Joost

2.757 Artikelen
2.830 Waanlinks
25.487 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Koushik Pal on Unsplash

De prijs van 530 grensweigeringen

Even een nabrander. Een nieuwsbericht dat me een tijdje geleden al opviel, en recent opnieuw actueel werd. Het draait om één getal: 530. Zoveel mensen werden in een jaar tijd geweigerd aan de Nederlandse landgrens. Het getal werd bijna gepresenteerd als bewijs dat de grens “weer werkt”, en dat dat de verlenging van de controles met een half jaar rechtvaardigde. Ondertussen doen we alsof dit het Schengenverdrag niet raakt.

Alleen werkt het Schengenakkoord vanuit precies het tegenovergestelde uitgangspunt. Vrij verkeer is de norm. Grenscontroles vormen de uitzondering, bedoeld voor tijdelijke en concrete dreigingen. Geen structureel instrument, geen permanent politiek signaal. Met deze verlenging zetten we weer een stap in de richting van permanente controles.

Sinds eind 2024 controleerde de Koninklijke Marechaussee aan de grenzen met België en Duitsland bijna 144.000 mensen. Daarvan werden er 530 geweigerd. Meer dan 99,6 procent mocht simpelweg door. Dat plaatst het succesverhaal meteen in perspectief. Het getal 530 klinkt substantieel zolang de rest van de zin ontbreekt. Zodra die zichtbaar wordt, blijft vooral een enorme controleoperatie over met een zeer beperkte opbrengst. En zelfs over die opbrengst kan je vragen stellen.

Want wat weten we eigenlijk over die 530? Weinig dat wijst op kwaadwillendheid. Weigeringen ontstaan vaak door administratieve kwesties: iemand heeft geen geldig document bij zich, kan geen helder verhaal geven over verblijfsduur, of beantwoordt vragen op een manier die niet netjes in het formulier past. Dat zijn geen veiligheidsdreigingen. Dat zijn mensen die vastlopen in bureaucratie. De kans dat het overgrote deel geen enkele kwade intentie had is dan ook simpelweg statistisch groot.

Quote du Jour | Nederlanders

In het stuk “Joods-christelijke natie” reageert Peter Breedveld ouderwets venijnig op de politieke verontwaardiging rond het tijdelijk schorsen van een Kamercommissievergadering voor een iftar, en de claim dat dit het ‘Joods-Christelijke’ karakter van Nederland zou aantasten. Volgens hem toont de ophef vooral hoe het begrip “joods-christelijke cultuur” instrumenteel wordt ingezet: niet uit daadwerkelijke solidariteit met Joden, maar als retorisch wapen tegen moslims.

Nederlanders houden niet van Joden, ze hebben nooit van Joden gehouden, ze haten moslims, ze haten zwarte en bruine mensen, dat is wat anders.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

Eén incident, en ineens zijn alle transvrouwen het probleem

Dagblad van het Noorden publiceerde recent een artikel van journalist Ina Reitzema met de kop: “Petitie na grof geweld door als man geboren Groningse (47) in vrouwengevangenis. ‘Transvrouwen zijn gevaar voor vrouwelijke medegedetineerden’.

De aanleiding is een ernstig incident in vrouwengevangenis Ter Peel. Een transvrouw stichtte brand in haar cel en mishandelde een cipier zwaar. De bewaker liep onder meer botbreuken rond de oogkas op. Dat geweld is ernstig en verdient natuurlijk aandacht.

Opvallend is echter hoe snel het artikel het incident gebruikt als opstap naar een bredere politieke claim. Binnen enkele alinea’s verandert één dader in een argument over een hele categorie mensen.

De kop kiest het frame

Formeel staat de uitspraak over het gevaar van transvrouwen tussen aanhalingstekens. Het gaat dus om een citaat uit de petitie van stichting Voorzij, geen redactionele conclusie.

De redactionele keuze zit ergens anders. Precies dit citaat staat in de kop. Dat is de plek met de grootste impact. Daarmee krijgt een activistisch geformuleerde claim onmiddellijk het zwaarste journalistieke gewicht.

