dossier

Israël/Palestina conflict

Alle artikelen die de afgelopen jaren op Sargasso verschenen zijn en betrekking hebben op het Israël-Palestina conflict.


Foto: Enric Borràs (cc)

De Palestijn: de indringer die er altijd al was

De Israëlische claim op Palestina wordt in het westen vaak gepresenteerd als een kwestie van herstel, een terugkeer naar een land dat ooit van “hen” was, na een lange en gewelddadige onderbreking. Dat frame suggereert automatisch dat het land in de periode na het gedwongen vertrek grotendeels leeg stond, of dat de bevolking die er woonde er eigenlijk niet thuishoorde. Die aanname is feitelijk onjuist.

Want wat er gebeurde na de Romeinse onderdrukking van de Joodse opstanden was deportatie, maar geen volledige ontvolking. Een groot deel van de bevolking bleef in het gebied achter. In de eeuwen daarna veranderde de religieuze identiteit van de achterblijvers, eerst richting christendom, later richting islam. De lijn van bewoning werd niet verbroken; zij veranderde van vorm. Bovendien was er op dat moment geen staat Israël die werd ontmanteld. De politieke entiteiten die er in de oudheid hadden bestaan waren relatief kortstondig en ingebed in een lange geschiedenis van wisselende rijken en overheersers.

Palestijnen zijn dan ook geen volk dat ergens vandaan is gekomen om zich later in Palestina te vestigen, in de achtergelaten huizen van de verdreven Joden. Zij zijn, in overwegende mate, afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van het gebied en hebben er continu gewoond. Dat hun identiteit over de eeuwen veranderde, maakt hun aanwezigheid niet minder reëel en hun claim niet minder geldig.

Foto: Enric Borràs (cc)

Satellietfoto’s

COLUMN - Kijkt u eens naar onderstaande twee satellietfoto’s, met dank aan Google Earth.


Het is winter, 16 december 2019 om precies te zijn, en de mensen die in dit deel van onze planeet wonen (boven: N 31.546518 E 34.548088; onder: N 31.542875 E 34.486812), wonen te midden van behoorlijk wat groen. Tuinen waarschijnlijk, zelfs op de onderste satellietfoto – midden in een stad -beslaan ze behoorlijk wat oppervlak. En ondanks dat het winter is, oogt het allemaal behoorlijk groen. Wat wil je ook. Op 31 graden noorderbreedte zit je in de subtropen.

Op 17 augustus 2023 is dat niet heel erg veranderd. Eigenlijk is alleen de kwaliteit van de satelliet camera’s wat verbeterd.


U kunt op deze foto’s de rijen bomen, die soms op de foto’s van vier jaar daarvoor ook zichtbaar zijn, veel beter zien. Dit zijn niet zomaar tuinen, het zijn boomgaarden en akkers, zelfs in de stad.

Drie maanden later, op 24 november 2023 is op beide plekken de situatie volledig veranderd. Alle groen is verdwenen, en dat ligt niet aan het feit dat het winter is, dat had u in december 2019 al gezien.


Wat u daar ziet zijn tanktracks, op elke vierkante centimeter tussen de bebouwing heeft de rupsband van een tank gereden. Dit zijn twee plekken in Gaza, 48 dagen later. En wat u hier ziet, kunt u op Google Earth op meer plekken in Gaza zien. Een strook van 7 kilometer lang langs de kust bijvoorbeeld, vanaf de bestandslijn uit 1947 naar het zuiden, van ongeveer 600 tot 1500 m breed is op de schop gegaan. Niet alleen is alle groen er verdwenen, alle ruimte tussen de huizen, ook waar geen groen was, bestaat uit uitsluitend tanktracks van iets meer dan drie meter breed.

Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Foto: April Pethybridge on Unsplash

Bondi Beach als alibi

Na de verschrikkelijke aanslag in Sydney voltrok zich een bekend patroon. Rouw, solidariteit, scherpe woorden over veiligheid. Terecht ook. Geweld tegen Joodse instellingen en individuen is geen abstract probleem maar een concrete dreiging, en wie dat bagatelliseert is moreel failliet. Maar vrijwel onmiddellijk gebeurde er ook iets anders, inmiddels bijna even bekend. De aanslagen werden niet alleen veroordeeld, ze werden ingezet. Als bewijsstuk in een breder betoog over Israël, over kritiek daarop, en over wie er volgens sommigen schuld draagt aan de onveiligheid van Joden wereldwijd.

