Paul Teule

120 Artikelen
11 Waanlinks
229 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Paul Teule (Amsterdam, 1981) studeerde economie en filosofie. Deed van alles en nog wat. Werkt nu als docent aan de UvA en EUR en als (freelance) onderzoeker.

Afschrijvingen | Lekker brommen? Dan ook dokken

COLUMN - Het wordt hoog tijd dat we netjes gecompenseerd gaan worden voor de overlast van onze brommende medeburger.

Je komt ‘m wel eens tegen bij het stoplicht: ‘de eerlijke brommer-sticker’, een plaatje van een brommer (eigenlijk meer een scooter) met de uitlaat die recht in het gezicht van de bestuurder blaast. Bedacht door iemand die onbekend wil blijven. Ik vraag me altijd af wat de brommer- en scooterrijders denken als ze de sticker zien. Zouden ze weten met hoeveel ellende ze hun stadsgenoten opzadelen? Zouden ze weten dat fietsers achter hen meer fijnstof binnenkrijgen van een scooter dan een vrachtwagen, en dat ze daarmee een nog grotere kans op kanker lopen dan gedacht werd? Zouden ze doorhebben dat ze hun medeweggebruiker veel te vaak in gevaar brengen, dat ze met stip op één staan in de top tien van meest irritante geluidsbronnen?

Voor mij als econoom is de sticker naast een grap ook een symbool voor de oplossing: breng de schade aan derden (in jargon: de externaliteit) in rekening bij de overlastgever. Hierbij een driestappenplan, succes gegarandeerd.

Stap 1: Schat de schade. Idealiter tel je de gezondheidsschade door de fijnstof, ongevallen en geluidshinder bij elkaar op, maar dit lijkt me een herculeswerk. Je zult alle medische kosten, kosten van hulpdiensten en het misgelopen inkomen van gedupeerden (waaronder tienduizenden slapelozen) in kaart moeten brengen. Een snellere manier is om even per email aan alle Amsterdammers – excuses voor de hoofdstedelijke bias – te vragen hoeveel zij gecompenseerd zouden willen worden voor alle overlast die scooteraars over hen uitkieperen. Ik schat dat daar gemiddeld minstens 100 euro per Amsterdammer per jaar uit zou komen, wat de schade voor de 800.000 Amsterdammers tezamen op 80 miljoen euro zou brengen.

Afschrijvingen | Minder vakantie, goed voor de economie?

Elk jaar duikt er rond vakantietijd een interview op met econoom Arjo Klamer waarin hij de Nederlandse ‘vakantiecultus’ bekritiseerd. Onze hele economie lijkt gericht te zijn op het vieren van vakantie, het land ligt drie maanden stil, we raken er door ontregeld en het kost veel te veel geld – tot wel 14 procent van ons nationaal inkomen, dat ook nog eens voor een groot deel in het buitenland wordt uitgegeven. Door wat vakantie in te leveren zouden we zo maar eens het begrotingstekort of de stijgende zorgkosten kunnen betalen. Kan het inderdaad wel wat minder met die vakantie?

Volgens Klamer geven we zeven procent van ons inkomen uit aan vakanties en moeten we daar vanwege de door de vakantie misgelopen productiviteit nog eens zeven procent bij optellen. Klamer denkt dat vakanties ons dus tot wel 14 procent van ons BBP, dus zo’n 80 miljard euro, kosten.

Die eerste zeven procent lijkt me een redelijke schatting. Iets minder dan een maandsalaris. (Het CBS zit wel een stuk lager). Maar een groot deel geven we uit in eigen land en dat wat we in het buitenland uitgeven stroomt deels weer terug doordat we steeds meer ‘all-inclusive’ schijnen te boeken bij grote westerse touroperators. En vergeet niet: er zijn natuurlijk ook miljoenen buitenlandse toeristen die naar Nederland komen. Zo erg is het nou ook weer niet.

Afschrijvingen | Complementaire valuta

COLUMN - Vorige week besprak Paul Teule een deel van het boek ‘Geld en duurzaamheid: van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem’ van Bernard Lietaer. Vandaag deel 2, over de waarde van complementaire munten.

