Joost

2.726 Artikelen
2.827 Waanlinks
25.391 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.

Video du Jour | ‘We bevinden ons midden in een breuk, niet in een overgang’

VIDEO - De premier van Canada, Mark Carney hield een interessante speech tijdens het World Economic Forum, waarin hij kritisch kijkt naar onze allianties en samenwerkingen uit het verleden en in het heden, en feitelijk oproept tot een nieuwe wereldorde, zonder de VS. Hij noemt Trump’s Amerika niet bij naam, maar het is duidelijk over wie hij het heeft. Hieronder de toespraak, en daaronder de integrale vertaling, minus wat borstklopperij over wat Canada allemaal doet. Wil je ook dat lezen? Hier is de hele speech te downloaden.

Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Foto: "Mini parkeren" by ianus is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Hoe parkeerbeleid een inkomensfilter wordt

De discussie over betaald parkeren en vergunningen wordt meestal gevoerd in termen van leefbaarheid en schaarse openbare ruimte. Dat zijn verdedigbare uitgangspunten. In veel grote steden bestaat daarom een regeling die doorgaans POET heet: Parkeren Op Eigen Terrein. Die regeling is ingevoerd om misbruik van goedkope bewonersvergunningen tegen te gaan, bijvoorbeeld door commerciële voertuigen of door huishoudens die feitelijk al over een privéparkeerplek beschikken.

Wat op papier een redelijke parkeermaatregel lijkt, krijgt in de praktijk regelmatig het karakter van een inkomensfilter. Dat wordt zichtbaar in Kortenbos, een Haagse wijk waar parkeerbeleid steeds minder draait om ruimte en steeds meer om betaalbaarheid. Hier zie je wat er gebeurt wanneer beleidsdoelen worden doorvertaald zonder rekening te houden met de sociale realiteit. Kortenbos kent relatief veel sociale huur en bewoners met beperkte financiële marges.

De POET-regeling was nadrukkelijk niet bedoeld om mensen die sociaal huren hun auto af te nemen of om mobiliteit afhankelijk te maken van inkomen. Toch is dat precies wat hier dreigt te gebeuren. Sociale huurders die eerder voor minder dan honderd euro per jaar een parkeervergunning hadden, verliezen die vergunning onder POET. De reden is dat hun woning administratief gekoppeld is aan een nabijgelegen parkeergarage. Daarmee vallen zij buiten het regime van betaalbaar bewonersparkeren en worden zij geconfronteerd met commerciële tarieven. Die worden als ‘schappelijk’ gepresenteerd, terwijl zij in de praktijk oplopen tot ongeveer duizend euro per jaar, tien keer meer dan daarvoor.

Crisis in de PVV

Zeven van de 26 PVV-kamerleden stappen op en beginnen een eigen fractie. Ze zijn boos over de door Wilders zelf veroorzaakte uitsluitingen en willen meer democratie in de partij. Iets goeds? Of alleen maar een opmaat naar nog extremer rechts?

Foto: Matt Allworth (cc)

Goedkopere pillen voor Amerika! En Europa betaalt

Donald Trump heeft een plannetje om medicijnen in de VS goedkoper te maken, even eenvoudig als briljant: laat de EU meer betalen, dan kan die extra winst worden ingezet om Amerikaanse prijzen te drukken. Een soort Mexicaanse muur en deze keer lukt het wél om een ander de rekening te laten voldoen. Althans, dat is het idee, want wie in Europa vasthoudt aan prijsafspraken via zorgbeleid, kan – goh – sancties en importheffingen verwachten. Het bekende frame wordt weer afgestoft: Europa lift mee op Amerikaanse patiënten die de hoofdprijs betalen.

Die redenering rammelt natuurlijk aan alle kanten. Farmaceuten draaien ook in Europa stevige winsten. Lager dan in de VS, zeker. Onvoldoende om rendabel te blijven? Geen moment. Grote concerns rapporteren stabiele omzetten en gezonde marges. Reuters beschrijft zelfs hoe dezelfde bedrijven actief proberen Europese prijzen verder op te drijven, terwijl de winstgevendheid al ruimschoots op orde is.

Het werkelijke verschil zit elders. Europese landen behandelen medicijnen als publieke zorg en onderhandelen daarover. De VS laat prijsstelling grotendeels over aan de markt en accepteert structureel machtsmisbruik. Dat falende Amerikaanse zorgsysteem wordt zo naar Europa geëxporteerd, met de inmiddels bekende handelspolitiek als drukmiddel.