De logica was eenvoudig en werd door lokale Joodse leiders, waaronder rabbijnen in Sydney, publiek uitgesproken. Kritiek op Israël voedt antisemitisme en protesten tegen de oorlog in Gaza creëren een klimaat waarin aanslagen als die in Sydney mogelijk worden. Wie Israël bekritiseert, zo luidde de impliciete boodschap, draagt indirect verantwoordelijkheid voor geweld tegen Joden elders. Dezelfde rabbijnen die deze kritiek uitten steunen tegelijk openlijk wat Israël in Gaza en op de Westoever doet.

De eenrichtingsdefinitie van gevaar
Opvallend is wat in deze redenering als gevaarlijk wordt gezien en wat niet. Kritiek op Israël zou Joden in gevaar brengen. Openlijke steun aan Israël, ook wanneer die steun onvoorwaardelijk is en expliciet wordt gegeven terwijl dat land massaal Palestijnse burgers doodt, hele steden vernietigt en humanitaire hulp blokkeert, zou dat niet doen.

Foto: Remy Gieling on Unsplash

Het Concertgebouw en de middenweg waar niemand om vroeg

De afgelopen weken liep de spanning rond het geplande Chanukah-concert in het Concertgebouw verder op. De aangekondigde aanwezigheid van een cantor die verbonden is aan het Israëlische leger veroorzaakte protesten, bezwaren en een groeiende druk op de instelling om eindelijk kleur te bekennen. Het Concertgebouw laveerde zichtbaar. Eerst mocht de man komen, daarna werd het afgeblazen, vervolgens werd er weer geschoven met de programmering. Tegelijkertijd nam de druk toe vanuit Israël en de organisaties die nooit verlegen zitten om een telefoontje richting bestuur of directie. Uiteindelijk verscheen er een gezamenlijke verklaring waarin het Concertgebouw “nog steeds” stelt dat een vertegenwoordiger van een leger dat een genocide pleegt niet op het podium kan staan. Het compromis dat geen compromis is, kwam er toch: hij mag wél optreden, maar dan in besloten kring. Met andere woorden, het conflict is formeel opgelost, maar vooral op een manier waar de Israël-lobby geen moment wakker van ligt.

De verklaring van het Concertgebouw en de Stichting Chanukah Concert probeert een explosieve kwestie te presenteren als een kwestie van both sides. Niet de vraag of een vertegenwoordiger van een strijdkracht midden in een genocide geprogrammeerd moet worden wordt dan centraal, maar hoe je een evenement organiseert in tijden van “extreme polarisatie”. Daarmee verschuift het gesprek van inhoud naar toon, van verantwoordelijkheid naar sfeerbeheer. Het is de taal van instellingen die hopen dat iedereen ophoudt met lastige vragen. Geen woord over machtsverhoudingen. Geen woord over geweld dat niet om nuance vraagt maar om ruggengraat.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Israëls geheime wapen: taal

De genocide in Gaza gaat gewoon door, ondanks dat er een ‘wapenstilstand’ is. Israël blijft aanvallen, maar met een verschil: de aanvallen heten nu volgens Israël ‘antiterreuroperaties’. Een manier van praten die maar al te gemakkelijk wordt overgenomen door westerse media.  Zo wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk hoe ook taal een wapen is in het conflict, en dat dat wapen vaak in één richting schiet. Want als Palestijnen weerstand bieden tegen zo’n operatie heet dat ‘een inbreuk op het bestand’ en gebruikt Israël het als excuus om te reageren met bombardementen, sorry, nieuwe ‘antiterreuroperaties’ op totaal ongerelateerde doelen waarbij honderden mensen omkomen, en waarschuwt dat ‘verdere inbreuken niet worden getolereerd’.

