Joost

2.768 Artikelen
2.834 Waanlinks
25.524 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: "Bevrijding van Sint-Michielsgestel" by Brabant Bekijken is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De parodie die 5 mei dreigt te worden

Sef wordt geen Ambassadeur van de Vrijheid. Eerst wel in beeld, daarna toch afgevallen. Volgens hem vanwege zijn uitgesproken standpunten over de genocide in Palestina. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei weigert te reageren, maar ik geloof hem, want er is al een tijdje een tendens om de herdenking los te koppelen van het heden. Vrijheid is blijkbaar prachtig, zolang je er niet al te concreet gebruik van maakt. Die afwijzing ondergraaft het hele idee van 4 en 5 mei. Als het vieren van vrijheid niet kan verdragen dat iemand die vrijheid gebruikt om actueel onrecht te benoemen, blijft er weinig meer over dan een ritueel zonder betekenis.

In theorie herdenken we op 4 mei de slachtoffers van oorlog en onderdrukking. Op 5 mei vieren we de bevrijding. De onderliggende boodschap luidt steevast dat vrijheid meer is dan een vlag, een festival en een obligate verwijzing naar “dit nooit weer”. Juist daarom is dit zo wrang. Het probleem is niet alleen de beslissing zelf, maar wat die beslissing blootlegt: dat de lessen die op 4 mei worden uitgesproken op 5 mei alweer zijn vergeten. Of misschien eigenlijk nooit zijn geleerd. Vrijheid zou ook moeten betekenen dat mensen kunnen spreken over onrecht, juist wanneer dat politiek gevoelig ligt. Maar dan blijkt ineens dat een artiest met een uitgesproken mening over de genocide in Gaza toch net iets te ingewikkeld wordt.

Trans en sport: de uitsluiting en de wetenschap die er niet is

Het Internationaal Olympisch Comité heeft besloten dat vanaf de Olympische Spelen van 2028 alleen “biologische vrouwen” nog welkom zijn in de vrouwencategorie, vastgesteld via een genetische test. Trans vrouwen worden uitgesloten. De maatregel ruikt naar het tevreden houden van de organisator van de volgende spelen, de VS, want de grootste druk en ‘verontwaardiging’ komt daarvandaan.

Maar de officiële rechtvaardiging klinkt bekend: eerlijkheid, gelijke kansen, bescherming van de vrouwensport. Alleen, er bestaat geen robuuste wetenschappelijke consensus dat trans vrouwen structureel een doorslaggevend voordeel hebben in alle of zelfs maar de meeste sporten. Sportprestaties zijn het product van een complex samenspel van training, genetische aanleg, toegang tot faciliteiten, coaching en voeding. Het idee dat één factor, een chromosoom of een verleden, dat geheel domineert, is een simplificatie die vooral politiek bruikbaar is.

Sterker nog, voor veel trans vrouwen geldt dat een medische transitie sportief gezien eerder een nadeel oplevert dan een voordeel. Hormonale therapie verlaagt spiermassa, kracht en uithoudingsvermogen, terwijl botmassa behouden blijft. Wat overblijft is zelden een superieure atleet, eerder iemand die zich opnieuw moet aanpassen aan een lichaam dat minder presteert dan voorheen.

En zelfs de voorgestelde genetische afbakening houdt geen stand. Een XY-chromosoom maakt iemand niet automatisch “man”. Intersekse variaties bestaan en zijn onderdeel van normale menselijke diversiteit. Dat zijn geen uitzonderingen die je weg kunt modelleren; dat is biologie die zich niet laat reduceren tot een binaire aan of uit.

Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Ons geluk en de blinde vlek

(Bewerk) In het verlengde van de ongemakkelijke conclusie rond Israël en het World Happiness Report, dringt zich een tweede vraag op. Minder comfortabel, omdat die dichter bij huis komt. Het blijft ook voor ons namelijk verleidelijk om naar internationale ranglijsten te kijken en onszelf een schouderklopje te geven: Nederland hoog in het World Happiness Report, opnieuw.

Alleen komt dat comfort nergens uit het niets.

Welvaart heeft een geschiedenis, en die geschiedenis is zelden neutraal. De Nederlandse positie in de wereld is mede gevormd door eeuwen van handel die zelden gelijkwaardig was, door koloniale extractie waarbij grondstoffen en arbeid elders werden onttrokken en hier werden verzilverd. Dat verleden is geen afgesloten hoofdstuk, maar werkt door in hedendaagse verhoudingen.

