Exclusieve voorpublicatie

Zaterdag 2 juni verschijnt het boek: Jonquai en Lazfartze nemen een Hazenlip van de schrijver Troy Titane en illustrator Bandirah. Dit boek is deel twee uit een serie, het eerste deel verscheen onder de titel ‘De rumbafluit van Saraghina’. Sargasso heeft het recht op exclusieve voorpublicatie. In de komende dagen verschijnen hier drie hoofdstukken uit het boek. Hieronder volgt het eerste hoofdstuk: ‘De reiziger, de mier en de eekhoorn’ en maar allereerst volgt nog een uitleg over deze nu al legendarische serie onnavolgbare boeken.

Over deel één:
Jonquai (spreek uit Zjonkwee) en Lazfartze (spreek uit Lazfartze) wonen in Gruisland, het rijk van koning Jules Jules. Twee onafscheidelijke vrienden. Jonquai is de derde zoon uit het huwelijk van de koning. Zijn vriendje Lazfartze is een ietwat gezette jongen, met een voorkeur voor koloniale kleuren. De twee belhamels beleven de spannendste avonturen. Ja, U zult versteld staan. U zult genieten en huiveren tegelijkertijd. En wellicht… nee, laten we niet op de zaken vooruit lopen. U merkt het vanzelf. Want U raakt verslaafd aan deze reeks. Let maar op! Uitgeverij De Blauwe Bloem heeft na lang onderhandelen de rechten verworven van de reeks Jonquai en Lazfartze. Er waren vele kapers op de kust. Met gemene streken. Zeer gemene streken. Maar De Blauwe Bloem wist de schrijver (Troy Titane) en illustrator (Bandirah) uiteindelijk het meest te overtuigen. Met geld en diverse ‘immateriële zaken’. We publiceren vier avonturen per jaar. Elk kwartaal verschijnt een nieuw boekje uit de reeks. De eerste titel is ‘De rumbafluit van Saraghina’. Hierin reizen onze twee vrienden naar Kakuzo. Ze gaan op zoek naar T-_ds, een vriend van koning Jules Jules. Die is in de problemen geraakt, omdat hij de wereld hindert. Onderweg moeten Jonquai en Lazfartze de nodige gevaren trotseren. Zeefretten, alleenstaande bijstandsmoeders, esoterische neigingen, om er maar een paar te noemen. En dan is er natuurlijk… nee, lezen verdikkie! De reeks Jonquai en Lazfartze alludeert uiteraard op de Wipneus en Pim serie van de broeders Van Wijckmade (schrijverscollectief) en H. Ramaekers (tekenaar). Oplettende lezers herkennen daarnaast talloze verwijzingen naar de Nederlandse letterkunde. In elk avontuur staat één meesterwerk centraal. Wat een feest! Elk deel uit de reeks richt zich bovendien op een andere doelgroep. Zo willen de schrijver en illustrator het hele land bedienen. Geen elitaire niches in de markt, maar alles en iedereen. Zó, een statement waar je U tegen zegt! Het eerste avontuur is vooral geschikt voor mevrouwen van 18 jaar en ouder.

Over deel twee:
Gruisland is in de ban van het ‘anders’ zijn. Ja, onze tijdgeest sijpelt ook door in het rijk van koning Jules Jules. Hippe kapsels en boerka’s domineren het straatbeeld. Wie creëert de grootste hype? Jonquai (spreek uit Zjonkwee) en zijn trouwe kriebelvriend Lazfartze (spreek uit Lazfartze) hebben een briljant idee. Hun avontuur leidt U naar het duistere Episcopalaihd, waar de vierschaar nog vierendeelt. En U maakt eindelijk kennis met de beroemde Dokter Zamenhof… Dit deel heeft als doelgroep Turkse huisvaders met één geamputeerd been.

Bestellen? Dat kan bij (o.a) Uitgeverij De Blauwe Bloem zelf of bij Bol.com.
Hopelijk is het allemaal wat te volgen. En bedenk u anders: Verward zijn is een voorrecht!

