1. 1

    Mijn leven ;)

    Zolang ik plezier heb in wat ik doe, tijd over hou voor leuke dingen en goede sociale contacten heb (maar dat is natuurlijk persoonlijk) ben ik dik tevreden. Of ik nou €800 of €8000 per maand verdien.

  2. 2

    Een leven dat geleeft wordt. Vallen en opstaan. Mijmeren over vroeger, nu leven en over straks dromen. De weg is het doel. Bloeien door anderen laten opbloeien. Yin en yang.

    De hogere vraag is: wat is het eeuwige leven?

  3. 3

    @2
    Het antwoord op je hogere vraag:
    Dat is er niet. Dat eeuwige leven bedoel ik, niet het antwoord.

    Een goed leven? Geen idee. Een zinvol leven? De zin van het leven is de zin in het leven..

  4. 4

    @3: dan eerst een lagere vraag: wat is leven? Alleen dat wat je zelf leeft, of leven anderen ook in jou voort?

    Voor mij hoort bij een goed leven ook dat je leven bijdraagt aan dat van anderen. En als je dat echt goed doet, leef je op die manier voort. Je zou dat zelfs ‘hemels’ kunnen noemen, als je tenminste in het grote Iets gelooft.

  5. 8

    Ik vind de vraag “Is dit een leven dat ik een goede vriend zou gunnen?” altijd wel een mooi criterium.

    Ik zou mijn vriend een leven gunnen waarin hij met plezier naar zichzelf en de mensen om hem heen kan kijken, een leven waarin hij niet steeds hoeft weg te vluchten voor de realiteit (in werk, in drank, of in een ‘virtual life’), maar open en hartelijk om kan gaan met wie en wat hij op zijn pad vindt.

    En ik zou het hem gunnen dat in dat leven iets van de liefde van God zichtbaar wordt: Zowel dat hij die liefde mag ervaren in de mensen en dingen om hem heen, als ook dat anderen het mogen ervaren in hem.

    Zoiets.

  6. 11

    @ pom

    O zeker.

    Ik heb enkele atheïstische en agnostische vrienden (m/v) die ik in ere probeer te houden. Dat zij God niet herkennen in hun wereld, en dus ook niet in onze vriendschap, hoeft die vriendschap in het geheel niet in de weg te staan.

  7. 15

    Ga ik onthouden Stijn, “Is dit een leven dat ik een goede vriend zou gunnen?”

    Ik ben altijd zeer gecharmeerd geweest van de omschrijving van Wittgenstein:
    “Je leeft goed als de vorm van je leven in de vorm van het leven past.”

    Voor zowel de religieuzen of de atheisten onder ons zeer verteerbaar.

  8. 16

    Hebt gij niet gehoord van die dolle man, die op klaarlichte morgen een lantaarn aanstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: “Ik zoek God! Ik zoek God!”. Doordat er daar juist veel van die lieden bijeenstonden, die niet aan God geloofden, verwekte dit een groot gelach. Is hij soms verloren gegaan? vroeg de één. Is hij verdwaald als een kind? vroeg de ander. Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken? Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. “Waar God heen is?” riep hij uit. “Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood, jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te wissen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle zonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend de nacht en steeds meer nacht in aantocht? Moeten er ‘s morgens geen lantarens aangestoken worden? Horen we nog niets van het gerucht der doodgravers, die God begraven? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden gaan tot ontbinding over! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste, dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden, om haar ook maar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad – en wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver geweest is!”

    Hier zweeg de dolle man en keek opnieuw zijn toehoorders aan. Ook zij zwegen en keken hem verwonderd aan. Eindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond, zodat die in stukken sprong en uitdoofde. “Ik kom te vroeg”, zei hij toen, “het is mijn tijd nog niet. Dit ongelooflijk gebeuren is nog onderweg, het maakt een omweg – het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. Bliksem en donder hebben tijd nodig, het licht der gesternten heeft tijd nodig, daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden! Deze daad is nog steeds verder van hen af dan de verste gesternten – en toch hebben ze haar zelf verricht!” Men vertelt verder, dat die dolle man diezelfde dag nog verscheidene kerken binnengedrongen is, en daar zijn Requiem aeternam deo (voor de eeuwige rust van God) aangeheven heeft. Naar buiten gebracht en ter verantwoording geroepen, zou hij telkens alleen maar het volgende geantwoord hebben: “Wat zijn deze kerken eigenlijk nog, als ze niet de graven en gedenktekenen Gods zijn?”

  9. 17

    Maar de gedachte is de slaaf van het leven
    en het leven de speelbal van de tijd
    en de tijd, die het leven in de greep heeft,
    moet een einde kennen.

    (Shakespeare: King Henry IV)

  10. 18

    @Stijn#12: ik vroeg me af of ik niet ten minste geïrriteerd zou zijn als ik zoveel moeite doe en jij vindt dat het God is. Maar in de praktijk heb ik nooit genoeg metadenkkracht om me er druk over te maken. Dat, of ik ben er te lui voor.

