Hulspas weet het | Weg met het persbericht!

COLUMN - Vrouwen met een borstimplantaat hebben meer kans op lymfeklierkanker. Dat was een stukje wetenschappelijke nieuws op NU.nl afgelopen weekend. Een studie, uitgevoerd door VUMC, Anthonie van Leeuwenhoek, Medisch Spectrum Twente en Maastricht UMC. En dat gepubliceerd in topvakblad JAMA.

Bij NU.nl lezen ze geen JAMA, ze zijn geabonneerd op het ANP. Dat had duidelijk zijn werk gedaan. En dat is ook belangrijk. Zo’n studie is mooi voor de wetenschappers, maar de mensen die om hen heen staan (dan hebben we het over een veelvoud aan voorlichters, managers en bestuurders) letten op de nationale en internationale media. Nadat een studie alle redactionele hindernissen heeft genomen, moet ze wat hen betreft ook nog ‘scoren’. Vandaar dat voorlichters er bij het opstellen van een persbericht graag een schepje bovenop gooien. Een op de vijf medisch-wetenschappelijke persberichten, zo constateerden Peter Burger en zijn Leidse collega’s, bevatte overdreven gezondheidsclaims. (Ik durf te wedden dat dat flinke een onderschatting is.) En wanneer de voorlichters niet overdrijven, gooien journalisten er vrijwillig een schepje overdrijving bovenop. Kort en goed, dankzij dit gezamenlijk streven om de zaak mooier voor te stellen dan ze is, is minimaal een derde van de medische berichtgeving in de media onjuist. Overdreven.

‘Als journalist,’ zo luidde het wijze commentaar van HU-lector journalistiek Piet Bakker, ‘weet je dat je bespeeld wordt, en dat je daarom alles moet checken.’ Journalisten die medisch onderzoek gaan ‘checken’, voordat ze iets publiceren. Alsof ze dat kunnen. Een merkwaardige lector, die Piet Bakker. Maar wat écht zorgen baart is niet het zo-nu-en-dan leugenachtige persbericht. Het is het gebruik van het persbericht zélf.

De wereld van de wetenschap is heel groot. En zoals overal op aarde zijn ook in de wetenschap de middelen heel ongelijk verdeeld. Wanneer er een groot medisch onderzoek wordt opgezet, met vele stakeholders, zoals dat in goed Nederlands heet, dan wordt er van de benodigde miljoenen vanzelf een flink bedrag weggezet voor voorlichting. En krijgen voorlichters de opdracht die belangrijke studie vooral veel aandacht te geven. Ook wanneer er nieuwe klinieken of laboratoria verrijzen, of als er van mijn part een nieuwe dikke telescoop of een deeltjesversneller verschijnt, is er automatisch heel veel geld voor ‘voorlichting’. Dan wordt er een hele vloer gevuld met medewerkers die de website gaan vullen, filmpjes maken, en alvast sleutelen aan de eerste jubelende persberichten. Want de stakeholders verwachten dat hun geld goed wordt besteed – en dat betekent ook: dat het onderzoek ‘scoort’. Heb je die vloer niet, bestaat je vakgebied slechts uit gedreven idioten die al jaren genoegen moeten nemen met een habbekrats, een beursje hier, een fondsje daar, dan ga je geen geld besteden aan zoiets als voorlichting. En dan hebben de voorlichters van je universiteit of instituut ook helaas geen tijd voor je.

Kortom, the money is the message. Als wetenschapsjournalisten voornamelijk werken op basis van persberichten, komen alleen dié onderzoeken en onderzoekers aan bod die door hun werkgevers graag in het zonnetje worden gezet. Onderzoeken die internationaal sexy zijn, met veeleisende (daar heb je ze weer) stakeholders, waarbij partnerinstituten betrokken zijn of activiteiten die het instituut of de universiteit ‘op de kaart moeten zetten’. Dat andere, zeg maar gerust het grootste deel der wetenschap, dat  ploetert in het halfduister voort. Want je moet nu eenmaal keuzes maken, niet? Om met Bertold Brecht te spreken: Und man siehet die im Lichte, Die im Dunkeln sieht man nicht.

Dus, beste Piet, journalisten moeten medische persberichten niet checken. Dat kunnen ze niet. Ze moeten ze negeren. Laat de voorlichters en bestuurders maar zweten. Hun spelletjes zijn niet interessant. En journalisten moeten op zoek gaan naar nieuws.

In plaats van het raam open te zetten en te wachten tot het nepnieuws vanzelf komt aanwaaien, moeten ze op zoek gaan naar wat er in het duister gebeurt. Wellicht dat de wetenschapspagina’s dan ook eens interessanter en diverser worden. Tientallen vakgebieden komen nauwelijks aan bod omdat ze nu eenmaal geen geld hebben om professionele voorlichters in te schakelen om mooie persberichten te versturen. Kijk, dáár kun je als journalist nu eens écht originele verhalen vinden.

En die lymfekanker door borstimplantaten? Nieuws? Het probleem is natuurlijk dat er honderden vergelijkbare onderzoeken zijn uitgevoerd, maar omdat die niet Nederlands zijn, halen ze hier de media niet. Soms vinden onderzoekers een verhoogde kans, vaak ook niet. Wie een enkel onderzoek wil ‘checken’ verdwaalt in een woud van cijfers, methodieken, statistieken en operatietechnieken. Dus wat dit nu voorstelt…

O wacht, het gaat niet om een zeer zeldzame vorm van lymfklierkanker, staat iets verderop. De onderzoekers verzamelden 43 gevallen uit de afgelopen kwart eeuw, waarvan twee derde een borstimplantaat had. Een uitschietertje? Leuke vondst in een zee van cijfers? Met een mooie scherpe kop maakte NU.nl er in ieder geval nieuws van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren