Het soort keurslijf

Mijn Nijmeegse collega Vincent Hunink spreekt op zijn Facebook-paginazijn zorg uit over enkele recente maatregelen. “Studenten komen in keurslijf,” schrijft hij, “nóg meer.”

Hij heeft natuurlijk volkomen gelijk en het is alleen omdat ik het haat eindconclusies te bereiken, dat ik wil wijzen op een complicatie. Op zich is er namelijk niets tegen een keurslijf. Het biedt noodzakelijke steun. Ik herinner me – opa spreekt – dat wij als oudheidkundestudenten rond 1990 aan de VU smeekten om meer regulering omdat de studieprogramma’s onwerkbaar chaotisch waren. Of kijk eens in Oxford en Cambridge. Studeren is daar vooral een kwestie van in razend tempo en op gezette momenten stukken schrijven. Daar pakt de structuur van een keurslijf dus goed uit.

Dat kan echter zo zijn omdat de universiteiten daar ook de middelen hebben om een keurslijf te bieden. Er is voldaan aan drie voorwaarden:

  • De docenten kunnen voldoende tijd nemen voor begeleiding;
  • De docenten hebben voldoende didactische vaardigheden;
  • De studenten kunnen ook werkelijk studeren, doordat ze zich geen zorgen hoeven maken over financiën en kamer.

Wat mij aan het hogeronderwijsbeleid zo vaak opvalt, is de ondoordachtheid. Er is niets op tegen de efficiëntie van het onderwijs te vergroten door de studenten in een keurslijf te dwingen, maar dan moet de overheid de maatregelen niet tegelijk zelf uithollen. Als je studenten harder wil laten studeren, moet je niet ook de beurzen verlagen, want dan dwing je ze een bijbaantje te nemen. En als je studenten vooral effectief wil laten studeren, moet je zorgen dat ze bij elkaar in dezelfde stad kunnen wonen, zodat ze samen op de leeszaal kunnen zitten en tijdens de koffiepauze over geconstateerde problemen kunnen spreken. Dát is de beste manier om goed te studeren, maar ze is kapot gemaakt toen Wim Deetman de studenten dwong OV-kaarten aan te schaffen, waarna studenten in toenemende mate bij hun ouders moesten gaan wonen.

Het probleem is dus niet het keurslijf maar dat de overheid de baleinen wegneemt.

  1. 1

    Gezien de sterke nadruk op selectie in het Hoger Onderwijs van het VK, vind ik een vergelijking met Nederland nikszeggend. Naar mijn bescheiden mening is het grote verschil van niveau tussen de studenten de hoofdoorzaak van de lage studieproductiviteit.

  2. 2

    En het verschil in niveau ligt alleen besloten in de studenten zelf? Volgens mij is het een samenwerking tussen uni en student, waarbij de factor uni de laatste jaren en zeker komende jaren goed uitgehold wordt.