In ‘Geld en duurzaamheid’ komt een aantal alternatieve, of beter: complementaire valuta aan bod, die de diversiteit en dus de veerkracht van het ‘monetaire ecosysteem’ ten goede zou moeten komen. Lietaer bespreekt er negen: Doraland, Wellness Tokens, Natuurlijk Sparen, C3, TRC, Torekes, Biwa Kippu, Civics en Eco’s. Het is niet helemaal duidelijk waarom hij nu deze negen initiatieven eruit pikt en bijvoorbeeld niet WIR of Ithaca hours, die hij in zijn andere boeken wel bespreekt, maar het zijn goede illustraties van wat alternatieve munten kunnen betekenen voor een economie.

Voor Lietaer bestaat de veerkracht die complementair geld realiseert uit het tegenwicht dat het biedt tegen ‘officieel’ geld. Officieel geld is vaak of teveel of te weinig beschikbaar (werkt dus pro-cyclisch), complementaire munten kun je ook gebruiken als overheidsbudgetten krap zijn of banken (of bedrijven) ons of elkaar niet meer van financiering kunnen voorzien. Officieel geld maakt mensen individualistischer, lokale munten zorgen voor binding. Officieel geld, dat rente draagt, heeft de neiging te accumuleren bij een beperkte groep, complementaire valuta bereikt juist ook de kansarmen.

Afschrijvingen | Op naar een monetair ecosysteem?

COLUMN - Deze en volgende week bespreekt Paul Teule het boek ‘Geld en duurzaamheid: van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem’ van Bernard Lietaer. Vandaag deel 1: hoe kunnen we ons geldsysteem enten op de natuur?

Bernard Lietaer houdt zich al decennia bezig met geld. Als bankier, investeerder, onderzoeker en als activist. Zijn ideaal: een monetair systeem met meerdere valuta dat weerbaarder, duurzamer en eerlijker is. Dit is ook de hoofdboodschap van het boek ‘Geld en duurzaamheid’. Ons huidige monetaire systeem is in feite een ‘monetaire monocultuur’: we betalen één officiële munt, alleen banken mogen geld scheppen, en geld levert rente op. Volgens Lietaer leidt dat niet alleen tot kortetermijndenken en sociale wantoestanden, ook het systeem zélf is instabiel.

De cijfers die Lietaer geeft zijn verontrustend. Tussen 1970 en 2010 waren er wereldwijd maar liefst 145 bancaire crises, 208 monetaire crises en 72 staatsschuldencrises. Oftewel 425 systemische crises in veertig jaar, wat betekent dat gemiddeld tien landen per jaar worden getroffen. Zit het systeem dan wel goed in elkaar? ‘Als een auto- of vliegtuigfabrikant zo’n staat van dienst zou hebben, zou er sprake zijn van massale verontwaardiging en zouden de ontwerpers terug naar de tekentafel worden gestuurd,’ aldus Lietaer.

Afschrijvingen | Duurzaam vermogen

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft becijferd dat Nederland de voorgenomen bouw van tweeduizend windmolens op land maar beter vijf jaar kan uitstellen omdat windenergie nu te weinig oplevert. Daarmee komt onze ambitie om 16 procent schone energie te gebruiken tegen 2020 in gevaar. We gaan waarschijnlijk zelfs de minder ambitieuze Europese afspraak van 14 procent niet halen. Als dit al niet lukt, hoe gaan we dan in godsnaam voor 2050 de 80-95 procent halen die volgens het IPCC nodig is om klimaatverandering niet uit de klauwen te laten lopen?

In een interview met het Financieel Dagblad zegt Maarten Hajer, de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat we de organisatiekracht van een ‘oorlogseconomie’ nodig hebben om het tij te keren. Als dat waar is heeft het PBL in ieder geval al één oorlogskas op het oog: de aardgasbaten. Maar er is natuurlijk nog een veel grotere pot: de pensioenen. We hebben, letterlijk, het vermogen om de transitie naar duurzaamheid te realiseren.

In het maandag verschenen rapport van het PBL wordt onder andere gepleit voor een nieuw aardgasbatenfonds om innovatieve ecologische projecten van de grond te krijgen. Het is in feite een doorstart van het met aardgasgeld gespekte Fonds Economische Structuurversterking dat door Rutte in 2011 de nek om is gedraaid. Er zit naar schatting nog 1200 miljard kubieke meter gas in de Nederlandse bodem en misschien nog een paar honderd miljard kubieke meter aan winbaar schaliegas. Dat zou de Nederlandse Staat 150 tot 200 miljard euro moeten kunnen opleveren. Noorwegen kan het, dus waarom wij niet, zou je zeggen.

