WW: Phobot helpt kinderen van angsten af

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland. Op de jaarlijkse Human-Robot Interaction conferentie heeft een team van studenten van de Universiteit van Amsterdam afgelopen weekend de publieksprijs voor best ontworpen robot gewonnen. De acht deelnemende teams van over de hele wereld construeerden hun robot met dezelfde set bouwsteentjes: een Lego Mindstorms pakket, aangevuld met wat extra sensoren met een totale waarde van slechts 250 dollar. Het UvA-team gebruikte de middelen om "Phobot" te bouwen, een robot die menselijke angst nabootst. Als Phobot een andere robot ziet, of een ander angstaanjagend object tegenkomt stijgt zijn interne 'angstniveau' plotseling naar maximale waarde: Phobot deinst dan terug en hij zet een angstig gezicht op. Het angstniveau daalt vervolgens maar heel geleidelijk. Dit proces kan versneld worden door zachtjes tegen hem te praten en zijn robothandje vast te houden. De robot is ontworpen om kinderen te helpen van hun fobieën af te komen. Ze kunnen zien dat niet alleen zijzelf bang zijn voor iets, maar dat Phobot hun angsten deelt en dat hij er van af kan komen. Het gebruikt daarmee bestaande theorieën uit de psychologie om fobieën te verminderen. De angstig terugdeinzende Phobot spreekt erg tot de verbeelding, zoals je ook kunt zien in dit filmpje. GeenCommentaar sprak met Phobot-teamlid Henriette Cramer over Phobot:

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: Denken aan je naasten is denken aan jezelf

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Brains! (Bron: NASA)

Als je denkt aan wat iemand anders denkt en die iemand anders lijkt op je, dan denk je eigenlijk aan wat je zelf zou denken. Lijkt die persoon niet op je, dan denk je op een andere manier.

Dat is wat Adrianna Jenkins en haar collega’s van de faculteit psychologie van Harvard en de Universiteit van Aberdeen schrijven in een artikel in de PNAS van 18 maart.

Het onderzoek is gebaseerd op het gegeven dat als je aan iets denkt een bepaald deel van de hersenen oplicht, maar als je daarna aan hetzelfde denkt, de neuronale activiteit in dat gebied juist lager is. Dit effect heet ‘repetitie supressie’. In het enige figuur dat het artikel telt is dit duidelijk te zien: de meeste linkse, grijze kolom laat bij proefpersonen die eenmalig een vraag over zichzelf kregen de activiteit zien in de ventromediale pre-frontale cortex (vMPFC), een hersengebied waarvan bekend is dat het een rol speelt bij introspectie. De blauwe kolom rechts daarvan laat zien dat de activiteit in het gebied bij het voor de tweede maal beantwoorden van dezelfde vraag (‘identical’) over zichzelf (‘self-after-self’) inderdaad lager is.

De proefpersonen, typische linksige Harvard-studenten, kregen profielen van twee fictieve personen te lezen: een andere linksige Harvard-student en een Republikeinse fundamentalistische student uit het Middenwesten. De proefpersonen werd eerst gevraagd wat ze dachten dat elk van deze personen over iets dacht, waarbij zorg werd gedragen dat de vragen juist helemaal niet politiek waren: “Houdt deze persoon van champignons op zijn pizza?” of “Vindt deze persoon kruiswoordpuzzels leuk?”

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: Computergestuurde evolutie voor olie

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Craig Venter (Foto: Flickr/thorswift)

Wie wil weten wat de biogenetische state of the art is doet er goed aan een kwartiertje vrij te maken voor het praatje dat Craig Venter in februari op de TED gaf. De Amerikaanse bioloog is oprichter van het Institute for Genomic Research (TIGR). Venters bedrijf Celera kon in 2000 (gelijktijdig met het publieke Human Genome Project) melden dat het volledige menselijke genoom was beschreven. Venters praatje op de TED gaat over de volgende stap in gentechnologie: wat als we niet alleen de bestaande genomen willen beschrijven, maar daadwerkelijk genetisch materiaal willen synthetiseren?

