Joost

2.736 Artikelen
2.828 Waanlinks
25.428 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Vernielingen

De genocidale ‘Vredesraad’

De ‘Vredesraad’ gaat doorpakken. Vijf miljard dollar voor de wederopbouw van Gaza. Het bedrag klinkt indrukwekkend, maar de geschatte schade ligt volgens de VN rond de 70 miljard, een druppel op een gloeiende plaat.

Wederopbouw als ritueel
Wederopbouw in Gaza is een terugkerend ritueel, alleen was de schaal van vernietiging dit keer anders. Er wordt gebombardeerd, verwoest, ontheemd. Daarna volgt een donorconferentie, beloftes, miljarden. Er wordt gebouwd, maar als het (bijna) af is begint de cyclus opnieuw en bombardeert Israël het plat. En de internationale gemeenschap roept foei, doet een plas en verder blijft alles zoals het was. En organiseert een nieuwe donorconferentie.

Ook nu zal er niets veranderen. Wie serieus gelooft in duurzame wederopbouw, moet ook de politieke condities veranderen die die verwoesting mogelijk maken. Zonder opheffing van blokkades, zonder bewegingsvrijheid, zonder soevereine zeggenschap over grenzen, luchtruim en zee, blijft wederopbouw een tijdelijke lapmiddel. Je kunt een stad ‘herbouwen’, terwijl de voorwaarden voor de volgende vernietiging intact blijven.

Vastgoedfantasieën op puin
Alsof het geheel nog cynischer moest worden, circuleren inmiddels plannen om Gaza te herontwikkelen als grootschalig vastgoedproject. Ideeën over luxe kuststroken, investeringszones en een hertekende skyline worden gepresenteerd als pragmatische toekomstvisie. In die logica verandert verwoesting in een kans, onteigening in herbestemming. De oorspronkelijke bewoners verdwijnen uit het beeld, gereduceerd tot demografische variabele. Ze mogen in ieder geval niet meepraten over hun eigen toekomst.

Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Het Interbellum, maar dan met wifi

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen?

Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt.

De luxe van achteraf
Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn.

Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen.

Foto: Sita Magnuson (cc)

‘Hila voorbij de Taliban’ en de reflex van het wissen

Een paar weken geleden haalde de AVROTROS de Afghanistan-documentaire Hila voorbij de Taliban offline nadat een van de vrouwen die erin voorkomt door de Taliban werd opgepakt. Uit “zorg voor de veiligheid” van de deelnemers. Het klinkt empathisch. Het oogt verantwoordelijk. Het is in werkelijkheid vooral een vorm van institutionele zelfbescherming.

De vrouwen die aan deze documentaire meededen, deden dat namelijk niet in een vacuüm. Niemand die in Afghanistan publiekelijk spreekt over vrouwenrechten, onderwijs of autonomie, doet dat in de veronderstelling dat de Taliban dat sportief zullen opnemen. Dit waren geen onwetende figuranten in een Westers mediaproject. Dit waren mensen die wisten wat zichtbaarheid betekent onder een theocratisch wraakregime. Hun deelname was een bewuste daad van verzet. Politiek. Riskant. Moedig.

Op het moment dat de Taliban iemand oppakt vanwege zo’n documentaire is de schade al aangericht. De herkenning is er al. Het offline halen van het materiaal verandert daar niets meer aan. Het maakt niemand vrij. Het maakt niemand veiliger. Het wist alleen het spoor dat naar de daad leidde, en ondertussen is overal al gedocumenteerd wie wat waar heeft gedaan en gezegd.

Wat resteert, is een symbolisch gebaar dat vooral de omroep zelf moet geruststellen: kijk, wij hebben iets gedaan.

Foto: Dunk 🐝 (cc)

Clintel en de kunst van twijfel

Sargasso en de klimaatcriminele Stichting Clintel kennen elkaar al jaren. Oude vrienden, zou je bijna zeggen. In de zin waarin je ook een mug en een klamboe oude vrienden kunt noemen. We troffen elkaar regelmatig en hebben een, eh, wat gecompliceerde geschiedenis. Maar de afgelopen jaren was de liefde wat bekoeld. Tot nu, want Clintel heeft een overwinning te vieren, een moment van triomf die tegenwoordig een zeldzaamheid is bij de klimaatontkenners.