Dit is niet nieuw, wie het nieuws volgt, ziet het al langer. Bijvoorbeeld bij een kop als: “Israëlische gijzelaars vrijgelaten, Palestijnse gevangenen uitgewisseld.” Dat lijkt neutraal, maar dat is het niet.

Een gijzelaar is iemand die onschuldig vastzit, iemand die onterecht wordt vastgehouden door barbaren. Een gevangene daarentegen, dat is iemand die  ‘iets’ heeft gedaan. Een verdachte, een misdadiger, of minstens iemand die door een rechter is veroordeeld. Maar de Palestijnse gevangenen waar hier over gesproken wordt, zijn in veel gevallen nooit aangeklaagd, laat staan berecht. Kinderen van dertien, jongeren die een spandoek vasthielden, vrouwen die bij een checkpoint werden opgepakt omdat ze de verkeerde achternaam hadden. Toch noemt het journaal hen gevangenen, alsof het allemaal keurig volgens het recht is verlopen.

Foto: Trump White House Archived (cc)

Gaza: Op naar een genocide in slow motion

Het zogenaamde vredesplan voor Gaza wordt door velen gepresenteerd als een “kans op rust” of “het begin van een nieuw tijdperk van stabiliteit”. In werkelijkheid is het niets anders dan een dictaat, een document opgesteld door de bezetter en zijn bondgenoten, zonder de stem van de Palestijnen zelf. Achter de diplomatieke taal van “veiligheid”, “heropbouw” en “staakt-het-vuren” schuilt een harde realiteit: dit plan legt  het fundament voor een nóg grotere onderwerping van het Palestijnse volk.

Onder het mom van vrede wordt Gaza omgevormd tot een gecontroleerde openluchtgevangenis. Dat was het al, maar hiermee wordt het ook officieel: Israël behoudt feitelijke controle over grenzen, veiligheid, hulp en nu ook bestuur. Palestijnse soevereiniteit, ooit een kernbelofte van het vredesproces, verdwijnt volledig uit zicht. De Palestijnen krijgen geen staat, geen recht op zelfbeschikking, geen vrijheid. Wat ze krijgen, is een leven onder toezicht, afhankelijk van de willekeur van hun onderdrukker.

Ondertussen blijven Israëlische oorlogsmisdaden onbestraft. De verwoesting van ziekenhuizen, scholen en vluchtelingenkampen wordt weggemoffeld onder de noemer van “zelfverdediging”. Geen enkele Israëlische leider hoeft rekenschap af te leggen voor het doden van tienduizenden burgers of het gebruik van uithongeringsstrategieën als oorlogswapen. Straffeloosheid wordt opnieuw de norm, en dat is precies wat dit plan bevestigt: er is vrede voor de daders, maar geen recht voor de slachtoffers.

Foto: Mark Vletter (cc)

De premier die op de verkeerde plek was

Er zijn momenten waarop symboliek meer zegt dan duizend regeringsverklaringen. ‘Premier van alle Nederlanders’ Dick Schoof zat zondag in Amsterdam, bij de herdenking van de 7-oktoberaanslag van Hamas. Op hetzelfde moment dat op een paar honderd meter meer dan een kwart miljoen mensen demonstreerden tegen de genocide die Israël sindsdien in Gaza heeft aangericht, met deze gebeurtenis als rechtvaardiging.

Het was niet zo maar een herdenking. Hij zat in het publiek in een zaal waar de vlag van genocide-Israël gebroederlijk naast die van Nederland hing, terwijl de Israëlische ambassadeur het woord voerde. Niet met een boodschap van vrede, maar met een propagandapraatje dat de aanval van Hamas gebruikte als vrijbrief voor twee jaar van moord en vernietiging. Hij koppelde opnieuw de Holocaust en het jodendom aan de staat Israël, met de impliciete boodschap dat kritiek op Israël automatisch antisemitisme is. En de premier luisterde beleefd, als een man die niet wist dat stilte in zo’n context instemming betekent. Terwijl buiten Nederlanders van alle achtergronden en leeftijden riepen om een einde aan het bloedvergieten, zat de premier binnen in een zorgvuldig geregisseerde herdenking die elke verwijzing naar Palestijns leed bewust vermeed.

