Voorstellen Nationale Conventie -18

Logo Nationale ConventieHierbij het achttiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

18. Toets voorstellen van wet zorgvuldig aan de Grondwet. Open daarna de mogelijkheid van toetsing van wetten door iedere rechter aan klassieke grondrechten uit de Grondwet.

Toelichting Nationale Conventie:
Constitutionele toetsing
Artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen in hoeverre wetten in overeenstemming zijn met de Grondwet. Dat betekent dat een burger die vindt dat de toepassing van een wet in strijd is met de Grondwet, niet via de rechter de (vermeende) ongrondwettige toepassing ongedaan kan laten maken.

De argumenten voor en tegen constitutionele toetsing door de rechter zijn al vaak genoemd. De belangrijkste argumenten vóór toetsing:
– Onderdeel van de rechtstaat is dat het individu onvervreemdbare rechten bezit waarop die zich tegenover de staat kan beroepen. Het verbod op constitutionele toetsing maakt het onmogelijk dat de burger zich voor de rechter op zijn grondrechten kan beroepen tegenover de overheid.
– Volgens de beginselen van de rechtstaat moet willekeur beperkt worden, door ervoor te zorgen dat niemand rechter in eigen zaak is. Maar degene die een wet ontwerpt, mag zelf bepalen of deze wet al dan niet in strijd is met de Grondwet. Deze beslissing mag zij met een kleinere meerderheid nemen dan voor een verandering in de Grondwet nodig is.
– De aartsvader van de Nederlandse Grondwet, Thorbecke, wees er al in 1848 op dat zonder constitutionele toetsing door de rechter de Grondwet haar status van hogere wet verliest. De wetgever die zijn bevoegdheid aan de Grondwet ontleent, wordt belangrijker dan de Grondwet.
– Toetsing van de wet aan verdragsbepalingen die voor iedereen direct gelden, bijvoorbeeld de mensenrechten in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, is door de rechter wel mogelijk op grond van artikel 94 van de Grondwet.

De belangrijke argumenten tegen constitutionele toetsing door de rechter:
– Door de grondwettigheid van wetten te toetsen en mogelijkerwijze een wet ongeldig te verklaren, gaat de rechter op de stoel van de wetgever zitten. Dat is in strijd met de leer van de trias politica (de scheiding der machten).
– De burger heeft invloed op de samenstelling van de Staten-Generaal, maar niet op de samenstelling van de rechterlijke macht. Wanneer een niet democratisch gekozen rechter wetten ongeldig kan verklaren is dit ondemocratisch.
– Grondrechten hebben zonder meer een politiek karakter. Wanneer de rechter wetten aan grondrechten toetst, leidt dit onvermijdelijk tot een politisering van de rechterlijke macht.

Tegenstanders van het invoeren van constitutionele toetsing door de rechter beroepen zich er vaak op dat de toetsing in het voortraject voldoende zekerheid voor de bescherming van grondrechten van de burger biedt. En dat bovendien toetsing mogelijk is aan verdragsbepalingen die voor iedereen gelden.
Zowel de Staten-Generaal, als ook de Raad van State en ambtenaren kunnen wetsvoorstellen alleen abstract toetsen. Zij maken een algemene afweging of de bepalingen van het voorstel, in concrete gevallen schendingen van grondwettelijke bepalingen kan opleveren. Hoe complexer en pluriformer de samenleving is, hoe moeilijker het is een dergelijke afweging te maken. Het is immers minder gemakkelijk een voorstelling te maken van alle mogelijke concrete feiten. Bovendien kan het gebeuren dat de wetgever grondwettige inconsistenties over het hoofd ziet.
Het is waar dat de mogelijkheid wetten te toetsen aan verdragsbepalingen die voor iedereen direct gelden, aantoonbare waarborgen voor de burger creëert. Maar dat is geen argument om af te zien van toetsing aan de eigen grondrechten. Bovendien toetst de wetgever ook eerst aan verdragen, waarop de toetsing door de rechter volgt. Verder is toetsing aan de Grondwet van andere regelgeving dan wetten in formele zin, al mogelijk.

