Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek

Lang hebben we gedacht dat ingewikkelde taal een manier was om macht te laten gelden, of in ieder geval gold als een vanzelfsprekend teken van expertise. Wie gezag had, sprak niet eenvoudig, en omgekeerd. Moeilijke woorden, lange zinnen en impliciete voorkennis waren signalen dat hier iemand sprak die het overzicht had, die zoveel geleerdheid had verworven dat zijn waarheid alleen nog met moeite ontsloten kon worden. In wetenschap, recht en bestuur was helderheid geen kernwaarde. Te veel eenvoud wekte argwaan: was wat je begrijpen kon wel de moeite waard?. Als het ooit waar geweest is, is die tijd nu wel voorbij. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een artikel over klare taal in rechterlijke uitspraken in het Tijdschrift voor Taalbeheersing. De auteurs, Geerke van der Bruggen en Henk Pander Maat, onderzochten vaak genoemde tekstingrepen, zoals het vereenvoudigen van het taalgebruik, of uitleg verschaffen over juridische regels. Juridische leken lazen verschillende versies van echte rechterlijke uitspraken, zowel in civiele als in strafrechtzaken; daarna maten de onderzoekers niet alleen wat lezers begrepen, maar ook hoe zij de tekst ervaren hadden en of zij de beslissing accepteerden. Daarbij maakten de onderzoekers expliciet onderscheid tussen daadwerkelijk begrip (kun je antwoorden geven op vragen over de tekst) en ervaren begrijpelijkheid (heb je het gevoel dat je begrijpt – wat natuurlijk niet per se hetzelfde is). Autoriteit De uitkomst was verrassend, in ieder geval voor de aanhangers van het jargon. Eenvoudiger taalgebruik maakt de rechterlijke beslissing acceptabeler voor de lezer. Omdat zo’n uitspraak óók als bedoeling heeft om de samenleving de rechtvaardigheid van de genomen beslissing in te laten zien. Het effect kwam echter niet in de eerste plaats van daadwerkelijk begrip, maar hing vrijwel geheel samen met ervaren begrijpelijkheid. Het gevoel dat je de tekst kunt volgen, weegt dus zwaarder dan echt begrip. Begrijpelijkheid is een vorm van retoriek. Wat telt, is dat lezers zich tijdens het lezen competent voelen. Gezag wordt niet alleen gevormd door wat een tekst zegt, maar ook door hoe hij gelezen kan worden. Taalvaardigheid speelt hier dus een cruciale rol — maar anders dan vaak wordt gedacht, niet (of niet langer) in het etaleren van moeilijke woorden of complexe zinsstructuren, maar in het vermogen om ingewikkelde zaken helder te formuleren. Autoriteit ontstaat niet doordat de lezer onder de indruk raakt van taalkundige virtuositeit, maar doordat hij het gevoel krijgt dat hij kan meekomen. Ingewikkelde dingen Dat bleek ook uit het feit dat extra uitleg van hoe de wet precies in elkaar zit, wel het begrip van de minder geïnformeerde lezer vergrootte, maar niet automatisch leidde tot meer acceptatie van het vonnis. Weten waarom iets zo is, blijkt iets anders dan bereid zijn het oordeel te aanvaarden. De relatie tussen taal en autoriteit is dus misschien wel aan het verschuiven. Taalvaardigheid blijft van groot belang, maar het gaat dan om een andere vorm van taalvaardigheid. Niet complexiteit, maar helderheid is de drager van gezag. Dat lijkt me geen verarming van taalgebruik, maar een intellectuele uitdaging: wie autoriteit wil uitoefenen, moet de lezer het gevoel geven dat hij ingewikkelde dingen begrijpelijk kan maken. Zelfs als het daarna helemaal niet zo duidelijk is.

Door: Foto: Jurist in de rechtbank - Artur Puls, 1890. Collectie Rijksmuseum-Amsterdam Public domain
Foto: Sandra Fauconnier (cc)

Waar is de standaardtaal?

COLUMN - Het interessantst zijn de discussies waarbij jij het evenzeer bij het verkeerde eind hebt als je tegenstander. Iedereen kan dan eindeloos de problemen in de argumentatie van de ander aanwijzen zonder dat er ooit verheldering komt.

Twitter is een uitstekend medium voor zulke discussies. Ik had er onlangs één met taalprof Peter-Arno Coppen, die ging over taalnormen en de standaardtaal, en vooral over de vraag: waar komen die vandaan? Er bestaan in dezen twee diametraal tegenovergestelde standpunten die, zoals dat gaat, allebei niet helemaal juist kunnen zijn.