Daarin zijn we blijkbaar verder dan je zou denken. Venter heeft beschikking over een robot die een miljoen chromosomen per dag in elkaar kan zetten en dit zou binnen anderhalf jaar moeten leiden tot het eerste volledig door mensen (en computers) gemaakte organisme, Mycoplasma Laboratorium. Hiermee komt Venter, en daarmee de hele mensheid, in één klap op de stoel van God te zitten en de vraag die dan ook rijst is: wat willen we hier mee?

Venter geeft in zijn keynote een tot de verbeelding sprekend voorbeeld: met de groeiende wereldbevolking is het allang geen geheim meer dat de stijgende energiebehoefte op niet al te lange termijn een probleem oplevert. De huidige generatie biobrandstof blijkt ook geen goede oplossing, omdat het “zorgt voor toename van honger in de wereld, grootschalige ontbossing, een toename van hart- en vaatziekten en mogelijk een teruglopende economische groei in westerse landen“.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: Newton en Einstein op de helling

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

De Cassini sonde op weg naar Saturnus (Illustratie: Nasa/JPL)

De wetten van Newton en Einstein zouden wel eens ontoereikend kunnen zijn voor het verklaren van de beweging van kleine objecten in de ruimte. Die suggestie zit volgens de Economist in een artikel dat binnenkort verschijnt in Physical Review Letters, niet het minste wetenschappelijke tijdschrift.

Onderzoekers van het Jet Propulsion Laboratory, dat de gangen van ruimtesondes nagaat, kwamen erachter dat die sondes consequent sneller gaan dan vooraf berekend. Nadat ze dat een paar keer ondervonden hadden en alle verklaringen leken te falen, verzonnen ze zelf een formule om te kijken of ze het effect bij de lancering van een nieuwe sonde konden voorspellen.

Dat bleek het geval. Om correct de baan van kleine ruimtesondes te voorspellen, moet je een extra factor inbouwen in de wetten van Newton en Einstein. Het werkt. Maar waarom? Op die vraag moeten de onderzoekers het antwoord schuldig blijven. Het raadsel komt op het lijstje van fundamentele onopgeloste vragen uit de natuurkunde, naast de vraag waar alle ‘zwarte materie’ is gebleven en uit hoeveel snaren een quark bestaat.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Mannen komen van de Aarde, vrouwen ook

Aarde & Mars (Foto: Flickr/Bluedharma)

Mannen en vrouwen zijn anders. Ze zien er verschillend uit, ze denken anders en ze zijn goed in verschillende dingen.

Tenminste, dat is de algemene opvatting zoals die breed wordt uitgemeten in populaire boekjes, met Men are from Mars, Women are from Venus van John Gray als de bekendste.

Al in 1974 publiceerden Maccoby en Jacklin het boek The Psychology of Sex Differences. Ze onderzochten meer dan 2.000 studies naar sekseverschillen en vonden dat mannen en vrouwen voor het grootste deel gelijk zijn. In 2005 deed professor Hyde van de Universiteit van Wisconsin hetzelfde nog een keer, waarbij ze keek naar onderzoeken die gebruik hadden gemaakt van de sindsdien nieuw ontwikkelde methode van de meta-analyse.

Ook zij vond dat mannen en vrouwen grotendeels gelijk zijn. Voor 78% van de onderzochte variabelen was het verschil ‘bijna nul’ (30%) of ‘klein’ (48%). Het verschil was alleen ‘zeer groot’ voor de snelheid en afstand van het gooien van een bal. Verder was er een noemenswaardig verschil in een aantal, maar niet alle agressie (m.n. fysieke agressie) en seksuele variabelen (m.n. masturbatie en houding ten opzichte van ‘casual sex’).

