Dagelijkse Dosis Europese Grondwet – 39

Gastredacteur Steeph neemt de europese grondwet paragraaf-voor-paragraaf voor u door en voorziet deze van zijn eigen commentaar. De volledige serie is te vinden op zijn eigen log:
Daily Dose of EU Constitution (Steeph’s Blog).

EU-GrondwetDeel III: Beleid en werking van de Unie (vervolg)
Titel III – Intern beleid en optreden (vervolg)
Hoofdstuk III – Beleid op andere gebieden (vervolg)
Afdeling 7 – Vervoer
III-236 Gemeenschappelijk vervoerbeleid

1. De doelstellingen van de Grondwet worden wat het onderwerp van deze afdeling betreft nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.
2. Bij Europese wet of kaderwet wordt lid 1 ten uitvoer gebracht, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer. De wet wordt vastgesteld na raadpleging van het Comite van de Regio’s en van het Economisch en Sociaal Comite.
Bij de Europese wet of kaderwet worden vastgesteld:
a) gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten;
b) de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn;
c) maatregelen ter verbetering van de veiligheid van het vervoer;
d) alle overige dienstige maatregelen.
3. Bij de vaststelling van de in lid 2 bedoelde Europese wet of kaderwet wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio’s, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten.

Dus de EU wil zich uitspreken over grensoverschrijdend transport, alsmede over transport veiligheid.
Hoewel dit geheel in lijn is met de overige onderdelen, denk ik wederom dat dit niet iets is wat thuis hoort in een grondwet.
En als je er dan toch over wilt uitspreken als EU, dan moet je niet zo’n uitzondering opnemen als in de laatste zin. Dat laat veel te veel ruimte over voor eindeloze discussies.

III- 237 – III-239

Overgeslagen. Saai technisch stuk.

III-240 Verbod op discriminatie voor vrachtprijzen en vervoervoorwaarden
1. In het verkeer binnen de Unie is iedere discriminatie verboden die erin bestaat dat een vervoerondernemer voor dezelfde verbindingen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden voor gelijke goederen hanteert naar gelang van de lidstaat van herkomst of van bestemming van de vervoerde waren.
2. Lid 1 sluit niet uit dat krachtens artikel III-236, lid 2 i, andere Europese wetten of kaderwetten kunnen worden vastgesteld.
3. De Raad stelt op voorstel van de Commissie Europese verordeningen of besluiten vast die erop zijn gericht de uitvoering van lid 1 te waarborgen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comite.
De Raad kan met name bij Europese verordening of bij Europees besluit het nodige regelen om de instellingen in staat te stellen te waken over de naleving van het in lid 1 bedoelde voorschrift en om te bewerkstelligen dat de gebruikers volledig voordeel hebben van dit voorschrift.
4. De Commissie onderzoekt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde gevallen van discriminatie en stelt na raadpleging van iedere belanghebbende lidstaat in het kader van de in lid 3 bedoelde Europese verordeningen of besluitende nodige Europese besluiten vast.

Oftewel, als je iets/iemand van A naar B verplaatst, zijn de prijzen even hoog als wanneer je van B naar A verplaatst. Klinkt logisch.
Of lees ik dit nu verkeerd?

III-241 Beperkingen bij toepassing van prijzen en voorwaarden
1. Behoudens machtiging op grond van een Europees besluit van de Commissie, is het een lidstaat verboden voor vervoer binnen de Unie prijzen en voorwaarden op te leggen die enig element van steun of bescherming in het belang van een of meer ondernemingen of bepaalde industrieen inhouden.
2. De Commissie onderwerpt eigener beweging of op verzoek van een lidstaat de in lid 1 bedoelde prijzen en voorwaarden aan een onderzoek en houdt daarbij rekening met, enerzijds, de vereisten van een passend regionaal economisch beleid, de behoeften van minder ontwikkelde gebieden en de moeilijkheden die zich in door politieke omstandigheden ernstig benadeelde streken voordoen, en, anderzijds, de gevolgen van die prijzen en voorwaarden voor de mededinging tussen de verschillende takken van vervoer.
De Commissie stelt na raadpleging van iedere betrokken lidstaat de nodige Europese besluiten vast.
3. Het in lid 1 bedoelde verbod is niet van toepassing op mededingingstarieven.

