Wéér een femicide. De media wijzen, mannen zwijgen
Na het nieuws over de dood van Lisa uit Abcoude had het alleen over mannengeweld tegen vrouwen moeten gaan. Maar nog voordat er iets bekend was over motieven of omstandigheden, stond er al in de stukken: de verdachte woonde in een azc. Alsof dat het doorslaggevende detail was. Alsof de verblijfstatus van een verdachte relevanter is dan de simpele, gruwelijke constatering dat er opnieuw een vrouw is vermoord. Door een man.
Die reflex van de media is geen neutraal verslag, maar een keuze. Het vergrootglas gaat niet op de moord, niet op de structurele patronen van geweld, maar op de verblijfplaats van de verdachte. Daarmee wordt het kader meteen gezet: dit gaat over migratie, dit gaat over asielzoekers. Het voorzetje wordt gretig opgepakt door Wilders en de rest van extreem-rechts. Gevolg is dat het publieke gesprek zich verlegt van femicide naar vreemdelingenbeleid, alsof vrouwenlevens slechts voetnoten zijn bij de vraag of azc’s wel of niet wenselijk zijn.
Want de suggestie dat femicide een importproduct is, dat we zonder azc’s geen vermoorde vrouwen zouden hebben, is een leugen. De statistieken laten keer op keer zien dat vrouwen gevaar lopen in elke omgeving: in villawijken, studentenhuizen, rijtjeswoningen. Bij bekenden. De rode draad is niet nationaliteit of verblijfsstatus, maar een mannelijke dader en vrouwelijk slachtofferschap.