Schoof, oud-topman van de veiligheidsdiensten, weet beter dan wie ook hoe macht en framing werken. Hij weet dat als hij daar zit hij zegt dat Nederland solidair is met Israël, en dat dat geen diplomatieke formaliteit is maar een politiek signaal. Hij weet dat wie blijft zitten terwijl propaganda wordt uitgesproken, meepraat zonder woorden.

Foto: "Anti-Semitism" by quinn.anya is licensed under CC BY-SA 2.0

De IHRA-definitie van antisemitisme, de last van herinnering en de definitie van kritiek

Er is een soort historische ballast die in Europa generatieslang is meegegeven. Wie hier opgroeit, krijgt de Holocaust niet als een hoofdstuk in een geschiedenisboek, maar als een erfenis die in je vezels kruipt. Het besef dat wij medeverantwoordelijk zijn voor een van de grootste georganiseerde genocides in de moderne tijd, laat zich niet van je afschudden. En terecht. Tegelijkertijd is Israël sinds de oprichting in 1948 aan ons verkocht als de uitzondering in de regio, de enige plek in het Midden-Oosten waar parlementen functioneren, kranten tegenspraak bieden en waar verkiezingen tenminste nog iets betekenen. Het is een frame dat blijft hangen, ook bij wie beter weet.

De IHRA-definitie van antisemitisme speelt hier handig op in. Whataboutism is een van de basisbeginselen: als je kritiek hebt op Israël, maar niet of minder op andere vergelijkbare landen die dingen doen, ben je een antisemiet. Ze schuift kritiek op Israël en haar beleid by design gevaarlijk dicht richting antisemitisme, alsof wie vraagtekens zet bij bezetting, apartheid of etnische hiërarchie automatisch het oude continentale gif van Jodenhaat in zich draagt, als men tegelijk niet even hard ageert tegen vergelijkbare zaken elders. Dat is een vals frame. Juist omdat wij Europeanen weten waartoe antisemitisme kan leiden, juist omdat we de Holocaust in onze morele rugzak meedragen, moeten we scherp kunnen onderscheiden: antisemitisme is een haat tegen Joden als mensen, Israël-kritiek is een oordeel over een staat die macht uitoefent. En juist omdat we weten hoe een rechtsstatelijke democratie behoort te werken en Israël die twee woorden claimt mogen we daar kritiek op hebben. En juist ook omdat we die staat mede mogelijk hebben gemaakt.

Foto: Taylor Brandon on Unsplash

Israël: het verplichte geloofsartikel

In bijna elk debat over Israël en de genocide die het pleegt komt vroeg of laat – meestal vroeg – die ene vraag: “Vind je dat Israël mag bestaan?” Het is een soort toegangsticket. Als je niet braaf ja zegt, hoef je verder niets meer te zeggen. In westerse media, parlementen of praatprogramma’s ben je meteen af. Je wordt weggezet als extremist of antisemiet. De discussie is dood voordat hij begonnen is.

Maar het is een bizarre vraag. Israël bestaat namelijk al. Het land heeft kernwapens, een van de machtigste legers ter wereld en een hecht netwerk van internationale steun. Er is geen enkele denkbare situatie waarin Israël van de kaart geveegd zou kunnen worden, waar veel interviewers zich zorgen om lijken te maken. Zelfs als elke Palestijn, elke Iraniër en elke activist ter wereld het zou willen, is het praktisch onmogelijk. Het land is dé regionale supermacht. De vraag of Israël mag bestaan is daarom niet meer dan een retorische valstrik: wie hem ontkent, diskwalificeert zichzelf. Tegelijk: wie hem bevestigt, accepteert impliciet de status quo.

Want de werkelijke vraag is niet of Israël mag bestaan, maar hoe het mag bestaan. Israël is opgericht zonder rekening te houden met de mensen die er al woonden. Het verdrijven van Palestijnen was geen bijeffect, het was een voorwaarde voor de oprichting van ‘de joodse staat’, zoals het zich sinds een aantal jaar officieel noemt. Vanaf die oprichting is dat patroon niet veranderd: annexatie, nederzettingen, militaire overheersing en een systeem dat niet anders dan apartheid genoemd kan worden.

