Waarachtigheid

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Jan-Jaap van Peperstraten over liegen binnen filosofische en religieuze tradities.

Mag men liegen? Zo ja, onder welke omstandigheden? Zijn er religieuze regels, of zelfs hele religies, die het liegen en bedriegen niet alleen goedkeuren, maar zelfs voorschrijven? De omgang met de waarheid vormt vaak een lastig probleem. Enkel diegenen met weinig contacten met de medemens lijkt het te lukken zonder ook maar het kleinste leugentje-om-bestwil weg te komen. Over het algemeen is men het er echter over eens dat men zonder waarheid niet leven kan. Zonder de waarheid te kennen kan niemand een juiste beslissing nemen aangaande zijn of haar leven, door onszelf te bedriegen beschaden we onszelf, door anderen te bedriegen beschaden we anderen. Er zijn dus goede redenen om de waarheid te spreken, niet in het minst omdat we er zélf belang bij hebben dat wij de waarheid zo goed mogelijk leren kennen.

Traditioneel wordt in de Europese filosofische traditie de waarheid echter gezien als méér dan iets waar we enkel maar een belang bij hebben. Waarheid wordt traditioneel gezien als een intrinsiek goed , als iets wat goed is – ongeacht de voor- of nadelen die we ondervinden bij het nastreven ervan. We moeten dus waarachtig zijn, ongeacht de consequenties.

De lezer kan zich voorstellen dat een focus op de intrinsieke goedheid van de waarheid kan leiden tot situaties waarin de waarheid vertellen onbedoeld kan leiden tot gruwelijke consequenties. Dit inzicht heeft geleid tot een variatie aan al dan niet ethisch gerechtvaardigde strategieën om de principiële geit en de consequentialistische kool te sparen.

Vandaag las ik een interessant stukje van Han van der Horst. Hij stelde dat het islamitische begrip ‘takkiya’ – wat volgens Hans Jansen en Geert Wilders een mohammedaanse vrijbrief tot leugen en bedrog is – overeenkomt met een gewetensvolle flexibiliteit in omgang met de waarheid zoals die volgens hem voorkwam in de katholieke kerk. Hij schrijft:

Kijk, als die communisten nou op zoek waren naar de kelk en de ciborie om het allerheiligste te bespotten of om die te stelen, dan was het juist een plicht om te liegen en om ze de verkeerde kant op te sturen. En je verraadde natuurlijk nooit mede-katholieken.

Of de broeder helemaal binnen de grenzen bleef van het orthodoxe katholieke denken over de waarheid is trouwens een tweede. Van der Horst verwijst naar de oude katechismus (die met het kartonnen kaftje) maar die heb ik niet in huis. Wel een aantal andere teksten, en die zijn een stuk rigoristischer dan de opvattingen van Broeder Leraar.

De vraag of men mocht liegen (dus: zondigen) om een bepaald kwaad (moord, doodslag, een grotere zonde) af te wenden zette al vroeg de tongen, en pennen, in beweging. Origenes en Chrysostomos zagen hier en daar wel wat ethische bewegingsruimte maar in het westen won Augustinus het pleit. In zijn De Mendacio (‘Over de Leugen’) veegt hij de vloer aan met elke mogelijke claim dat het (goede) doel het (slechte) middel heiligt. Een christen mag niet zondigen, en als hij of iemand anders wordt vermoord vanwege het vertellen van de waarheid – zijn bloed kome op het conto van de moordenaar. En met dat Grote Morele Gelijk kun je het dan doen.

Desalniettemin is het Augustijnse waarheidsrigorisme de norm geworden in het westerse christelijke denken. Pas in de vroegmoderne tijd zien we pogingen ondernomen worden om de krappe schoenen van Augustinus uit te kunnen doen – in de hoop zo beter met beide voeten op de grond te kunnen staan. Binnen de katholieke kerk werd zo door de jonge Jezuïetenorde de doctrine van het mentale voorbehoud geformuleerd. Deze doctrine kende tweede vormen. In de ‘wijde’ vorm maakt een spreker of schrijver gebruik van taalgebruik dat op meervoudige wijze te interpreteren is om zo de indruk te wekken dat x of y het geval is, terwijl hij weet dat dit niet zo is, zonder daadwerkelijk te liegen. Nefaster was de ‘nauwe’ vorm van de doctrine waarvolgens een spreker een onuitgesproken, geestelijk ‘maar niet heus’ toevoegt aan zijn woorden. De laatstgenoemde vorm veroorzaakte de nodige rellen en werd wijd en zijd geïnterpreteerd als een theoretisch slimmigheidje waardoor men feitelijk de hele boel bij elkaar kon liegen terwijl men op papier slechts het ethisch verantwoorde had gedaan.

