – en hun neefjes, criminele organisaties – niet van openbaarheid.

Ik wilde vandaag eigenlijk schrijven over een priester in een dorpje aan de Tyrrheense Zee –  geen jonge vent met een aangename schurkenkop en een boeiende persoonlijkheid, zoals Roberto Saviano die sinds het verschijnen van zijn boek Gomorra onder permanente bewaking staat. Nee, het is een saaie dorpspastoor  – iemand die nooit de Olof Palme-prijs gaat winnen.

Ik wilde over hem schrijven, juist om hem naamsbekendheid te geven, maar ik ben geen Saviano. Ik ben een heel klein bloggertje in een vreemde en soms angstaanjagende wereld en er zal niemand zijn die het voor mij opneemt als er ineens een varkenskop aan mijn deur hangt met een stukje stof in zijn bek. Dat gebeurde met de priester. Vertaald in het Nederlands betekent dat, dat hij zijn mond dicht moet houden.

De priester is een moediger mens dan ik. Veel moediger. Het is niet de eerste keer dat hij is bedreigd vanwege zijn aandacht voor de georganiseerde criminaliteit. Maar hij gaat do0r, hij preekt elke zondag tegen de maffia die zijn dorp in een ijzeren greep houdt en hij organiseert bijeenkomsten. Kennelijk heeft het effect want anders werd hij niet bedreigd. Ik ga hier zijn naam niet noemen, hoewel ik dat gewoon wel zou moeten doen. Ik wil heel erg graag dat zijn verhaal bekend wordt, maar dan wel graag zonder dat ik daaraan gekoppeld kan worden.

Het is geen uniek verhaal, helaas. Dit is de realiteit van Calabrië. Er zijn veel meer van die priesters, politici, rechters en journalisten. Ik ben er nadrukkelijk niet eentje van. Ik heb ook een gezin, althans ik woon samen, en dat wilde ik graag zo houden. Nu ik dit zo opschrijf, snap ik heel goed waarom niet heel Nederland ‘in het verzet’ zat, al wekken we soms graag die indruk.

Wat ik wel kan doen, is een linkje plaatsen. Dan komt u er verder zelf wel uit. Maar u heeft het niet van mij. En dat is beslist geen grapje.

  1. 1

    Het zou beter zijn, als er meer geïnvesteerd werd in Calabria en andere streken in het zuiden van Italië, zodat er meer mensen betaald werk krijgen en niet van hun famiglia afhankelijk worden. Beter dan preken hoe slecht de mafia is, en intussen de sociale voedingsbodem intact laten, waar de mafia haar soldaten uit recruteert.

    Ik heb verder wel enorm groot respect voor de pastoor, maar wie echt van de mafia wil winnen, zal moeten beginnen de sociale voedingsbodem af te breken en de mafia in de Italiaanse regering aan te pakken (de Andreotti’s en Berlusconi’s).