Van verschil, naar overeenkomst

De volgende bijdrage bestaat uit twee delen: een inleiding van Bert van den Braak, naar aanleiding van Joop van den Bergs boek Geduldig papier. Formeren in stad en land, gevolgd door een reflectie van Martijn Balster vanuit de gemeentelijke praktijk. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver, een uitgave van het Montesquieu Instituut. Het vormen van kabinetten en van gemeentelijke colleges zijn belangrijke momenten in het bestuur. Er zijn vaste patronen en veelal informele regels en gewoonten. Emeritus-hoogleraar en, onder meer, oud-hoofddirecteur van de VNG, Joop van den Berg, geeft in het onlangs van zijn hand verschenen boek Geduldig papier. Formeren in stad en land een mooi overzicht van deze processen. Er zijn overeenkomsten, maar zeker gezien het feit dat er gemeenten met verschillende specifieke kenmerken zijn, zijn er evenzeer verschillen. Zowel landelijk als gemeentelijk deden zich bovendien ontwikkelingen voor. Gemeentelijk was bijvoorbeeld het in 2002 geïntroduceerde dualisme van belang. Niet langer komen de wethouders (uitsluitend) uit de raad. Zowel landelijk als gemeentelijk is er sprake van versplintering – vaak nog meer dan landelijk. Een veelheid van fracties maakt het vormen van colleges lastiger. Landelijk zien we al langer dat formaties een moeizaam en soms maanden durend proces zijn. Landelijk verscheen al in 1951 de informateur, die als wegbereider moest optreden voor de daadwerkelijke formatie. Later kwamen er pre-informateurs en verkenners. Dat laatste was het gevolg van een fundamentele verandering in 2012, toen de Tweede Kamer zelf het voortouw nam bij kabinetsformaties. Verkenners kwamen vanaf 2002 ook in gemeenten. Van den Berg noemt de hoogleraar Rinus van Schendelen, die in dat jaar na de winst van Leefbaar Rotterdam van Fortuyn als eerste een weg moest banen naar een college waarin die nieuwe partij ook een plek moest krijgen (en kreeg). Zowel landelijk als gemeentelijk spelen vragen als: welke personen zijn het beste geschikt om een rol te spelen en moet dat er één of meer zijn? Is een buitenstaander beter of is (vooral gemeentelijk) iemand die juist ingevoerd is in specifieke onderwerpen niet beter? Verder spelen altijd vragen rond openbaarheid. Is beslotenheid niet beter? Tenslotte moet er een akkoord komen. Wat is de waarde daarvan, in welke mate is er sprake van binding en hoe breed moet de steun (liefst) zijn? En wat is uiteindelijk de betekenis van een akkoord? Gaat het slechts om geduldig papier of is daadwerkelijk de basis voor een daadkrachtig bestuur? Wat de aard en de bestendigheid van de akkoorden zal zijn, moet de komende tijd blijken. Dat het niet zelden ingewikkeld is tot goede afspraken te komen, beschrijft Martijn Balster vanuit de gemeentelijke praktijk. Van verschil, naar overeenkomst De warmste dagen van het jaar markeren in veel gemeenten niet alleen het begin van de zomer, maar ook een bestuurlijk scharniermoment. Jaarrekeningen worden vastgesteld, er wordt teruggekeken. Voorjaarsnota’s schetsen de financiële kaders voor het komende jaar, en – in verkiezingsjaren – verschijnen coalitieakkoorden: gestolde compromissen die richting geven aan lokaal beleid voor de komende vier jaar, en vaak langer. Na een jaar waarin politieke verschillen doelbewust zijn uitvergroot, verschuift de dynamiek na de verkiezingen onvermijdelijk. De nadruk komt weer te liggen op gezamenlijke ambities voor stad en dorp. Tegelijkertijd laat een verkiezingsjaar sporen na. Polarisatie als strategie heeft een prijs: persoonlijke verhoudingen staan onder druk, en ook op lokaal niveau wordt conflict steeds minder geschuwd. Met name de winnaars en onderhandelende partijen hebben dan ook juist nu een belangrijke rol in het weer normaliseren van verhoudingen. Welke inhoudelijke keuzes zijn achter (vaak) gesloten deuren gemaakt? Wat betekenen die keuzes voor de beleidspraktijk van de komende jaren? Ik sta stil bij drie ‘schuurpunten’ die op veel tafels het gesprek bepaalden. Asiel en opvang: tussen verplichting en politieke aarzeling Weinig thema’s domineerden de lokale verkiezingscampagnes zo sterk als de Spreidingswet en de huisvesting van statushouders. De electorale kracht van lokale partijen, gecombineerd met groei op de rechterflank, vertaalt zich in een zichtbare terughoudendheid ten aanzien van rijksbeleid. In sommige gevallen uitmondend in expliciete afwijzing. Die politieke aarzeling staat echter op gespannen voet met een steeds dwingender juridisch kader. Gemeenten hebben niet alleen een taakstelling voor statushouders, maar worden met de Spreidingswet ook geacht een ‘fair share’ te leveren in de opvang van asielzoekers. De beleidsruimte is daarmee beperkter dan menig lokaal politiek verkiezingsdebat suggereerde. De spanning wordt verder vergroot door het grote tekort