Het recht op dissidentie

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Jan-Jaap van Peperstraten over Burke en het recht op dissidentie van bevolkingsvertegenwoordigers.

Edmund Burke (Wikimedia Commons)

Na de gebeurtenissen van de ‘Slag bij Arnhem’ op het CDA congres is het pleit gewonnen door het ‘voor’ kamp. Met een goede twee-derde meerderheid verwierp het congres de resoluties die de gedoogconstructie ontraadden. Zijn de twee ‘dissidenten’ Ad Koppejan en Kathleen Ferrier nu moreel of anderszins verplicht zich over hun gewetensbezwaren heen te zetten en alsnog akkoord te gaan met het regeerakkoord?

Met Edmund Burke (18e-eeuwse Anglo-Ierse staatsman en conservatief denker) in de hand denk ik van niet. Ik baseer mezelf op twee passages uit verschillende geschriften van zijn hand die m.i. illustreren wat het betekent om een politiek vertegenwoordiger te zijn en wat het betekent om in vrijheid een keuze of een afweging te maken.

De eerste passage komt uit een redevoering die Burke, zelf parlementariër, hield voor de kiezers van het kiesdistrict Bristol. Burke was een eigengereid politicus en nam vaker besluiten waar de soms wat opgewonden achterban niet altijd mee akkoord was. Burke verdedigde echter zijn eigen rol als onafhankelijke vertegenwoordiger met de volgende woorden (uit zijn Speech to the Electors at Bristol at the Conclusion of the Poll , 1780):

” […] it ought to be the happiness and glory of a representative to live in the strictest union, the closest correspondence, and the most unreserved communication with his constituents. Their wishes ought to have great weight with him; their opinion, high respect; their business, unremitted attention. It is his duty to sacrifice his repose, his pleasures, his satisfactions, to theirs; and above all, ever, and in all cases, to prefer their interest to his own. But his unbiased opinion, his mature judgment, his enlightened conscience, he ought not to sacrifice to you, to any man, or to any set of men living. These he does not derive from your pleasure; no, nor from the law and the constitution. They are a trust from Providence, for the abuse of which he is deeply answerable. Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion.

De vertegenwoordiger staat dus in een unieke rol jegens de kiezer. De vertegenwoordiger moet staan voor de kiezer, moet diens belangen, wensen en opvattingen serieus nemen en waar mogelijk die in wetgeving en beleid trachten om te zetten. Maar een vertegenwoordiger is geen verlengstuk van de wil van de kiezer, waar de kiezer iets wil wat de vertegenwoordiger naar eer en geweten niet kan uitvoeren moet hij niet opstappen maar juist gaan staan voor dát gene wat juist en rechtvaardig is. De wens van de kiezer weegt zwaar, maar nog zwaarwegender moeten de unbiased opinion, mature judgement en enlightened conscience van het kamerlid zijn.

Nu is het zo dat gisteren er ook weer een uitspraak is geweest, zij het van een ander soort electoraat: het CDA in vergadering bijeen te Arnhem. Vele leden zijn aan het woord geweest, er werd, door beide zijden, onzin en wijsheid gesproken en uiteindelijk werd na vijven het pleit beslecht: Met 68 tegen 32 procent van de stemmen schaarde het congres zich achter het partijbestuur en regeerakkoord.

Men put zich nu uit in heilloze semantische babbelspelletjes of 68 procent nu wel of niet ‘veel’ is, of 32 procent ‘weinig’. Dat is niet de vraag. De vraag is of deze uitslag gewetensbezwaren ten enen male opheft, en dat is en kan niet het geval zijn. Geen enkele uitslag had namelijk de persoonlijke afweging die élk kamerlid dient te maken kunnen opheffen. Om een uitspraak van minister Donner er bij te nemen (en om te draaien!): als een meerderheid van de Nederlandse bevolking de sharia wenst in te voeren dan heeft het kamerlid geen enkele verplichting om daaraan mee te werken!

Onze vertegenwoordigers horen dus, aldus de oudste en meest eerbiedwaardige van de conservatieve denkers uit de moderne tijd, in vrijheid hun afwegingen te maken. Vrijheid moet hier begrepen worden in klassieke en helleense zin: hij is slechts vrij die zichzelf beheersen kan. In deze is een andere passage van Burke relevant (uit zijn Letter to a Member of the National Assembly in Answer to Some Objections to His Book on French Affairs, 1791):

Men are qualified for civil liberty in exact proportion to their disposition to put moral chains upon their own appetites; in proportion as their love of justice is above their rapacity; in proportion as their soundness and sobriety of understanding is above their vanity and presumption; in proportion as they are more disposed to listen to the counsels of the wise and good, in preference to the flattery of knaves. Society cannot exist unless a controlling power upon will and appetite be placed somwhere, and the less of it there is within, there must be without. It is ordained in the eternal constitution of things, that men of intemperate minds cannot be free. Their passions forge their fetters.