Hoewel deze vorm in 1679 kerkelijk werd veroordeeld bleef tot ver in de negentiende eeuw de katholieke kerk in een kwaad daglicht staan en geloofden velen dat Roomse Mispriesters tijdens hun vorming door Jezuïeten werd geleerd dat ze ten allen tijde de ongelovigen mochten bedriegen en misleiden: Ad Maiorem Dei Gloriam. De goede verstaander zal bepaalde parallellen met het hedendaagse politiek-religieus discours kunnen ontwaren.

De mythe van de ‘leugenachtige katholieken’ bereikte een zeker hoogtepunt in de negentiende eeuw, en we hebben er zelfs kardinaal Newmans Apologia pro sua Vita aan te danken. Deze spirituele autobiografie vond haar oorsprong in een briefwisseling met de rauwe Anglicaan Charles Kingsley die de overgang van Newman naar de katholieke kerk een niet te versmaden gelegenheid om de paapse liegebeesten eens goed de jas uit te vegen:

So, again, of the virtue of truth. Truth, for its own sake, had never been a virtue with the Roman clergy. Father Newman informs us that it need not, and on the whole ought not to be; that cunning is the weapon which Heaven has given to the saints wherewith to withstand the brute male force of the wicked world which marries and is given in marriage. Whether his notion be doctrinally correct or not, it is at least historically so.

Dat men gauw leugenachtigheid toeschrijft aan politieke of religieuze tegenstanders is een feit, maar waar zijn de grenzen van de waarheid? Zijn er wel grenzen?

De laatste tijd vind men in ethische geschriften steeds vaker het idee terug dat degene die van ons eist dat wij de waarheid vertellen ook een recht op die waarheid moet hebben. We zijn de waarheid verschuldigd aan onze naasten (dus: vrijwel aan iedereen) maar niet aan iedereen. Er zijn, in extreme gevallen, uitzonderingen denkbaar.

Bonhoeffer noemt het voorbeeld van een kind dat door de leraar naar voren wordt gehaald en gedwongen wordt te antwoorden of het waar is dat zijn vader regelmatig dronken thuis komt. Bonhoeffer stelt dat het kind gerechtvaardigd is om te zeggen dat dat niet zo is (ookal is het feitelijk wel zo) want de leraar heeft het recht niet om een kind en public een compromitterende vraag te stellen. Hoewel de Tridentijnse Catechismus ons vertelt dat we zelfs onze vijanden niet mogen bedriegen (immers: we moeten onze vijanden liefhebben) staat er nergens in de hedendaagse catechismus dat we de waarheid moeten vertellen aan de Gestapo-agent die ons vraagt of we joden op zolder hebben, of een lynchmob op zoek naar een vermeende pedofiel. Noch een handlanger van een totalitair mensonterend regime, noch een moordzuchtige massa heeft in natuurrechtelijke zin, recht op de waarheid. In zoverre had van der Horsts Broeder Leraar dus wel gelijk. In dergelijke extreme situaties die hoe dan ook de waardigheid of zelfs het leven van derden aantasten is het toegestaan de waarheid niet te vertellen, en de waarheid niet vertellen is dan geen leugen, volgens de katechismus dan, want:

Liegen is spreken of handelen tegen de waarheid in om iemand die recht heeft op die waarheid, op een dwaalspoor te brengen (KKK 2483).

De waarheid verzwijgen is trouwens nooit een leugen, hooguit Nicodemisme, en ik denk dat wat ik van takkiyah begrepen heb, dat het zoiets is.

