Hajo Meyer, 1924-2014

ACHTERGROND - Kort na zijn negentigste verjaardag is vrijdagnacht Hajo Meyer, oud-bestuurslid van Een Ander Joods Geluid, activist, overlevende van Auschwitz, in zijn slaap overleden. Hajo was een bijzondere man met een indrukwekkende levensloop, gepassioneerd en gedreven, een overtuigde tegenstander van het zionisme, die tot zijn laatste dagen de wereld afreisde (waaronder de VS en Zuid-Afrika) om spreekbeurten te houden.

Hajo was oorspronkelijk Duitser, wat levenslang aan zijn uitspraak te horen was. Hij vluchtte in 1939 als jongen van 14 naar Nederland, zonder zijn ouders die later in de nazikampen werden vermoord. Hijzelf werd in 1943 gepakt en zat onder meer tien maanden in Auschwitz. Na de oorlog kwam hij terug naar Nederland, studeerde natuurkunde en het bracht tot hoofd van het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Na zijn pensionering nam zijn leven een andere wending en schoolde hij zich om tot vioolbouwer. Hij moet in totaal zo’n vijftig violen en altviolen hebben verkocht. Ook leerde hij er zijn latere vrouw Chris Tilanus door kennen – ze kwam langs om een viool te laten repareren.

Nog weer wat later werd Hajo vredesactivist. In diverse interviews heeft hij verteld hoe hij aanvankelijk nooit de ‘officiële’ geschiedschrijving van Israël in twijfel had getrokken, maar dat de Israëlische inval in Libanon van 1982 en de moorden in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila hem aan het denken zette. En aan het lezen – van onder meer de boeken van de Israëlische ‘new historians’ die de geschiedenis van Israëls ontstaan en de verdrijving van de Palestijnen in een wat minder rooskleurig en vooral realistischer perspectief plaatsten.

Het leidde tot zijn inzicht dat de manier waarop het zionisme te werk was gegaan, niet overeenkwam met het jodendom dat hij in zijn jonge jaren van huis uit had meegekregen: een liberaal (reform) jodendom dat met name nadruk legde op de humanitaire kanten van het judaïsme. Over die discrepantie tussen zionisme en jodendom zou hij later een boek schrijven, Het einde van het Jodendom, dat in onder meer in het Duits en Engels werd vertaald.

Moeiteloos identificeerde Hajo, als oud-slachtoffer van discriminatie, zich met de verdreven en bezette Palestijnen. Hij zag grote overeenkomsten in hoe zij werden behandeld met de wijze waarop hij destijds in het Duitse Bielefeld werd gediscrimineerd. ‘Ik heb zoveel gemeen met de Palestijnse jeugd,’ zei hij een par jaar geleden in een interview met Adri Nieuwhof voor Electronic Intifada. ‘Mijn eigen lot is zo vergelijkbaar met wat jonge Palestijnen in Palestina ervaren. Ze hebben geen vrije toegang tot onderwijs. Het verhinderen van toegang tot onderwijs is moord in slow motion. Ik ben daar heel serieus over: het is misdadig. Ik ben een vluchteling geweest, zij zijn vluchtelingen. Ik heb in allerlei kampen gezeten die mijn bewegingsvrijheid belemmerden, net zoals de Palestijnen,’

In een ander interview stipte hij de manier aan waarop in Israël de Palestijnen zwart worden gemaakt. Ook dat deed hem denken aan zijn eigen lot. In Auschwitz had hij begrepen hoe een dominante groep een andere groep via propaganda zo kan dehumaniseren dat een punt wordt bereikt waarop er geen enkele empathie meer bestaat en alle mogelijke wreedheden geoorloofd worden. Onder meer wees hij daarbij op een vroegere minister van onderwijs in Israël, Shulamit Aloni, die beschreef hoe neerbuigend en ronduit racistisch Israëlische schoolboeken de Palestijnen neerzetten, en op Nurit Peled Elhanan, een hoogleraar pedagogie van de Hebrew University in Jeruzalem, die dat documenteerde in een studie.