Daar komt nog iets bij. De titel gebruikt ook de formulering “als man geboren Groningse” voor een transvrouw. Dat is een vrij specifieke en in het debat vaak denigrerend gebruikte aanduiding. Het is geen neutrale beschrijving maar een term die het perspectief van tegenstanders van transrechten overneemt.

Foto: "Kantoren overheid" by Marvin Jansen van der Sligte is licensed under CC BY 2.0

Vaste verkeersboetes, variabele ellende

Het CJIB stelde recent dat verkeersboetes in Nederland te hoog zijn en niet meer in verhouding staan tot het vergrijp. Dat is een opvallende constatering uit de organisatie die ze dagelijks int. De uitspraak legt een ongemakkelijke realiteit bloot. Een verkeersboete heeft voor verschillende mensen een volledig andere betekenis.

Dezelfde overtreding, totaal andere gevolgen

Voor iemand met een hoog salaris vormt een boete hooguit een irritatie. Het bedrag wordt betaald, er volgt een schouderophalen en de dag gaat verder. Voor iemand met een krappe financiële situatie kan precies dezelfde overtreding het begin zijn van een keten van problemen. De boete blijft liggen omdat andere rekeningen eerst moeten. Daarna volgen verhogingen, aanmaningen en uiteindelijk een bedrag dat weinig relatie meer heeft met de oorspronkelijke overtreding.

Daarmee verandert een verkeersboete van gedragsprikkel in een mechanisme dat bestaanszekerheid onder druk zet. De overtreding blijft identiek, de financiële impact verschilt radicaal. Het systeem accepteert dus impliciet dat dezelfde regel voor de ene burger nauwelijks betekenis heeft en voor de andere mogelijk een financiële valkuil vormt.

Richting een eerlijker model

Het ministerie verdedigt de huidige hoogte vanuit handhaving, en I kid you not, dat ze noodzakelijk zijn voor de begroting. Maar de kern van het probleem ligt elders. Een vaste geldboete werkt alleen rechtvaardig wanneer ieders financiële situatie vergelijkbaar is. Dat is in werkelijkheid uiteraard niet zo.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Waarom ik, als man, feminist ben

Wanneer een man wordt gevraagd waarom hij feminist is, volgt vaak een omweg. Er verschijnt een dochter in het verhaal. Soms een partner. Af en toe een moeder. De motivatie ligt dan ergens buiten hemzelf. Feminisme krijgt zo de vorm van een vorm van liefdadigheid. Iets wat je doet voor vrouwen, uit sympathie of zorg.

Dat antwoord vraagt weinig zelfonderzoek. Het patriarchaat blijft daarmee een systeem dat vooral vrouwen raakt, terwijl mannen er hoogstens als bondgenoot naast staan. En dat laatste moet ook gebeuren, maar voor mij werkt het toch anders. Ik ben feminist omdat ook mijn eigen leven in een patriarchale samenleving wringt.

De rol die nooit past
Het patriarchaat verkoopt een vrij smal model van mannelijkheid. De alfa. De leider. De rationele beslisser. De kostwinner die alles onder controle houdt. Emoties blijven onder de motorkap. Twijfel geldt als zwakte. Zorg en afhankelijkheid krijgen een bijrol.

In de praktijk blijkt dit een model waar bijna geen man werkelijk in past. Slechts een klein deel van de mannen kan leven als die imaginaire alfa. De rest vormt de grote stille meerderheid die voortdurend langs een meetlat wordt gelegd waar ze per definitie niet aan voldoen.

Die druk blijft vaak onzichtbaar omdat mannen geleerd krijgen die spanning naar binnen te trekken. Wie moeite heeft met die rol, concludeert al snel dat er iets mis is met hemzelf.

Foto: ©️ TransDistribution_free use_free share

De prijs van vrouw zijn

In het Verenigd Koninkrijk is een nieuwe drempel opgeworpen voor vrouwelijke atleten. Wie wil meedoen in de vrouwencompetitie kan voortaan gevraagd worden te bewijzen dat ze daadwerkelijk vrouw is. Kosten: 185 pond. Niet voor deelname, niet voor training, niet voor materiaal. Voor het ‘privilege’ om te bewijzen dat je lichaam bestaat zoals het bestaat.