Dat er trouwens zoveel bezorgdheid is in politiek Nederland over de waarachtigheid van haar inwoners is trouwens te loven. Misschien willen de heren en dame’s politici die de mond vol hebben van waarachtigheid, en ons waarschuwen tegen leugen en takkiyah zich eens bemoeien met de aloverheersing van marketing en reclame. Als men per sé rigorist wil zijn kan men makkelijk argumenteren dat het gros van reclame’s en acties – zelfs als ze niet per sé bol staan van de feitelijke onwaarheden – op zijn minst erop gericht zijn producten die mensen niet nodig hebben aantrekkelijker en noodzakelijker te doen voorkomen dan ze zijn – dat is feitelijk hetzelfde als mensen op een dwaalspoor brengen, en dus liegen. Een uitgelezen taak dus. Inkoppertje, lijkt me. Of waren de politici aan het jokken toen ze hun liefde voor de waarheid uitventten?

  1. 1

    Ik schat sommigen binnen de PVv in als vrij intelligent, zoals bijvoorbeeld Wilders zelf en Bosma. Ze moeten dus ook zelf doorhebben dat veel van wat ze over moslims of de islam roepen onzin is, of maar voor een heel beperkt deel van de moslims geldt. Ik noem dat liegen. Het kan zijn dat ik me vergis en dat ze het allemaal echt geloven, maar ik kan me dat van iemand met Wilders’ intelligentie niet voorstellen.

    Dat waarachtigheid voor Wilders niet zo belangrijk is heeft hij rond de verkiezingen al duidelijk laten zien, met het makkelijke draaien van standpunten op andere terreinen.

  2. 2

    Trouwens het voorbeeld dat de katholieke kerk het zou goedkeuren om te liegen tegen “een lynchmob op zoek naar een vermeende pedofiel” is goed gekozen. Verklaart veel.

  3. 5

    Overigens vermoed ik dat overdrijving en liegen onder politici van alle tijden is, alles wat maar helpt om de zaken wat meer in de door de specifieke stroming gewenste richting op te schuiven – het doel heiligt de middelen. Onze reageerders gaan ons vast aan wat Linkse voorbeelden helpen…

  4. 7

    In de huidige tijdgeest met ongebreidelde vrijheid van meningsuiting is er zelfs geen notie meer van een objectieve onafhankelijke waarheid. Onze eigen mening is de waarheid, omdat dat de nieuwe definitie van de waarheid is. We spreken dus altijd de waarheid, zelfs als het een leugen is.

    Ik hecht zelf meer aan eerlijkheid dan aan de waarheid.

  5. 10

    @8: wie (delen van) de waarheid verzwijgt, is niet eerlijk, maar vertelt ook geen leugens. Wie bewust een leugen heeft verteld en heel goed kan verklaren, waarom die leugen is verteld, kan daardoor toch eerlijk zijn.

    Wilders, die zegt, dat hij bij de vorige regering een motie van wantrouwen indiende en nu niet, omdat hij de vorige regering wilde laten vallen en deze niet, is daar eerlijk over. Eerlijker dan Rutte, die niet toe wil geven, dat zijn aandringen op het opgeven van het tweede paspoort bij de vorige regering ook alleen maar een politiek spelletje was en geen principiële zaak.

    Leugens om bestwil zijn over het algemeen ‘eerlijke’ leugens. De bedoeling er achter is eerlijk en de verteller er van weet precies waarom en met welk doel de leugen verteld is (en kan daar later eerlijk over zijn).

    Als mijn kinderen mij een leugentje vertellen, vind ik dat niet altijd erg. Als ik het wel belangrijk vind en de waarheid ken, vraag ik hen niet om me de waarheid te vertellen, maar om eerlijk tegen me te zijn. De waarheid ken ik dan al, dus die hoef ik niet te horen, maar ik wil weten, waarom ze een leugen vertelden.

    Nog een voorbeeldje: managers, die hoge salarissen en bonussen in hun zak steken, moeten duidelijk kunnen maken, waarom zij dat verdienen. Als zij daarbij wijzen op anderen in vergelijkbare functies, is dat in mijn ogen een waarheid, maar niet eerlijk, want dat anderen in vergelijkbare functies zo veel geld krijgen, betekent niet dat zij dat dus automatisch ook moeten krijgen.

  6. 11

    @9: Nee hoor, #2 was een knipoog naar een recente affaire binnen genoemde kerk, waarbij her en der nogal wat onder tapijten geveegd bleek te zijn, o.a. door de grote baas van die kerk in een eerdere funktie.

