Het tijdperk van de woede

RECENSIE - Overal heerst paniek, zo lezen we op blz. 18 van Tijd van woede. En de auteur, Pankaj Mishra, meent het nog ook. De hele wereld verkeert volgens hem in een staat van paniek. Niemand weet nog waar het naar toe gaat met de aarde. We worden belaagd door kapitalisten, demagogen, terroristen en ga zo maar door, en we zijn onze grip op de toekomst volledig kwijt.

Het enige dat we gemeenschappelijk hebben, is de woede. Van blanke Amerikanen tot moslims, tot Indiase massa’s – iedereen is woedend.

En de oorzaak hiervan is… het kapitalisme. Na gedurende een eeuw het Westen te hebben geteisterd, begon het kapitalisme zo omstreeks 1900 met het ondergraven van het ‘niet-westen’. Wat zich daar heeft afgespeeld, is in wezen een herhaling van de Europese geschiedenis. Het kapitalisme met zijn corruptie en zijn ‘stuitende ongelijkheid’ leidde in Europa tot de opkomst van Hitler en Mussolini; inmiddels leidt het nieuwe kapitalisme (neoliberalisme en globalisering) tot de opkomst van nieuwe demagogen. Erdogan, Marine Le Pen, Modi, Trump, ze putten (p. 17) ‘uit dezelfde borrelende reservoirs van cynisme, verveling en onvrede.’

Dit is zo’n beetje de samenvatting van Tijd van woede. Waar dit alles toe zal leiden, weet de auteur  ook niet. Aan het slot van zijn epiloog (p. 301) wijst hij nog maar eens op de grote kloof tussen ‘een elite die de rijpe vruchten van de moderniteit plukt’ en ‘de ontwortelde massa’ die ‘terugslaat met cultureel chauvinisme, populisme en rancuneuze wreedheid’. De groeiende tegenstellingen, zo luiden de laatste zin van dit boek

wakkeren een einde-der-tijden-sfeer aan die wijder verbreid en heviger is dan we ooit hebben meegemaakt. Ze onderstrepen bovendien de noodzaak tot waarlijk grensverleggend denken, zowel over het individu als over de wereld.

Ontwortelde massa, heviger dan ooit, waarlijk grensverleggend denken… de slotpassage verraadt een eerste probleem dat aan dit boek kleeft: de hysterische toon. Het gáát niet alleen over woede, het boek lijkt ook in woede geschreven.

Dat verklaart wellicht het tweede probleem: een gebrek aan structuur. De voorbeelden en  citaten buitelen over elkaar heen, argumenten worden niet uitgewerkt of afgemaakt. De lezer worstelt voortdurend met bizarre overdrijvingen, vage verwijzingen, onverklaarbare gedachtesprongen én feitelijke onjuistheden. Leesbare bladzijden worden afgewisseld met chaotische passages zonder kop of staart.

Neem de proloog. Tijd van woede opent met anderhalve bladzijde over de dwaze ‘bezettingsactie’ van de Italiaanse dichter Gabriele d’Annunzio in Fiume, in 1919. (Mishra moet de enige op aarde zijn die deze gewelddadige operette beschouwt als een keerpunt in de geschiedenis.) Halverwege dit verhaal lezen we ineens (ik citeer een lange passage, om duidelijk te maken wat ik bedoel):

Sinds de Franse revolutie hadden gefrustreerde mannen allerlei vormen van nieuwe politieke stromingen uitgevonden, van nationalisme tot terrorisme. Vele Fransen voelden zich al heel lang gekrenkt door het schrille contrast de glorie van de evolutie en het tijdperk van Napoleon aan de ene kant en de laffe compromissen van het economisch liberalisme en het politieke conservatisme die erop volgden aan de andere. Alexis de Tocqeville had herhaaldelijk opgeroepen tot een groot bezielend avontuur, de ‘overheersing en onderwerping’ van het Algerijnse volk en de stichting van een Frans koloniaal rijk in Noord-Afrika. Terwijl het einde van de eeuw naderde, klom een onzin uitkramende demagoog, generaal George Boulanger, snel op door in te spelen op de massale verontwaardiging over morele schandalen, economische tegenslagen en militaire nederlagen; hij kwam gevaarlijk dicht in de buurt van de macht. In het laatste decennium van de negentiende eeuw, toen de eerste fase van de economische globalisering op stoom kwam, eisten xenofobe Franse politici protectionisme terwijl ze hun pijlen op buitenlandse arbeiders richtten. Boze Fransen slachtten in 1893 tientallen Italiaanse gastarbeiders af.

Wie? Wat? Waar gaat dit over? Deze bizarre hink-stap-sprongstijl is kenmerkend voor het boek. Het gaat van hier naar daar, en van hot naar her. De lezer moet behoorlijk belezen zijn om dit te begrijpen – maar ziet dan ook direct de gaten in het betoog.

Mishra heeft zich dan ook een zware taak gesteld. Hij wil aantonen dat de retoriek en de woede losgemaakt door het kapitalisme in Europa, de voorloper is van de wereldwijde woede van nu. Om dat te bewijzen, legt hij verbanden tussen de opvattingen van de revolutionairen van toen naar die van nu. Zijn keuze is daarbij wat eigenaardig. D’Annunzio zou volgens hem zeer invloedrijk zijn geweest, en ook Wagner wordt meerdere keren met ontzag genoemd. Maar verder domineren in dit boek Franse, of aan Frankrijk gelieerde intellectuelen zoals Rousseau, Tocqueville, Mazzini, Bakoenin, Sorel en ga zo maar door. Niet-westerse denkers komen er bekaaid van af – zij zijn in dit boek louter degenen die door Europeanen zijn beïnvloed.

