Thema Kennis

Complotdenkers wegzetten als complotdenker is essentieel voor een gezonde democratie

ANALYSE - Vorige week verscheen in het Parool een opiniestuk van Raisa Blommenstijn “Niet iedereen die het coronabeleid bekritiseert, is een gek”. Ze stelt dat iedereen die kritiek heeft op het coronabeleid wordt weggezet als complotdenker, en vindt dat schadelijk voor een gezonde democratie. Samengevat: (1) Het corona crisis overheidsbeleid kent critici; (2) critici worden niet serieus genomen maar als complotdenkers de facto monddood gemaakt en (3) dat is een aanval op de vrijheid van meningsuiting en de democratie, en de 1e stap richting dictatuur. In deze gastbijdrage een kritische beschouwing van Roland Bouman.

Dat er kritiek is op het coronabeleid lijkt me een feit. Er is altijd kritiek op de overheid en hun beleid, en dus ook op het coronabeleid. Blommestijn geeft een aantal voorbeelden van deze critici:

  • “Artsen” die pleiten voor een profylaxe van hydroxychloroquine en zink. Ze noemt specifiek orthomoleculair huisarts Rob Elens. Hij beweert zelfs COVID-19 patienten te hebben genezen met deze cocktail.
  • BN-ers. Specifiek noemt Blommestijn fotomodel Doutzen Kroes, die “vraagtekens zet bij het coronabeleid”, en daarom als “aanhanger van een complottheorie” beschuldigd zou worden.
  • Demonstranten, dat wil zeggen: “gewone burgers”, die niet op een of andere manier bekendheid genieten maar zich wel manifesteren. Als voorbeeld noemt ze de organisatie “Viruswaanzin” (zich tegenwoordig noemende “Viruswaarheid”).

Volgens Blommestijn wordt de kritiek niet inhoudelijk besproken, maar worden de critici in plaats daarvan als complotdenkers gediskwalificeerd. Ze geeft geen specifiek voorbeeld van die kritiek op het coronabeleid. Ook beschrijft ze niet van wie de critici tegengas krijgen en wat hun tegenwerpingen zijn. Opmerkelijk, omdat Blommestijn juist klaagt over het gebrek aan inhoudelijke behandeling. Ze hekelt de “ridiculisering” van de critici, maar lijkt de mogelijkheid dat hun kritiek inderdaad lachwekkend is, alvast te hebben uitgesloten.

Terug naar de grottekening

Thomas Mann - De Toverberg

Je mag van mij van alles en nog wat ter discussie stellen, maar niet de waarde van het lezen. Wie zegt dat ‘de jeugd nu eenmaal is opgegroeid met het internet’ en dat het dus heel begrijpelijk is dat ‘ze’ niet meer lezen, of dat ‘we er maar aan moeten wennen dat hetgeen wij als belangrijk beschouwen’ tegenwoordig ‘nu eenmaal niet meer zo belangrijk is’, of dat ‘we duizenden jaren geleden ook niet met boeken met elkaar communiceerden, maar met grottekeningen’, zo iemand drijft me tot razernij.

De barbaren!

Ik was onlangs op een Teams-bijeenkomst over de toekomst van het lezen waar sommigen onbekommerd zulke dingen beweerden. Of hardop vroegen wat nu het unique selling point was van het boek, waarom het allemaal niet ook in YouTube-filmpjes kon. Veel handleidingen konden toch ook tegenwoordig de prullenbak in omdat video’s het allemaal zo veel helderder uitlegden? Als kinderen nu niet wilden lezen waarom moesten we ze dat dan opdringen, was dat niet vreselijk elitair van ons?

Quote du Jour | Thuis besmet

Quote du Jour

Steeds meer mensen lopen thuis het coronavirus op

Kopte het AD eerder deze week. Gevolgd door:

Het aantal nieuwe vastgestelde coronabesmettingen in de afgelopen week is gestegen naar 534. Dat is bijna een kwart meer dan de week ervoor. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De meeste mensen lopen corona thuis op.