aan betaalbare woningen. Woningnood fungeert vaak als argument tegen opvang en huisvesting. Maar juist dat argument impliceert een andere beleidsverantwoordelijkheid: een versnelling van de bouw van betaalbare woningen, en het benutten van instrumenten zoals woningdelen en splitsen. Bovendien zal, onder invloed van de Wet bevordering regie volkshuisvesting, een groter deel van de woningvoorraad worden toegewezen aan zogenoemde aandachtsgroepen, waaronder mensen uit de maatschappelijke opvang, beschermd wonen of detentie. De vraag is dan niet óf gemeenten moeten handelen, maar hoe consistent hun beleid is: wie woningnood als bezwaar opvoert, kan moeilijk om een ambitieuzer, betaalbaarder woningbouw heen. Een lakmoesproef in veel gemeenten. Gemeentefinanciën: ambities onder druk De coalitievorming vond/vindt opnieuw plaats tegen een somber financieel decor. Structurele tekorten in de jeugdzorg, voorgenomen bezuinigingen op huishoudelijke hulp en onzekerheid over rijkscompensatie van gestegen kosten, beperken de handelingsruimte van gemeenten aanzienlijk. Tegelijkertijd scherpt het minderheidskabinet de begrotingsdiscipline verder aan, met strengere normen dan in veel andere Europese landen. De implicatie is duidelijk: de financiële ruimte voor gemeenten blijft beperkt, terwijl de opgaven – van woningbouw tot energietransitie en sociaal domein – juist toenemen. Gemeenten staan wederom voor een klassiek dilemma. Zonder aanvullende rijksmiddelen resteren bezuinigingen op voorzieningen, sociaal domein, de eigen slagkracht; of het verhogen van lokale lasten. Kostendekkende tarieven voor afval en parkeren, en stijgende onroerendezaakbelasting liggen voor de hand. In de praktijk zal een combinatie van deze strategieën zichtbaar worden. De ruimte voor nieuw beleid is daarmee beperkt, ook voor het inlossen van (te) grote beloften in de verkiezingscampagnes. Politieke versnippering en de krimpende horizon De opkomst van lokale partijen, de groei van partijen op de flanken (met name ter rechterzijde) en de toenemende versnippering in gemeenteraden hebben een duidelijke bestuurlijke consequentie. De nadruk verschuift naar direct zichtbare, lokale kwesties en individuele belangenbehartiging. Dat draagt een grote belofte in zich voor meer nabijheid en meer vertrouwen. De ontwikkeling gaat echter ook vaak gepaard met een groeiende neiging om externe factoren als oorzaak aan te wijzen voor falend gemeente- of overheidsbeleid in het verleden: ‘Den Haag’, ‘de politieke elite’, of het zondebokken op ‘klimaatdrammers’, of ‘nieuwkomers’. En mogelijk: een beweging waarbij gemeenten zich meer terugtrekken achter de dijken, gefocust op zichtbaar, korte termijnresultaten voor de eigen bewoners. Hier clashen de traditionele partijen (met landelijke worteling) geregeld met de flanken en lokale partijen. Een risicovolle dynamiek, die niet zelden in polarisatie ontaardt. Met als gevolg: afnemende aandacht voor taaie langetermijnvraagstukken en voor taaie thema’s die de gemeentegrens overstijgen. Woningnood, noodzakelijke energietransitie, hervorming van de jeugdzorg, het in goede banen leiden van migratie; al deze vraagstukken vereisen juist samenwerking en interbestuurlijke daadkracht. Boven het maaiveld In een context van tanend politiek vertrouwen rust op gemeenten als ‘eerste overheid’ een groeiende verantwoordelijkheid om nabij en responsief te zijn. Tegelijkertijd kunnen de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd niet binnen de grenzen van één gemeente worden opgelost. Sterker nog: is het onvermogen om de basis op orde te houden precies de reden voor het onbehagen onder veel burgers, zoals Catherine de Vries in haar boek ‘Symfonie van onvrede’ zo krachtig betoogt. Dat legt een dubbele opgave bloot. Enerzijds moeten gemeenten de verbinding met hun inwoners versterken en lokaal ‘leveren’. Anderzijds moeten zij actiever de samenwerking zoeken ook met regio, provincie en Rijk en oog hebben voor de taaie lange termijn. Voor die hogere overheden geldt hetzelfde: stijgende verwachtingen van burgers vragen om zichtbare prestaties en effectieve samenwerking, na een periode van bestuurlijke stilstand. De huidige politiek-bestuurlijke temperatuur biedt daarmee niet alleen beperkingen, maar ook een kans. De symfonie van onvrede vraagt om een orkest van daadkracht. Een orkest dat in staat is uit meerdere registers te tappen. Dat verlangt enorm veel van nieuw aantredende bestuurders, zowel in het verbinden als in de noodzakelijke daadkracht. Het kan wél. Zo echoot een campagne van net voor de gemeenteraadsverkiezingen nog steeds. Volgend jaar kiest Nederland alweer de provinciale besturen en getrapt de nieuwe Eerste Kamer. Het zal hoe dan ook een belangrijke graadmeter zijn voor nu getoonde leiderschap en samenwerkingsgeneigdheid nu. Zowel in Den Haag, als lokaal.