  11. 19

    @ pom #18

    Je klinkt een beetje als de boer uit verhaal van de boer en de pastoor die samen door de akkers lopen. De pastoor verzucht: “Wat heeft God dit toch allemaal prachtig gemaakt hè?” waarop de boer antwoordt: “Je had eens moeten zien hoe het er hier bij lag toen God het nog alleen deed…”

  12. 20

    allemachtig.

    op de vraag wat een goed leven is, ontstaat meteen een theologisch gebral.

    waar o waar zijn we fout gegaan, met die bange mensheid van ons.

    waar is het zelfrespect naartoe.

    Het zou het aanvoelen van elk WELDENKEND persoon dienen te zijn, zich pas goed in het vel te voelen, wanneer geen religie, lees: slaafsheid, nog welk denken dan ook zou beheersen. Wanneer vrijheid van denken niet, hoe in suiker verpakt of met het mes op de keel, gekanaliseerd wordt in patronen van zelfvervullende profetieën.

    Mijn goed leven, bestaat uit een boom geplant, een zoon gekregen, een boek geschreven, en voor mijn naasten gezorgd te hebben.

  13. 21

    @Stijn: iemand heeft ook al wel eens de duivel in mij ontwaard. Maar die zit nu in een inrichting.

    En ach, uiteindelijk maakt het mij niet uit waarvandaan men denkt dat de liefde komt. Of minder dan het me uitmaakt waar men denkt dat de kinderen vandaan komen, in elk geval. Ik kan me wel vinden in je idee van een goed leven, met dien verstande dat het niet iedereen gegeven is te leven zonder vluchten. Niet ieder hoofd is daartoe uitgerust, immers.

  14. 22

    @ pom
    leven zonder vluchten lukt helemaal niemand, denk ik: Zo vlucht ik geregeld weg van de dingen die ik eigenlijk moet doen naar een paar weblogs, waaronder Sargasso.

    Maar van een leven dat alleen nog maar vlucht is, wordt een mens gemiddeld genomen niet gelukkig: zo’n leven zou ik daarom niet ‘een goed leven’ noemen.

  15. 27

    Een goed leven: Een prettige jeugd zonder pestende klasgenoten, een baan krijgen waar je plezier aan beleeft en gezond en geheel onverwacht sterven, bij voorkeur zo pijnloos mogelijk (de straat oversteken en op slag doodgereden worden door de stadsbus, die niet toetert, zodat je hem niet opmerkt voor je dood bent, ofzo).

    Niet te vergeten veel lekker eten, drank en geyle neuqsex voor die bus (drugs en rock’n roll/andere prettige muziek mag ook).

  16. 28

    Een goed leven is een leven goed geleefd op een zo rijk mogelijke manier.
    – Trouw met degene die je lief hebt, geniet van je familie en gezin.
    – Zorg voor veel en goede vrienden en koester ze.
    – Onderwijs jezelf en probeer zo veel mogelijk te lezen; nieuws en boeken. Leer altijd door
    – Stop nooit met vernieuwen van je aspiraties en stop nooit met werken.
    – Zorg voor een gezond lichaam.
    – Verdien zoveel mogelijk en deel zoveel mogelijk (niet via belastingen)

    Carriere, vrouw/ gezin, rijkdom, reizen, wijsheid en cultuur; je hebt het allemaal nodig.

  17. 32

    @Crachat 20:

    Mijn goed leven, bestaat uit een boom geplant, een zoon gekregen, een boek geschreven, en voor mijn naasten gezorgd te hebben.

    Daar sluit ik mij geheel bij aan, met dien verstande
    – dat onder ‘naasten’ ook een diverse groep van huisdieren valt.
    – dat behalve een zoon ook een dochter het leven verrijkt heeft
    – dat het boek de komende 5 jaar tot stand zal komen

  18. 33

    Toen ik een jaar of zestien, zeventien was zat ik eens te luisteren naar The Dark Side of the Moon van Pink Floyd (dat vond ik toen fantastisch en, eerlijk gezegd, nu nog wel). En ik dacht bij mezelf: als het me ooit lukt om iemand, als is het maar één persoon, zo te kunnen raken, ontroeren met mijn muziek dan is mijn leven geslaagd. Ik denk dat ik dat doel ondertussen ruimschoots bereikt heb.

  19. 35

    Liever leid ik een volkomen nutteloos leven dan dat ik anderen voor mij laat bepalen wat het goede leven zou zijn.

    Zoals daar zijn:
    – De tuchtmeesters van de vrije markt
    – De guru’s van de Persoonlijke Groei
    – De zeloten met een licentie op God Xtreme

  20. 36

    Als je net voordat je de luiken voor de laatste keer sluit denkt dat het allemaal oke is.

    Geld, geluk of god is subjectief, allemaal waan van de dag.

  21. 39

    @zazkia: Altijd http:// ervoor zetten, dan gaat het goed.
    Of middels BBcode werken (zie linkje vlak boven reactieveld).
    Ik heb het even voor je aangepast.

  22. 40

    @ Crachàt: allemachtig.

    op de vraag wat een goed leven is, ontstaat meteen een theologisch gebral.

    waar o waar zijn we fout gegaan, met die bange mensheid van ons.

    waar is het zelfrespect naartoe.

    Jij noemt het “theologisch gebral”, ik ‘mensenkennis’.

    ~ GBA.