Ook in het heden is geluk geen gesloten systeem. De mondiale economie waar Nederland in opereert, is gebaseerd op ketens waarin kosten structureel worden verschoven. Productie vindt plaats waar arbeid goedkoper is, waar milieuregels minder streng zijn, waar de prijs van grondstoffen lager kan worden gehouden. Het resultaat is een vorm van welvaart die lokaal zichtbaar is, en elders wordt gedragen.

Dat maakt de vraag naar geluk minder onschuldig dan ze lijkt. Want als geluk wordt gemeten binnen nationale grenzen, verdwijnen de externe effecten uit beeld. De uitstoot, de uitputting, de arbeidsomstandigheden elders die onze welvaart en daarmee geluk dragen: ze tellen niet mee in de tevredenheidsscore van de consument die profiteert.

Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Israël en ‘geluk’

Het World Happiness Report presenteert zich elk jaar als een soort morele thermometer van de wereld. Landen worden gerangschikt op basis van hoe gelukkig hun inwoners zich voelen. Nederland scoort hoog, we staan op de zevende plek. Geen verrassing. Functionerende instituties, relatief weinig onzekerheid, een verzorgingsstaat die nog soort van overeind staat.

En dan Israël, op plek 8. Ook hoog. Ook structureel.

Daar wringt het. En niet een beetje ook. Want het rapport doet alsof het hier om een neutrale vergelijking gaat, terwijl het een politieke keuze maakt die het zelf nergens benoemt: Israël blijft gewoon meedoen. Alsof er geen context is. Alsof er geen structureel systeem van ongelijkheid bestaat. Alsof dat er simpelweg niet toe doet.

Het Israël dat in deze lijst figureert, is geen neutraal afgebakende samenleving. Het is een staat die controle uitoefent over miljoenen mensen zonder gelijke rechten. Een systeem waarin rechten, bewegingsvrijheid en toegang tot middelen systematisch langs etnische lijnen worden verdeeld. Human Rights Watch en Amnesty International noemen dat expliciet: apartheid. De Israëlische geograaf Oren Yiftachel noemt het een etnocratie: een staat waar een bepaalde groep mensen van de bevolking, langs etnische lijnen, systematisch meer rechten heeft dan de anderen. Het staat zelfs zwart op wit in de grondwet.

Foto: "nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De mythe van ‘minder polarisatie’

(Bewerk) De oproep tot “minder polarisatie” klinkt redelijk, bijna vanzelfsprekend. Wie kan er immers tegen zijn dat mensen elkaar weer wat beter begrijpen en in verbinding blijven. Echter, ze wordt opvallend vaak neergelegd bij links, alsof juist daar de bron van het probleem ligt.

Het idee van polarisatie veronderstelt symmetrie. Twee uitersten die verder uit elkaar drijven en een midden dat wordt uitgehold. In die lezing dragen beide kanten gelijke verantwoordelijkheid voor de verscherping van het debat. Die symmetrie is analytisch aantrekkelijk, maar ze schuurt met de werkelijkheid. Extreemrechts ontleent zijn politieke kracht namelijk juist aan conflict. Het denken in scherpe tegenstellingen, het construeren van een vijandbeeld, het benadrukken van culturele en etnische grenzen: het vormt de kern.

Tegen die achtergrond krijgt de oproep tot depolarisatie een merkwaardige lading. Ze richt zich vaak op progressieve stemmen die ongelijkheid, racisme of klimaatbeleid agenderen, en minder op de politieke stromingen die hun legitimiteit juist uit die tegenstellingen halen. De impliciete boodschap luidt dan dat het benoemen van structurele problemen al snel als “polariserend” geldt, terwijl het institutionaliseren van uitsluiting als een harde, maar begrijpelijke politieke positie wordt gepresenteerd.

Daar komt een tweede asymmetrie bij. Uitspraken of acties van een kleine, radicale minderheid aan de linkerkant worden door rechts routinematig uitvergroot en vervolgens als representatief gepresenteerd. Denk aan zogenaamde ‘woke’ en feministische excessen en acties van XR die geheel links worden aangewreven. Het frame schuift door: wat feitelijk vrij marginaal is, wordt behandeld als de norm en daarna als verwijt teruggelegd bij links als geheel. Aan de rechterkant lijkt een vergelijkbare dynamiek veel minder door te werken. Extreemrechtse posities lopen vaker naadloos over in wat als “gewoon” rechts wordt gepresenteerd, zonder dat die nabijheid dezelfde electorale of morele schade oplevert. Extreem rechtse demonstraties worden niet in dezelfde mate geïdentificeerd met rechts als geheel. De grens vervaagt, maar de consequenties blijven uit.

Chuck Norris overleden. Hoe dan

Het is nu officieel: Chuck Norris is overleden. Op 86-jarige leeftijd. Volgens zijn familie “in vrede”, wat op zich al verdacht is, want vrede was normaal gesproken iets dat zich pas aandiende nadat Chuck Norris een kamer had verlaten.

