Jos van Dijk

1.272 Artikelen
610 Waanlinks
3.733 Reacties
Was tot 2012 docent in het HBO.
Schrijft over Europa en over het vrije verkeer van informatie.
Publiceerde in 2007 "Dit kan niet en dit mag niet; een kroniek van belemmering van de uitingsvrijheid in Nederland." Voortgezet op de website: http://freeflowofinformation.blogspot.com/
Publiceerde in 2016 "Ondanks hun dappere rol in het verzet. Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog" voortgezet op de website http://nederlandsecommunisten.nl/#site-header
Foto: Riccardof (cc)

Cyprus tussen Rusland en de EU

Wat zal Europa het komende halfjaar merken van het voorzitterschap van de EU door buitenpost Cyprus?

Vanaf zondag 1 juli is Cyprus een half jaar lang voorzitter van de Europese Unie. Deze wisselende functie neemt Cyprus over van Denemarken. En niet van Herman van Rompuy, voor alle duidelijkheid. Die blijft voorzitter van de Europese Raad (van regeringsleiders). Wat Cyprus gaat doen is nog het best aan te duiden met een ‘primus inter pares’ rol: de onderhandelingen voorzitten tussen de landen over alle onderwerpen die in dit half jaar op de agenda staan. In allerlei gremia van de Unie heeft het voorzittende land de regie, van ambtelijk overleg tot en met vergaderingen van de ministers met uitzondering dus van de politieke top. Cyprus zal het voorzitterschap meer dan zijn voorgangers vooral in Brussel gaan uitoefenen. De ambtenaren zijn al onderweg. Geen extra tripjes dus voor onze ministers naar dit vakantieland.

Cyprus is in meerdere opzichten een bijzonder geval met een lange geschiedenis van politieke conflicten die tot op de dag van vandaag doorwerken. De op twee na kleinste lidstaat, gelegen in een uithoek van Europa, is sinds 1974 deels bezet door Turkije, dat nog steeds kandidaat-lid is van de EU. Het eiland is feitelijk in tweeën gedeeld. In het noordelijk deel heeft de bezetter voor de Turkse minderheid  de Turkse Republiek Noord-Cyprus uitgeroepen. In het zuidelijk deel regeert de Grieks-Cypriotische meerderheid. Deze regering wordt door de EU gezien als vertegenwoordiger van de lidstaat. De hoofdstad Nicosia is gespleten door een muur die aan de koude oorlog doet denken. VN-militairen bewaren er de vrede. Het voorzitterschap van Cyprus zal in elk geval betekenen dat er in de onderhandelingen met Turkije weinig vorderingen zullen worden gemaakt. Turkije heeft al aangekondigd niet met de EU te onderhandelen als dat betekent dat ze moeten gaan praten met de Grieks-Cyprioten. Woensdag demonstreerden Turks-Cyprioten in Brussel tegen het voorzitterschap en tegen de onderdrukking van de Turkse minderheid.

Foto: Riccardof (cc)

Europa in alle talen

Kan het ooit wat worden met Europa als er meer dan 80 verschillende talen worden gesproken?

EU-commissaris voor meertaligheid Androulla Vassiliou (Cyprus) maakte gisteren de resultaten bekend van een Eurobarometer onderzoek naar het taalgebruik van de Europeanen. De diversiteit in talen in Europa is een lastige hobbel in het integratieproces. Vassiliou was daarom blij met de steun voor haar streven om alle burgers minstens één, maar liever nog twee vreemde talen te laten spreken. Bijna driekwart (72 %) is het met die doelstelling eens en 77 % meent dat het een politieke prioriteit zou moeten zijn. Het slechte nieuws was echter dat we daar nog heel ver van af zitten.

Uit tests bij schoolgaande tieners in 14 Europese landen blijkt dat slechts 42 % vaardig is in hun eerste vreemde taal en nauwelijks 25 % in hun tweede. Een significant aantal, 14 % voor de eerste vreemde taal en 20 % voor de tweede, haalt zelfs niet het niveau van “basisgebruiker”. Het aantal leerlingen dat vaardig is in een eerste vreemde taal varieert van 82 % in Malta en Zweden (waar Engels de eerste vreemde taal is) tot slechts 14 % in Frankrijk (waar Engels wordt geleerd) en 9 % in Engeland (waar Frans wordt geleerd). In Oost-Europese landen is het aandeel van degenen die ten minste één vreemde taal spreken sinds de vorige meting in 2005  aanmerkelijk gedaald. In de communistische tijd beheerste iedereen Russisch of Duits. Zover is het met het Engels nog lang niet.