Ik leerde Hajo ruim tien jaar geleden kennen in een soort praatgroepje van Een Ander Joods Geluid, waarin onder andere ook Milo Anstadt, Theo de Graaf (ooit hoofd van het psychiatrische dienst van het Israelische leger), de politicoloog en oud-lid van een Israëlische tankbemanning Andras Krahl, de teleurgesteld uit Israël teruggekeerde conservatoriumleraar Ies Monas, plus Hajo Meyer en Jaap Hamburger zaten. De laatste drie werden later lid van het bestuur van een Ander Joods Geluid (EAJG). Hajo liet zich in dit groepje al kennen als iemand die uiterst emotioneel uit de hoek kon komen en in debatten fel kon uithalen.

Het was die emotionaliteit en militante wijze waarop hij zich geleidelijk ging opstellen als uitgesproken anti-zionistisch, die hem later veel vijanden zouden opleveren in wat we kunnen omschrijven als ‘Joods Nederland’. Ook binnen EAJG zelf waren er trouwens stemmen die niet blij waren met zijn optreden dat ze ‘contraproductief’ noemden, omdat hij veel Joden van zich vervreemdde, terwijl EAJG juist als bedoeling had gehad het automatisme waarmee de Joodse gemeenschap steeds achter Israël bleef staan en de meest wrede en onaanvaardbare acties bleef verdedigen, te doorbreken.

Maar in feite was Hajo echter een man die wel degelijk heel genuanceerd over de dingen dacht. Wie dat niet gelooft raad ik aan zijn essay over het antisemitisme te lezen, dat hij schreef voor een boekje dat in 2003 onder redactie van Milo Anstadt verscheen bij Uitgeverij Contact en waaraan diverse leden van dat praatgroepje plus nog een aantal anderen bijdragen leverden. Het is een zeer doorwrocht en lezenswaardig verhaal over wat antisemitisme door de eeuwen geweest is en wat het nog is. En passant beschreef hij hoe het spook van het antisemitisme wordt misbruikt als een middel om kritiek op Israël de mond te snoeren. En over de reacties op Israëlisch militair optreden schreef hij:

Je moet wel een uitermate fijn ontwikkeld gevoel voor dialectiek bezitten om te kunnen bevatten dat de Joodse staat, die is gesticht met het doel het antisemitisme onschadelijk te maken, nu een van de belangrijkste oorzaken dreigt te worden van een nieuw verschijnsel, met name het anti-Israëlisme. Het lijkt enigermate op het oude antisemitisme, maar het is er geenszins mee identiek Dat nieuwe gewas kan hier en daar nog wel voeding trekken uit oude wortels, maar de huidige politiek van de staat Israël voorziet erin dat het ook volslagen uit eigen kracht kan groeien. Dat het een schijn van gelijkenis vertoont met het ouderwetse antisemitisme ligt vooral aan het feit dat zoveel Joden naar buiten toe kritiekloos de Israëlische politiek onderschrijven – ook in gevallen waarin die de spot drijft met criteria van humaniteit en internationaal recht.

In latere jaren heb ik Hajo niet vaak meer gesproken. Hij was druk bezig met het geven van lezingen en naar ik begrepen heb, nog een boek. In ‘Joods Nederland’ werd hij intussen regelmatig uitgemaakt voor antisemiet, wat niet alleen een voortreffelijk illustratie was van wat hij in 2003 al had beschreven, maar hem ook deze opmerking ontlokte:

Een antisemiet was vroeger iemand die Joden haatte. Maar tegenwoordig is het iemand aan wie bepaalde groepen Joden de pest hebben.

Met de voor hem kenmerkende chotspe voegde hij er soms aan toe dat ‘hij er trots op was zo iemand te zijn’. Zonder Hajo zal Nederland een beetje saaier worden. Het was een voorrecht hem te hebben gekend.

Afbeelding: Hajo Meyer (YouTube)

Reacties zijn uitgeschakeld