Er is dan ook enige verwarring over de feiten. Want laten we eerlijk zijn: Chuck Norris gaat niet dood. De dood gaat Chuck Norris. En verliest. Dit voelt meer als een administratieve correctie in de realiteit. Een soort bugfix in het universum, waarbij iemand per ongeluk “sterfelijk” heeft aangevinkt in zijn profiel.

Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Het Grote Sargasso Verkiezingscafé

Ergens tussen de stembureaus, de lokale partijprogramma’s en de kandidaten die plots overal op lantaarnpalen verschijnen, staat vandaag ons popup politieke café, een plek waar iedereen die de gemeenteraadsverkiezingen volgt even kan aanschuiven. Een houten vloer die plakt, een toog met krassen van jarenlange discussies, en een barvrouw die al lang geleden is gestopt met neutraal blijven, en een tyfushekel heeft aan de PVV, FvD, BBB, JA21 en elke lokale kloon daarvan.

Foto: Jeremy Bishop on Unsplash

De top van je eigen piramide

Er bestaat een hardnekkig misverstand over macht. Dat die zich concentreert in een kleine, overzichtelijke top, waar een handvol mensen het geheel overziet en bestuurt. In werkelijkheid lijkt macht eerder op een verzameling piramides, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. Iedereen zit ergens in zo’n constructie. En vrijwel iedereen ervaart zichzelf als de top van zijn eigen deelpiramide.

Dat geldt niet alleen voor organisaties, maar voor de samenleving als geheel. De huiseigenaar die neerkijkt op de huurder. De vaste werknemer die zich onderscheidt van de flexkracht. De burger die zich afzet tegen de bijstandsgerechtigde of de nieuwkomer. Het zicht naar beneden is scherp. Je ziet wie er volgens jou minder bezit, minder status heeft, minder zekerheid geniet. Het zicht naar boven is diffuus. Multinationals, investeringsfondsen, geopolitieke blokken, financiële markten. Abstracties waar je weinig directe invloed op ervaart.

Die asymmetrie vormt het fundament van maatschappelijke nervositeit. Naar beneden zie je concrete mensen die mogelijk aanspraak maken op wat jij hebt. Naar boven zie je structuren die als natuurwetten worden gepresenteerd. Zo ontstaat een permanente valangst. De angst om af te glijden op de sociale ladder.

Wantrouwen als maatschappelijk smeermiddel
Wie bang is om te dalen, ontwikkelt reflexen. Afbakenen. Uitsluiten. Strenger willen zijn voor wie onder je staat in de veronderstelde hiërarchie. Politieke voorkeuren verschuiven mee. Wie zich bedreigd voelt in zijn relatieve positie, zoekt bescherming in beleid dat de onderlaag disciplineert.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

In Iran helpt elke bom het regime

Wanneer buitenlandse aanvallen op Iran plaatsvinden, duikt in westerese media vaak dezelfde verwachting op: dat militaire druk het regime zal verzwakken en de oppositie ruimte zal geven. In werkelijkheid gebeurt meestal het omgekeerde. Buitenlandse bombardementen verschuiven het politieke kader in Iran onmiddellijk. Protest verandert van binnenlandse kritiek in vermeende samenwerking met een vijand.

Het Iraanse regime gebruikt dat mechanisme al jaren. Demonstranten worden geregeld beschreven als instrumenten van buitenlandse machten. Zodra er daadwerkelijk een militaire aanval plaatsvindt, krijgt dat frame enorme kracht. Elke demonstratie kan en wordt dan neergezet als steun aan een agressor. Repressie krijgt zo een nieuwe rechtvaardiging. Veiligheidsdiensten krijgen daarmee een vrijwel onbeperkte ruimte om protest hard neer te slaan.

Van protest naar verraad
Voor demonstranten verandert de situatie fundamenteel. Wat eerst een politieke demonstratie was, wordt nu gepresenteerd als hulp aan een vijandige staat. Arrestaties worden dan verdedigd als nationale veiligheid. Schoten op demonstranten als noodzakelijke verdediging van het land. Verschilt dat van hoe de protesten hiervoor werden neergeslagen? Niet per se, maar een groot deel van het land accepteert deze uitleg wél.

De Iraanse oppositie is zich van dit risico al lang bewust. Activisten benadrukken regelmatig dat buitenlandse interventie hun positie verzwakt. Veel protestbewegingen proberen juist te voorkomen dat ze worden gezien als instrument van buitenlandse belangen. De geschiedenis van buitenlandse inmenging in Iran, maakt dat stigma politiek explosief.

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Volgende