  7. 13

    @10:”Wilders, die zegt, dat hij bij de vorige regering een motie van wantrouwen indiende en nu niet, omdat hij de vorige regering wilde laten vallen en deze niet,”
    Dat is geen voorbeeld van een leugen die toch eerlijk is, het is gewoon de waarheid (en eerlijk).

    “…managers, die hoge salarissen en bonussen in hun zak steken, moeten duidelijk kunnen maken, waarom zij dat verdienen. Als zij daarbij wijzen op anderen in vergelijkbare functies, is dat in mijn ogen een waarheid, maar niet eerlijk,”
    Ik zou zeggen een halve waarheid (en daarmee een onwaarheid), maar mogelijk wel eerlijk, want er zijn best van dat soort figuren die ook nog ’s geloven dat dat een goede reden is. En als je een onwaarheid vertelt, maar denkt de waarheid te vertellen is dat geen liegen en ook niet oneerlijk.

  8. 14

    @13:

    Dat is geen voorbeeld van een leugen die toch eerlijk is, het is gewoon de waarheid (en eerlijk)

    Dat waren de volgende 4 woorden, Erik: “is daar eerlijk over”. Ik gaf hem in dit geval juist als een voorbeeld van eerlijkheid tegenover de oneerlijkheid van Rutte.

    er zijn best van dat soort figuren die ook nog ‘s geloven dat dat een goede reden is

    Vast en zeker, maar dat maakt het nog niet eerlijk. Hun geloof en wat ze zeggen is eerlijk, maar het is geen eerlijke reden om zo veel geld in je zak te steken, tenzij je minimaal aan kunt tonen net zo veel gepresteerd te hebben als die anderen. dat is meer een reden van de kwaliteit van “als jij in het water springt doe ik het ook”, om een variatie op een oud thema te gebruiken.

    als je een onwaarheid vertelt, maar denkt de waarheid te vertellen is dat geen liegen en ook niet oneerlijk

    Daarom blijkt je eerlijkheid pas op het moment, dat de waarheid bekend wordt. Veel mensen kunnen hun ongelijk dan niet meer toegeven en zijn dan of dus oneerlijk.

  9. 15

    @14: Rutte is dan weer een voorbeeld van en niet de waarheid en niet eerlijk. Ik dacht dat je in #10 probeerde aan te tonen dat onwaarheid en eerlijkheid best kunnen samengaan. Nu begrijp ik niet waar Wilders en Rutte in #10 dan een voorbeeld moeten zijn.

    “Vast en zeker, maar dat maakt het nog niet eerlijk.”
    Inderdaad, ‘het’ niet, maar ‘hen’ wel en dat was mijn punt. Maar misschien begreep ik ook hier #10 verkeerd, waar ik dacht dat je de verdediging van de hoge bonussen/salarissen bedoelde en niet die bonussen/salarissen zelf.
    In dat geval ging ’t om een heel andere betekenis van ‘eerlijk’ dan waar de diskussie over ging, vandaar mijn verkeerd begrijpen, waarvoor dan ekskuus.

  10. 16

    @15: ik probeerde alleen het verschil tussen waarheid en eerlijkheid, zoals ik dat zie, uit te leggen. En het is sowieso een lastig probleem, want tussen beide begrippen zit een groot grijs gebied….

  11. 17

    @16: Zoals uit mijn reakties misschien al duidelijk was, zie ik ze ook niet als hetzelfde, sterker nog, het zijn kategoriaal verschillende begrippen. Alleen ik begreep je voorbeelden niet, of -om eerlijk te zijn- ik vond ze niet zo goed gekozen.

  12. 19

    @12 dank dank

    Één van de redenen dat de stront de ventilator aan het raken is, is omdat de “grote baas” in zijn “eerdere functie” juist misbruikzaken naar zich toe trok, in tegenstelling tot andere kardinalen die het best vonden dat misbruikzaken eindeloos bleven hangen in niet-functionerende dicasterieën zoals de Congregatie voor de Clerus of eindeloos bleven rondhangen bij de kerkelijke rechtbanken. De kerk begon pas door te pakken toen Josef R. zich er mee ging bemoeien.