Afschrijvingen | SEO kiest wél positie

COLUMN - In het onderzoek naar belastingparadijs Nederland kiest SEO gewoon positie.

Gisteren verscheen het langverwachte onderzoek van Stichting Economische Onderzoek (SEO) naar het economisch belang van belastingparadijs Nederland. Vooraf bestond twijfel of het SEO-onderzoek wel of niet ‘gekleurd’ zou zijn omdat de lobbyclub Holland Financial Centre de opdrachtgever is. SEO-directeur Barbara Baarsma haastte zich om te zeggen dat ze alleen de cijfers geeft en ‘geen positie’ inneemt. En in het rapport lezen we dat ‘de analyse niet moreel van aard is’ en dat ‘het uitganspunt is dat belastingontwijking niet intrinsiek slecht, maar ook niet intrinsiek goed is.’ Die neutraliteit en objectiviteit is, denk ik, toch niet vol te houden. SEO kiest gewoon positie voor een Nederlands deelbelang – hun goed recht, natuurlijk.

Het is goed voor de objectiviteit van de discussie dat we nu (veel) meer cijfers hebben. Het rapport zit goed in elkaar. We weten nu dat ‘bijzondere financiële instellingen’ jaarlijks minstens 3 miljard euro bijdragen aan de Nederlandse economie in de vorm van belastingen (2,3 miljard), loonkosten (ca. 300 miljoen) en omzet bij diverse dienstverleners (ca. 500 miljoen). En dat er direct en indirect tussen de 8800 en 13000 voltijdbanen mee gemoeid. Ook is het fijn dat er in ieder geval een ruwe schatting is van wat er daadwerkelijk aan belasting via Nederland wordt ontweken: tussen de 5 en 40 miljard euro.

Afschrijvingen | Belasting betalen geeft warm en solidair gevoel

COLUMN - Pepijn van Houwelingen schreef gisteren in de Volkskrant dat solidariteit ‘uitsluitend’ iets is dat men in kleine kring en in vrijheid kan ervaren. De grootschalige, abstracte verzorgingsstaat met haar afgedwongen bijdrage zouden we dan ook niet meer als solidariteit moeten zien. Weinig mensen zullen, wanneer ze op hun loonstrookje zien wat er verplicht wordt afgeboekt ten behoeve van de verzorgingsstaat, een ‘warme, solidaire ervaring’ beleven, aldus Van Houwelingen. Het stuk mag gelezen worden als aanvulling op het betoog van Halbe Zijlstra in NRC Handelsblad van enkele weken terug, waarin de VVD’er beweert dat de huidige verzorgingsstaat met haar ‘afgedwongen solidariteit’ de samenleving de vrijheid ontneemt om uit ‘echte solidariteit uit welwillendheid’ voor de zwakkeren op te komen.

Hoewel ik sympathie heb voor elk pleidooi voor kleinschalige initiatieven – van voedselbank tot broodfonds – snap ik niet goed waarom het organiseren van solidariteit via de overheid niet ‘echt’ zou zijn. En ook niet waarom we zo’n punt moeten maken van de dwang die daar noodzakelijkerwijs bij komt kijken.  

We hebben er in Nederland in alle vrijheid voor gekozen om grofweg 45 procent van ons inkomen bij elkaar te leggen en dat door een door ons controleerde en ingestelde overheid te laten uitgeven (politie, wegen, scholen) en doorgeven (WW, bijstand, zorgtoeslag). Het huidige systeem is uitgebouwd en gecontroleerd door twintig Tweede Kamers die we zelf gekozen hebben (rekenend vanaf de invoering van de noodwet-Drees uit 1947).

Afschrijvingen | Weg met de 65-plus korting?

COLUMN - Economen Barbara Baarsma en Henriëtte Prast willen af van de 65-plus kortingen, zo schreven ze afgelopen zaterdag in Trouw. Het zijn subsidies die hun doel voorbijschieten, want het zijn vooral de rijke ouderen die toch al naar het museum gaan die er van profiteren.  Het is ‘omgekeerd Robin Hood-beleid’. Als je de arme Nederlander het museum, de bioscoop of de tram in wilt helpen, kun je kortingen dus beter inkomensafhankelijk en leeftijdsonafhankelijk maken. Ik had me voorgenomen om hier eens flink tegenin te gaan, maar bij nader inzien valt er eigenlijk geen speld tussen de krijgen. Denk ik.

