Dag Theo

“Zo, dus U heeft mij bij mij zoontje weggerukt? Als een tweederangs Feldwebel van de gedachtenpolitie heeft U dus gefaald om op aarde het vrije woord te redden uit de klauwen van de horde geitenneukers die voor de poorten van de Westerse beschaving staan? Of bent U soms zelf een muselman die pooiers op aarde heeft rondlopen zoals Dyab Abu JahJah en een duivels pact heeft gesloten met politici die het lijk van Anne Frank nog zouden neuken voor aandacht?” Ik stel me voor dat Theo van Gogh nu met deze vragen op de hemelpoort staat te trommelen. En terecht. In wat voor een positie heeft de voorzienigheid ons geplaatst met de moord op Van Gogh? Hier kan weinig goeds van komen. Ondertussen zal op het podium, geboden door het internet, de straatreportage of het gesprek met de minister president, een bonte stoet van meningen over zijn lijk paraderen.

Van Gogh is, cynisch gezegd, gestorven voor het recht om mensen voor geitenneuker uit te mogen maken. Begrijpelijke boosheid en onbegrip over de moord kunnen al snel leiden tot de omarming en uitoefening van het recht om mensen voor geitenneuker uit te mogen maken. Daar kan weinig goeds van komen. Zo’n recht staat bijvoorbeeld ook helemaal niet in ons wetboek. Uiteraard is het absoluut ontoelaatbaar dat iemand voor welke opmerking, belediging of wat voor uiting in woord of geschrift dan ook wordt mishandeld of vermoord, moet ik dan direct toevoegen om de bloeddorstigen te kalmeren en de fundi’s te laten inburgeren. Maar niemand kan ontkennen dat Van Gogh met het recht om te beledigen ook tal van plichten op zich heeft genomen. Zo oordeelde hij op basis van een tamelijk doorwrocht maatschappijbeeld dat hij welbespraakt en met humor kon beargumenteren. Daarnaast stond hij anderen ook ruimschoots toe hem met even harde middelen terug te beledigen. Zo onstond in de talloze debatten die hij voerde met Marokkaanse jongeren een dialoog, waarmee hij wellicht de boel meer bij elkaar probeerde te houden dan hij ooit zou willen toegeven. Zijn film Cool ging over jongerengangs en met Najib en Julia schetste hij een aandoenlijk liefdesdrama. Met zulke vijanden heeft de multiculturele samenleving eigenlijk geen vrienden meer nodig, zou je haast denken.

Van Gogh begon zijn website De Gezonde Roker nadat hij een groot deel van de gedrukte pers had afgewerkt. Telkens werd zijn positie vanwege provocaties onhoudbaar. Opmerkingen over een joodse vrouw die in haar natte dromen een beurt van dokter Mengele kreeg en Leon de Winter die zijn lul in prikkeldraad wikkelde als symbool voor zijn gekoketteer met de Joodse identiteit, leverden Theo bij sommigen het predikaat antisemiet op. Toen hij vond dat De Winter voor een mislukte film reclame maakte met dood van zes miljoen joden schreef Van Gogh in zijn essay ‘Een messias zonder kruis’ onder meer de zinsnede “Wat ruikt het hier naar caramel. Vandaag verbranden ze alleen de suikerzieke joden”. Hierop spande tv-presentatrice Sonja Barend een proces tegen hem aan dat jaren zou duren en waarvoor Van Gogh uiteindelijk vrijgesproken werd. Later richtte hij zijn pijlen op de intolerantie van het islamitisch geloof. Met een hartstochtelijke felheid bestreed hij bijvoorbeeld het Amsterdamse gemeenteraadslid Fatima Elatik die probeerde te tornen aan de vrije meningsuiting toen radicale moslims door dreigementen de uitvoering van het toneelstuk A�sha probeerden tegen te houden. Van Gogh zette een advertentie in het Parool: “Waarom zou een film niet verboden mogen worden? Stem Fatima Elatik, PvdA”. Dit leverde hem het verwijt op dat hij een heilige oorlog tegen de Islam aan het voeren was, maar daardoor liet hij zich niet temmen.

