Stakingsrecht internationaal onder vuur

ACHTERGROND - Werkgeversorganisaties proberen via de VN het stakingsrecht wereldwijd te ondergraven.

‘Clash tussen werkgevers en werknemers legt de arbeidsorganisatie van de VN lam’ viel vandaag in de Volkskrant te lezen.

Er blijkt sinds 2012 een hoogoplopend conflict te bestaan tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen de International Labour Organisation (ILO), het lichaam van de VN dat zich met zaken als arbeidsrecht bezighoudt.

Hoewel tientallen jaren onomstreden binnen de organisatie, vinden de werkgevers dat de tijd is gekomen om het stakingsrecht aan te pakken:

Tientallen jaren leek overeenstemming te bestaan over het stakingsrecht. Boekenkasten vol documenten van de ILO zelf bevestigen het: het stakingsrecht leek diep geworteld in de arbeidsorganisatie. ‘Maar dat is alleen maar interpretatie door de experts van de ILO’, zegt de Deen Jørgen Rønnest, voorzitter van de werkgeversfractie in de ILO.

De Volkskrant weet verder te melden dat het conflict is ontstaan doordat ‘een vakbondsman’ tegenwoordig de scepter zwaait bij de ILO:

Tientallen jaren werkte de internationale arbeidsorganisatie goed. Maar sinds een vakbondsman aan het hoofd staat van de ILO, sputteren de werkgevers tegen. Ze vrezen dat het stakingsrecht veel te veel wordt opgerekt.

Helaas slaat de Volkskrant met deze interpretatie de plank volledig mis. Werkgevers willen namelijk niet voorkomen dat het stakingsrecht ‘te veel wordt opgerekt’. In plaats daarvan willen ze volledig van dit recht af. En dat is nogal een verschil.

Van both sides do it is dus geen enkele sprake, wel van een eenzijdige machtsgreep binnen de ILO door de werkgevers.

Stakingsrecht

De Universele verklaring van de rechten van de mens stelt in artikel 23 dat een ieder recht heeft op ‘een rechtvaardige en gunstige beloning’ en verder dat iedereen het recht heeft ‘om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen’.

Om dit geen loze woorden te laten zijn, moeten werknemers kunnen beschikken over een realistische onderhandelingsmacht. En daarvoor is het stakingsrecht onontbeerlijk.

ILO

Hoewel de ILO een typische VN-organiatie is zonder veel concrete macht, is het zeker niet zonder invloed. Beslissingen die binnen de ILO worden genomen, worden door nationale of supranationale gerechtshoven, waaronder het Europees Hof voor de rechten van de Mens, regelmatig beschouwd als gezaghebbende jurisprudentie.

Een aanval op het stakingsrecht binnen de ILO is dus een hele concrete aanval op het bestaande stakingsrecht binnen Europa. Maar ook – uiteraard – binnen andere gebieden of landen waar men zich laat leiden door internationaal recht.

1989

Zoals Claire La Hovary in dit artikel in Industrial Law Journal laat zien, accepteerden de werkgevers binnen de ILO tot 1989 zonder morren het stakingsrecht.

Na 1989 veranderde dit. Gedurende de laatste jaren verschoof de kritiek van de werkgevers bovendien van de ‘te genereuze’ details van het vastgelegde stakingsrecht naar het recht om te staken an sich (p. 355):

There was for example very little opposition to the right to strike, or to its details, until the late 1980s. After 1989, the CAS Employers systematically intervened to voice their opposition to some of the Experts views in this regards, reflecting changing global geo-politics following the fall of Communism, as well as, in more recent years, the increasing dominance of employers vis-à-vis workers, and the weakening of trade unions world wide. In particular, the Employers recently shifted from criticising the details of the right to strike to a much broader critique of the right to strike itself. This suggests that there is a clear political angle to the arguments presented by the Employers in June 2012.

Kortom: zodra de dreiging van een – in theorie – realistisch alternatief voor het kapitalisme verdween, besloten de werkgevers binnen de ILO dat het niet langer nodig was de werknemers te vriend te houden.