Het regent kortingen als je de magische 65-grens passeert: NS-abonnementen voor iets meer dan de helft, minstens eenderde eraf op het tramkaartje, 30 procent korting op de bibliotheekpas, paar euro af van het bioscoopkaartje, korting op het theater en museum, enzovoorts. En dit louter en alleen omdat je als 65-plusser 65-plusser bent. Baarsma en Prast betogen dat het doel van dit soort subsidies – of het om het ondersteunen van de armeren onder ons gaat of het stimuleren van museumbezoek of OV-gebruik – niet wordt bereikt, maar dat er juist een overheveling van arm naar rijk plaatsvindt.

Ik heb de cijfers er nog maar eens bijgepakt. Nederlandse senioren zijn relatief rijk. Van de Nederlandse 65-plussers zit volgens het SCP slechts 2,6 procent onder het bestaansminimum, tegen 6,5 procent van de Nederlandse bevolking. En uit cijfers van de OESO blijkt zelfs dat Nederland wereldwijd de minste arme ouderen heeft. Slechts 1,3 procent van onze 65-plussers heeft een inkomen (na belastingen en toeslagen) van 50 procent van het mediane inkomen. Het OESO-gemiddelde ligt rond de 11 procent, de Amerikanen zitten op 14,6 procent, de Belgen op 11 procent en zelfs de Denen en Zweden zitten rond de 9 procent.

Wildgroei – een recensie in vijf vragen

RECENSIE - Paul Teule las Wildgroei van Rob Hengeveld, maar bleef met vijf vragen zitten.

Soms is een boek zo machtig – als in ‘rich’ – dat je het niet te snel tot je moet nemen. Het recent verschenen Wildgroei van de emeritus hoogleraar Natuurbeheer Rob Hengeveld valt in die categorie. Het beschrijft minutieus hoe onze leefomgeving werkt, de hulpbronnen, de kringlopen, het afval. De verhouding tussen materie, energie en tussen orde en informatie komt aan bod, maar ook de chemische en economische geschiedenis van onze aarde en samenleving. Een zin: ‘Leven is slechts een stroom van degraderende energie.’ Soms moest ik het boek even wegleggen om mijn brein op adem te laten komen. Als Wildgroei een tikkie beter was geordend zou het makkelijker te lezen zijn.

Hengevelds probleemstelling is duidelijk: we zijn met teveel mensen op deze wereld en als mensheid losgebroken uit ons harmonieuze huwelijk met onze aarde. Grondstoffen en energie worden te snel opgebruikt, afval kan niet worden verwerkt. Uitputting en vervuiling zullen catastrofale vormen aannemen, als we niet als de bliksem onze voetafdruk gaan verminderen en kringlopen gaan sluiten. Toch is er ook veel niet duidelijk. Ik ben met vijf vragen blijven zitten.

Afschrijvingen | 1000 miljard is een illusie

Vandaag wordt er in Brussel vergaderd over fiscale fraude en belastingontwijking. Langzaamaan dringt het door tot ons collectieve bewustzijn dat er iets goed fout zit. Europese regeringsleiders wordt een vette worst voorgehouden: Europese landen zouden jaarlijks 1000 miljard euro aan extra belastinginkomsten kunnen binnenhalen. 1000 miljard. Dat is twee keer het totaal aan Europese begrotingstekorten, meer dan twee keer het totaal aan leningen dat wordt verstrekt in het kader van de eurocrisis, dat is de hele Europese begroting voor de komende zeven jaar, dat is gratis gezondheidszorg in heel Europa, enzovoorts. Maar ik vraag me af of we ons niet rijk rekenen. Waar komt dat bedrag van die 1000 miljard precies vandaan en ligt dat zomaar voor het oprapen?