De reiziger, de mier en de eekhoorn

Wat gebeurde er ondertussen met Lazfartze? Of nee,
met Jonquai? Hoe zat het ook al weer? Ach, wat maakt
het ook uit. Laat ik hem voor het gemak ‘de reiziger’
noemen. Om U verder te irriteren. ‘De reiziger’. Een
variatie op ‘de gast’. Lekker neutraal. Het gaat in dit
verhaal uiteindelijk om de thema’s. Niet om de personages.
Die zijn van ondergeschikt belang. Vergelijk het
met ‘de lezer’. Wat maakt het mij nu uit of U Fernando
of Kitty heet? Geen reet. Okay, de fantasieloosheid van
Uw ouders intrigeert me dan weer wel. Maar dan als
thema. Hooguit als thema.
De reiziger zat onder een boom. Hij rustte uit. De reis
was hem niet in de koude kleren gaan zitten. Zeker niet.
Hij had die nacht noodgedwongen in een grot moeten
slapen. Koud dat hij het had!
De reiziger had veel nagedacht. Waarom maakte hij
toch zo vaak ruzie met zijn vriendje? Met zijn beste
vriendje nog wel. Terwijl hij toch zoveel van hem hield.
Waar zou zijn kameraad ergens zijn? Hij keek naar de
bergtoppen en zwaaide voorzichtig met zijn hand. Dag
lieve jongen…
“Ik zeg hallo!” De reiziger keek op. Het was Bernard!
Hoe kon dat nou?! Die woonde toch in het onpersoonlijke
bos? Dat lag helemaal aan de andere kant van Gruisland.
“Ik zeg een oude bekende moet ik even komen groeten.”
De reiziger keek de man verbaasd aan. “U woonde toch
in het bos/boz ?”
“Ik zeg dat is verleden tijd. Ik zeg er ontstond te veel
wanorde in het bos. Ik zeg het ecotoerisme kwam opzetten
en mensen met een map om hun nek zijn niet goed voor
de orde. Ik zeg daarom woon ik nu hier.”
De reiziger luisterde verbaasd naar Bernard. In een
vorig avontuur hadden hij en zijn vriendje die gekke man
voor het eerst ontmoet. Hij schreef allemaal gedichten op
berkenbomen. Ja, dat herinnerde hij zich nog goed. Hij
was zelden zo’n rare snuiter tegengekomen…

(1. Doorhalen wat niet van toepassing is.
Ga op Uw gevoel af. Of op Uw verstand.
Mocht u een van beide bezitten.)

“Ik zeg er kwamen ook mensen met een boekje naar
mij toe. Ik zeg ik moest handtekeningen zetten terwijl ik
alleen maar rust en orde wil.

tekening1.gif

Ik zeg volgens mij ging dat
boekje over jou en je vriend. Ik zeg hoe heet hij ook al
weer…”
Bernard ging naast de reiziger zitten. Ze spraken over
het verleden, het heden en de toekomst. De reiziger vroeg
of de man zijn vriend misschien had gezien. Nee, dat had
hij niet. Het dorpje Episcopalaihd kende hij wel. Dat was
nog wel een uur of vier lopen.
“Ik zeg ik heb een belangrijke vondst gedaan,” zei
Bernard. Hij haalde iets uit zijn jaszak. Wat bleek? Hij
had het padenboekje van de Padenman gevonden! Met alle
routes van de streek! “Ik zeg wat zal die boos zijn! Ik zeg
maar ik ben er blij mee, nu kan ik alle paden vinden en me
verstoppen. Ik zeg de orde is teruggekeerd in mijn leven.”
Bernard liet trots het boekje aan de reiziger zien. Ook
stippelde hij voor de reiziger de route naar Episcopalaihd
uit, op een papiertje.
De reiziger bedankte hem. “Ik zeg de dieren vertellen
elkaar hier alles. Ik zeg daar moet je voor oppassen, het
zijn tovenaars, ik weet het best, ze verstoren de orde. Ik
zeg nou tot ziens!” Bernard verdween razendsnel in het
struikgewas. De reiziger ging ook op pad. Vier uurtjes
lopen, dat viel mee zeg.
Na een uurtje doorstappen, rustte hij uit. Tegen
een berk. Nee, er stonden geen gedichten op. Nóg geen
gedichten. Hij moest een beetje lachen. Ja, die Bernard
was een rare snoeshaan. Dieren zijn toch geen tovenaars?
Ssstttt! Hoorde de reiziger daar iets? Hij verstopte zich
achter de boom. Ja, daar kwam iemand aan… Een mier
en een eekhoorn?
“Jij gaat dus voor altijd weg?” vroeg de eekhoorn.
“Ja, voor altijd!” antwoordde de mier. De eekhoorn
keek hem verbaasd aan. Dan konden ze toch nooit meer
samen feestjes vieren?
“Waarom dan?”
“Ik ga er een einde aan maken,” zei de mier, die genoeg
had van de vragen van zijn vriend.
“Waar ga je een einde aan maken?” vroeg de eekhoorn
ongerust. Zijn staart stond recht overeind.
“Aan het leven!” antwoordde de mier bits. “Nou ik ga!
Tot ziens eekhoorn!”