Door: Foto: Peter van der Sluijs, CC BY-SA 4.0 , nieuwe gemeenteraad in Nissewaard via Wikimedia Commons.
Foto: Michael Schreiber on Unsplash

Gaat het wel goed met de lokale democratie?

Volgend jaar zijn er op woensdag 18 maart gemeenteraadsverkiezingen. De voorbereidingen daarvoor zijn dit najaar gestart met het schrijven van programma’s en het zoeken van kandidaten. Dat laatste is op sommige plekken geen eenvoudige opgave. Wie wil er nog in de raad na al die ophef over uit de hand gelopen raadsvergaderingen en bedreigingen aan het adres van raadsleden, wethouders en burgemeesters? Elisabeth van Oostrum, voormalig raadslid, wethouder en ambtenaar in verschillende Utrechtse en Gelderse gemeenten deelt haar ervaringen en lessen in het boek Dilemma’s in het gemeentehuis. Het is een interessant en waardevol boek voor oude en nieuwe raadsleden in niet al te grote gemeenten. Het roept ook vragen op over de stand van zaken in onze democratie op lokaal niveau.

Van Oostrum begon haar politieke carrière dertig jaar geleden als raadslid voor D66 in Leersum. Ze heeft ook als ambtenaar gewerkt in enkele andere gemeenten en was wethouder Maatschappelijke Zorg in de Gemeente Utrechtse Heuvelrug. In haar terugblik combineert ze praktische informatie over de werking van de Gemeenteraad en het ambtelijk apparaat met reflecties op haar eigen rol als raadslid, ambtenaar en wethouder. Het is een persoonlijk verhaal geworden met veel anekdotes uit de praktijk van het gemeentelijk bestuur en aanbevelingen voor alle betrokkenen. Daarbij ontbreekt ook de nodige zelfkritiek niet. Van Oostrum maakt duidelijk dat je als raadslid, ambtenaar of wethouder regelmatig met problemen te maken krijgt waarbij een simpele oplossing niet direct voorhanden is. Je maakt onvermijdelijk fouten. En aangezien je tijd nodig hebt om daarvan te leren is het grote verloop van raadsleden (15% in de afgelopen periode volgens een recente uitzending van Nieuwsuur) bepaald zorgelijk te noemen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Piano Piano! (cc)

Liever lokaal

RECENSIE - In de provincies wordt nog steeds hard gewerkt aan nieuwe bestuurscolleges. De coalitievorming staat sterk onder druk van de enorme winst die de BBB twee maanden geleden overal boekte. Het verlies van de oude partijen maakt het niet mogelijk bestaande colleges te herstellen. Dat verlies kwam bepaald niet onverwacht. Een jaar eerder, bij de Gemeenteraadsverkiezingen, waren de lokale partijen de grote winnaar. Ook toen werden de bekende landelijke partijen vrijwel overal teruggedrongen. En dat leidde vorig jaar bij de vorming van gemeentebesturen tot lange, moeizame onderhandelingen. Het Montesquieu instituut publiceerde onlangs onder de titel Van barricade naar bestuur een evaluatie van de nasleep van de gemeenteraadsverkiezingen met extra aandacht voor de doorbraak van de lokale partij in het gemeentebestuur. Daar kan men in de provincie – en ook elders in de politiek- wellicht nog wat van leren.