De ironie is moeilijk te missen. Jarenlang werd beweerd dat sportorganisaties vooral vrouwen wilden beschermen. De competitie moest eerlijk blijven. De categorie ‘vrouw’ moest worden afgeschermd tegen indringers. Het verhaal werd geframed alsof het ging om het verdedigen van vrouwen. In feite was het vooral een manier om transvrouwen te straffen en uit te sluiten. Niet alleen in de praktijk, maar ook als maatschappelijk signaal om aan te geven dat ze er niet bij horen, een afwijking zijn die moest worden bestreden.

Maar in plaats van dat vrouwen ‘beschermd’ worden, worden ze nu administratief verdacht gemaakt. Iedere vrouwelijke atleet wordt een potentieel probleem. Iedere afwijking, ieder vermoeden, ieder gerucht kan aanleiding zijn om een test te eisen. Het probleem dat hiermee zou worden bestreden is ondertussen opvallend klein. Het aantal trans atleten op topniveau is minimaal. In veel sporten gaat het om aantallen die letterlijk op één hand te tellen zijn. Daarbij, een transitie is vaker een belemmering dan hulp bij topsport. De paniek is groot. De statistische realiteit nauwelijks zichtbaar.

Foto: Ruben Aster on Unsplash

Hypocrisie als politiek sabotagemiddel

Elke poging tot maatschappelijke verandering roept tegenwoordig dezelfde reflex op. Iemand spreekt zich uit over klimaat, arbeidsomstandigheden of ongelijkheid, en binnen seconden klinkt het verwijt: hypocrisie. Je eet vlees. Je vliegt. Je bezit een smartphone. Dus zwijg. Het is een opvallend soort kritiek. Ze komt vrijwel altijd van mensen zonder alternatief, zonder plan, zonder ambitie om iets te verbeteren. Het hypocrisie-argument fungeert als moreel veto: wie zelf onderdeel is van het systeem, verliest het recht om dat systeem te bekritiseren. Betrokkenheid wordt zo omgedraaid tot schuld.

Die redenering houdt alleen stand als je het grotere plaatje negeert. Het huidige kapitalistische systeem is zo ingericht dat vrijwel elke handeling ecologische en sociale schade veroorzaakt. Energieopwekking, voedselproductie, kleding, elektronica, vervoer: alles is doordrenkt van uitstoot, uitbuiting en externalisering van kosten. Wie leeft, participeert. Wie participeert, veroorzaakt schade.

Morele zuiverheid is in zo’n systeem geen realistische optie. Er bestaat geen levensstijl zonder voetafdruk en geen consumptie zonder gevolgen. Wie dat toch eist, stelt een onhaalbare norm en kan vervolgens iedereen afserveren die die norm onvermijdelijk overschrijdt. Dat is geen principiële kritiek, dat is een techniek om verandering te blokkeren.

Toch maken mensen voortdurend keuzes die de schade beperken. Minder vlees eten. Minder vliegen. Stemmen op partijen die klimaatbeleid serieus nemen. Fast fashion mijden. Zich organiseren in vakbonden. Demonstreren. Dat gebeurt vaak inconsistent, soms tegenstrijdig, altijd onvolmaakt. Precies zoals menselijk handelen eruitziet.

Foto: Miguel Bruna on Unsplash

De illusie van gevaar: hoe we vrouwen bang maken in een veilige wereld

Nederland is veiliger dan ooit. De criminaliteitscijfers zijn historisch laag. En toch fietsen vrouwen om, vermijden ze donkere straten, dragen ze sleutels tussen hun vingers en appen ze bij thuiskomst. Niet omdat het nodig is, maar omdat het zo geleerd is.

Dat is natuurlijk niet de hele waarheid,  en het is belangrijk om eerlijk te zijn over waar vrouwen wél meer risico lopen. Maar het is een wezenlijk deel ervan, dat zelden hardop wordt gezegd.

