Me Judice

4 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)

Wat er in de Miljoenennota zou moeten staan

Het kabinet richt de Miljoenennota vooral op het terugdringen van de staatsschuld, maar mist ambitie op het realiseren van een robuuste economie, stellen de Tilburgse economen Marten van den Bossche en Marcel Canoy. Vijf essentiële zaken die in de Miljoenennota voorop zouden moeten staan.

Nederland exporteert

Zo’n 75% van de Nederlandse export blijft binnen de Europese grenzen, vooral onze buren zijn onze belangrijkste handelspartners. Ook de uitvoer naar Spanje, Italië, Griekenland en Portugal is ruimschoots groter dan die naar Brazilië, India en China. De gezondheid van de Nederlandse economie valt of staat bij de exportprestaties binnen de EU. Hoe verhoudt dit zich tot het Nederlandse EU-beleid? Niet best. Nederland bruuskeert, polemiseert en zondert zich af. Daarmee handelt Nederland politiek niet in het eigenbelang van een structureel sterk exporterende economie. Implosie van de euro betekent een handelsdebacle en goedkoop electoraal gewin is duurkoop voor de economie. De Miljoenennota kan daar verandering in brengen door te kiezen voor het borgen van de exportprestatie van onze economie. Een zakelijke politiek garandeert een gezonde en langdurige relatie met onze belangrijkste handelspartners. Oorlogstaal over Griekse belastingontduikers wordt vervangen door pragmatisme en handelsgeest.

En de miljoenennota?

Opmerkelijk is dat een heel hoofdstuk aan Europa is gewijd met een toonzetting die een groot verschil maakt met de oneliners over Grieken en andere ‘knoflooklanden’. Het kabinet toont hiermee mogelijk de wens een andere koers te varen.

Is er leven buiten de eurozone?

De frustratie over de Griekse hervormingsonwil loopt hoog op. Uit onmacht pleiten steeds meer economen en politici voor een Griekse exodus. Henk en Ingrid hebben intussen al langer heimwee naar de gulden. De Rotterdamse econoom Ivo Arnold neemt de voor- en nadelen van een exit door en komt tot de conclusie dat het gras buiten de eurozone niet groener is.

Een euro-exit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om te beginnen zijn er niet-triviale juridische obstakels. Het Verdrag van Maastricht voorziet niet in uittreding. Juridisch zal een exit uit de eurozone tevens het afscheid van de EU betekenen. Daarnaast zijn er aanzienlijke economische kosten mee gemoeid. De Zwitserse bank UBS heeft onlangs een heroїsche poging ondernomen om deze te kwantificeren en komt op enorme bedragen uit. Ook de Amerikaanse econoom Barry Eichengreen (2007) schetst een somber scenario.

In oplopende volgorde van onmeetbaarheid kunnen de kosten worden onderverdeeld in balanseffecten, handelseffecten en structurele gevolgen op de lange termijn. Een voor de hand liggende veronderstelling bij alle rekenexercities is dat de wisselkoers van een zwak land na een exit aanzienlijk in waarde daalt (60% bij UBS, 2011). Voor een devaluatie van 10-20% is zo’n dramatische ingreep niet de moeite waard. Maar voor een Nederlandse exit is ook een scenario zonder wisselkoersaanpassing interessant. De Denen hebben een mogelijk antwoord. De vraag is echter of het Deense voorbeeld navolging verdient. Ik kom hier later op terug.

Breek de eurozone in drie

De economieën van de eurolanden groeien niet naar elkaar toe. Deze constatering betekent dat de euro een te groot gebied bestrijkt, stelt Harrie Verbon. Europa zou zich veel ellende besparen door vlot de eurozone in drieën te delen, ieder met een eigen munt. Dit hoeft niet te leiden tot de ‘moeder van alle financiële crises’, zoals verschillende, veelal linkse politici beweren.

Aantal eurolanden blijft achter

Een van de belangrijkste doelstellingen bij de invoering van de euro was het naar elkaar toe groeien van de economieën van de deelnemende lidstaten. Dat was ook een noodzakelijke voorwaarde voor het succes van de euro: een lidstaat die permanent economisch achterblijft, zal weggeconcurreerd worden door economisch succesvolle lidstaten.

Dat is wat we nu zien bij een aantal zuid-Europese staten, waaronder Griekenland en Portugal. In die landen is de arbeidsproductiviteit te laag, zijn de arbeidskosten te hoog, de exporten te laag en de importen te hoog. Mede om die reden, maar ook door het ontbreken van een publieke moraal, verkeren in deze landen ook de overheidsfinanciën in het ongerede.

Europese politici doen nu al meer dan een jaar pogingen de schade binnen de eurozone te verhelpen door deze landen, en dan vooral de Grieken, van nieuwe middelen te voorzien, zodat hun overheidstekort kan worden gefinancierd. Het inzicht begint echter door te breken dat deze overdrachten door rijke eurolanden, via het Europese stabiliteitsfonds, aan zwakkere eurolanden op langere termijn geen oplossing bieden. De stortingen in het fonds zullen alleen maar moeten toenemen, zolang de zwakke economieën geen structurele verbeteringen doorvoeren.

Tijd tikt in het nadeel van Europa

Europa zit op de blaren. Het politieke besluitvormingsproces verloopt uiterst traag waardoor grote onzekerheden ontstaan. De financiële en politieke wereld begrijpen elkaar niet. De proef op de som komt de komende twee maanden wanneer Italië en Spanje bijna €110 miljard overheidsschuld moeten herfinancieren. Wat gaat de rente in die landen doen? Hoe adequaat reageren de politici in die landen met concrete maatregelen? Welke richting kiest Europa: doormodderen of een gestructureerde aanpak. De oud-directeur van het ABP Vermogensbeheer Jelle Mensonides vreest het dat het tobben blijft.

De overheidsschuldencrisis staat niet alleen. Sinds de invoering van de euro is de schuldenpositie van alle sectoren in de economie fors toegenomen. Alleen is deze wel verschillend per euroland zoals tabel 1 laat zien. Opvallend is niet alleen de hoge overheidsschuld in veel landen, maar ook dat gezinnen en bedrijven zich diep in de schulden hebben gestoken. En niet alleen in de huidige probleemlanden! Verder is de bankenschuld in veel landen zorgwekkend hoog. Uiteraard staan tegenover de schulden ook bezittingen, maar de claims van deze schuld moeten gefinancierd kunnen blijven. De huidige economische realiteit zal dat moeilijk, zo niet onmogelijk maken.

Tabel 1: Schuldenposities in Eurozone (% BBP), 2010

Het grote risico nu is dat de verdiencapaciteit terugvalt door een tegenvallende economische groei waardoor de rentebetalingen zwaarder gaan drukken. Een ander groot risico is een stijgende rente die al realiteit is in de zwakkere landen. Hogere rentes hebben negatieve effecten op de reële economie. Omdat de bankenschuld in alle landen hoog is, is het besmettingsgevaar naar andere sectoren ook hoog. Dat maakt de huidige eurocrisis zo ernstig: het is niet een alleen een schuldencrisis van enkele probleemlanden, het is een majeur probleem dat elk land direct of indirect raakt. Dit roept de vraag op of het Europese hulpprogramma wel toegesneden is op haar taak.