Voor Europese patiënten betekent dit plan vrijwel gegarandeerd hogere zorgkosten. Voor Amerikanen blijft het effect onzeker, want nergens worden de farmaceuten gedwongen winst in te leveren: What could go wrong. Groot-Brittannië ging al voor en betaalt inmiddels 25 procent meer voor medicijnen. Lagere prijzen blijven daar vooralsnog uit. Eén uitkomst staat wel vast: de farmaceutische industrie wint. Aan beide kanten van de oceaan.

Quote du Jour: Niet langer verplicht om aan vrede te denken

Gezien het feit dat uw land heeft besloten mij de Nobelprijs voor de Vrede niet toe te kennen voor het beëindigen van zeker acht oorlogen, voel ik me niet langer verplicht om puur aan vrede te denken.

Aldus Donald J. Trump, die blijkbaar niet in staat is een onafhankelijke organisatie die een prijs uitreikt en het land waar die organisatie zich bevindt uit elkaar te houden, en tegelijkertijd nauwelijks verholen een NATO-land en lid van de Europese Unie bedreigt met militair ingrijpen.

Foto: Marek Studzinski on Unsplash

Groenland lijkt verdomd veel op appeasement

Wat de Amerikaanse dreiging tot inname van Groenland zo ontwrichtend maakt, is niet alleen dat het machtspolitiek is, maar dat het machtspolitiek binnen de eigen orde betreft. Geen buitengrens waar het Westen vaker de regels oprekte, maar een binnengrens waar die regels juist verondersteld werden te gelden. En dat onderscheid is belangrijk. Groenland is formeel onderdeel van Denemarken en daarmee verankerd in dezelfde politieke en juridische gemeenschap als de rest van West-Europa. Een machtsgreep daar, zelfs al is die indirect, betekent dat ook binnen de kring van bondgenoten territoriale integriteit conditioneel wordt, en dat is funest. Een bondgenootschap werkt alleen zolang de spelers zichzelf onderling beperken.

Voor de Baltische staten is dat alles behalve een abstract debat. Estland, Letland en Litouwen hebben hun veiligheid expliciet geparkeerd bij artikel 5 van de NAVO. Die bepaling is niet slechts een juridische tekst, maar een geloofsartikel. Een aanval op één is een aanval op allen, juist omdat binnengrenzen niet ter discussie staan.

En precies daar schuurt het wanneer NAVO-leiders, onder wie secretaris-generaal Mark Rutte, verkennen of voorbereiden wat inmiddels wordt aangeduid als een “Groenlandse missie”. Officieel bedoeld om spanningen te dempen, stabiliteit te waarborgen en escalatie te voorkomen. In de praktijk oogt het als iets anders: een poging om een dreigende machtsgreep te managen door haar in te kapselen, te normaliseren en er institutioneel omheen te werken.

Foto: "Destroyed Drugs Vessel" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Narcostaat: van beschuldiging naar legitimatie

Het woord narcostaat klinkt alsof het een vastgestelde diagnose is. Een technisch oordeel, ergens tussen VN-resolutie en strafrechtelijk vonnis. Maar dat is het niet. Narcostaat is geen juridische categorie, geen internationaal erkend statuut en geen neutrale beschrijving. Het is een beschuldiging. En een beladen ook.

In de berichtgeving over Venezuela wordt dat onderscheid opvallend vaak weggepoetst. Het NOS-artikel over het Kamerdebat rond het Amerikaanse optreden neemt het begrip vrijwel probleemloos over. Venezuela is een narcostaat, en vanuit die veronderstelling wordt vervolgens besproken of begrip voor Amerikaans ingrijpen gepast is. De fundamentele vraag of die kwalificatie zelf overeind blijft, wordt nauwelijks gesteld.

Want juist over die term bestaat aanzienlijke discussie. Veel onafhankelijke onderzoekers, criminologen en Latijns-Amerika-deskundigen betwisten dat Venezuela voldoet aan wat doorgaans onder een narcostaat wordt verstaan. Niet omdat er geen corruptie of drugshandel zou zijn, maar omdat het bewijs voor structurele staatssturing van de internationale cocaïnehandel zwak, fragmentarisch en sterk gepolitiseerd is. De meeste drugs die Europa en de VS bereiken, lopen via landen die nooit dat etiket krijgen opgeplakt.