Waar vrouwen écht meer risico lopen
Laat we beginnen met wat de cijfers wél zeggen. Uit de CBS Emancipatiemonitor 2024 blijkt dat vrouwen significant vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld: het slachtofferpercentage van seksueel geweld ligt bij vrouwen vijf keer zo hoog als bij mannen (3,1 tegenover 0,6 procent). Vrouwen zijn ook vaker slachtoffer van huiselijk geweld: 10 procent van de vrouwen tegenover 8 procent van de mannen. En bij meer dan de helft van de vrouwen die in de periode 2014–2023 werden vermoord, was de vermoedelijke dader een (ex-)partner.

Daar komt bij dat seksueel geweld voornamelijk plaatsvindt in het uitgaansgebied, zowel bij mannen als bij vrouwen, en dat vrouwen meer dan mannen slachtoffer worden in uitgaansgebied, op het werk of bij iemand anders thuis.

Foto: "Trump Maga Rally in Charlotte, North Carolina" by The Epoch Times is licensed under CC BY-NC 2.0

MAGA en de aanval op Iran: even wachten op de uitleg

Peilingen laten een opvallend beeld zien. Een aanzienlijk deel van de Amerikanen wijst de Amerikaanse aanval op Iran af. Volgens recente peilingen keurt een meerderheid van de Amerikanen in het algemeen de aanvallen af en zelfs binnen de Republikeinse achterban bestaan twijfels over een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten.

Dat lijkt op het eerste gezicht opmerkelijk. Donald Trump heeft zijn politieke beweging jarenlang gebouwd op een bijna reflexmatige loyaliteit. De MAGA-achterban volgde hem door verkiezingsnederlagen, rechtszaken, staatsgreep-retoriek en een inmiddels indrukwekkende lijst aan alternatieve werkelijkheden.

En nu plotseling twijfel over een militaire aanval.

De verklaring ligt vermoedelijk een stuk eenvoudiger dan je op het eerste gezicht zou denken. De achterban heeft simpelweg nog geen bruikbaar verhaal gekregen.

Trump presenteerde zich jarenlang als de president die eindeloze oorlogen zou beëindigen. “America First” betekende volgens de marketingfolder dat Amerikaanse soldaten niet langer in het Midden-Oosten zouden sneuvelen voor vage geopolitieke strategieën. Een aanval op Iran past slecht in dat verhaal. De cognitieve puzzel ligt dus nog even op tafel.

Dat probleem lost zich doorgaans vanzelf op. Zodra de propagandamachine op gang komt, verschijnt er vrijwel altijd een nieuwe uitleg van de kansel waarmee de realiteit alsnog netjes in het bestaande wereldbeeld past. Misschien ging het om zelfverdediging. Misschien om het redden van Israël. Misschien om het bevrijden van het Iraanse volk. Of, klassiek Trumpiaans, een combinatie van alle drie én de olie.

Foto: Javier Miranda on Unsplash

De VS, kernwapens en armageddon

Decennialang gold in geopolitieke discussies een vrij simpele intuïtie. Een streng religieus regime met kernwapens vormt een risico. Het argument verscheen steeds weer in analyses over Iran. Een theocratie die zichzelf ziet als uitvoerder van een goddelijke opdracht, gecombineerd met nucleaire ambities, roept begrijpelijke nervositeit op.

De blik richtte zich daarbij vrijwel altijd op Teheran. Washington bleef meestal buiten beeld. Toch schuift daar iets. Volgens meldingen van Amerikaanse militairen hebben commandanten de recente spanningen rond Iran beschreven in religieuze termen. De oorlog zou passen binnen “Gods plan” en verwijzingen naar Bijbelse profetieën en Armageddon doken op in briefings en toespraken.

Een incident op zichzelf vormt gelukkig nog geen trend, maar de bredere context maakt dit verhaal wel relevant.