Bij (1): Dat zet me aan het denken. Heeft dit geen effect op het feit dat luchtvaartmaatschappijen indirect gesteund worden omdat ze geen belasting op brandstof betalen? Dat geeft ze immers een oneerlijk voordeel ten opzichte van andere vormen van vervoer. En dit is mogelijk gemaakt door de overheid. Zou je dan deze belastinguitzondering kunnen aanvechten met de grondwet in de hand? Dat zou een stevige stap voorwaarts zijn in het behalen van zuiniger omgaan met brandstof.
Of is deze uitzondering toevallig al door de Commissie goedgekeurd?

III-242 Kosten grensoverschrijdend vervoer
De heffingen of andere rechten welke naast de vervoerprijs door een vervoerondernemer in verband met grensoverschrijding in rekening worden gebracht, mogen een redelijk peil niet te boven gaan, gelet op de werkelijke kosten die door de grensoverschrijdingfeitelijk zijn veroorzaakt.
De lidstaten streven naar een verlaging van deze kosten.
De Commissie kan de lidstaten aanbevelingen doen voor de toepassing van dit artikel.

Definieer “redelijk peil”. Ik heb een hekel aan artikelen die eigenlijk helemaal niets zeggen. Net als “streven naar”, daarbij wordt geen enkel tijdskriterium gegeven. Het kan dus eeuwen duren voor dit gebeurd. Schrijf het dan niet op.

III-243 Speciale bepaling voor Duitsland
De bepalingen van deze afdeling staan in de Bondsrepubliek Duitsland genomen maatregelen niet in de weg, voorzover deze noodzakelijk zijn om de economische nadelen welke door de deling van Duitsland zijn berokkend aan de economie van de door de deling getroffen streken in de Bondsrepubliek te compenseren.
Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling voor een Grondwet voor Europa kan de Raad op voorstel van de Commissie een Europees besluit tot intrekking van dit artikel vaststellen.

Weer die uitzondering voor Oost Duitsland. Niet echt eerlijk voor de nieuwe landen van de EU. Die bevinden zich feitelijk in dezelfde situatie. Gelukkig duurt deze uitzondering maar 5 jaar, hoop ik.

III-244 Comite van raadgevende aard over vervoeraangelegenheden
Een comite van raadgevende aard, bestaande uit door de regeringen van de lidstaten aangewezen deskundigen, wordt aan de Commissie toegevoegd. De Commissie raadpleegt het comite over vervoeraangelegenheden zo dikwijls zij dat nodig acht.

Ah, nog een Comite. Ik ben maar gestopt met tellen. Het aantal Comitees in deze grondwet groeit zo snel dat ik er bang voor ben dat Brussel niet genoeg ruimte heeft om ze allemaal te huisvesten.

III-245 Toepassingsgebied vervoersbeleid
1. Deze afdeling is van toepassing op het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren.
2. Bij Europese wet of kaderwet kunnen passende maatregelen worden vastgesteld voor de zeevaart en de luchtvaart. Deze wet of kaderwet wordt aangenomen na raadpleging van het Comitevan de Regio’s en van het Economisch en Sociaal Comite.

Wat?! Waarom schrijven ze dit niet aan het begin van dit stuk? En waarom alleen spoor, weg en binnenwateren? Waarom een uitzondering maken voor luchtvaart? Ik denk dat sommige lobbies beter hun werk gedaan hebben dan anderen.
Waarschijnlijk is mijn opmerking bij III-241 dan ook waardeloos. Jammer.

47.4% gelezen.

  1. 2

    Gelukkig. Soms word ik onzeker als ik dit soort teksten lees. Dan vraag ik me echt af of het toch niet complexer is dan wat ik er uit haal.
    Maar kennelijk kon het deze keer inderdaad korter.

  2. 4

    @Siquo #3: Hoe verder je komt, hoe meer loze stukken er in zitten. De sappige stukken zitten in deel I.