Foto: Riccardof (cc)

Arme kinderen en bruine beren

In het relatief rijke Europa van 2009 telde UNICEF 13 miljoen kinderen die noodzakelijke basisvoorzieningen misten. In Portugal, Bulgarije en Roemenië had meer dan een vijfde van de kinderen te lijden onder armoede. We mogen aannemen dat inmiddels, drie jaar later en een diepgaande economische crisis verder, deze aantallen zijn gestegen en dat er nog wel wat landen bij zijn gekomen. Europa biedt een groot aantal van haar kinderen weinig tot geen perspectieven. En voor de jongeren in de zuidelijke landen is het al niet veel beter. De jeugdwerkloosheid loopt er op tot boven de 50%. Spanje heeft nu een jeugdwerkloosheidspercentage van 52%. De ‘indignados’ die in 2011 met hun tentjes de pleinen in de Spaanse steden bezetten kwamen vorige maand weer bijeen en moesten constateren dat een nieuwe regering hen tot nu toe nog geen oplossingen had gebracht.

Het rapport van UNICEF, Report Card 10, heeft de armoede op twee manieren gemeten. Via een 14 items tellende criteria lijst met punten als drie maaltijden per dag, een rustige plek om huiswerk te maken, schoolboeken of een internetverbinding, en door te kijken naar de relatieve armoede: waar bevinden de kinderen zich ten opzichte van de armoedegrens in hun eigen land. Zo gemeten moet 70% van de Roemeense kinderen beschouwd worden als arm, evenals de helft van Bulgaarse kinderen en 27% van de Portugese kinderen (in 2009). Zelfs als je weet dat een kwart van de Roemenen een paar jaar eerder nog onder de armoedegrens zat (ter vergelijking: Polen 17%, Oostenrijk 6%), is die armoede onder kinderen in Roemenië wel erg schrijnend. En dan herinneren we ons misschien ook nog wel de trieste beelden van Roemeense kindertehuizen van een paar jaar terug. Als we de toekomst van het land moeten afleiden uit de situatie waarin de kinderen moeten opgroeien mogen we een nog veel grotere migratiestroom richting het noorden verwachten dan die waar men zich nu zorgen om maakt.  Wellicht een agendapunt voor het overleg van het IMF waarvoor minister De Jager vandaag en morgen in Boekarest is?

Over de privatisering van de openbare ruimte

Het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting geldt bij uitstek voor de openbare ruimte: de straat, openbare gebouwen, de openbare vergadering, maar ook de publieke media, het internet. Er zijn wel grenzen natuurlijk, maar die zijn bij wet bepaald en gelden voor iedereen. Overschrijding daarvan zal altijd door een rechter moeten worden getoetst voordat er sancties kunnen volgen. In niet-openbare omgevingen, zoals bedrijven, scholen, particuliere huizen moet je je houden aan daar geldende regels. En dan kun je bij overtreding te maken krijgen met sancties van de daar bevoegde autoriteiten. Dat is dan een puur private aangelegenheid, willekeur is niet uitgesloten. Je kunt daarvoor naar een (civiele) rechter stappen natuurlijk, maar de meeste conflicten worden in de praktijk binnenshuis opgelost.

Nu is er in Nederland en vele andere westerse landen al jaren sprake van een privatisering van de openbare ruimte. Het overdekte winkelcentrum is het meest bekende voorbeeld. Een straat, plein, passage of traverse met uitsluitend winkels, beheerd door een particuliere onderneming en bewaakt door particuliere beveiligers. Die onderneming heeft namens de winkeliers meestal ook regels vastgesteld die er voor moeten zorgen dat er ongestoord gewinkeld wordt. En alleen gewinkeld wordt. Activiteiten die niet passen binnen dat kader kunnen worden verboden. Zwervers worden geweerd, evenals demonstraties en mensen die folderen in verkiezingstijd. Het is shoppen geblazen en anders ga je maar ergens anders heen.