Het feit dat burgers zich niet op de rechter kunnen beroepen als zij menen dat een wet in strijd is met de Grondwet, werkt niet mee aan versterking van de positie van de Grondwet in de samenleving. Indien de Grondwet voor burgers een factor van belang moet zijn, moeten zij zich daarop ook in rechte kunnen beroepen. In ieder geval moet dat zo zijn voor zover de Grondwet burgers direct rechten toekent (zoals het recht op gelijke behandeling of de vrijheid van meningsuiting). Bovendien zal door uitspraken van rechters en daaraan verbonden publiciteit, de Grondwet een meer prominente maatschappelijke positie krijgen.
Er zijn veel manieren constitutionele toetsing vorm te geven. De voorstudie van de werkgroep Grondwet bespreekt uitgebreid verschillende gangbare varianten.
De Conventie zoekt aansluiting bij het huidige stelsel van rechterlijke toetsing en steunt het initiatiefvoorstel Halsema om toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door iedere rechter mogelijk te maken.

Toetsing in het voortraject

Voorwaarde voor invoering van rechterlijke toetsing van de wet aan de Grondwet, is dat de toetsing in het wetgevingsproces wordt verbeterd. De toelichting op een wet moet nadrukkelijk aandacht besteden aan verenigbaarheid met de Grondwet.
Het oordeel van de Raad van State over de grondwettigheid moet zwaar wegen.
De rechter zal die afwegingen in zijn oordeel betrekken. Dit voorkomt verstoring van het evenwicht tussen rechter en wetgever. Toetsing blijft allereerst een zaak van de wetgever. Het kabinet moet ervoor zorgen dat bij de voorbereiding van wetsvoorstellen constitutionele toetsing een prominente plaats krijgt, door toetsing van alle wetsvoorstellen door de constitutionele afdeling van de rijksdienst en de uitkomsten van die toetsing te melden aan de ministerraad. Het is daarnaast wenselijk de constitutionele ondersteuning van de Tweede Kamer te verbeteren. Burgers moeten er in beginsel vanuit kunnen gaan dat de wetten waaraan zij zich moeten houden in overeenstemming
zijn met de Grondwet.

Redactie grondrechten
Zowel de vergroting van de leesbaarheid van de Grondwet als de invoering van de rechterlijke toetsing, kan aanleiding vormen de redactie van de grondrechten te herzien. Dit is echter geen voorwaarde voor de invoering van toetsing. Aan de grondrechten wordt immers volop door de rechter getoetst zonder dat dit tot problemen heeft geleid.

Uitvoering:
Hier is een grondwetswijziging voor nodig.

Hier ben ik duidelijk voorstander van. Maar…. dan liefst met een verse versie van de Grondwet. En het lijkt me zinvol om dit in te voeren met daarbij de clausule dat het alleen geldt voor wetten die gemaakt zijn na het invoeren van deze regeling. Anders hebben we een tekort aan rechters om alle verzoeken met terugwerkende kracht te verwerken (ik weet er nog wel een paar).

Zondag even geen aflevering van deze reeks. Dan is het echt geen weer om achter een computer te zitten en na te denken over dit soort droge kost. Zelfs voor mij
[poll=37]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17

  1. 5

    De reden dat ik het voorstel niet goed vind is omdat de Nederlandse rechter al lang op grond van art 94 Grondwet de wetten toetst aan het hele amalgaam van verdragen waaraan Nederland gebonden is. Verdragen gaan boven de wet. Op tal van rechtsgebieden kan de rechter ook pre-justitiele vragen stellen aan het Europese Hof in Luxemburg danwel kan men z’n zaak daaraan voorleggen.
    Daarnaast is er al specifiek op het vlak van de grondrechten het Mensenrechtenhof in Straatsburg dat toetst aan het http://nl.wikipedia.org/wiki/Europees_Verdrag_voor_de_Rechten_van_de_Mens
    De bescherming die het EVRM biedt gaat een stuk verder dan die onze huidige grondwet geeft. De makke is alleen dat de procedures zo onnoemelijk veel tijd vragen. Zeven tot tien jaar is geen uitzondering! Als iedere rechter in NL een wet(sbepaling) mag toetsen aan de grondwet kan-ie al snel tot de conclusie komen dat ook een grondwettelijke bepaling als zijnde in strijd met bijv. het EVRM onverbindend is! Dat wordt dan lachen…

    BTW Ik heb van harte voor de Europese grondwet c.q. koepelverdrag gestemd.