Feit of fabel: kosten van pensioenfondsen

ACHTERGROND - Pieter Omtzigt (CDA) zei in het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 30 mei 2013 over pensioenonderwerpen op 4 juni: ‘Pensioenfondsen beheren een vermogen van 1.000 miljard, brengen 31,9 miljard premies in rekening, keren 25,5 miljard uit en maken waarschijnlijk zo’n 5 miljard kosten, maar dat kan ook 4 miljard of 6 miljard zijn. Die informatie hebben wij niet.’

Dat is een…

De bedragen over het totale vermogen en de uitgekeerde pensioenen en betaalde premies zijn via De Nederlandsche Bank beschikbaar en kloppen. De crux van deze uitspraak zit in de kosten die pensioenfondsen maken.

Volgens Omtzigt hebben we hier geen gestandaardiseerd totaalbeeld van en dat klopt. De situatie verschilt wel erg per pensioenfonds.

Wat voor kosten maken pensioenfondsen?

De kosten die pensioenfondsen maken zijn uit te splitsen in twee categorieën: administratiekosten en beleggingskosten. Het verschil spreekt voor zich; administratiekosten zijn kosten zoals iedere organisatie maakt en beleggingskosten zijn kosten die pensioenfondsen maken voor het beheer van hun vermogen.

In 2011 concludeerde de AFM in het onderzoek “Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht“: ‘vooral de beleggingskosten worden maar in beperkte mate gerapporteerd.’ Volgens de AFM hebben met name kleine  pensioenfondsen slecht zicht op hun beleggingskosten.

Kunnen we de kosten van verschillende pensioenfondsen met elkaar vergelijken?

Ja, de meeste grote pensioenfondsen laten hun beleggingskosten berekenen aan de hand van het CEM-benchmark. CEM  is een Canadeesbedrijf dat onder andere wereldwijd voor pensioenfondsen hun beleggingskosten berekent. Op deze manier kunnen we de kosten van verschillende fondsen met elkaar vergelijken.

Uit de jaarverslagen van een aantal grote pensioenfondsen blijkt dat de verschillen klein zijn. Bij het ABP (rendement 13%) zijn de beleggingskosten per deelnemer 86 euro per jaar. Bij PFZW (rendement 13.4%) 92 euro en bij bpfBouw (rendement 9.7%) 87 euro.

Hier moet bij gezegd worden dat de kosten altijd in relatie ten opzichte van het rendement moeten worden gezien, daarvoor worden ten slotte de beleggingskosten gemaakt.

Bronnen
De Nederlandsche Bank: Balans van pensioenfondsen
De Nederlandsche Bank: Toezichtgegevens pensioenfondsen
AFM: Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht
ABP: Jaarverslag 2012
PFZW: Jaarverslag 2012
bpfBouw: jaarverslag 2011

Via The Fact Club.

  1. 1

    “Hier moet bij gezegd worden dat de kosten altijd in relatie ten opzichte van het rendement moeten worden gezien, daarvoor worden ten slotte de beleggingskosten gemaakt.”

    Dit is niet volledig waar natuurlijk. Kosten kunnen ook gemaakt worden met als doel het risico te verlagen.

    Omdat risico alleen over meerdere jaren gemeten kan worden en dan ook nog zeer onprecies, is het erg lastig om te bepalen hoe hoog het rendement van beleggingskosten is.

  2. 2

    “Hier moet bij gezegd worden dat de kosten altijd in relatie ten opzichte van het rendement moeten worden gezien, daarvoor worden ten slotte de beleggingskosten gemaakt.”

    Ik heb een simpele manier van denken en stel de volgende vraag:
    Pensioenfonds A, maakt met 100 man personeel in dienst 10 jaar achter elkaar 100 miljoen winst per jaar met met een kosten percentage van 10%
    Pensenfonds B, maakt met 100 veel slimmere mensen een winst van 200 miljoen per jaar met de zelfde indirecte kosten als A.
    Zin de kosten nu (hoofdzakelijk) afhankelijk van omzet of van slimheid?

  3. 3

    @2: Als fonds A 1 miljard beheert, en fonds B 5 miljard beheert, heeft fonds A een hoger rendement.

    Maar welke risico’s fonds A neemt, weten we niet.

  4. 4

    @3: (en @2)
    Sorry! @3 (en stomkop aan @2 ;-) )
    Ik had moeten vermelden dat beide een gelijk startkapitaal van bijv. 1 miljard hadden en daarna de vraag moeten stellen:
    Zijn de kosten nu (hoofdzakelijk) afhankelijk van omzet of van slimheid?

  5. 5

    Dan blijft de vraag waarom veel pensioenfondsen moeten korten (ja ik weet dat er een soort vage berekeningsmethode is). Of wat kritischer kijken naar hun eigen kosten misschien?

  6. 8

    Ik begrijp niet dat er anderen van na 1980 hierom wakker liggen.

    Ik heb me er al bij neergelegd dat ik op mijn 72e met pensioen mag en dan voor dat geld tegen die tijd na alle inflatie die nu nog komen moet, een extra ijsje met een slagroombol kan kopen.
    Tegen die tijd zijn er zo veel rollators over van alle dooien de komende twee decennia, dat we dan huilen van het lachen om het feit dat die ooit vergoed werden uit de AWBZ. Je hebt dan ook witte scootmobiels, naar analogie van de witte fietsen.

    Van 600 euro (dan 300 euro waard) zou je prima rond moeten kunnen komen.
    Als je tenminste nog sociale huur hebt. Tegen de tijd dat ik oud ben is dat natuurlijk allemaal in de verkoop gedaan en kan ik alleen nog gammele krotjes op 4 hoog in een flatwijk in de Indische Buurt betrekken.
    Oh wacht. Dat heb ik nu ook al.