De wereld werd iets minder vreedzaam

“Mensen die zich onveilig voelen gaan zich er ook naar gedragen. Daarom meten wij naast allerlei absolute indicatoren ook zoiets subjectief als het ‘gevoel van criminaliteit'” (Steve Killelea, Global Peace Index)

Onlangs werd de 2010 editie van de Global Peace Index (GPI) gepubliceerd. Nieuw-Zeeland is voor de tweede maal op rij het meest vreedzame land op aarde, gevolgd door IJsland en Japan. In zijn geheel werd de wereld iets minder vreedzaam, maar het Midden-Oosten en Afrika zagen als regio’s een lichte verbetering.

In veel landen is de daling van de GPI te wijten aan een toename van het aantal moorden en het gevoel van onveiligheid. De militaire uitgaven (in % van het BNP) bereikten hun laagste punt in vier jaar. West-Europa is verreweg de meest vreedzame regio op aarde. Nederland zakte in één jaar van plaats 22 naar 27. België is veiliger maar zakte ook iets: van 15 naar 17. Hekkensluiters zijn Irak (144) en Afghanistan (143) maar ook Israël is weinig vreedzaam en staat op plaats 141. De economische kosten van al dat geweld op aarde: 7400 miljard dollar per jaar. Een reductie van 25% levert 1850 miljard dollar op. Dat is genoeg voor de financiering van het Griekse begrotingstekort, de verwezenlijking van de Millennium Development Goals én betaling van één jaar rente op de Amerikaanse staatsschuld.

De bedenker van de Global Peace Index, ICT-ondernemer Steve Killelea, is bereid om voor Sargasso de resultaten nader toe te lichten.

Volgens de GPI is West-Europa de meest vreedzame regio in de wereld. Desondanks zien we in veel van deze landen een groeiende electorale macht van rechtspopulistische partijen die claimen dat het steeds onveiliger wordt. Ik vroeg Killelea of dit terug te zien is in de GPI-data?

Europese Unie

Allereerst wil Killelea benadrukken dat de invloed van de Europese Unie op de vreedzaamheid in de regio van groot belang is. De Europese samenwerking is van het begin af gericht op het creëren van vrede. Factoren die het GPI van Europese landen verlaagt zijn: het voortdurende conflict in Afghanistan, gewelddadige demonstraties en politieke instabiliteit. Het feit dat Nederland vijf plaatsen is gezakt ligt o.a. aan externe conflicten en het aantal zware wapens (zie figuur). Maar de daling wordt ook veroorzaakt door andere landen die boven Nederland uitstijgen. België zakt ook iets om vergelijkbare redenen (zie figuur).

De bewering dat het er steeds onveiliger wordt kan verklaard worden dat mensen hun omgeving doorgaans als gevaarlijker ervaren dan die in werkelijkheid is. Bijvoorbeeld in Frankrijk waar het “gevoel van criminaliteit” 3 op de schaal van 1 tot 5 scoort, terwijl het werkelijke criminaliteitscijfer voor Frankrijk 1 is. Ondanks het feit dat “gevoel van criminaliteit” een subjectieve graadmeter is, is het volgens hem toch een goede indicator. Omdat gevoel weer aanzet tot gedrag. Mensen die zich onveilig voelen, gaan zich er ook naar gedragen, meent Killelea.

Interne vrede

De Global Peace Index maakt met haar verschillende indicatoren onderscheid in interne en externe vreedzaamheid volgens een verhouding van 60:40. Interne vrede weegt dus iets zwaarder in het bepalen van de GPI, maar Killelea benadrukt dat beide belangrijk zijn. Een land als Zimbabwe is extern gezien vreedzaam, want het voert geen oorlog, maar intern is het juist erg onvreedzaam en dat komt tot uitdrukking in een plaats 135 op de lijst. Verder wordt op het externe vlak een bijdrage aan VN vredesmissies als positief beloond.

Inmiddels kan op de website van Global Peace Index de jaarlijkse score worden terug bekeken voor de periode 2007-2010. Op mijn suggestie of het niet interessant zou zijn om met historische data meer jaren daar aan toe te voegen moet hij helaas antwoorden dat veel indicatoren hiervoor ontbreken.

Bomaanslagen

Israël en Irak hebben beide een erg lage score in de GPI, respectievelijk: 144 en 149, toch zijn het zeer verschillende landen. Het leven in Israël is, afgezien van de Bezette Gebieden, redelijk veilig, terwijl in Irak bomaanslagen nog jaarlijks honderden mensen het leven kosten. Kan de GPI wel gezien worden als een maatstaf voor veiligheid?

Killelea licht toe dat Irak inderdaad een erg lage score heeft die onder meer wordt bepaald door het hoge aantal moorden. Israël scoort met name laag vanwege hoge militaire uitgaven, het niet respecteren van mensenrechten en een hoog aantal troepen. Hij benadrukt dat veiligheid overigens erg relatief en tijdelijk kan zijn: “als je in een gated community in Zuid-Afrika woont, lijkt het veilig terwijl de situatie om je heen ieder moment escaleren”.

Gerelateerde indicatoren

De Global Peace Index toont naast “vrede-indicatoren” ook gerelateerde indicatoren waaronder: aantal bezoekers, geletterdheid en percentage vrouwelijke parlementariërs. In de laatste UN Global Biodiversity Outlook (GBO-3) wordt gewaarschuwd dat economieën getroffen gaan worden door biodiversiteitsverlies.

Uitputting van natuurlijke hulpbronnen schaadt de economie en hierdoor kunnen samenlevingen minder vreedzaam worden. Ondanks dat biodiversiteitsverlies (nog) niet tussen de gerelateerde inidcatoren staat, beaamt Kilellea het belang van gezonde ecosystemen. Hij voegt er aan toe dat de Yale Environmental Index, een graadmeter voor het natuur- en milieubeleid van landen, wel een sterke correlatie vertoont met de Global Peace Index. Landen die beter voor hun natuur zorgen zijn doorgaans vreedzamere landen.

Volgens Killelea komt er uit het GPI-onderzoek een paar belangrijke drijfveren voor vrede naar voren: een goed functionerende overheid en ondernemersklimaat, sociale gelijkheid, weinig corruptie, persvrijheid en tolerantie. Klimaatverandering en uitputting van natuurlijke hulpbronnen zijn daarentegen serieuze bedreigingen voor de vrede in de wereld.

Omschakelen naar een duurzame economie zal daarom volgens hem de grootste uitdaging worden in de 21ste eeuw. Killelea put hoop uit het feit dat steeds meer mensen zich daarvan bewust zijn. Want uiteindelijk is vrede nodig om te overleven.

Reacties zijn uitgeschakeld