Het KNMI paste namelijk, op aandringen van de stichting, een historische meetreeks iets aan. Enkele oude hittegolven kwamen daardoor terug in de statistieken. Voor Stichting Clintel voelde dat als een overwinning. Jarenlange kritiek leek plots bevestigd. De vlag kon uit. De socials in de feeststand. De champagne ontkurkt. Want zie je wel: ze hadden gelijk. Op één punt, in een dataset. En voor de rest natuurlijk nog steeds niet.

De correctie waar het om gaat is technisch. Het gaat om homogenisatie van meetgegevens in De Bilt. Oude metingen worden gecorrigeerd om veranderingen in meetopstelling, omgeving en instrumenten te compenseren. Dat proces levert soms bijstellingen op. In dit geval bleek een eerdere correctie te grof. Zeven hittegolven uit de eerste helft van de twintigste eeuw werden opnieuw erkend. Dat is alles. Geen revolutie. Geen herziening van het klimaatbeeld. Geen breuk met decennia onderzoek. Geen reden voor overwinningsparades.

Foto: Tim Reckmann (cc)

Oekraïne: Make America Irrelevant Again

Donald Trump beloofde ooit dat hij de oorlog in Oekraïne in 24 uur zou beëindigen. Het was geen plan, geen strategie en zelfs geen mislukte poging tot diplomatie, maar vooral een campagnestunt. Een slogan met wereldpolitieke pretenties. Inmiddels is duidelijk wat die belofte waard was: niets. Wat we van Trump gewend zijn.

Sindsdien speelt zich voor Oekraïne steeds hetzelfde toneelstuk af. Trump belt ergens heen, roept dat het “fantastisch” ging, verklaart dat Poetin hem respecteert, en presenteert dat als historisch diplomatiek succes. Ondertussen mompelt Poetin iets half instemmends en blijven Russische raketten Oekraïense steden en energiecentrales raken. De werkelijkheid stoort zich niet aan Trumps zelfverzonnen overwinningsverhalen. En per raket wordt de status van Amerika als wereldmacht ondermijnd.

Poetin gebruikt dit soort onderhandelingen al jaren als pauzeknop: even praten, hergroeperen, herladen, en daarna weer toeslaan. Trump lijkt dat patroon niet te zien, of wil het niet zien. Hij gedraagt zich als iemand die denkt dat een autoritaire leider gevoelig is voor complimenten en borstklopperij, net als hijzelf. Alsof geopolitiek een aflevering van The Apprentice is, waarin je met genoeg zelfvertrouwen vanzelf wint.

Als het niet om mensenlevens zou gaan zou je zijn optreden bijna komisch noemen. Elke nieuwe Russische aanval is een publieke correctie op Trumps grootspraak. Iedere gebombardeerde elektriciteitscentrale zegt: hier stond weer iemand voor lul met zijn ‘deal’.

Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Foto: gokhan polat on Unsplash

Yay! Het nieuwe kabinet gaat ‘aan de slag’!

Je hebt kabinetsmotto’s en kabinetsmotto’s. Van de weidse ambitie van “Samen werken, samen leven” tot de technocratische mildheid van “Bruggen slaan”, de taal van kabinetten probeerde altijd iets groots te suggereren. Besturen als morele missie. Politiek als verheven project.

En toen kwam: “Aan de slag”. Yay.

Geen belofte. Geen toekomstvisie. Geen samen. Geen vertrouwen. Geen verantwoordelijkheid. Alleen dit. Een zin die ook op een bouwbord langs de A7 had kunnen staan. Of op een vergeeld A4’tje in een buurtcentrum. Of op een koffiemok van een middelmatig consultancybureau.

“Aan de slag”. Alsof Nederland een half afgemonteerde Billy-kast is en iemand eindelijk heeft besloten de inbussleutel te pakken. Met frisse tegenzin uiteraard.