Naast Van Gogh’s schrijfsels en films, mogen zijn interviews niet onvermeld blijven. Hevig aan sigaretten lurkend schiep de opeens kwetsbaar ogende interviewer de prachtigste gesprekken. Ik denk dat de inhoud van zijn interviews de tand des tijds beter zal doorstaan dan die van zijn films en zijn stukjes. Dat de oorlog van ideeen meedogenloos gevoerd mocht, nee moest worden, maar hij geen haatdragend persoon was, moge blijken uit dit geschreven interview met Hugo Brandt Corstius, waarmee hij een ellenlange, legendarische columnistenoorlog heeft gevoerd. Maar als hij persoonlijke informatie had over degenen die hem irriteerden of de mond wilden snoeren, dan schroomde hij niet dit te gebruiken. Na de moord op Fortuyn was Van Gogh’s razende verontwaardiging helemaal niet meer te houden.

En nu een Marokkaanse jongeman met een baard en traditionele soepjurk een einde heeft gemaakt aan zijn leven, lijkt de verontwaardigde razernij van de achtergeblevenen ook niet meer te houden. De kloof tussen de praktisch schaamteloze nar van het vrije woord en een exponent van een ontheemde cultuur die onder alle omstandigheden krampachtig eer en respect eist, is Theo van Gogh noodlottig geworden. Het vrije woord had niet beter belichaamd kunnen worden, en een opvolger van zijn kaliber zal moeilijk te vinden zijn. De leegte zal ook niet opgevuld worden door de eis om het recht iedereen onder alle omstandigheden geitenneuker te mogen op te nemen in ons wetboek, om maar wat te zeggen. Maar het gevoel dat er iets moet gebeuren blijft. Ik denk “in mijn eeuwige bescheidenheid” een passend eerbetoon te hebben gevonden.

Van Gogh heeft wel vaker opgemerkt dat de islam, net als het christendom, er tegen zou moeten kunnen om te worden beschimpt. Hij maakte zich kwaad dat een film als Monty Python’s Life of Brian niet over de islam gemaakt zou kunnen worden. Uit de reacties op de moord spreekt dat het duidelijk gemaakt moet worden dat het beschimpen van religie een recht is behorend bij onze samenleving. Dit kan door massaal aan het beledigen te slaan, maar om dat echt krachtig over te brengen is het talent van een Python of een Van Gogh nodig. Dergelijke uitingen zullen echter altijd weer bekritiseerd mogen worden, dat hoort ook bij onze samenleving. Daarom opper ik een drietal acties op een ander vlak. Ten eerste zou men de strafrechtelijke bepalingen omtrent smalende godslastering kunnen schrappen en terugvallen op het algemene regime waarbinnen een belediging wordt afgewogen ten opzichte van de vrijheid van meningsuiting. Een tweede idee voor een eenduidig signaal is het aanpassen van de strafrechtelijke bepalingen die het beledigen op grond van godsdienst verbieden. Zo wordt gelijkelijk voor alle gelovigen (ook die van ons) de speelruimte in het maatschappelijk debat bepaald. Een derde idee is dat vanuit de wetgever de vrijheid van godsdienst zo wordt ingevuld dat bijvoorbeeld een imam niet makkelijker homoseksuelen kan beledigen uit hoofde van zijn geloof dan iemand die dat om een niet-religieuze reden doet. Dat laatste idee is eerder verwoord door Paul Cliteur (alsook -iets gematigder- door ondergetypte). Geestverwanten van Van Gogh als Theodor Holman en Hans Teeuwen leken eenzelfde gedachtengang te volgen gisteren in het TV-programma B&W. Het tweede idee is in 2002 door Erik van Ree uiteengezet. Het eerste idee gaat terug tot eind jaren tachtig, toen Karel van ’t Reve schreef: “Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft � maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet. Het zou een goede zaak zijn als D’66, in samenwerking met VVD en Partij van de Arbeid, een wetsvoorstel zou indienen waarbij de artikelen 147 en 147A van ons Wetboek van Strafrecht zouden komen te vervallen. Dan zou ons vaderland minder op Iran lijken.”

