Kijk mannen niet weg uit de kinderopvang

Vorig jaar werd de kinderopvang opgeschrokken door een ernstige zedenzaak. Dat mag er niet toe leiden dat mannen daar niet meer mogen werken. Waarom wordt er toch zo slecht geleerd, bijvoorbeeld van de gehandicaptensector? Een gastbijdrage van Marijke Lammers, senior adviseur huiselijk en seksueel geweld bij MOVISIE.

Het is schrikken als je leest dat er nu in de kinderopvang wordt gesproken over aparte protocollen voor mannen. Over argwaan naar iedere mannelijke medewerker. Over angst dat ouders kinderen weghalen omdat er een man op de groep staat.

Er ontstaat een angstcultuur, met het risico dat preventie bestaat uit regels als: niet meer met een kind alleen, geen arm meer om een kind, niet op de rand van het bed zitten als een kind huilend wakker wordt… Risicomijdend gedrag van het management tot de werkvloer, met alle ongewenste gevolgen van dien. Als je kinderen nabijheid en aanraking onthoudt, is er in feite sprake van een vorm van verwaarlozing. En medewerkers worden hierdoor niet toegerust om op een professionele en veilige manier wel nabij te kunnen zijn.

Mannen weggekeken uit de kinderopvang. Dadelijk ook uit het zwembad, de sport, de kerk, de…? Hoe is het zover kunnen komen? Waarom hebben we zo weinig lering getrokken uit eerdere incidenten?

Met protocollen kun je niet alles onder controle hebben

Toen duidelijk werd dat grensoverschrijdingen en seksueel misbruik binnen de hulp- en zorgverlening vaker voorko­men dan ons lief is, ontstond de vraag naar beleid. De belangrijkste drijfveer van managers bij dit be­leid, lijkt met name het juridisch ingedekt zijn voor inciden­ten en het kunnen voldoen aan de eisen van de Inspec­tie voor de Gezondheidszorg. En zo kan gebeuren dat men opgelucht adem haalt als het beleids­plan en vooral de protocollen er liggen: ‘Zo, dat is duidelijk, dit mag wel en dat mag niet…’

Niet alleen is een dergelijk antwoord gebaseerd op een wel heel naïeve kijk op dadergedrag, maar het is ook een illu­sie om te denken dat je met regels alles onder controle kunt hebben. Alsof hulpverlening, het contact met kinderen en jongeren volledig in protocollen te pakken zou zijn.

Is er naast die protocollen wel voldoende oog voor het feit dat er op dit terrein nogal wat wordt gevraagd van medewerkers? Want hoe doe je dat: ‘professio­nele intimi­teit’? Hoe zie je wat iemand bedoelt, waar hij of zij behoefte aan heeft? Hoe kun je dichtbij komen en laten komen en tegelijkertijd voldoende professionele afstand bewa­ren? Hoe weet je dat in de ene situatie, bij het ene kind iets heel acceptabel kan zijn, terwijl het bij een ander ontoelaatbaar is?

Dat zijn vragen die zich in de dagelijkse omgang met kinderen en jongeren op blijven dringen en die niet met ‘ja’ of ‘nee’ te beant­woorden zijn. Met ‘mag wel en mag niet’ ga je ook voorbij aan grenzen en aan twijfels en onzeker­heden van wer­kers, èn niet in de laatste plaats aan de soms funda­mentele behoef­te van jongeren aan nabij­heid en intimi­teit.

Natuurlijk zijn sommige grenzen haarscherp en moeten dan ook keihard vastlig­gen: erotisch en seksueel contact horen niet thuis in de hulpverle­ning; evenmin als ander misbruik van je machtspositie. Maar een té grote waarde hechten aan regels en protocollen om seksueel misbruik te bestrijden, kan maken dat de werkelijk­heid wordt verhuld, dat er nòg minder wordt gepraat over eigen emoties, dilemma’s en onzekerheden, met het risico dat men elkaar niet meer aanspreekt, dat signalen over het hoofd worden gezien. Bovendien werken gedetailleerde voor­schriften belemme­rend bij het ontwikkelen van inzicht, eigen verant­woorde­lijk­heidsge­voel en gevoeligheid. En strenge verboden leiden makkelijk tot stiekem gedrag.

We kunnen leren van de gehandicaptensector

Wat en hoe dan wel? Ik denk dat we kunnen leren van de gehandicaptensector, die vaker met misbruikzaken te maken heeft gehad. Die sector accepteert in toenemende mate dat misbruik door medewerkers voor kán komen. Dát hun doelgroep ideaal is voor mensen met minder goede bedoelingen. Zij hebben preventief en meldbeleid. Het aantal meldingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg is toegenomen.

Reden tot onrust? Ik denk het niet. Het is goed dat het boven tafel komt. Maar bovenal beseffen organisaties uit die sector dat ze het nooit voor 100 procent kunnen voorkomen. Ze investeren in het voeren van een gedragscode (voor iedereen en niet een specifieke voor mannen!), in de bespreekbaarheid van zaken als beroepshouding, afstand en nabijheid, grenzen in het contact met cliënten. Ze weten ook dat je cliënten heel goed kunt bevragen of ze zich veilig voelen in de instelling.

Managers in de kinderopvang en elders waar met kinderen wordt gewerkt, kunnen in woord en gedrag een voorbeeldfunctie vervullen en een klimaat creëren voor een goede omgang met kinderen. Leer het personeel hoe ze professioneel om kunnen gaan met nabijheid én hoe ze signalen van mogelijk misbruik kunnen herkennen. Zorg dat je als manager weet hoe je een preventief beleid kunt voeren en mogelijke risico’s kunt verminderen. Zorg dat je weet hebt van plegerstrategieën en dat je weet hoe te handelen bij mogelijke signalen. Laat je als manager daarbij niet leiden door incidenten, maar voer proactief beleid.

Hoezo mannen weg uit de kinderopvang? Ken de realiteit en zorg voor een goed veiligheidsbeleid.

Marijke Lammers is senior adviseur huiselijk en seksueel geweld bij MOVISIE.