Hoewel het onmogelijk is te treuren over de val van de Muur, heeft deze gebeurtenis de onderhandelingspositie van werknemers wereldwijd onmiskenbaar verzwakt.

Maar volgens de werknemers is die verzwakking nog niet genoeg: ook het stakingsrecht moet er nu aan geloven.

Afbeelding: vlag van de ILO (Wikipedia)

  1. 1

    Kortom: zodra de dreiging van een – in theorie – realistisch alternatief voor het kapitalisme verdween, besloten de werkgevers binnen de ILO dat het niet langer nodig was de werknemers te vriend te houden.

    Ik denk niet dat het “socialisme” zoals dat in communistische landen in de praktijk gebracht werd, voor veel mensen een aantrekkelijk alternatief was.
    In Nederland haalde de communistische partij nooit veel stemmen.

    In Italië was de communistische partij een stuk groter, maar die partij had ook de banden met Moskou doorgesneden.

    Als communistische partijen aantrekkingskracht hebben, is dat wegens het – inderdaad – theoretische alternatief. (in vergelijking met de reële werkomstandigheden, natuurlijk).

  2. 2

    Claire La Hovary werkte jarenlang voor ILO, dat had je er wel even bij mogen vermelden.
    0 bewijs dat er in 1989 opeens de omslag was trouwens.Dat is gewoon het verhaaltje van deze vrouw om het even lekker sensationeel te maken.

    Blijft hilarisch dat Sargasso kritiek levert op allerlei andere media voor praktijken waar ze zelf het beste in is. Spraakmakende onzin verkopen.

  3. 3

    David Simon heeft daar een verhaal over gehouden:
    http://davidsimon.com/festival-of-dangerous-ideas-2013/
    (min of meer transcript: http://www.theguardian.com/world/2013/dec/08/david-simon-capitalism-marx-two-americas-wire )

    Het punt was volgens mij niet zozeer dat het communisme een goed alternatief was, maar dat wij de balans zochten tussen socialistisch en kapitalistisch (en zoals Simon zegt: ‘the great thing is that neither of them won’) en dat we daarom het communisme niet nodig hadden in de praktijk maar slechts als extreem wat we niet hoefden te omarmen. Maar tegelijkertijd heeft het aan de orde stellen van veel zaken onder andere door de communisten en socialisten in de tijd voor de oorlog wel geholpen bij het garanderen van die balans.

    Nu er geen communistisch angstbeeld is, en er bijna geen voorvechters zijn, gaan we alle fouten van de 19e eeuw weer herhalen geloof ik.

  4. 4

    @2:

    0 bewijs dat er in 1989 opeens de omslag was trouwens.

    Dan zou ik pp. 356-363 van het aangehaalde artikel nog maar eens lezen.

    Vergeet daarbij vooral niet te kijken naar wat A. Wisskirchen, tussen 1983 en 1994 woordvoerder van de werkgevers, over de acceptatie van het stakingsrecht binnen de ILO heeft geschreven.

    Zolang de Koude Oorlog duurde, wilden de werkgevers uit westerse landen geen stappen ondernemen om hieraan een einde te maken. Zie p. 360 en n. 91 aldaar; n. 11 supra voor de volledige bronverwijzing.

  5. 5

    In een kader bij het Volkskrantartikel beroept een FNV-woordvoerder zich op de beschermende werking van Europese regels. Die zijn er inderdaad en in sommige Europese landen is het stakingsrecht ook nog nationaal vastgelegd. Maar in een mondiale economie geeft dat op den duur geen bescherming. Als de ILO het stakingsrecht om zeep helpt zullen werkgevers ook hier gaan roepen om versoepeling van de regels om niet “weggevaagd” te worden door concurrentie uit bijvoorbeeld Aziatische landen. Dan gaan ze de “werkgelegenheid” aanroepen om het stakingsrecht ook hier te mogen afschaffen.