De genocidale ‘Vredesraad’
De ‘Vredesraad’ gaat doorpakken. Vijf miljard dollar voor de wederopbouw van Gaza. Het bedrag klinkt indrukwekkend, maar de geschatte schade ligt volgens de VN rond de 70 miljard, een druppel op een gloeiende plaat.
Wederopbouw als ritueel
Wederopbouw in Gaza is een terugkerend ritueel, alleen was de schaal van vernietiging dit keer anders. Er wordt gebombardeerd, verwoest, ontheemd. Daarna volgt een donorconferentie, beloftes, miljarden. Er wordt gebouwd, maar als het (bijna) af is begint de cyclus opnieuw en bombardeert Israël het plat. En de internationale gemeenschap roept foei, doet een plas en verder blijft alles zoals het was. En organiseert een nieuwe donorconferentie.
Ook nu zal er niets veranderen. Wie serieus gelooft in duurzame wederopbouw, moet ook de politieke condities veranderen die die verwoesting mogelijk maken. Zonder opheffing van blokkades, zonder bewegingsvrijheid, zonder soevereine zeggenschap over grenzen, luchtruim en zee, blijft wederopbouw een tijdelijke lapmiddel. Je kunt een stad ‘herbouwen’, terwijl de voorwaarden voor de volgende vernietiging intact blijven.
Vastgoedfantasieën op puin
Alsof het geheel nog cynischer moest worden, circuleren inmiddels plannen om Gaza te herontwikkelen als grootschalig vastgoedproject. Ideeën over luxe kuststroken, investeringszones en een hertekende skyline worden gepresenteerd als pragmatische toekomstvisie. In die logica verandert verwoesting in een kans, onteigening in herbestemming. De oorspronkelijke bewoners verdwijnen uit het beeld, gereduceerd tot demografische variabele. Ze mogen in ieder geval niet meepraten over hun eigen toekomst.