De privatisering van de censuur

Het zwijgen opgelegd (Foto: Flickr/K. Sawyer)

Julian Assange mag met een enkelbandje weer achter zijn computer gaan zitten. Maar hij is  zijn vervolgers nog niet kwijt. Het overheersende beeld is dat hij in zijn vrijheid belaagd wordt door staten: Zweden, de Verenigde Staten, Het Verenigd Koninkrijk. De mate waarin zijn en onze vrijheid op het internet wordt aangetast door private bedrijven komt minder in beeld.

De werkelijkheid is dat bedrijven een grote, ongecontroleerde, invloed hebben op het vrije verkeer van informatie. Het was een privé-onderneming die wikileaks.org zijn domeinnaam ontnam. Het waren banken die de financiering van wikileaks onmogelijk maakten. Amazon trok zich terug en verbrak (tevergeefs) de banden met Wikileaks. Waarom doen die bedrijven dat allemaal als Wikileaks de Amerikaanse overheid dwars zit. En waarom doen ze dat op eigen houtje voordat er ook maar iets van een juridische tegenactie in gang is gezet laat staan met een veroordeling afgesloten?

Joe McNamee, van de Europese organisatie voor digitale rechten EDRi, heeft er wel een verklaring voor. Hij schrijft dat veel regeringen er de afgelopen jaren op aan sturen om regulering van het internet over te laten aan bedrijven. Dat heet dan ‘zelf-regulering’, maar het komt er op neer dat de overheid zich terugtrekt van het internet omdat het allemaal te moeilijk is om de burgerrechten in cyberspace te garanderen. En omdat het wel zo makkelijk is om opsporingstaken uit te besteden aan bedrijven die graag meewerken om hun zelfstandigheid te kunnen bewaren. Zo kan die veelgeprezen eigen verantwoordelijkheid van providers en website beheerders ingezet worden tegen kinderporno, auteursrechtschendingen en allerlei andere computercriminaliteit. Alsof we voor de criminaliteit geen rechtstaat met justitiëel apparaat hebben ingericht.

Maar dit is de trend, en dat blijkt ook uit de internationale onderhandelingen over het handhaven van eigendomsrechten op het internet (ACTA): de overheid laat de controle op het internet steeds meer over aan bedrijven. En bedrijven voelen zich steeds vrijer om in te grijpen in de privacy, de moraal, het delen van informatie, etc. Private bedrijven, die per definitie niet gecontroleerd worden door burgers, krijgen zo dus steeds meer invloed op de mate waarin onze burgerrechten op het internet beschermd worden.

Chinezen zullen zeggen: nou én? Dat is natuurlijk de andere kant. Daar waar de overheid niet onder democratische controle staat zou de burger er op vooruit kunnen gaan als zijn rechten in handen zijn van vrije, liberale bedrijven. Helaas is dat niet het geval. In autoritaire landen blijft de overheid de baas. Staatscensuur. En in vrije, democratische landen geeft de overheid onze rechten in handen van autoritaire bedrijven met voorbijgaan aan ‘the rule of law’.  Wordt dat de toekomst, of zie ik dat wat te zwart allemaal?

  1. 1

    “En in vrije, democratische landen geeft de overheid onze rechten in handen van autoritaire bedrijven”

    Maar oefent wel achter de schermen druk uit op diezelfde bedrijven. Achteraf kunnen ze dan zeggen niet verantwoordelijk te zijn dat bedrijf x klant y weigert, maar ze houden stiekem wel de vinger in de pap, want als bedrijf x niet aan het “verzoek” voldoet, zijn er altijd wel ergens financiële of juridische stokken te vinden om het bedrijf later te straffen voor de non-coöperatie.

  2. 3

    Tja, ’t is maar hoe je het bekijkt. De overheid blijft op de achtergrond altijd aanwezig bij geprivatiseerde taken. Als het niet goed gaat met de NS roept men in Den Haag meteen om ingrijpen. Had je maar niet moeten privatiseren denk ik dan.
    In dit geval gaat de vergelijking natuurlijk niet goed op. We zijn er natuurlijk ook niet voor dat de overheid de censuur weer oppakt als bedrijven er een potje van maken. Voor de vrijheid van de burgers zou je een situatie wensen waarin bedrijven zich onthouden van inmenging van welke aard dan ook en waarin de overheid optreedt als beschermer van de rechten van de burger op een vrij verkeer van informatie. En daarbij ook tegen het beperkte eigen belang van bedrijven durft in te gaan.

  3. 4

    Bedrijven hebben in principe een behoorlijke vrijheid in het kiezen wie ze wel of niet als klant willen. Dat is ook een belangrijk recht. Apple en Amazon mogen best (binnen redelijke grenzen) zelf bepalen wat ze willen verkopen in hun winkel. Het wordt pas een probleem als er sprake is van een oligo- of monopolie, zoals bij de creditcardmaatschappijen; als zowel Visa als Mastercard je uitsluiten, dan heb je een probleem.

    Alsof we voor de criminaliteit geen rechtstaat met justitiëel apparaat hebben ingericht.

    Maar als justitie het over die boeg probeert – via medeplichtigheid of civielrechtelijk via onrechtmatig handelen – dan wordt daar ook vaak tegen geprotesteerd.

  4. 5

    #4 …..Bedrijven hebben in principe een behoorlijke vrijheid in het kiezen wie ze wel of niet als klant willen. Dat is ook een belangrijk recht. Apple en Amazon mogen best (binnen redelijke grenzen) zelf bepalen wat ze willen verkopen in hun winkel.
    Volgens de beginselen van de vrije markt economie heb je gelijk. Het hele systeem is gebaseerd op de vrijheid van de ondernemer om te doen wat hem het beste lijkt. Maar we hebben al zo’n honderdvijftig jaar ervaring met de ellende die daaruit voort kan komen. Dat heeft geleid tot sociale wetten, milieuwetten, consumentenrechten. Ook burgerrechten stellen grenzen aan de vrijheid van de ondernemer. Alleen op het internet is die gedachte nog nauwelijks toegepast. En het lijkt er op dat de overheid dat maar zo wil laten. Als je als burger/consument hecht aan je vrijheid moet je dus opkomen voor het aan banden leggen van de willekeur van de internetondernemer. Ik vind dat Apple ‘redelijke grenzen’ overschrijdt.