Schuldhulp in Doetinchem | deel 1

REPORTAGE - Sjors van Beek liep voor de Groene Amsterdammer een week mee op de schuldhulpafdeling in Doetinchem. ‘Ik druk mijn eigen kinderen op het hart: zorg dat je nóóit afhankelijk wordt van de Belastingdienst of het UWV, zorg dat je niet in de wereld van de formulieren belandt.’ Vandaag deel 1 van de driedelige serie over schuldhulpverlening.

Een willekeurige week in een willekeurige gemeente: Doetinchem. In totaal tien mensen in financiële nood worden gevolgd terwijl ze contact hebben met de gemeentelijke afdeling ‘schuldhulp’. Vrijwel allemaal melden ze moe te zijn. Murw. Moedeloos. Niet alleen vanwege de schulden, maar zeker ook vanwege het ondoorgrondelijke, kille systeem waarin ze gevangen zijn geraakt.

Ze maken de post niet eens meer open, vertellen ze bijna zonder uitzondering. Ze hebben ‘papierangst’, zijn bang voor de volgende envelop. Meerdere personen kunnen in de spreekkamers hun tranen niet meer bedwingen. Ze zijn òp van de zenuwen. Ze zijn gesloopt.

Aan het einde van de week velt PvdA-wethouder Steven Kroon een hard oordeel: ‘Het is helaas waar, het is een complete chaos. De instanties tuimelen over elkaar heen, mensen raken volledig verstrikt in de regels. We hebben in Nederland een rete-ingewikkeld systeem gecreëerd, ik noem het de Nederlandse ziekte. Als lokale wethouder breek ik dat niet zomaar af, ik kan slechts mijn best doen om het lokaal zo eenvoudig mogelijk te maken’.

Jolanda Toepoel, teamleider van de Doetinchemse schuldhulpverleners: ‘Ik druk mijn eigen kinderen op het hart: zorg dat je nóóit afhankelijk wordt van de Belastingdienst of het UWV, zorg dat je niet in de wereld van de formulieren belandt. Zóveel regels, en de ene botst met de andere. We zijn soms gek geworden. Het is echt héél eng’.

Welkom in de wereld van de schuldhulpverlening.

Doetinchem. Ruim 56.000 inwoners. Van de 23.600 gezinnen moeten er 1400 rondkomen van het sociaal minimum en lopen er vierduizend ‘risico op problematische schulden’. Wie op financieel gebied vastloopt, kan zich melden bij de afdeling ‘schulddienstverlening’, zoals Doetinchem het liever noemt. Een tiental medewerkers helpen bij een structurele sanering van de financiële situatie of leveren incidentele bijzondere bijstand. Samen met de afdeling WMO zitten ze op het ‘Zorgplein’. Teamleider Toepoel: ‘We worstelen vaak, maar komen uiteindelijk meestal wel boven’. Per jaar worden in Doetinchem zo’n 270 zaken succesvol afgerond, nog eens honderd halen de streep niet omdat de schuldenaar zelf afhaakt.

Er zijn veel manieren om in de schulden te raken, zoveel wordt wel duidelijk tijdens deze week. En: ‘schuld’ aan de schulden is een relatief begrip. Het kan de allerbeste overkomen. Voor je het weet beland je bij de Voedselbank of de Mini Manna Markt, de Doetinchemse kringloopsupermarkt waar je oudbakken brood kan kopen voor een kwartje.

Er zijn de ‘niet-willers’, de stereotype big spenders, de mensen die geen geld hebben, soms weinig zin om te werken ook, maar die desondanks vinden dat ze recht hebben op een breedbeeld-plasmatelevisie op afbetaling. Onbeperkt lenen via internet, credit cards, postorderbedrijven. Dan krijg je bijstandsgezinnen met 144.000 euro schuld, verdeeld over 78 verschillen schuldeisers. Gemiddeld hebben de klanten negentien schuldeisers. ‘Het is soms hebben, hebben, hebben, nu! De mensen zijn tegenwoordig niet meer gewend om ergens voor te sparen’, moppert een van de ambtenaren. Doetinchem richt zijn aanpak dan ook mede op gedragsverandering, voorlichting, en vroeger ingrijpen, in een fase dat de schulden nog niet de pan uitrijzen.

En er zijn de ‘niet-kunners’, de laagopgeleiden, de mensen met een verstandelijke beperking, de ouderen die met de beste wil van de wereld hun administratie niet (meer) op orde kunnen houden. Ze verzuipen in de regelgeving. Het zijn er veel. Heel veel, vertellen de Doetinchemse ambtenaren. ‘En triest genoeg: hoe lager het inkomen, hoe ingewikkelder de regels waar je mee te maken krijgt’, zegt medewerker Jochem van Dijk (33). ‘Als je 3000 euro per maand verdient hoef je niks te regelen rond toeslagen of kortingen. En mocht er iets mis gaan dan heb je nog een buffer, bijvoorbeeld om een boete te betalen. Die mensen hebben nergens last van’.

