Decentralisatie in reces of in impasse?

Waar het kabinet tijdens het reces zich ook eens op mag bezinnen, is hoe het nu verder moet met decentralisatieplannen. De overheveling van taken naar gemeenten, provincies en waterschappen lijkt in een impasse geraakt te zijn, na de botsing tussen gemeenten en Rijk begin juni. Een meerderheid der gemeenten stemde slechts in met een gedeeltelijk Bestuursakkoord. Bij monde van minister Donner verklaarde het kabinet dat er dan helemaal geen akkoord was.
De gemeenten gingen niet akkoord met de sociale paragraaf, waarin hun toekomstige taken op gebied van de sociale werkvoorziening, reïntegratie en de wet Werken naar Vermogen waren geregeld. Het grote bezwaar was dat het Rijk wel de taken overhevelde, maar niet het benodigde geld.

Zo groot als de heisa was bij de gemeenten, zo rustig lijkt het bij de provincies. Zeven provincies hebben ingestemd met de ondertekening van het akkoord. Vijf zijn echter tegen. Hoe kan het dat de verhoudingen hier anders liggen dan bij de gemeenten?
Dat heeft vooral te maken met hoe afspraken over sommige onderdelen binnen het akkoord zijn vastgelegd. Bij de gemeentelijke afspraken was het voor elk onderdeel slikken of stikken. Bij de provincies waren een paar deelakkoorden nog niet uitonderhandeld, toen in februari het de handtekeningen van de diverse partners werden gezet.

Zo is in februari afgesproken dat er pas op 15 juni overeenstemming bereikt zou moeten worden over een nader uitgewerkt deelakkoord voor natuur en landelijk gebied (paragraaf 6.4.3. in het Bestuursakkoord – pdf). Die overeenstemming is er nu niet, omdat de gemeenten roet in het eten hebben gegooid. Het hele Bestuursakkoord staat op losse schroeven en de verdere voorbereidingen liggen stil. Reden voor de provincie Zeeland, aanvankelijk voorstander van het akkoord, nu nog geen definitief besluit te nemen en eerst de ontwikkelingen af te wachten van nader overleg tussen de overheden (brief 22 juni Gedeputeerde Staten Zeeland – pdf).
Het IPO en de UvW (de koepels voor de provincies en waterschappen) hebben het Rijk opgeroepen tot nader overleg. Tot op heden is het daar nog niet van gekomen.

Uit de bezwaren van de tegenstanders blijkt ook bij hen weerzin tegen overheveling van taken, zonder voldoende budget. De provincies Flevoland en Noord-Holland zien teveel financiële onduidelijkheden en vrezen op te draaien voor de tekorten van het Rijk. Zo moeten de in de jaren 2011 tot en met 2013 € 600 miljoen bijdragen aan het groen zoals de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur. Er is geen duidelijkheid of de provincies na 2013 de gevolgen moeten dragen van de bezuinigingen van de Rijksoverheid op Staatsbosbeheer en de Dienst Landelijk Gebied (zie bericht van provincie Flevoland van 21 april). De provincie Friesland sluit zich daar bij aan en uit ook bezwaren tegen de financieel belabberde overdracht van jeugdzorgtaken.
Opvallend is overigens dat alleen Friesland, Groningen, Drenthe, Flevoland en Noord-Holland tegen het akkoord zijn. Noordelijk Nederland denkt blijkbaar het meest benadeeld te worden door de decentralisatie.

Zoals er onenigheid was tussen de gemeenten over het Bestuursakkoord, zo is die er nu ook onder de provincies, die het bovendien niet met elkaar eens konden worden over  de herverdeling van gelden uit het provinciefonds. De provincies krijgen de komende jaren 600 miljoen euro minder. Ze mochten zelf de onderlinge verdeling van de korting bepalen. Daar kwamen ze niet uit, dus heeft minister Donner maar een verdeling bedacht en dat is lang niet naar ieders zin. Limburg en Gelderland voelen zich ernstig tekort gedaan. Flevoland krijgt weliswaar 8 miljoen extra, maar zegt recht te hebben op 108 miljoen.

Natuurlijk valt de onderlinge onenigheid tussen lagere overheden niet het kabinet te verwijten. Het blijft immers een raadsel waarom VNG en IPO in februari akkoord gingen en er nu achter moeten komen dat hun leden er toch wat anders over denken. Toch lijkt het me niet verstandig dat het kabinet de al te strenge schoolmeester uithangt. De rigide consequentheid kan al gauw als arrogantie worden ervaren en dat kan alleen maar meer tegenstanders opleveren, zoals bij de gemeenten het geval was.
De vraag is dan wat er van de decentralisatieambitie nog terecht komt. Het kabinet wil dit prachtige land teruggeven aan de burgers. De lokale overheden staan het dichtst bij die burgers, zo stelt het kabinet zelf. Met een onverzettelijke houding kan het kabinet haar eigen voortvarendheid in de weg zitten.
Voorlopig zit de decentralisatie, ook bij de provincies, niet alleen in reces, maar in een impasse.

  1. 1

    Misschien kan een onderzoekje naar de politieke kleur van IPO-bestuurders en (onderhandelende) provinciebestuurders wat verklaren?

  2. 2

    Voor het IPO was Jan Franssen (VVD)de onderhandelaar. Althans degenen die de handtekening zette. Verder bestaat het IPO-bestuur uit 4 VVD’ers, 4 PvdA’ers, 2 CDA’ers en 1 SGP’er. Voor Limburg is de afvaardiging in het bestuur bij mij niet bekend.

    Het zegt nog niet veel. Bij de botsing tussen gemeenten en kabinet, waren ook tegenstanders te vinden die van VVD en CDA waren.
    Van de tegenstemmende provincies zit een VVD-gedeputeerde in het IPO-bestuur (provincie Drenthe).

    Heb jij informatie die wat meer zegt. Lisette?

  3. 3

    Ik vind de term decentralisatie hier toch wat misleidend. Er worden misschien wat taken overgeheveld, maar dat betreft alleen maar taken die geld kosten. Echte decentralisatie gaat ook gepaard met decentralisatie van de inkomsten. Op mij blijft het hele verhaal overkomen als een loeiharde bezuiniging die om PR-redenen wordt verkocht als decentralisatie.

    Verder hoop ik dat dit niet de gedachtegang in Den Haag is ”Het kabinet wil dit prachtige land teruggeven aan de burgers. De lokale overheden staan het dichtst bij die burgers, zo stelt het kabinet zelf.”, want dan vraag ik me af waarom er in de afgelopen decennia zo voortvarend gemeentes gedwongen zijn gefuseerd, zodat de gemeenteraad, burgemeester en wethouders inmiddels al lang niet meer dicht bij de burgers staan.

  4. 4

    @Bismarck: Ook die gedachtengang is een verkooppraatje. Overigens is de fusiegedachte veranderd in de damenwerkingsgedachte. Fusies alleen ‘van onderop’, d.w.z. alleen als gemeenten het zelf willen.
    Daarnaast worden ze tot samenwerking gedwongen, o.a. via de bezuinigingsroute, samnewerkingsafpraken in het Bestuursakkoord en het op orde brengen van itc. Zullen we dat deelfusies noemen?