Een vergelijkbare berichten was een week eerder in de Volkskrant te vinden. Het probleem met deze verslaglegging is dat je op basis van de meest recente cijfers van het RIVM helemaal niet tot de conclusie kunt komen dat de meeste mensen corona thuis oplopen. Tevens kun je op basis van deze cijfers ook niet concluderen dat een steeds groter deel thuis wordt besmet.

Waarom Rutte de natiestaat als lichaam presenteert

ESSAY - door Levi van Veurs (Redacteur Kosmos Uitgevers)

“Nederland is nu een patiënt. En die patiënt moet behandeld worden,” zei premier Rutte afgelopen 12 maart tijdens een persconferentie over de maatregelen tegen het coronavirus. Rutte haakt daarmee in op een metafoor die in ons cultureel geheugen gegrift staat en ons denken beïnvloedt, namelijk: de figuurlijke relatie tussen natiestaat en lichaam.

Deze metafoor baant een weg voor politieke besluiten. Hoe dient ze Ruttes agenda?

Als je het ene zegt, maar het andere bedoelt

Als je ooit Il Postino (1995) over Pablo Neruda hebt gezien, kun je je waarschijnlijk het glunderende gezicht van Massimo herinneren als bij hem het kwartje valt na Neruda’s uitleg van het begrip ‘metafoor’: “Een metafoor, dat is als je het ene zegt, maar het andere bedoelt.”

Een talig trucje dus. Leuk voor een dichter, maar geen directe aanduiding van de dingen zelf. Waarom zegt Rutte niet gewoon waar het op staat?

Quote du Jour | Werken in de wetenschap

© Sargasso logo Quote du Jour

Ik zie ook bij collega’s in Leiden en aan andere universiteiten hoe moeilijk het is om genoeg onderzoekstijd te vinden. Hoe overwerkt ze zijn om goed onderwijs te kunnen blijven geven. Hoeveel vrije tijd ze erin moeten stoppen.

Daarmee is het een baan geworden die vooral toegankelijk is voor mensen met weinig zorgtaken en een gezondheid die bestand is tegen veel overuren. Een baan voor mensen die financieel het nog wel kunnen uitzingen op parttime aanstellingen en de onzekerheid van tijdelijke contracten. Om verschillende redenen begon dit mij op te breken.

Een mooie maar ook wat tragische afscheidscolumn van een wetenschapper die de professie de rug toe keert. Of eigenlijk, moet constateren dat de professie háár de rug heeft toegekeerd. Met het idiote overwerk dat gevraagd wordt, en een beoordelingssysteem waarin het publiceren in Engelstalige journals gewaardeerd wordt, en het geven van onderwijs en het schrijven van een boek niet.

Dendrochronologie en klimaat

RECENSIE - Dendrochronologie is de tak van wetenschap die door middel van jaarringtellingen helpt vaststellen hoe oud houten voorwerpen zijn. Dat lijkt simpel en het is makkelijk te denken dat het intellectueel weinig voorstelt, maar dat is een grof misverstand, zoals blijkt uit Wat bomen ons vertellen (Engelse titel Tree Story) van de Belgische onderzoekster Valerie Trouet.

Om te beginnen: dendrochronologie is niet simpelweg een kwestie van even de jaarringen van een omgezaagde boom tellen, zoals we allemaal weleens in het bos hebben gedaan. Zelfs als we dat zouden kunnen, moet je maar hopen dat je in zo’n schijf hout elke ring herkent. Soms is een jaar namelijk zó slecht dat de boom domweg geen ring aanmaakt. Een tweede kwestie is dat dendrochronologen geen bomen kappen – dat zou immers neerkomen op de vernietiging van data – maar een monster nemen met wat hoveniers een “aanwasboor” noemen, een soort appelboor om een staaf hout uit een boom te trekken. Een dikke boom levert veel informatie op maar is lastig om tot in de kern te bemonsteren. Een derde kwestie is dan weer dat je van levend hout terug moet naar monsters uit oude gebouwen en naar archeologisch en fossiel hout. Matches tussen de diverse delen zijn nog niet zo makkelijk gelegd.

