Hoger onderwijs moet beter

Anders is dit de toekomst van de collegezalen (Foto: Flickr/Qtea)

Eergisteren kwam een commissie Hoger Onderwijs, ingesteld door de recentelijk afgetreden minister Plasterk en geleid door oud-minister Veerman, met haar rapport naar buiten. In haar zeer kritische analyse komt de commissie tot de conclusie dat alle zeilen bij moeten worden gezet om het onderwijs te verbeteren. Het rapport werd juichend ontvangen door de sector zelf. Dat is niet zo vreemd, want Veerman pleit voor het verhogen van de investeringen – een zegen in tijden van enorme bezuinigingen.

De voortekenen zijn echter niet gunstig. In de grote bezuinigingen van de jaren ’80 werd het onderwijs hard getroffen. Deze documentaire van Andere Tijden laat zien hoe gehaat toenmalig minister Deetman om die reden was. Aan de andere kant zou het met het opleidingsniveau van Nederlanders toch goed gesteld zijn. Dat is geen reden om tevreden achterover te leunen. Immers heb je niks aan een hoog opgeleide bevolking zonder een goede werkgelegenheid. Om die op gang te houden zijn investeringen in kennisinstellingen nodig. En in de afgelopen gunstige economische jaren beloofde het kabinet die investeringen, om die vervolgens net zo makkelijk achterwege te laten.

Bezuinigen of niet – dat is het dilemma. De reden om niet te bezuinigen maar juist te investeren is dat Nederland een zogenaamde ‘kenniseconomie’ zou zijn. Daar valt niet zo makkelijk inzicht in te krijgen, maar feit is wel dat Nederland een zeer indrukwekkende lijst van R&D centra van grote internationale bedrijven heeft (zoals Philips, Akzo Nobel en Unilever) en een hoog aantal patenten binnen weet te halen. Ook relatief veel Europese hoofdkantoren van internationale bedrijven staan in Nederland, en een goed opgeleide bevolking is onderdeel van het goede vestigingsklimaat. Nederland heeft dus wel een traditie in R&D en hoogwaardige dienstverlening. Maar los van hoe groot of klein de kenniseconomie nu eigenlijk is, belangrijk is dat er steeds meer werk in deze ‘sector’ naar Nederland toe valt te halen. Dat lieten ICT-tijgers als Ierland en Finland in het verleden al zien. De toekomst van Nederland ligt niet in arbeidsintensieve industrie, omdat lage lonen landen ons wegconcurreren.

In dat licht is het zeer zorgelijk te noemen dat Nederland langzaam maar zeker wegzakt betreft investeringen in onderwijs en R&D. De roep om investeringen lijkt dus gerechtvaardigd. Maar nogmaals, de tekenen zijn niet gunstig. De politiek heeft alle eerdere rapporten met alarmerende conclusies over de Nederlandse kenniseconomie immers altijd instemmend ontvangen, om ze even snel weer in een bureaula te laten verdwijnen.

Reacties zijn uitgeschakeld