  1. 1

    Mooi stuk Mark, en het verwoord grotendeels wat ik ook van de situatie vind. Met wat nuance verschillen misschien:
    – zo zie ik de moord op VanGogh niet als een daad die opborrelde uit de frustratie van een hele bevolkingsgroep Marokkanen, maar als een terreurdaad van een Al-Qaida cel die de Islamitische geschiedenis in wil gaan als de eerste Al-Qaida cel in Nederland. In dat kader trek ik ook graag verbanden met de terreurgroepjes die je in het verleden in Nederland en Europa had, zoals de Molukkers die hadden, de Koerden, kraakbeweging en communisten, fascisten en niet ideologisch gemotiveerd geweld.

    – een andere nuance is dat ik VanGogh dan wel zie als een beroepsbelediger, maar het onderscheid ten opzichte van eerdere beledigingen nu is, dat ie zich richtte op een ethnische groep in het geheel. Ik heb mij de laatste dagen afgevraagd, waarom je in een land als Amerika geen Theo Van Gogh hebt, het is nota bene het land waar de meest radicale dingen gezegd en geschreven en gedaan worden. Toch heb je hier niemand die voor mainstream media racistische stukken kan publiceren. Er zijn wat obscure gestencilde krantjes en websites waarop racistische teksten staan, maar geen serieuze krant zou zich eraan wagen. Dat blijf ik opmerkelijk vinden.

    Maar prima geschreven, met hart en overweging tegelijkertijd, daar kan menig weblog journalist nog een punt aan zuigen.

  2. 10

    Mark’s stukjes stijgen boven de overige stukjes uit, dat mag gezegd worden. In de brij van meningen lees ik amper dat Van Gogh toch ook zijn pen in het gif doopte over andere zaken dan de fundamentalistische islamiet:

    Cohen, Thom de Graaf, de filmzaalmonopolie, Folkert Jensma van het NRC, Frits Barend en vele andere corrupte pygmee

  3. 17

    Zolang we de woorden van Benjamin Franklin maar ter harte nemen:
    They that can give up essential liberty to obtain a little temporary safety deserve neither liberty nor safety.

  4. 19

    -eindelijk 5 minuten kunnen vinden om dit deze column te lezen-
    Mooi gedaan en netjes om “eigen schuld dikke bult” vraag heen gelaveerd en toch vanGoghs eigen rol aangekaart. Knap gedaan en daardoor de spijker op z’n kop. Insturen naar het NRC?

  5. 25

    ‘PS
    En Jacobine, wanneer is de moeheid nou eens verdwenen bij jou?’

    Ja, al mijn webdesing vrienden hebben het druk (lees: hebben geen zin)!

    Wat een krank-zin-nige dagen zijn dit trouwens, niet te volgen.

  6. 26

    Dat wil ik maar eens zeggen: krank-zin-nige dagen.

    Spectaculair nieuws is verslavend, ik voelde na de moord, de herverkiezing en het overlijden zojuist een honger naar n

  7. 27

    Krank-zin-nig, is dat correct nederlands sinds de laatste spelling-upgrade?

    Ik vraag het maar even hoor, tegen-woordig hoort zo onderhand overal een verbin-dings-streepje tussen geloof ik ;-)

  8. 31

    erg mooi, dank,

    ga je een weekje weg krijg je dit,
    ik vraag echt nooit meer aan iemand anders oftie bij mijn afwezigheid op de winkel wil letten …