Foto: Riccardof (cc)

Een land met geheimen

De Nederlandse overheid laat in vergelijking met veel andere landen nog weinig van zichzelf zien. In een onderzoek naar wetten die de openbaarheid van bestuur (Wob) regelen vinden we Nederland ergens onderin de middenmoot. Beroeps”wobber” Roger Vleugels: “Sinds Balkenende IV is Nederland in de wereld van Freedom of Information van min of meer gidsland hekkensluiter geworden. In Nederland ging de Wob achteruit, vooral door meer obstructie en extreme verlenging van beantwoordingstermijnen; in andere landen ging de wetgeving op dit gebied vooruit. De  Nederlandse wetgever volgt de rechtspraak in Straatsburg amper; heeft het verdrag van Aarhus onvoldoende geïmplementeerd en tekent het verdrag van Tromsö niet [een gotspe want Nederland was nota bene initiatiefnemer van dit Raad van Europa verdrag].” En dus wordt het de hoogste tijd voor een nieuwe Wob.

Wat kunnen we van andere landen leren op dit gebied?

ICT-journalist en “Wobber” Brenno de Winter wijst in zijn blog op het voorbeeld van Noorwegen. Alle overheidsinformatie is in dat land bereikbaar via een site. Je kunt per bestuursorgaan zoeken naar alle documenten die ambtenaren hebben geproduceerd, tot en met emails. Volkomen transparantie. Ook over documenten die ze uit andere landen krijgen, zoals over de terrorismebestrijding in Nederland. Zo weten we via een Wob-verzoek aan Noorwegen dat de terrorismedreiging in Nederland op 7 april 2010 beperkt was.

Foto: Riccardof (cc)

Wij zijn allen Griekse Joden

We are all Greek Jews schrijven twintig bekende Europese intellectuelen naar aanleiding van de verkiezingswinst van de neonazistische partij Gouden Dageraad. Ze zijn verontrust door de openlijke verwijzingen van deze partij naar de Duitse fascisten: het hakenkruis, de Hitlergroet, de antisemitische, racistische ideologie, de holocaustontkenning en de verheerlijking van de grote leider. De ondertekenaars van het manifest zijn onder andere de Italiaanse schrijver Dario Fo, de Britse socioloog Anthony Giddens, de Franse ex-minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner, en de Poolse journalist en politicus Adam Michnik. Een Nederlander ontbreekt bij de initiatiefnemers. De groep wijst er op dat extreem-rechts ook in andere Europese landen in opmars is en roept een van de motieven voor de oprichting van de Europese Unie in herinnering: nooit meer oorlog, nooit meer fascisme.  Die Europese droom, een maatschappij gebaseerd op saamhorigheid en vrij van racisme, moet het antwoord zijn op de opleving van extreem-rechts. Daarvoor moeten we dan wel afzien van een Europa als gesloten vesting waar bepaalde mensen niet thuishoren. En we moeten ook afzien van het dogma van de bezuinigingen ten koste van de toekomst van de Europese jeugd. Want de aanhoudende crisis voedt de behoefte aan zondebokken en de angst voor vreemdelingen die de eigen cultuur bedreigen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

D66 en GroenLinks riskeren aanslag op de vrijheid van meningsuiting

Een van de onderdelen van het ‘wandelgangenakkoord’ dat vandaag in detail is gepubliceerd betreft de versoepeling van het ontslagrecht. D66 en Groenlinks pleiten daar al langer voor in de verwachting dat dit leidt tot betere kansen voor jongeren op de arbeidsmarkt. Als je iemand sneller kunt ontslaan neem je als werkgever ook makkelijker iemand in dienst. Dat is de redenering. Over dat beoogde effect verschillen de meningen. Eén mogelijk effect heeft daarbij tot nu toe weinig aandacht gekregen: de aanslag op de vrijheid van meningsuiting van werknemers. Hoe zwakker je positie tegenover de werkgever, hoe voorzichtiger je zult zijn in het leveren van kritiek. Het is zelfs de vraag of de werkgever daar blij mee moet zijn.

Enige tijd geleden ontsloeg Blokker een werknemer na een scheldpartij op zijn Facebookpagina. Het bedrijf kwalificeerde hij als ‘hoerebedrijf’, zijn teamleider als ‘nepwout’, ‘kkhomo’ en ‘hoerestumperd’, en dat allemaal omdat Blokker geen voorschot wilde geven op zijn loon. Voor het bedrijf was deze eruptie van de werknemer de bekende druppel die leidde tot een ontslagprocedure. De rechter bevestigde het ontslag, ondanks de inmiddels aangeboden excuses aan de teamleider en de verwijdering van de tekst. “Met vrijheid van meningsuiting heeft dit bericht niets te maken. Die vrijheid wordt overigens begrensd door de beginselen van zorgvuldigheid die [werknemer] jegens Blokker in acht dient te nemen.” Aldus de Arnhemse rechtbank.

Vorige Volgende