Kinderpardon: van politieke verantwoordelijkheid tot ambtelijke discretie

van Prof.Mr. Aalt Willem Heringa Vorige week werd er tussen de coalitiepartijen een nieuw akkoord gesloten over het kinderpardon. De zogenoemde discretionaire bevoegdheid inzake het kinderpardon zou weggaan van de minister en moeten worden overgeheveld naar de (directeur van de) IND. De vraag is echter, of dat nu juridisch kan? Dat lijkt in eerste instantie van niet. Immers, de IND is ook volgens de eigen website als uitvoeringsorganisatie onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid Staatssecretaris M. Harbers is als bewindspersoon verantwoordelijk voor het werk van de IND. Wij zeggen als juristen dan dat de IND besluiten neemt in mandaat; dat wil zeggen namens de staatssecretaris. En een besluit van de IND geldt dan niet als besluit van de IND maar als besluit van de staatssecretaris. Hij is in dat geval het bestuursorgaan. En cruciaal is dat hij aanwijzingen mag geven, en zelf ook bevoegd blijft. Hoe kan dan de staatssecretaris buiten schot blijven? Niet via delegatie, want dat mag niet aan ondergeschikten.

Foto: brad_bechtel (cc)

Schijn en systeem

COLUMN - Het heeft er alle schijn van dat de politiek inmiddels grondig kapot is – en daarmee ook democracy as we knew it. Dat de parameters van beleid tegenwoordig vaker op internationaal niveau worden bepaald dan in nationale parlementen, is op zich geen ramp. Dat burgers slechts zijdelings betrokken zijn bij de samenstelling van die internationale organisaties en zowel zij als NGO’s amper invloed kunnen uitoefenen op de agenda’s, standpunten, procedures en besluitvorming daar, is dat wél. Evenals dat burgers en NGO’s hun eigen zorgen er zo belazerd weinig terugzien.

Dat steekt des te meer daar dat bedrijven wel lukt, en zij een willig oor vinden.

Van de zoveelste verlenging van het auteursrecht of de uitbreiding van de reikwijdte van patenten; van intellectueel eigendom dat zo is opgerekt dat je ineens geen eigenaar meer bent van spullen die je toch heus eerlijk hebt gekocht – allemaal vérstrekkende veranderingen waar burgers niets en parlementen amper iets over te zeggen hebben gehad.

Daarnaast vormen en kleuren bedrijven ons dagelijkse leven zwaar, zonder dat burgers daar veel invloed op kunnen uitoefenen. Schaalvergroting, goedkoper fabriceren, werk uitbesteden aan rechteloze groepen, weigeren na te denken wat de rol van arbeid en loon nog is in een steeds verder geautomatiseerde wereld, is een vorm van korte-termijndenken die niet lang meer houdbaar is. Want wat moet er gebeuren met al die werklozen, al die uitgerangeerde mensen, zeker nu de staat zich ook steeds meer terugtrekt?

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Free Gaza movement (cc)

Strategisch geblunder van Mark Rutte

OPINIE - Hadden Opstelten en Teeven eerst moeten debatteren om pas dan hun hoofd te buigen en met hun ontslagbrief ‘voor volk en vaderland’ richting Koning te togen? Een retorische vraag. Aftreden in een persconferentie waar niemand vragen mag stellen, getuigt van weinig respect voor het parlement. Misschien wel de reden dat het zo vaak gebeurt. Met meer besef van die verhoudingen zou Opstelten waarschijnlijk nooit zo in de problemen zijn gekomen. Maar dat terzijde.

Aftreden voordat een debat kan plaatsvinden is kwalijker dan de minachting die de bewindspersonen ermee uitdrukken; het laat vragen onbeantwoord terwijl het vertrek wel verschoont. Het parlement moet hele goede redenen hebben om over de Teevendeal te praten met de nieuwe minister en staatssecretaris. Twee geslachtofferde bewindspersonen sluit onderwerpen voor langdurige tijd af. Maar niet voor altijd. En daarmee blijft de deal als een zwaard van Damocles boven Justitie en Veiligheid hangen. Iedere opvolger daar zal allereerst de zuurkast met de gewraakte overeenkomst moeten schonen voordat het onherstelbare gaten in zijn reputatie brandt.

We hebben nu het tweede orde-probleem: het was geen 1,25 miljoen maar ruim 4,7. Wie verkeerd voorlicht, moet verdwijnen. Een politieke doodzonde. Maar door het voortijdig vertrek van de minister/staatssecretaris, krijgen we ook geen inzage meer in de deal zelf: het eerste orde-probleem. Wat is daar nu precies gebeurd en hoe kan je zoiets zo slecht onderzoeken dan wel compleet vergeten?