Vrouwen hebben dus geen wezenlijke andere stijl van leiding geven en zijn ook niet slechter in wiskunde. Het voorbestaan van dit soort populaire vooroordelen leidt er volgens professor Hyde toe dat vrouwen die een enigszins autocratische stijl hebben die voor een man gewaardeerd zou worden, meteen worden neergezet als keiharde bitch. Ook kunnen getalenteerde vrouwelijke wiskundigen door alle vooroordelen besluiten een andere carrièrekeuze maken. Het breed levende, maar onjuiste idee dat mannen en vrouwen wezenlijk anders communiceren is ook niet bevorderlijk voor het oplossen van relatieproblemen: als je elkaar toch niet kan begrijpen, waarom zou je dan proberen te onderhandelen?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: De evolutie van meercelligheid

De woensdagmiddag is op Geencommentaar.nl Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland. Ook hier heeft GeenCommentaar ruimte voor gastloggers. Ditmaal voor Martijn ter Haar.

Als je kijkt naar een mens of een willekeurig ander dier, dan zie je een gigantische verscheidenheid aan gespecialiseerde celtypen. Het leven bestond oorspronkelijk uitsluitend uit eencellige organismen. Ergens in de evolutie moeten een aantal daarvan aan elkaar zijn gaan plakken en informatie zijn gaan uitwisselen zodat er een taakverdeling kon ontstaan. Hoe is dat gebeurd?

Monosiga brevicollis (Foto: Nature)

Nicole King, werkzaam aan de universiteit van Berkeley, en haar collega’s hebben daar een fascinerend onderzoek naar gedaan dat ze onder de prozaïsche titel “The genome of the choanoflagellate Monosiga brevicollis and the origin of metazoans.” hebben gepubliceerd in Nature. Ze hebben het genoom van de eencellige Monosiga brevicollis uitgeplozen. Sponzen bevatten cellen die verdacht veel op deze eencellige lijken, wat een goede aanwijzing was dat Monosiga brevicollis evolutionair dicht bij meercelligen staat. Dat blijkt inderdaad zo te zijn.

Verrassend veel van de eiwitten waarmee cellen aan elkaar hechten in meercelligen werden teruggevonden in deze eencellige. Wat hun functie daar is, is nog niet geheel duidelijk. Wel blijkt weer eens dat eiwitten in de loop van de evolutie van functie kunnen veranderen. Ook interessant is dat Monosiga brevicollis weliswaar bepaalde genen van meercelligen nog niet heeft, maar dat kleine onderdelen daarvan wel al verspreid over het genoom werden gevonden. Via een proces dat gene shuffling heet, zijn daaruit de genen in meercelligen ontstaan.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: De mini-kernreactor komt eraan

De woensdagmiddag is op Geencommentaar.nl Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Het afgelegen stadje Galena in Alaska krijgt volgend jaar misschien een kleine kerncentrale. Het ding, gebouwd door Toshiba, meet 22 bij 16 bij 11 meter, stukken kleiner dan een gewone kerncentrale. Een schip levert het apparaat kant en klaar af, waarna het dertig jaar energie levert.

Natuurwetenschap en Techniek haalt het voorbeeld in de editie van deze maand aan als een voorbeeld van de opmars van kleine kerncentrales. Ford had in de jaren vijftig zelfs plannen voor een auto op atoomenergie, maar sindsdien is de trend naar steeds groter, behalve heel dure reactoren voor onderzeeërs.

Ontwerp van de Sstar (Wikimedia Common)

Naast de S4 van Toshiba liggen er meer compacte centrales op de tekentafel, zoals de Amerikaanse Sstar. Deze kweekreactor is drie meter in doorsnee en twintig meter hoog. Je graaft hem in en dan heb je drie decennia lang een onderhoudsloze 100 MW centrale (en na afloop daarvan een cilinder met radio-actief afval).

De miniaturisatie verloopt zo vlot dat ingenieurs al weer voorzichtig naar voertuigen beginnen te kijken. Het Nederlandse Romawa probeert momenteel een nucleaire kubus van tien meter te slijten voor de aandrijving van schepen. Het Amerikaanse Hyperion beweert een kerncentrale ter grootte van een badkuip te kunnen bouwen. Wel goed ingraven voor je hem in gebruik neemt, vanwege de straling.

Vorige Volgende