Geen misverstand: belastingontwijking door grote bedrijven is niet te rechtvaardigen. Het is immoreel omdat bedrijven niet betalen voor de publieke diensten waar ze net als iedereen gebruik van maken. Het is immoreel en inefficiënt omdat arme en noodlijdende landen miljarden aan publiek geld mislopen, waarvan een deel – oh, ironie – weer door ons als ontwikkelingshulp en leningen aan die landen wordt aangeboden. Je kijkt toch met andere ogen naar de eurocrisis als je ziet dat meer dan de helft van de multinationals uit Italië, Griekenland, Spanje en Portugal een brievenbus-bv in Nederland heeft. Zelf vind ik het overigens ook van de gekken dat zoveel knappe koppen zich bezighouden met fiscaal geknutsel. Nederland schijnt het enige land te zijn waar studenten als afstudeerrichting fiscaal recht of fiscale economie kunnen kiezen –  een veelzeggend feitje.

Afschrijvingen | Minder kopen kan natuurlijk ook

Minister Bussemaker deed dit weekend nogal wat stof opwaaien door in haar emancipatienota vrouwen op te roepen meer te gaan werken. Bijna de helft van de vrouwen is namelijk niet ‘economisch zelfstandig’ (inkomen beneden de 880 euro per maand) en zouden het als het moet dus niet in hun uppie kunnen rooien. Velen vinden dat vrouwen worden overvraagd: Hoho, meer werken? Hoe zit het dan met die opvoeding en mantelzorg? Anderen vinden dat je moeders moet betalen voor het werk dat ze doen.  Zelf mis ik een dimensie die me cruciaal lijkt als je iemands economische zelfstandigheid wil versterken: de uitgaven.

Het is goed dat Bussemaker het debat weer aanzwengelt. ‘Emancipatie moet je onderhouden,’ zei ze terecht. De meeste reacties die ze heeft uitgelokt zijn zinvol. Grote uitzondering is het Katholiek Nieuwsblad: torn aan de traditionele taakverdeling en de samenleving ‘verkankert’ en Bussemaker is Satan én Stalin, aldus redacteur en Gods gift to journalism Henk Rijkers.

Maar het debat spitst zich teveel toe op het inkomen van vrouwen, terwijl er aan de consumptiekant nog een wereld te winnen is. Volgens het NIBUD lopen ‘gemaksgeoriënteerden’ – waar voornamelijk vrouwen toe behoren – de meeste kans op financiële problemen. Gemaksgeoriënteerden verdienen niet veel maar houden er wel een materialistische levensstijl op na. Ze hechten aan vermaak en uiterlijk vertoon. Het zijn impulsieve consumenten die zich makkelijk laten verleiden tot aankopen. Ze missen de competenties om grip te hebben op hun financiën. Meer dan de helft komt niet goed rond.

Afschrijvingen | Wat is de waarde van bijen?

COLUMN - In de documentaire ‘More Than Honey’ maken we kennis met een niet al te sympathieke imker die bij het gezoem van zijn bijen zegt: ‘You hear that? That’s the sound of money!’ Hij doelt op waarde van de bestuifdienst die de bij levert. De bij speelt een onmisbare rol bij het bestuiven van de meeste soorten groente en fruit die we eten. Zonder de bij geen appels, sinaasappels, amandelen, kersen, avocado’s, komkommers, uien of pompoenen. Omdat bijensterfte wereldwijd toeneemt, wordt die rol steeds vaker in geld gewaardeerd. Want alleen met een prijskaartje heb je toegang tot beleidsmakers. Er zoemt een bedrag rond van 200 miljard dollar. Maar is dat niet een onderschatting?

Jaarlijks overlijdt tussen de 20 en 25 procent van de bijen – twee keer meer dan normaal – en het is niet helemaal duidelijk waarom. De oorzaak is in ieder geval meervoudig: zowel de varroamijt als neonicotinoïden verzwakken de bijen, de afgenomen biodiversiteit zorgt voor een minder voedzaam dieet, en het gesleep met bijenkolonies zorgt er voor dat bijen vaak niet meer in hun natuurlijke omgeving leven. Vingers wijzen alle kanten op, maar vooral ook terug naar onszelf.

Als je hier wat aan wil doen, en de overheid en (agrochemisch) bedrijfsleven tot bijvriendelijk beleid wil bewegen, moet je met een getal komen. De makkelijk berekenbare waarde van de productie van honing – wereldwijd een paar miljard dollar – zet helaas geen zoden aan de dijk, maar de veel grotere waarde die de bij als bestuiver toevoegt, is weer veel moeilijker te schatten.

Vorige Volgende