Geef fondsenwerving mondiale dimensie

OPINIE - De Nederlandse ontwikkelingssector staat door de aangekondigde bezuinigingen van minister Ploumen voor een enorme uitdaging wat betreft het werven van haar inkomsten. Kon een groot gedeelte van de sector voorheen vertrouwen op een royale bijdrage van de Nederlandse overheid, al vanaf 2007 daalt deze bijdrage en in de toekomst zal dit opnieuw minder worden. Ontwikkelingsorganisaties zullen naarstig naar andere manieren van financiering moeten zoeken. Partnerschappen aangaan met bedrijven kan een manier zijn. Maar ook zullen Nederlandse hulporganisaties in de nabije toekomst in toenemende mate afhankelijk worden van particuliere donaties. Hier liggen nog steeds kansen. Door de jaren heen blijken Nederlanders gulle gevers aan hulporganisaties. De vraag is welke weg de hulporganisaties moeten bewandelen om de Nederlandse burger goed te bereiken. Een mondiaal perspectief op fondsenwerving lijkt een kansrijke, nieuwe manier om Nederlanders te motiveren om te geven.

Vervagende grenzen en nieuwe verhoudingen

In een wereld waar grenzen vervagen en machtsverhoudingen verschuiven, lijkt de traditionele manier van fondsenwerven verouderd. Centraal in deze manier van fondsenwerven staat het mechanisme waarbij in het ‘rijke’ Noorden geld wordt ingezameld om dit, via organisaties, te verdelen in het ‘arme’ Zuiden. Een groot deel van de arme mensen in de wereld woont echter tegenwoordig in middeninkomenslanden met een snelgroeiende middenklasse. Denk aan landen als India en China. Maar ook in veel Afrikaanse landen groeit het aantal mensen met een middeninkomen. Het afschilderen van mensen en vaak in het bijzonder kinderen in Afrika, Azië of Latijns-Amerika als zielig en hulpeloos is niet alleen inhumaan, maar doet daarnaast geen recht aan de kracht en diversiteit binnen de landen in deze werelddelen. Een punt wat in het reframing the message debat al aan bod is gekomen.

Daarbij komt dat een groot deel van de westerse wereld al geruime tijd gebukt gaat onder een economische crisis, waardoor armoede ook vaker hier gevoeld wordt. Een bijkomend gevolg is dat vanuit de Nederlandse samenleving steeds vaker geluiden klinken dat de middenklasse in ontwikkelingslanden en vooral in de opkomende economieën ook kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun eigen land. Recent onderzoek van NCDO naar het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking maakte deze gedachte prangend inzichtelijk.

Samen bijdragen aan mondiale ontwikkeling

Het lokaal werven van fondsen in ontwikkelingslanden zelf is geen nieuw fenomeen, maar een minder bekend terrein dat kansen biedt. In een aantal opkomende landen, zoals India en Brazilië, is steeds meer sprake van lokale fondsenwerving. Sommige Nederlandse hulporganisaties spelen al in op deze trend. Zo traint Wilde Ganzen Cese Brasil, Smile Foundation India, Soul City South Africa en KCDF Kenia in het plaatselijk werven van fondsen, waarna de lokale organisaties tenminste vijftig procent van de financiering voor hun projecten zelf moeten binnenhalen.

Het werven van fondsen in de ontwikkelingslanden zelf moet geen excuus zijn voor Nederland om minder te geven of om de verantwoording voor het oplossen van duurzaamheids- en ontwikkelingsvraagstukken los te laten. Het moet juist dienen als aanvulling op de bestaande geldstromen. Dit is om een aantal redenen een  interessant perspectief.

Empowerment daar

Fondsenwerving in ontwikkelingslanden kan het gevoel van eigenaarschap en betrokkenheid in de ontwikkelingslanden zelf vergroten. Het kan daarmee afbreuk doen aan hun gevoel afhankelijk te zijn van het ‘rijke’ Noorden. Door samen fondsen te werven, zelf meer inspraak te hebben in de keuze van de projecten en zelf mede bij te dragen aan de ontwikkeling van het eigen land moet dit wel leiden tot empowerment daar. Want het is niet langer zo dat het ‘rijke’ Noorden alleen bepaalt waar de geldstromen heen gaan, maar het Noorden en Zuiden bepalen dit samen. De relatie wordt hierdoor gelijkwaardiger.

Daarnaast ontstaat er door de financiële en inhoudelijke inbreng van ontwikkelingslanden zelf meer ruimte voor kennisuitwisseling tussen het noorden en het zuiden. Dit creëert groeiende mogelijkheden voor projecten om beter aan te sluiten op de lokale behoeften en om kennis van de lokale bevolking in te zetten. Daarbij komt men hiermee tegemoet aan de kritische geluiden die stellen dat ontwikkelingshulp te weinig rekening houdt met de lokale context. Plaatselijke fondsenwerving kan zodoende bijdragen aan de kwaliteit en aan de duurzaamheid van ontwikkelingsprojecten.