De theologie van de eindtijd
Binnen delen van het Amerikaanse evangelisme leeft namelijk een specifieke interpretatie van de Bijbel. In dat wereldbeeld speelt Israël een centrale rol in de eindtijd. De stichting van de staat Israël markeert volgens deze lezing het begin van een profetische keten die uiteindelijk leidt tot een apocalyptische oorlog in het Midden‑Oosten en daarna de wederkomst van Christus.

Deze interpretatie, vaak dispensationalisme genoemd, vormt al decennia een belangrijk element binnen evangelische politiek in de Verenigde Staten. Grote megakerken, lobbyorganisaties en mediakanalen bouwen hun politieke agenda gedeeltelijk rond dat idee.

Foto: Screenshot Tweede Kamer Debat Direct Wilders interrumpeert Schoof 13 november 2024

Wilders, dreiging en de prijs van afwezigheid

Er is altijd iets met Geert Wilders en debat. Of beter: het ontbreken ervan. Nieuw is dat nu zichtbaar wordt hoe dat tot stand komt. Uit gelekte berichten blijkt dat er actief gezocht werd naar een reden om onder debatten uit te komen. Die reden kreeg een vertrouwde vorm: dreiging.

Laat helder zijn: die dreiging is reëel, of nou ja, daar gaan we maar vanuit. In ieder geval, Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging. Dat vraagt om aanpassingen en beperkingen. Alleen blijkt nu dat diezelfde dreiging ook wordt ingezet als politiek instrument. Niet zuiver als bescherming, ook als excuus. En opeens gaat het niet meer alleen over veiligheid, maar gaat het ook over de keuze ‘veiligheid’ strategisch in te zetten om debat te vermijden.

En die keuze heeft een prijs. Want wie herhaaldelijk onterecht naar dreiging verwijst om afwezigheid te rechtvaardigen, tast zijn eigen geloofwaardigheid aan. Een soort van ‘boy cries wolf’: het gevaar bestaat echt, alleen wordt het zo vaak en zo selectief ingezet dat het onderscheid tussen noodzaak en opportunisme vervaagt. Velen vermoedden het al, en voor het eerst is dat nu concreet zichtbaar.

Dat maakt het extra problematisch. Want die beveiliging hoort het democratisch proces te beschermen. Hier wordt die beveiliging onderdeel van het politieke spel. Een middel om controle te ontwijken in plaats van mogelijk te maken, en daarmee juist het democratische proces te frustreren in plaats van te beschermen.

Foto: Mehrshad Rajabi on Unsplash

Escalatie, volgens wie?

Iran escaleert. Dat is momenteel geloof ik de favoriete diagnose van westerse regeringen en de Golfstaten. Diplomaten spreken over roekeloosheid en destabilisatie nu Iran raketten afvuurt op landen in de regio waar Amerikaanse bases staan. Dat oordeel krijgt een merkwaardige kleur zodra men het begin van het huidige conflict bekijkt. De eerste aanvallen kwamen immers van de Verenigde Staten en Israël, die Iraanse doelen bombardeerden. Pas daarna volgden Iraanse raketten.

De meeste daarvan richten zich op Amerikaanse militaire infrastructuur in de regio. Alleen staat die infrastructuur niet op Amerikaans grondgebied, en lang niet altijd ver uit de buurt van burgers. De bases liggen in Qatar, Bahrein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Staten die zich nu geschokt tonen dat hun grondgebied doelwit wordt. Dat roept een eenvoudige vraag op. Wat verwacht men daar precies wanneer een oorlog wordt gestart tegen een land dat wordt omringd door Amerikaanse bases die op jouw grondgebied staan? Dat dat geen consequenties heeft?

Westerse commentatoren wijzen ondertussen graag op burgerdoden door Iraanse raketten. Dat verwijt klinkt principieel, totdat men naar de onderliggende asymmetrie kijkt. Iran beschikt over aanzienlijk minder geavanceerde precisiewapens dan de landen die het aanvallen. De technologie voor nauwkeurige raketten en geavanceerde targeting behoort juist tot de technologie die Iran jarenlang via sancties en exportrestricties is ontzegd.

Volgende