Geletterd programmeren

COLUMN - Tijd voor een Gerrit Krol-Academie!

Een van de vaardigheden die we momenteel waarschijnlijk nog te weinig benutten bij taalstudenten: in een recent onderzoek blijken ze betere programmeurs. Het is een beetje vroeg om heel stellige conclusies te trekken – het is een best klein onderzoek en de effecten zijn nu ook weer niet zo groot – maar het lijkt erop dat mensen die goed zijn in het leren van (natuurlijke) talen, ook goed zijn in het leren om zich uit te drukken in een programmeertaal.

Goed kunnen rekenen bleek veel minder belangrijk. Er is trouwens ook wel (veel) ouder onderzoek dat hetzelfde laat zien.

Het is vermoedelijk een beroepsperspectief dat we onze studenten nu te veel onthouden. Ik weet eigenlijk niet of er programma’s Nederlands zijn die hun studenten de mogelijkheid geven te leren programmeren.

Hoe zag Jezus eruit?

ACHTERGROND - Het Davidsfonds bood Sargasso een recensie-exemplaar aan van Hoe zag Jezus eruit? van Willie Van Peer en hoewel ik op een geschenkje positief wil reageren, weet ik niet goed hoe. Dit boekje is niet slecht, het is niet goed, het is iets daartussen en eigenlijk ook dat niet. Van Peer behandelt een non-probleem en slaat zijwegen in. Hele paragrafen kunnen eruit, maar wat hij daarin ten berde brengt is niet onzinnig. Dat maakt het lastig recenseren.

Non-probleem

Over het uiterlijk van Jezus valt, zoals Van Peer aangeeft, niets met zekerheid te zeggen. Hij benadrukt dat de man niet heeft geleken op de blanke, blauwogige afbeeldingen uit de artistieke traditie, maar vermeldt niemand die zo denkt. De iconen uit de Byzantijnse traditie en de afbeeldingen uit de School van Beuron waren, om twee voorbeelden te geven, nooit bedoeld als realistisch.

Coronacrisis: ICT omslag in onderwijs

OPINIE - een gastbijdrage van Hein Vrolijk.

Dat we op sommige terreinen veel te afhankelijk zijn geworden van het buitenland is nu wel duidelijk. Bij mondkapjes vooral van Chinese bedrijven, bij testmateriaal van het Zwitserse Roche. Vrijwel geen aandacht is er voor de omgekeerde situatie: op andere terreinen is er eveneens een te grote afhankelijkheid, juist omdat er te weinig wordt uitbesteed. Zoals in het onderwijs.

Verticale integratie is een belangrijk begrip in de economische wetenschap. Volledige integratie betekent dat vrijwel alle activiteiten die nodig zijn om het eindproduct te maken, binnen deze onderneming plaatsvinden. Een voorbeeld zijn olieconcerns zoals Shell: actief in alle schakels van de bedrijfskolom, van olieput naar benzinepomp.

Aan de andere kant van het spectrum heb je de ondernemer die vrijwel alle activiteiten heeft uitbesteed (verticale desintegratie).

Marcus en wetenschapsfraude: De affaire-Obbink

ACHTERGROND - Geïnspireerd door Sargasso’s volkscultuur-specialist Hans Overduin over de evangelist Marcus was ik begonnen u te vertellen over Eerste-Eeuwse Marcus, een in 2012 ontdekt, opvallend oud fragment van het oudste evangelie dat de ontdekkers almaar niet publiceerden.

Pas in 2018 verscheen de Griekse tekst in de reeks waarin de duizenden papyri worden gepubliceerd die ruim een eeuw geleden zijn ontdekt in het Egyptische stadje Oxyrhynchos. Eerste-Eeuwse Marcus staat inmiddels officieel bekend als P.Oxy. 83.5345. De papyrus kwam dus niet, zoals men had beweerd, uit een mummiemasker van papier-maché maar was al een eeuw geleden opgegraven. Hij dateerde niet uit de eerste eeuw n.Chr. maar uit de tweede of derde. Je zou willen denken dat we te maken hadden gehad met een vergissing – maar dat was niet het geval.