Foto: tacowitte (cc)

Tweestatenoplossing? Wélke tweestatenoplossing?

In New York applaudisseerden diplomaten vorige week voor de “New York Declaration on the two-State solution”. De secretaris-generaal van de VN omschreef het als volgt: “De kernvraag voor vrede in het Midden-Oosten is de uitvoering van de tweestatenoplossing, waarbij twee onafhankelijke, soevereine en democratische staten – Israël en Palestina – naast elkaar leven in vrede en veiligheid”. Een glas, een plas en iedereen veinsde dat er iets substantieels was gebeurd. De raad bevestigde nog maar eens haar toewijding, maar vierde vooral de kunst van het wegkijken.

Het ritueel van zelfbedrog

De VN doet al decennia hetzelfde toneelstuk. Iedere zoveel jaar is er een verklaring. De tweestatenoplossing wordt plechtig bevestigd, alsof een dode patiënt nog steeds gereanimeerd kan worden door nog een keer de handen op de borst te drukken. Ministers in Den Haag roepen dat vrede op basis van dit plan “het enige alternatief” is, alsof er nog iets te kiezen valt.

De realiteit ligt intussen buiten de zaal: de Westoever is versnipperd tot enclaves waar Baarle een puntje aan kan zuigen, Oost-Jeruzalem is opgeslokt, Gaza is een belegerde ruïne. Maar laat dat het ritueel in New York niet bederven.

Wij zijn de morele boekhouders

Europa speelt graag de rol van keurige boekhouder van het internationaal recht. We hebben tribunalen in Den Haag, we hebben mooie toespraken over mensenrechten. Maar wanneer Israël nederzettingen uitbreidt of burgers bombardeert, blijft het bij bezorgde verklaringen. Weinig tot geen sancties, geen stop op wapenhandel, geen diplomatieke consequenties.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Het failliet van het CIDI

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël, beter bekend als het CIDI, werd ooit gezien als serieuze speler in de strijd tegen antisemitisme. Een organisatie die cijfers bijhield, rapporten uitbracht en de politiek van broodnodige data voorzag. In een land waar antisemitisme nog altijd gestaag rondsluimert, was dat geen overbodige luxe. Maar die rol is intussen uitgehold tot een klucht. Achter de schijn van waakzaamheid gaat steeds vaker iets anders schuil, namelijk de schaamteloze verheerlijking van Israëlisch geweld.

“IDF imponeert opnieuw”

Op de website van CIDI verscheen recent een lofzang op het Israëlische leger met de titel “IDF imponeert opnieuw”. Daar staat het dan, zonder schaamte: een leger dat systematisch Palestijnse burgers bombardeert en een genocide pleegt, wordt gepresenteerd als indrukwekkend. Alsof het een sportwedstrijd betreft en niet de vernietiging van huizen, ziekenhuizen en levens. De framing is niet kritisch, niet analyserend, maar jubelend. Propaganda, verpakt als verslag.

Een organisatie die pretendeert antisemitisme te registreren en aan te pakken, kan niet tegelijkertijd het PR-bureau van een genocidaal bezettingsleger spelen. Wie slachtoffers van antisemitisme verdedigt en de daden van een leger goedpraat, maakt zichzelf ongeloofwaardig.

De hypocrisie in vol ornaat

CIDI beroept zich graag op de noodzaak antisemitisme te bestrijden. Dat is terecht. Maar ondertussen gebruikt het de fel bekritiseerde IHRA-definitie van antisemitisme om vrijwel elke stevige kritiek op Israël in de verdachtenbank te plaatsen. Het resultaat? Palestijnse stemmen worden verdacht gemaakt, activisten worden gecriminaliseerd, en het publieke debat wordt gemanipuleerd. Het werpt de vraag op: in hoeverre zijn de cijfers van het CIDI betrouwbaar? In hoeverre wordt de antisemitismemonitor een instrument om tegenstanders van de staat Israël monddood te maken?

Volgende