Maar ook bij die Europeanen komt Mishra nooit met een systematische beschrijving van hun denken. En dat van die invloed, dat moet de lezer maar geloven. Het is meer een los associëren langs vage lijnen. Een mooi voorbeeld biedt pagina 176-177, waar we in een twintigtal zinnen overstappen van de onrust van Byron naar de filosofie van John Stuart Mill, terug naar het Opperwezen van Robespierre, en dan via het utopisme van Saint-Simon en Fourier naar het positivisme van Auguste Comte, die volgens Mishra ‘brede roem en onwaarschijnlijke volgelingen’ verwierf, zoals ‘de moderniserende autocraat van Turkije, Atatürk.’ Die laatste opmerking is niet helemaal onjuist, maar veel te kort door de bocht. En elke toelichting ontbreekt. Na deze opmerking volgt een pagina met faits divers over vrouwen en de Franse Revolutie, en de misogynie van Napoleon.

Mishra heeft een interessant onderwerp te pakken, maar heeft het ook volkomen verprutst. De opkomst van het kapitalisme heeft de aarde uiteraard getransformeerd. Maar zij heeft in het Westen niet uitsluitend tot oorlog en ellende geleid, eerder minder. Volgens Mishra gaat het ‘niet-westen’ (de lelijke term komt van hemzelf) dezelfde kant op.

Maar globalisering dateert al uit de zeventiende eeuw. En de kapitalistische transformatie van het ‘niet-westen’ begon al begin negentiende eeuw. Denk aan de slavenhandel en de verwoestende opkomst van de wereldwijde katoenteelt (een onderwerp dat in dit boek volkomen ontbreekt). Die transformatie heeft enorm veel ellende meegebracht maar heeft ook geleid tot een stormachtige verbetering en vooruitgang. Wie dat weigert te zien, zal de ambigue houding van het ‘niet-westen’ jegens het Westen nooit kunnen analyseren.

En die westerse invloed heeft inderdaad een ongekend reservoir aan anti-westers ressentiment doen ontstaan. De voorbeelden hiervan liggen overal voor het oprapen – van Afrikaanse filosofen tot islamitische geestelijk leiders – maar Mishra citeert ze nergens. In plaats daarvan concentreert hij zich op de westerse ideeënwereld en haar (al dan niet vermeende) invloed. Hij besteedt ook vrijwel geen aandacht aan economische ontwikkelingen, mondiaal dan wel lokaal; hij is vrijwel uitsluitend bezig met citeren van grote namen om vervolgens ‘effe snel’ lijnen te trekken.

Het eindresultaat is een boek waarin alle woede met elkaar verbonden wordt, en de schuld voor alles bij ‘het kapitalisme’ komt te liggen. Mishra is, kortom, het product van niet-westerse afgunst en schaamte, gecombineerd met een westerse intellectuele vorming, overgoten met een neomarxistische sausje.

Als Tijd van woede iets aantoont, dan is het de ouderdom en alomtegenwoordigheid van woede. Niemand zal betwijfelen dat woede een cruciale factor is in de maatschappij én in de moderne politiek. Woede jegens de elite dan wel jegens minderheden die een bedreiging zouden vormen. En zeker ook woede jegens ‘het Westen’ dat door het grootste deel van de mensheid enerzijds wordt bewonderd en geïmiteerd, maar ook verantwoordelijk wordt gehouden voor achterstand, onderdrukking en moreel verval.

Mishra graaft naar intellectuele wortels, maar zegt uiteindelijk niets bijzonders. Een ‘waarlijk grensverleggend denken’, dat willen we allemaal. Maar juist dat ressentiment, dat voortdurend hameren op de uitbuiting, uitputting en stiekeme beïnvloeding door het Westen, op die ‘westerse samenzwering’ tegen de rest van de mensheid, zal de komende tijd een steeds grotere rol gaan spelen. Het Westen hoeft niet te zeuren over vluchtelingen of klimaatverandering – dat is allemaal eigen schuld, dikke bult. Het Westen zal moeten bloeden. Mishra zal zeker gelijk krijgen. We staan voor het tijdperk van de woede. Maar dit boek bewijst niets.

Pankaj Mishra, Tijd van woede. Uitgeverij Atlas Contact, 336 blz. 27,99 euro.

  1. 1

    “Het kapitalisme met zijn corruptie en zijn ‘stuitende ongelijkheid’ leidde in Europa tot de opkomst van Hitler en Mussolini; inmiddels leidt het nieuwe kapitalisme (neoliberalisme en globalisering) tot de opkomst van nieuwe demagogen. Erdogan, Marine Le Pen, Modi, Trump, ze putten (p. 17) ‘uit dezelfde borrelende reservoirs van cynisme, verveling en onvrede.’

    Dit zijn typisch zaken waar links altijd tegen pretendeert te strijden, feitelijk wordt hiermee gezegd dat al deze demagogen behoren tot de linkse kerk.

  2. 2

    @1: Wat een crap, de scheidslijn is niet links rechts, maar progressief versus conservatief

    —-

    Niet het tijdperk van woede maar van angst:

    Tribalization
    Or the End of Globalization

    “Debeuf’s analysis of deglobalization is impressive. Seemingly effortless, he makes the connection between the faltering Arab revolution, rising euroscepticism and Russia’s increasingly aggressive behavior. He has written a compelling but also deeply unsettling account on where humanity is heading. A warning that we should not lapse into the horrible mistakes of the past”

    https://medium.com/koertdebeuf/tribalization-d6446b5301ed