Managementtaal op zijn kaalst
Eerdere kabinetten probeerden het nog. “Samen werken, samen leven” wilde harmonie uitstralen. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” probeerde ideologie te verkopen als morele noodzaak. “Vertrouwen in de toekomst” was waarschijnlijk een collectief verzoek om vooral niet te kritisch te kijken naar wat er in het nu misging. “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” was bestuurlijke multitasking in één zin.

Allemaal vaag. Allemaal leeg. Allemaal marketing. Natuurlijk. Maar ze deden tenminste nog alsof er een idee achter zat.

“Aan de slag” doet dat niet eens meer. Dit is managementtaal in zijn meest uitgeklede vorm. Geen verhaal, geen kader, geen richting. Alleen activiteit. Beweging. Drukte. Iets doen. Maakt niet uit wat.

De formatie: titel kabinet gezocht!

Rob Jetten, de komende premier namens D66, erkent dat de formatie van het nieuwe kabinet met VVD en CDA (nog) niet rond is, vooral omdat de financiële knopen nog niet zijn doorgehakt. Maar de titel van het kabinets- en regeerakkoord staat al wel vast zei Jetten, zonder die titel te onthullen.

Voor de lezers van Sargasso een uitnodiging: denk mee over wat die titel zou kunnen zijn. Wat vangt zo’n toekomstig minderheidskabinet eigenlijk? Hoe vat je, in een paar woorden, de politieke smurrie samen waar Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zich door worstelen? Suggesties zijn welkom, meerdere per persoon, prijs: eeuwige roem (of iets wat erop lijkt).

Foto: Greenland in the late 19th-early 20th century. View over the Tasiusaq-bay. The photographer in the foreground. Photo: Th. N. Krabbe 1889-1909.

Groenland als excuus, Oekraïne als wisselgeld

Donald Trump voert twee lijnen die elkaar inhoudelijk uitsluiten, al worden ze door zijn aanhang gepresenteerd als één samenhangende visie. Aan de ene kant klinkt de claim dat de Verenigde Staten Groenland zouden moeten “veiligstellen”, desnoods via militaire annexatie, omdat het eiland strategisch cruciaal zou zijn in een wereld waarin Rusland agressiever opereert en het Noordpoolgebied militariseert. Groenland als buffer, als vooruitgeschoven radarpost, als onmisbare schakel in de verdediging van de VS. Veiligheid, dreiging, realpolitik.

Aan de andere kant staat zijn houding tegenover Oekraïne. Daar verdwijnt diezelfde veiligheidslogica plotseling als sneeuw voor de zon. Oekraïne mag volgens Trump best territorium inleveren, moet vooral stoppen met “zeuren” en vormt eerder een last dan een frontlinie om datzelfde Rusland waar de VS zo bang voor zegt te zijn te stoppen. Russische expansie wordt daar behandeld als een regionaal ongemak, iets waar de Verenigde Staten hun vingers liever van aftrekken. De boodschap is helder: solidariteit eindigt waar het politiek onhandig wordt.

Die twee posities laten zich lastig combineren zonder flinke intellectuele gymnastiek. Wie werkelijk gelooft dat Russische machtsuitbreiding een existentiële dreiging vormt, kan Oekraïne onmogelijk reduceren tot een bijzaak die wél aan Rusland overgeleverd kan worden. Oekraïne ligt letterlijk aan de rand van Europa en functioneert als barrière tegen verdere Russische invloed. Groenland ligt strategisch interessant, zeker, al vormt het vooral een lange-termijnfactor in arctische machtsprojectie, die prima – misschien nog wel beter – kan worden verdedigd door alle landen die er omheen liggen, en ik noem maar wat, het bondgenootschap dat al zeggenschap heeft over het eiland. Wie veiligheid serieus neemt, begint daar waar de dreiging vandaag concreet is, niet bij hypothetische scenario’s over zeeroutes over twintig jaar.

Foto: mark6mauno (cc)

Wie houdt de VS in bedwang?