Met vreemde ogen

Het eerste standpunt is dat de standaardtaalnorm (voortaan noem ik die de norm, dat is minder typen) een kwestie is van voorschriften. Er zijn autoriteiten, zoals de Taalunie of Onze Taal, die zeggen: ‘groter als’ is minder correct dan ‘groter dan’ en daarom is het zo. Zulke voorschriften lijken daarmee een beetje op wetten, zij het zonder expliciete sancties. Het is verboden om op de stoep te parkeren omdat de wet dit zegt, het is verboden om groter als te zeggen omdat de Taalunie dit zegt. Het is denk ik hoe de meeste mensen naar normen kijken en dit standpunt werd verdedigd door Peter-Arno.

Het tweede standpunt is dat de norm feitelijk is wat een bepaalde goegemeente van schoolmeesters, journalisten, correctoren, HR-managers, en andere ‘goede taalgebruikers’ goed vindt – wat overigens weer iets anders is dan wat die goegemeente zelf zegt. ‘Groter als’ is dan fout omdat deze mensen er hun wenkbrauwen over opheffen. Die mensen hoeven geen expliciet verbond uit te spreken: wie zo’n vorm gebruikt, hoort er niet echt bij. De taak van de Taalunie en Onze Taal is dan niet om zelf normen te stellen, maar te beschrijven wat de norm feitelijk is: wat vindt die goegemeente er nu eigenlijk van? Normen lijken op deze manier bezien op sociale gedragsregels. Je doet geen stropdas om naar een sollicitatiegesprek omdat de wet het voorschrijft, maar omdat men je anders met vreemde ogen aankijkt. Je schrijft geen ‘groter als’ in je brief omdat men anders denkt dat je er niet bij hoort. Dit was het standpunt dat ik mocht verdedigen in deze discussie.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Mike Licht (cc)

Taal krijgt zijn autoriteit van buiten

COLUMN - Het komt slechts zijdelings aan de orde in het artikel dat de Australische taalkundige Ingrid Piller schreef voor het Journal of Sociolinguistics: het failliet van de gedachte dat je met taal je autoriteit kunt opbouwen. Het is een oud idee, dat ten grondslag ligt aan de klassieke retorica én aan veel latere analyses. Maar het stort volledig in elkaar wanneer we het succes bezien van de Amerikaanse president Donald J. Trump.

Er zijn wel mensen die proberen allerlei standaard retorische technieken toe te passen op zijn taalgebruik om daar dan zijn overtuigingskracht op zijn publiek mee te verklaren, maar mij heeft dat nooit overtuigd.

Vlak na zijn verkiezing schreef ik dat al over de framing-theorie: die zegt dat mensen de waarheid in een bepaald licht plaatsen wanneer ze iets zeggen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat VVD-politicus Klaas Dijkhoff door gebruik te maken van de wachtgeldregeling een grote graai doet uit de staatsruif of dat hij gebruik maakt van uitgesteld salaris. Dat zijn allebei feitelijk correcte beschrijvingen, maar ze hebben verschillende implicaties.

Maar bij Trump gaat dat allemaal niet op, want in zijn communicatie lijkt de eeuwige zoektocht naar de waarheid verlaten. Als hij Dijkhoff was zou hij bijvoorbeeld eerst zeggen dat hij inderdaad dat geld ontving, en het de volgende dag ontkennen, vervolgens roepen dat Lodewijk Asscher schandalig veel wachtgeld ontvangt, en dan weer dat Asscher een loser is omdat hij het wachtgeld niet durft aan te nemen. En dit alles zonder zelfs maar de suggestie te wekken dat je zelf weet dat dit alles niet tegelijkertijd waar kan zijn.

Foto: Peter Renshaw (cc)

Don’t know much about algebra

ACHTERGROND - Technisch klinkend cijfermateriaal verleent vaak extra geloofwaardigheid aan conclusies – zelfs als het om betekenisloze formules gaat.

Wiskunde is een prestigieuze tak van wetenschap. En dat straalt af op diegenen die hun argumenten kracht bijzetten met wiskundige formules en berekeningen. Sociaal wetenschapper Kimmo Eriksson publiceerde onlangs een paper (pdf) waaruit bleek dat zodra een betekenisloze wiskundige formule werd toegevoegd aan de samenvatting van een wetenschappelijke publicatie, proefpersonen de kwaliteit van het gepresenteerde onderzoek over het algemeen hoger inschatten. Dit effect was het sterkst onder proefpersonen die over de minste wiskundige kennis beschikten. Maar zelfs proefpersonen met een wiskundige of technische achtergrond – die toch heus beter zouden moeten weten – werden nauwelijks in negatieve zin beïnvloed in hun oordeel over de kwaliteit van het gepresenteerde onderzoek. In de woorden van Eriksson:

Quality judgments of research are known to be influenced by cues outside the research itself, such as the prestige of the author and the author’s institution […] The experiment presented here demonstrated a related but arguably more problematic effect: Participants judged the quality of research as higher when the content included unintelligible elements, which arguably ought to detract from the quality. Specifically, the experimental results suggest a bias for nonsense math in judgments of quality of research.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.