Die nuance verdwijnt zodra het woord eenmaal is uitgesproken. Narcostaat fungeert als morele snelkoppeling. Het suggereert totale morele ontwrichting, een staat die zichzelf heeft opgegeven, en dus ook het recht heeft verspeeld op normale behandeling. Soevereiniteit wordt daarmee voorwaardelijk gemaakt: geldig zolang Washington het ermee eens is.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Foto: Milad Fakurian on Unsplash

Wanneer wordt ‘het is AI’ zeggen voldoende?

De dood van Renee Good, 37 jaar, door kogels van een ICE-agent is op zichzelf al een schokkende tragedie. Een vrouw doodgeschoten door gemaskerde ‘handhavers’ van de staat, vastgelegd door omstanders, verspreid via nieuwsmedia en sociale netwerken. Er is geweld, er zijn beelden, er is publieke woede, en er is een officiële lezing die meer dan schuurt met wat zichtbaar is. Tegelijk, het is iets waar we de afgelopen jaren bijna gewend aan zijn geraakt. Maar de tijden veranderen: het geweld niet, maar de vraag hoe lang beelden nog tellen wordt steeds meer relevant.

Want we bewegen ons richting een moment waarop de reactie van Donald Trump niet langer hoeft te zijn dat beelden uit context zijn gehaald, of dat journalisten liegen, of dat demonstranten opruiers zijn. De volgende stap is tegelijk eenvoudiger én radicaler: hij zal gaan roepen dat de beelden niet echt zijn. Dat het AI is, of erger nog, dat er alternatieve beelden worden gefabriceerd die beter passen bij het gewenste verhaal.

Tot nu toe functioneerden beelden als laatste anker van de werkelijkheid. Je kon discussiëren over intentie, framing en context, maar wat er te zien was, stond min of meer vast. Dat anker begint los te raken, omdat de mogelijkheid om ze te ontkennen steeds geloofwaardiger wordt gemaakt. AI biedt niet alleen de techniek om te vervalsen, maar ook het excuus om alles wat ongemakkelijk is als vervalsing weg te zetten.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Foto: Jorge Salvador on Unsplash

Trump dreigt, macht beslist

Maak je de wereld veiliger door leiders van onwelvallige landen uit te schakelen? Nope. Kijk alleen maar naar het intens stabiele Irak nadat Saddam Hoessein werd afgezet. Alsof geopolitiek een Jenga-toren is waarin je simpelweg het verkeerde blokje verwijdert en de rest vanzelf blijft staan. In werkelijkheid wordt een ander signaal afgegeven. Niet dat recht zegeviert, maar dat macht loont, mits ze op het juiste moment beschikbaar is voor de juiste belangen. Dat maakt de wereld niet veiliger, maar voorspelbaarder voor wie aan de knoppen zit en gevaarlijker voor iedereen daarbuiten.

Laten we één mogelijk misverstand alvast opruimen. Nicolás Maduro is een lul. Hij heeft Venezuela verder de afgrond in bestuurd, verkiezingen gemanipuleerd, oppositie monddood gemaakt, media onder druk gezet en staatsmiddelen ingezet om een kleine kliek aan de macht te houden terwijl de bevolking verarmde. Zijn regime is corrupt, repressief en moreel bankroet. Dat Venezuela ondertussen beschikt over ’s werelds grootste bewezen oliereserves, en dat die reserves structureel slecht worden beheerd en geplunderd, is geen verzachtende omstandigheid maar onderdeel van het probleem. Maduro’s falen is echt, autonoom en niet het product van buitenlandse vijandigheid.

Juist daarom is het zo problematisch wat er nu gebeurt. De dreigementen van Trump richting de Venezolaanse vicepresident, na het ontvoeren van Maduro naar New York, zijn geen uiting van rechtsstatelijkheid maar van pure machtspolitiek. Ze passen naadloos in een lange traditie waarin instabiliteit in olieproducerende landen wordt gezien als een beheersbaar risico, zolang de toegang tot deze grondstoffen maar onder controle blijft. De boodschap is eenvoudig: wie meewerkt, mag blijven zitten; wie dat niet doet, wordt verwijderd. Desnoods met geweld. Dat is geen afrekening met autoritarisme, maar een herverdeling van wie er aan het olieventiel mag draaien.

Volgende