Vrij is degene die zijn eigen passies en verlangens kan beheersen, iemand die zijn principes niet verkoopt voor een bordje linzen of een staatssecretariaat, iemand wiens gezond verstand het wint van zijn ijdelheid en iemand die kan luisteren naar de raadgevingen van mensen die hun sporen verdiend hebben. Niemand kan beweren dat Ab Klink, Jan Schinkelshoek, Ernst Hirsch Ballin, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier worden gemotiveerd door ongezonde passies of brute ambitie. En wat zijn de congresbijdragen van oud-premier Piet de Jong en Hannie van Leeuwen anders dan ‘the counsels of the wise and good’? (Over van Agt heb ik het maar niet, zijn ‘soundness and sobriety of understanding’ is al langer een onderwerp van discussie)

Niets dus, in de eenvoudige uitslag van de stemmingen over de resoluties, verplicht Ad Koppejan, Kathleen Ferrier en de resterende 19 CDA kamerleden hun eigen geweten aan de kant te zetten. Ad Koppejan heeft al gezegd dat hij geen dissident is, maar een christendemocraat en daar zit een grote waarheid in. Waar ‘ontrouw’ wordt bevroed tegen deze of gene wereldlijke macht zien we onder de oppervlakte een grotere trouw aan een dieper principe terug. Bij deze geef ik ze een steuntje in de rug, want ondanks het gebral van vele soi-disant conservatieven denk ik dat de ‘dissidenten’ meer opereren in de geest van de conservatief Burke dan hun wederstrevers doen.

Ik wens dus de hele CDA kamerfractie, maar vooral Ad Koppejan en Kathleen Ferrier veel zegen, kracht en wijsheid toe de komende dagen; en juist kracht en wijsheid – want die lijken de laatste maanden in de Nederlandse politiek zoek te zijn.

  1. 2

    “Niemand kan beweren dat Ab Klink, Jan Schinkelshoek, Ernst Hirsch Ballin, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier worden gemotiveerd door ongezonde passies of brute ambitie.”
    In dit rijtje is Ab Klink beslist misplaatst, hijzelf heeft gezegd dat zijn bezwaren vooral de door hem verwachte negatieve gevolgen voor het CDA betroffen. Dit is geheel in lijn met eerdere uitspraken van Klink, gewetensbezwaren en ethische overwegingen spelen bij deze man geen enkele rol; de partij, daar gaat ’t om.

  2. 3

    @1: waarom niet?
    @2: ik begreep dat hij eerder meer van het geweten was, later heeft ie de partij misschien ook aangevoerd om de druk op hemzelf te verminderen?

  3. 4

    @1: Ik begrijp dat Burke als conservatieve denker niet automatisch als een autoriteit gezien wordt.
    Maar het feit dat het CDA als nogal conservatieve partij een lesje kan leren van een vooraanstaand denker uit het eigen kamp, maakt het zeer relevant.

    Als Jan-Jaap hier de mening van een liberaal of socialistisch denker had opgevoerd om het CDA de oren te wassen, dan was het een gevalletje WC-eend geweest.

  4. 6

    @Lenin

    Er zijn meerdere tradities van conservatief denken, maar zeker de angelsaksisch georienteerden zijn nogal weg van Burke. Laat nou het denken van Burke zich slecht verdragen met Rousseauaans gebrul over “de” wil van “het” volk waaraan alles onderworpen dient te worden.

  5. 7

    Maar een vertegenwoordiger is geen verlengstuk van de wil van de kiezer………
    ……….omdat ‘de kiezer’ niet bestaat. Gekozen vertegenwoordigers hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. Ik kies daarvoor iemand die ik verstandig genoeg vind, vertrouw en van wie ik weet dat hij of zij mijn gedachtegoed deelt. Maar ik kan niet verwachten dat mijn vertegenwoordiger een slaaf wordt van mijn wensen. Of van wie dan ook. Helaas is deze verwachting bij veel kiezers levend. Dat leidt tot frustraties over de politiek. Politici zouden er meer werk van moeten maken om hun eigen verantwoordelijkheid te benadrukken en uit te leggen hoe politiek werkt in plaats van op de golven van de hype mensen naar de mond te praten. Zoals Burke. In dit geval mogen we zo’n conservatief best citeren. Goed stuk.