    Ik haal de vertaling van:
    http://www.grondweteuropa.nl

    Het lezen in twee talen roept overigs wel de vraag op welke versie van de grondwet de echte is. Dat klinkt wellicht raar, maar ik heb gemerkt dat in de vertaling heel veel woorden gekozen zijn die wellicht in verschillende landen verschillende geinterpreteerd worden. Het eerdere voorbeeld van “education” en “vorming” is eentje. Maar het gaat mogelijk veel verder. Dat is volgens mij een onderwerp waar iemand op zou kunnen afstuderen. Zou een Nederlandse rechter in dezelfde zaak op basis van de Nederlandse tekst op hetzelfde oordeel uitkomen als een Engelse rechter op basis van de Engelse tekst?
    Ik denk wel dat er plaatsen zijn waarin er verschillen kunnen ontstaan.

    En dat roept dan de vraag op, waar zetten we nu een handtekening onder laten zetten.
    Volgens mij zou er maar 1 echte versie mogen zijn.

  3. 5

    @Steeph #4:

    De woordvoerder van de staatssecretaris zegt:

    “Alle taalversies van de EU Grondwet zijn authentiek en gelijkwaardig. Bij interpretatieproblemen zal vergeleken worden met alle taalversies. De vertalingen zijn afgeleid van de Franse ‘moeder’versie waarmee tijdens de
    Conventie en IGC is gewerkt. Het zal daarom in praktijk vaak de Franse versie zijn waarop zal
    worden teruggegrepen. Juridisch zijn ze allemaal gelijk.”

  4. 6

    @Erwin #5: Waar haal je die informatie van de woordvoerder vandaan? Dat is een bron/verwijzing die ik ook graag zou hebben. Dan kan me wellicht wat opmerkingen besparen.

    Overigens vind ik de verklaring behoorlijk tegenstrijdig. Ze zijn wel gelijkwaardig, maar daarna wordt aangegeven dat er wel interpretatieproblemen kunnen zijn.
    Maar hiermee is het wel duidelijk dat de Franse versie het belangrijkst is (waarschijnlijk door Giscard’s inbreng). Laat nou net Frans niet mijn sterkste punt zijn.

    Dank voor deze quote.

  5. 7

    III-240

    Volgens mij lees je dit inderdaad goed. Dit artikel zal veel problemen veroorzaken bij eenrichtingsverkeer… Een (extreem) voorbeeld:

    – Een houtzager kapt bomen op een berg, laat de stammen naar beneden rollen het dal in, waar het hout verder verwerkt wordt. Kosten: nihil.

    – Nu staat in het dal ook een boom, en boven op de berg heeft men behoefte aan het hout daarvan… De houtzager moet volgens dit artikel tegen dezelfde prijs leveren!

    Gevolg: De houtzager zal aan de persoon die de bomen van boven op de berg naar beneden wil hebben een deel van de kosten in rekening moeten brengen die hij zou moeten maken om datzelfde proces in tegengestelde richting uit te voeren, simpelweg om te voorkomen dat hij verlies maakt als hij de tegengestelde opdracht krijgt.

    Vreemd artikel….

  6. 8

    Wat ik begrijp van III 240 is het volgende:

    Iemand uit Duitsland wil bij een NL onderneming het vervoer van een partij goederen onderbrengen waarbij de afspraak gemaakt wordt dat dit van Parijs naar Barcelona gebracht wordt. Hiervoor worden voorwaarden A en prijs B afgesproken.

    Als nu iemand uit Italie bij deze zelfde onderneming een zelfde partij goederen voor hetzelfde traject (Parijs – Barcelona) onder wil brengen, dan is het de vervoerder niet toegestaan om hier een andere prijs en voorwaarden aan te koppelen dan hij al gedaan heeft bij de persoon uit Duitsland.

    Ik denk dat het heel simpel gezegd daar op neer komt en niet dat iets van A naar B hetzelfde moet kosten als van B naar A, want dat is in mijn optiek onzin, kijk bv. naar het voorbeeld dat gegeven wordt door Marcel.

  7. 9

    Ik hoop alleen dat dit artikel het doel niet voorbij zal streven, want volgens mij beperk je hiermee de vrije handel. Het kan nl. best zo zijn dat de desbetreffende vervoerder voor de persoon uit Duitsland een ‘vriendendienst’ wil verlenen of hoopt met bv. een aanbieding een nieuwe klant binnen te halen.

    Deze aanbieding zou dan ook moeten gelden voor de persoon uit Italie, terwijl daar misschien helemaal geen extra werk van te verwachten is.

    Hiermee haal je het hele principe van vrije marktwerking in feite weg en dat is toch jammer.