Daar stond hij dan. Bij FC Utrecht op het veld, in het gezelschap met vedette Michael Mols. Een blond, guitig ventje van achttien jaar die eigenlijk al verbaasd leek te zijn dat hij in het profvoetbal terecht was gekomen. Dirk Kuijt was de naam. Hij droomde ook nooit van profvoetballer worden. Dat had hij nooit verwacht. Nee, zijn droom was ‘kampioen worden met het eerste van Quick Boys’, zijn clubje uit Katwijk. Daar kwam hij vandaan en hij hoopte dat hij die droom ooit ook nog zou realiseren.
Bij FC Utrecht ontwikkelde de technisch beperkte, maar immer hardwerkende spits zich stormachtig. Snel werd hij een publiekslieveling. Hij had het dan ook goed naar zijn zin en nam zich voor niemand zomaar te vertrekken. ‘Enkel voor het buitenland of een club uit de top drie’, zo beloofde hij. Naar de rest hoefde hij niet, daar was FC Utrecht een te mooie club voor. Die top drie-club kwam er in Feyenoord. Na een beetje gedonder over de transfersom ging Dirk Kuijt voor één miljoen euro naar Rotterdam. Wie had dat gedacht. Ook hier werd hij al snel door het publiek in de armen gesloten. Kuijt voelde zich thuis en begon te scoren als nooit tevoren. Deze scoringsdrift werd beloond met de interesse van de Engelse topclub Liverpool. Voor maar liefst achttien miljoen werd hij door de Reds weggekocht. Kuijt beloofde de Feyenoord-fans terug te keren. Want Feyenoord, dat was zijn club.