Op 16 maart 2022 is er door 51% van de stemgerechtigde kiezers gestemd voor 333 gemeenteraden. De lokale partijen wonnen niet alleen de verkiezingen, maar ook de daaropvolgende formaties. Zij winnen veruit de meeste wethouderszetels. Zelfs ‘flink meer dan op grond van de verkiezingsuitslag verwacht mag worden’, schrijft NOS-onderzoeker Hugo van der Parre. ‘In ruim acht op de tien gemeenten zit minstens één wethouder namens een lokale partij in het college’.

Foto: Emile Krijgsman (cc)

Thorbecke’s Huis een ruïne?

ANALYSE - De Commissie ‘Toekomstgericht lokaal bestuur’ hekelt terecht het huidige stelsel van gemeentelijke bevoegdheden vis-à-vis het Rijk, maar schiet tekort in oplossingen.

De VNG vroeg de commissaris in Noord Brabant, Wim van de Donk, een commissie voor te zitten die “de Commissie Toekomstgericht lokaal bestuur” ging heten.

Sleutelzinnen:

“Het ‘recht op ongelijkheid’ (tussen gemeenten, TvD) vraagt een andere verhouding tussen de bestuurlijke lagen van de overheid. Het vraagt ook om het doorbreken van sectorale benaderingen door de verschillende departementen.” (p.19)

“En om een andere houding van het parlement, dat nog steeds gericht is op uniformering en bij individuele verschillen in een risico-regelreflex schiet.”(p.20)

Hier staat in een paar zinnen dat het huis van Thorbecke een ruïne is.

De fixatie op bestuurlijke gelijkheid is onnodig, de financiële verhoudingen tussen bestuurslagen moeten op de schop, de sectorale aanpak der departementen is verkeerd, het parlement moet eens stoppen met het micromanagement en het koesteren van de misplaatste idee dat het over alles gaat. Ik vat het maar even samen.

Dat is strong stuff. De commissie bestond ook niet uit beginnelingen, dus wat is er aan de hand?

Taal en probleemstelling

Lastig is de taal: de commissie schrijft in een bestuurlijk idioom dat bij de VNG vast begrepen wordt, maar dat voor een betrokken burger vooral leeg is. Het bestuur wordt geconfronteerd met “maatschappelijke opgaven” en daar effectief mee omgaan, lijkt de kerntaak. Dat voert tot “prudente en gedragen besluitvorming”. Alleen, zou het probleem zijn dat de opgaven uit de maatschappij niet meer door de lokale overheid worden vertaald in prudente besluitvorming? Of speelt er meer?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Groot onderwerp, kleine gemeente

Maat houden is lastig voor de politiek in de kleine gemeenten. Maar vaak wordt het door de grote politiek ook niet gemakkelijk gemaakt. De politieke beginselen lijken zo helder, maar zijn dat zo zelden. En dan mag je het uitzoeken. Ik geef een voorbeeld.

In de kleine gemeente waar ik mij wel eens met de openbare zaak bemoei , kwam een plan voor een nogal grote stal. Dat moet niet, klonk het bij Groen Links, geen megastallen bij ons in de gemeente. In de toelichting ging het echter vooral over ethiek: men vond dat dieren niet behoren te worden geproduceerd. Ik testte dat door te zeggen: stel dat we ze buiten laten scharrelen en ze hebben een mooi leven, dan eten we ze daarna toch nog gewoon op? Dat was akelig cynisme, want er zijn ook mensen die geen vlees eten. Dat is zo, maar misschien is het dan slimmer een aktie tegen vlees eten te beginnen. Daarop kun je mensen individueel aanspreken. In ieder geval is de Dierenpartij daarin consistent.

Maar wat moet een politicus lokaal met zo’n thema? Ik mocht mij er op voorbereiden en kreeg als tip even in ons partijprogramma te kijken. Daar stond dat de landbouw “innovatief en duurzaam” moest zijn en dat de schaal niet groter mocht. Dat schiet niet echt op. Een onderzoek van Lei Wageningen UR wijst op lage ketenrendementen. (Actualisatie ketenrendementen in de nederlandse agribusiness: 2000- 2009) Heeft de grote politiek zich ooit afgevraagd hoe een boer met laag rendement voor zijn bedrijf, toch moet investeren, innoveren en concurrerend  moet blijven zonder te groeien? Ik heb toch al veel respect voor boeren, maar dit lijkt me de kwadratuur van de cirkel.