De anderen des te meer.

Neem de 51-jarige vrouw die deze week binnenwandelt. De voormalige directiesecretaresse zit in de WAO en is gescheiden. Ze heeft twee kinderen. Haar ex-man betaalt de alimentatie niet, haar ex-baas betaalt de toegekende ontslagvergoeding niet. De Belastingdienst heeft de alleenstaande ouderkorting nog niet uitbetaald, maar wel al beslag gelegd op teveel betaalde huur- en zorgtoeslag. Daardoor kan de vrouw de vaste lasten niet meer betalen. Ze weet nog steeds niet wat er precies is mis gegaan: ‘Iets met een dubbele heffingskorting’. Ze bladert door een vuistdikke ordner. ‘Ik ben echt geen domme griet, maar ik wéét het gewoon niet meer. En ik ben moe, uitgeput’.

Ander dossier: de 41-jarige Sandra. Taxichauffeuse en in opleiding als postbesteller. Haar moeder is in 2009 overleden en liet een huis na. Stiefvader woont er nog, het staat al vier jaar te koop. Het ‘kindsdeel’ van de erfenis is door de fiscus echter aangemerkt als vermogen en dus is ze met terugwerkende kracht ‘uit de huursubsidie geknald’, vertelt Natrop. Over 2010 en 2011 moet ze terugbetalen. ‘Maar ik hèb dat geld nu niet, het zit in de bakstenen. Wat moet ik nou?! Ik loop al jaren op mijn tenen, ik kàn niet meer…’.

Volgende casus: de 42-jarige Diny van den Bout, gescheiden, twee kinderen. Haar ex weigert mee te werken aan de financiële scheiding en de verkoop van hun huis. Van de Bout krijgt geen bijstand omdat ze recht heeft op alimentatie – die haar ex niet betaalt. Twee keer heeft ze nu de huur van haar nieuwe woning niet kunnen betalen, vertelt ze aan buurtcoach Marc Niels die op huisbezoek komt. ‘Dat is zó’n rotgevoel… In het begin schaamde ik me rot. Ik ben niet lui, ik doe mijn best. Maar de rek is er uit. Ik moet nu wéér een brief sturen naar de rechtbank maar krijg het even niet meer opgebracht’.

Ook steeds meer mensen met een koopwoning melden zich voor schuldsanering, vertellen ze in Doetinchem. Het huis moet dan eigenlijk eerst worden verkocht om te bepalen hoe groot het eigen vermogen is. Het is namelijk een harde voorwaarde voor een schuldregeling: de situatie moet ‘stabiel’ zijn. Hoe hoog zijn de schulden precies, welke inkomsten en uitgaven zijn er nu en de komende drie jaar? Op grond van die gegevens schatten de hulpverleners welk percentage van de schulden kan worden afgelost. Gemiddeld is dat twaalf tot twintig procent. Elke schuldeiser krijgt dat percentage van zijn openstaande schuld uitgekeerd, de Belasting krijgt het dubbele percentage. Gaan alle schuldeisers akkoord, dan verzorgt de gemeente drie jaar de aflossingen en verrekent eventueel de vaste lasten en keert een karig leefgeld uit. Na die drie jaar wordt de rest van de schulden kwijtgescholden.

Stemmen de schuldeisers niet in met het voorstel, dan kan de gemeente via de rechter het aflossingsvoorstel dwingend opleggen. Behalve tot schuldsanering kan de gemeentelijke bemoeienis ook leiden tot vrijwillige (betaalde) bewindvoering, waarbij een deskundige de financiële administratie overneemt. Voor de kosten daarvan is bijzondere bijstand beschikbaar. Het is booming business, die bewindvoering, en niet alleen in Doetinchem. Tot slot biedt de gemeente hulp bij het budgetteren.

Deze reportage verscheen eerder in de Groene Amsterdammer. Morgenavond volgt deel 2, zaterdag deel 3.

  1. 1

    Sjors, met jouw ooggetuigenverslagen (die van de sociale dienst in Venlo staat nog op mijn netvlies) schets je zo treffend het beeld van de onderkant van onze samenleving. Een plusje voldoet niet om jouw werk te duiden, het zijn heel veel plusjes :) . Dank!

  2. 2

    Er zitten inderdaad een paar dingen scheef op het gebied van incasso, deurwaarders en ook bij de schuldhulpverlening. Kosten worden onnodig hoog gemaakt voor de mensen die weinig te spenderen hebben, het werkt dus allemaal heel erg contraproductief.

    Een oplossing is simpel, incassobureaus verbieden of compleet negeren. Voor een incassobureau is geen wettelijke basis, er is ook geen overeenkomst tussen het slachtoffer en het incassobureau. Totaal negeren werkt het best.