tekening2.gif

Hij gaf hem een hand.
“Wacht!” zei de eekhoorn. “Een einde aan het leven
maken, dat kan toch helemaal niet?!”
De mier draaide zich nog één keer om. “We zullen zien
eekhoorn. We zullen zien.” Hij vertrok.
“Het leven heeft toch geen einde?!” riep de eekhoorn.
De mier reageerde niet en stapte onverbiddelijk door.
“Wacht mier, ik ga met je mee!” Dat vond de mier een
goed idee. Samen een einde aan het leven maken, was een
stuk gezelliger. Gebroederlijk liepen ze verder.
De reiziger luisterde met verbazing naar de conversatie.
Wat vreemd dat dieren konden spreken. In Gruisland
kenden ze zulke dieren niet. Jules Jules had een witte
papegaai, dat wel. Die kraste wel eens ‘blikje bierrr’, maar
echt praten… De reiziger besloot de twee te volgen. Moest
hij ze niet tegenhouden? Zodat ze geen einde maakten
aan het leven?
“Ja hoor, het leven heeft wel degelijk een einde,” zei
de mier. De eekhoorn liep naast hem, niet helemaal op
zijn gemak.
“Hoe ziet dat einde er dan uit?”
“Dat weet ik ook niet,” antwoordde de mier. “Maar
daar komen we vanzelf achter!”
“Misschien valt het einde wel tegen,” merkte de eekhoorn
op. Daar had de mier nog niet aan gedacht. Hij bleef
stilstaan. Stel dat het einde inderdaad zou tegenvallen?
“Ja eekhoorn, dat zou een tegenvaller zijn…” De
eekhoorn keek de mier ongerust aan. Stel je voor zeg dat
het einde zou tegenvallen…
“Laten we maar teruggaan,” zei de mier. “Ik wil er
thuis nog eens goed over nadenken.” Hij draaide zich
om.
PANG! De eekhoorn viel dood neer. De mier bleef
stokstijf staan. Wat gebeurde er? “Geef op!” Een akelige
man liep op de mier af. Een dubbelloops jachtgeweer
rustte op zijn schouder. “Kom op, geef mij het boekje
terug!” De mier kon geen woord uitbrengen. Hij zag zijn
dode vriend…
De reiziger keek vanachter de boom toe. Dus dit was de
Padenman! Wat een brute vent! Die schoot zomaar dieren
dood. Dat kon toch niet. Daar waren toch regels voor in
Gruisland. Oh, was hij maar weer thuis…
“De laatste waarschuwing!” schreeuwde de man
ongeduldig. Drie, twee, één. FLATS! Hij stapte met zijn
laars op de mier. “Eigen schuld,” mompelde hij en liep
geïrriteerd verder.
“HALT!” riep de reiziger. “HALT! U hebt twee dieren
vermoord! Ik heb het wel gezien, Padenman!” De man
draaide zich verbaasd om. Waar kwam dat ventje zo
opeens vandaan?
Hij liep op de jongen af en pakte hem bij zijn oor.
“Waar bemoei jij je mee, brutale aap?!” Hij trok hard
aan zijn oorlel. Die scheurde. Het bloed stroomde over de
wang van de reiziger. “Heb jíj misschien mijn padenboek-
je gestolen?!”
De reiziger keek de Padenman verschrikt aan. Het
was ‘n lange, smalle man met gifgroene ogen.

tekening3.gif

Hij was
helemaal in het groen gekleed. Ook had hij een groene
pet op. In het struikgewas zou hij zich goed kunnen
verstoppen.
“Ik weet niet waar u het over hebt. Ik heb geen boekje,”
stamelde de reiziger bang. Was hij maar achter de boom
blijven staan. Oh, oh, wat zat hij in de penarie. Hoe zou
dit avontuur voor hem aflopen…
POK! De Padenman viel als een blok op de grond. POK!
POK! Iemand sloeg nog een paar keer met een stuk hout
op het hoofd van de Padenman. De schedel barstte open.
De hersenen puilden eruit. De reiziger keek verbaasd
op. Het was zijn vriendje!!! Wat een geluk! Hij viel hem
huilend in de armen. Ook zijn vriendje begon te wenen.
Wat waren ze blij dat ze elkaar weer zagen. Ze rolden
over de grond. De beukennootjes knisperden onder hun
verstrengelde lijven.
“Ik zal je nooit meer kicken,” beloofde de een. “En
ik zal je niet meer uitlachen,” beloofde de ander. Hij
voelde aan zijn neus. Die deed al veel minder pijn. Wat
waren het toch dikke vrienden! Zo zie je ze niet vaak.
Hartverwarmend. Ik krijg er vochtige ogen van. Kijk, een
dikke traan rolt over mijn wang. Dat ik zulke ontroerende
verhalen mag schrijven… Dat U zulke ontroerende
verhalen mag lezen…
De jongens vertelden elkaar wat ze toch allemaal
hadden meegemaakt. Ja, de reiziger keek wel even op
van de vierendeling van de grijsaard. In wat voor een
woeste streek waren ze beland? Ze moesten maar snel
weer teruggaan naar huis! Maar eerst ging de reis naar
Episcopalaihd. Naar dokter Zamenhof. Zonder hazenlip
konden ze immers niet naar Gruisland. Ze moesten maar
eens laten zien wat écht ‘anders’ is. Misschien werden de
Gruislanders dan weer rustig. En kon het gewone leventje
weer zijn gang gaan.
De gast besloot eerst de Padenman te begraven. Het
was een verschrikkelijk gezicht, die druipende hersenen.
Bah, wat een viezigheid! Bovendien had de gast last van
wroeging. Hij had iemand gedood! Maar… nood breekt
wet. Ook in Gruisland. Het helpt om het realiteitsgehalte
van dit verhaal te verhogen. Zodat U niet in de war raakt.
Zodat U niet gevangen raakt tussen twee werelden. Dus.
Met zijn tweeën klaarden ze de klus in een uurtje. Zo,
dat was ook weer gebeurd. Konden de jongens met een
gerust hart verder reizen.