Een derde belangrijk aspect is dat lokale fondsenwervingscampagnes de groeiende middenklasse in ontwikkelingslanden mogelijk bewuster kan maken van de problemen die spelen in hun eigen land. Dit bewustzijn is een primaire voorwaarde voor het geven van hulp. De problematiek die zich doorgaans afspeelt achter de muren van de sloppenwijken of in afgelegen plattelandsgebieden wordt hierdoor meer zichtbaar.

Draagvlak hier

Lokale fondsenwerving als aanvulling op de bestaande geldstromen heeft niet alleen een positieve uitwerking in ontwikkelingslanden, maar kan ook bijdragen aan het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland. Zo is het in bepaalde kringen gekoesterde beeld dat mensen daar in een hangmat liggen te wachten op hulp vanuit de rijke landen slecht houdbaar in dit model. Daarnaast kan het de kritische Nederlander meer vertrouwen geven in de effectiviteit van de hulp, die door inbreng van lokale geldstromen en kennis mogelijk beter aansluit op de lokale context. Deze effectiviteit is voor burgers een belangrijke stimulans om te doneren.

Een mogelijk risico van lokale fondsenwerving is wel dat de Nederlandse burger denkt dat ontwikkelingslanden hun problemen zelf wel kunnen oplossen en zich daardoor terugtrekt. Uit NCDO-onderzoek blijkt echter dat tweederde van de Nederlanders nog steeds een verantwoording voelt voor het bijdragen aan mondiale armoedebestrijding, een aandeel dat over de afgelopen jaar nagenoeg gelijk is gebleven. Ook het aantal particuliere initiatieven in Nederland toont deze grote betrokkenheid. Daarom lijkt dit scenario onwaarschijnlijk.

Daarnaast zal Nederland haar verantwoordelijkheid moeten blijven nemen omdat vraagstukken vaker grensoverschrijdend zijn; het zijn steeds minder vaak problemen van daar, maar problemen van hier en daar. De aanpak van deze mondiale vraagstukken voor een duurzame ontwikkeling vraagt om een gezamenlijke inzet van burgers wereldwijd.

Versterking mondiaal burgerschap

Het eveneens werven van fondsen in ontwikkelingslanden zelf sluit beter aan bij de hedendaagse mondiale verhoudingen. Het doet recht aan nieuwe welvaartsverhoudingen binnen ontwikkelingslanden en kan de beeldvorming over en het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland verbeteren. Het biedt daarmee belangrijke kansen voor ontwikkelingsorganisaties. Het zal misschien niet direct leiden tot extra financiering, maar doet wel recht aan de realiteit waarin burgers in noord en zuid samen verantwoording moeten nemen voor een duurzame mondiale ontwikkeling. Het biedt organisaties nieuwe kansen om de verbindende brug slaan tussen burgers in noord en zuid. Dit versterkt mondiaal burgerschap in Nederland en in ontwikkelingslanden.

Via Vice Versa.

  1. 1

    Het werven van fondsen in de ontwikkelingslanden zelf moet geen excuus zijn voor Nederland om minder te geven of om de verantwoording voor het oplossen van duurzaamheids- en ontwikkelingsvraagstukken los te laten.

    Waarom niet? Als het benodigde geld lokaal kan worden opgebracht, waarom zouden Nederland dan nog moeten bijdragen? Ik hoop toch niet omdat anders de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zonder geld komen te zitten.

  2. 2

    “Het werven van fondsen in de ontwikkelingslanden zelf moet geen excuus zijn voor Nederland om minder te geven of om de verantwoording voor het oplossen van duurzaamheids- en ontwikkelingsvraagstukken los te laten.”

    Dan hoeven wij in Nederland alleen nog maar geld te geven om de exorbitante salarissen van de directeuren van de hulporganisaties bij elkaar te collecteren…..
    Lees gewoon het laatste nieuwsbericht even en je weet dat vrijwel al die hulporganisaties gewoon maffiose organisaties zijn: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3575986/2014/01/11/Vier-jaar-na-ramp-leven-172-000-Haitianen-in-tenten.dhtml

    Ach en dit boek zegt alles over ontwikkelingshulp: http://sargasso.nl/ngos-vrezen-boek-de-crisiskaravaan/

  3. 3

    Prima idee om de rijkeren in arme landen te laten meedoneren. In die landen vertrouwt men de overheid voor geen ruk (vaak terecht), dus dan kan een particuliere organisatie uitkomst bieden. Het personeel kan dan ook steeds meer uit arme landen komen dus dan gaan de overhead kosten ook weer omlaag.

    “Het werven van fondsen in de ontwikkelingslanden zelf moet geen excuus zijn voor Nederland om minder te geven of om de verantwoording voor het oplossen van duurzaamheids- en ontwikkelingsvraagstukken los te laten.”

    Ergens is het wel een excuus: veel armere landen groeien nu een stuk sneller dan rijke landen en zullen dat ook na de kredietcrisis nog blijven doen. In zekere zin zijn veel armere landen goed op weg om zo structureel zo snel te groeien dat ze geen ontwikkelingshulp meer nodig hebben om op termijn op gelijke economische voet met de rijke landen te komen.