De parodie die 5 mei dreigt te worden
Sef wordt geen Ambassadeur van de Vrijheid. Eerst wel in beeld, daarna toch afgevallen. Volgens hem vanwege zijn uitgesproken standpunten over de genocide in Palestina. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei weigert te reageren, maar ik geloof hem, want er is al een tijdje een tendens om de herdenking los te koppelen van het heden. Vrijheid is blijkbaar prachtig, zolang je er niet al te concreet gebruik van maakt. Die afwijzing ondergraaft het hele idee van 4 en 5 mei. Als het vieren van vrijheid niet kan verdragen dat iemand die vrijheid gebruikt om actueel onrecht te benoemen, blijft er weinig meer over dan een ritueel zonder betekenis.
In theorie herdenken we op 4 mei de slachtoffers van oorlog en onderdrukking. Op 5 mei vieren we de bevrijding. De onderliggende boodschap luidt steevast dat vrijheid meer is dan een vlag, een festival en een obligate verwijzing naar “dit nooit weer”. Juist daarom is dit zo wrang. Het probleem is niet alleen de beslissing zelf, maar wat die beslissing blootlegt: dat de lessen die op 4 mei worden uitgesproken op 5 mei alweer zijn vergeten. Of misschien eigenlijk nooit zijn geleerd. Vrijheid zou ook moeten betekenen dat mensen kunnen spreken over onrecht, juist wanneer dat politiek gevoelig ligt. Maar dan blijkt ineens dat een artiest met een uitgesproken mening over de genocide in Gaza toch net iets te ingewikkeld wordt.