Met alle ontwikkelingen op het politieke wereldprobleem vraag je je onwillekeurig af wie de ‘nieuwe geallieerden’ zullen zijn die de VS in bedwang gaan houden als het allemaal echt fout gaat. Maar wie daar vandaag naar zoekt, vertrekt eigenlijk al vanuit een historisch beeld dat misleidend is. De geallieerden van de Tweede Wereldoorlog bestonden voor die oorlog ook al niet als vanzelfsprekend ‘moreel’ blok. Ze ontstonden pas toen neutraliteit onhoudbaar werd en de kosten van afzijdigheid hoger lagen dan die van handelen. Daarvoor waren het losse staten met overlappende belangen, geen hecht front. Dat gegeven maakt de vergelijking met nu ongemakkelijk actueel.

Maar in de jaren dertig waren er in elk geval staten die Duitsland op papier de baas konden. Groot-Brittannië en Frankrijk beschikten samen over legers, industrie en imperiale middelen die Duitsland hadden kunnen afremmen of vroegtijdig hadden kunnen verslaan, mits ze bereid waren die macht in te zetten. De Verenigde Staten stonden erbuiten, maar vormden een potentiële overmacht die iedereen kende. Het probleem lag niet in een gebrek aan capaciteit, maar in terughoudendheid, verdeeldheid en uitstel.

Dat onderscheidt die periode fundamenteel van het heden. Vandaag ontbreekt een vergelijkbare constellatie. Er is geen groep staten die, zelfs theoretisch, de Verenigde Staten kan corrigeren of indammen. Europa wordt vaak genoemd, en tegelijk is duidelijk waarom dat niet werkt. Militair blijft het afhankelijk. Politiek opereert het gefragmenteerd. Economisch weegt voorzichtigheid zwaar. Op papier bestaat er geen Europese macht die de VS aankan, zelfs niet collectief.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Vrede als eenmanszaak

Trumps Board of Peace is wat er gebeurt wanneer zelfoverschatting een kindje met zichzelf probeert te krijgen. Het handvest (hier te vinden) van de nieuwe organisatie leest niet als een vredesinitiatief, maar vooral als een handleiding voor persoonsverheerlijking. Vrede, zo lezen we, vraagt geen instituties, geen checks, geen tegenspraak. Vrede vraagt één man. En die man heet Donald J. Trump.

En hij heeft een rol, nou ja, één? Hij is voorzitter, scheidsrechter, poortwachter en eindstation tegelijk. Geen tijdelijk ambt dat hem overstijgt, geen functie die zonder hem bestaat, maar een positie die zo is ontworpen dat de organisatie wel om hem heen moet draaien. Zijn naam staat vastgeschroefd in de tekst alsof vrede persoonsgebonden is en zijn rol is overdraagbaar via aanwijzing. Internationale organisaties horen mensen te overleven. Deze organisatie heeft moeite met ademhalen zodra Trump zijn pen neerlegt. Dat is geen bestuur, dat is een eenmansshow met met een reglement dat applaus afdwingt.

De raad mag stemmen, vergaderen, praten. Maar daarna beslist Trump en daarvoor ook. De voorzitter keurt besluiten goed, interpreteert ze, herziet ze en ontbindt het hele circus wanneer hij daar zin in heeft. Opvolging regelt hij zelf. Dat heet in andere contexten absolute macht, hier heet het pragmatisme. Bureaucratie is slecht, dus vervangen we haar door willekeur. Een nieuw soort monarchie.

Video du Jour | ‘We bevinden ons midden in een breuk, niet in een overgang’

VIDEO - De premier van Canada, Mark Carney hield een interessante speech tijdens het World Economic Forum, waarin hij kritisch kijkt naar onze allianties en samenwerkingen uit het verleden en in het heden, en feitelijk oproept tot een nieuwe wereldorde, zonder de VS. Hij noemt Trump’s Amerika niet bij naam, maar het is duidelijk over wie hij het heeft. Hieronder de toespraak, en daaronder de integrale vertaling, minus wat borstklopperij over wat Canada allemaal doet. Wil je ook dat lezen? Hier is de hele speech te downloaden.

Volgende