Joost

2.810 Artikelen
2.840 Waanlinks
25.636 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Wendy (cc)

Toenemend racisme: gelijkwaardigheid als staatsgreep

De standaard lezing van het toenemende aantal stemmen op radicaal- en extreemrechts is dat het zou gaan om angst voor achterstand, om buurten die onder druk staan, om mensen die hun land zien veranderen. Dat het dus geen ‘echt’ racisme is. Daar is natuurlijk een hoop op af te dingen, en die lezing mist iets wezenlijks. Racisme laait namelijk niet alleen op wanneer minderheden worden gezien als last, maar ook wanneer zij zichtbaarder, succesvoller en invloedrijker worden.

Dat is geen vreemde gedachte. In onderzoek naar intergroup threat en status threat komt steeds dezelfde dynamiek terug: vooroordelen nemen toe wanneer een dominante groep een andere groep ervaart als bedreiging voor macht, status, identiteit of de vertrouwde orde. Het gaat dus niet alleen om banen of woningen, maar ook om de vraag wie zichtbaar is, wie spreekt, wie beoordeelt en wie bepaalt.

Zolang migranten en hun kinderen passen in het oude schema, is er weinig aan de hand. Ze mogen schoonmaken, koken, bezorgen, bouwen, zorgen en dankbaar zijn. De spanning ontstaat zodra ze succesvoller worden en de ruimte innemen die vroeger vanzelfsprekend aan anderen werd toegekend.

Dat zie je overal. Mensen van kleur en kinderen van immigranten zijn steeds vaker niet meer het onderwerp waarover wordt gesproken, maar degenen die spreken, presenteren, besturen en duiden. Ze zitten aan talkshowtafels, in gemeenteraden, op redacties, in rechtbanken, universiteiten, raden van bestuur en politieke panels. Ze zijn geen lijdend voorwerp meer in het nationale verhaal, maar mede-auteurs ervan. Voor wie gewend was dat “de ander” hoogstens figureerde in reportages over achterstand, integratie of overlast, is dat een forse statuscorrectie.

Foto: Claudio Schwarz on Unsplash

De spagaat van links: als zelfs tegenspreken niet helpt

Een van de meest frustrerende inzichten uit het onderzoek naar desinformatie, framing en radicalisering is dat er geen eenvoudige tegenstrategie bestaat. Ideeën verdwijnen namelijk niet vanzelf doordat ze worden weerlegd. Sterker nog, het voortdurend herhalen van een frame, zelfs om het tegen te spreken, kan bijdragen aan de zichtbaarheid en bekendheid ervan. Juist daarom verschuift een deel van het onderzoek de aandacht van achteraf corrigeren naar het vooraf weerbaar maken van mensen tegen misleidende boodschappen.

Neem het voortdurend reageren op extreemrechtse standpunten. Intuïtief voelt dat logisch. Als een politicus beweert dat migranten verantwoordelijk zijn voor woningnood, criminaliteit of maatschappelijke achteruitgang, dan wil je dat weerspreken. Je wilt feiten tegenover fictie zetten. Je wilt duidelijk maken dat racisme racisme is.

Alleen zit daar een probleem. Door een standpunt voortdurend te herhalen, zelfs om het te ontkrachten, help je het onderwerp centraal te stellen in het publieke debat. Onderzoek naar normalisering laat zien dat aandacht op zichzelf al kan bijdragen aan het verschuiven van grenzen van wat als acceptabel wordt gezien. Hoe vaker een idee terugkomt, hoe minder uitzonderlijk het voelt.

Dat brengt links in een vrijwel onmogelijke positie.

Zwijgen is geen optie. Niet omdat stilte extreemrechtse ideeën laat verdwijnen, maar omdat anderen gewoon doorgaan met het verspreiden ervan. Als linkse partijen besluiten een frame te negeren, houdt rechts zelden dezelfde discipline aan. Het resultaat is dan geen debat zonder extreemrechtse standpunten, maar een debat waarin die standpunten vrijwel ongehinderd rondzingen. Tegelijk verwacht de eigen linkse achterban dat aanvallen op minderheden, democratische instituties of fundamentele rechten worden weersproken. Wie zwijgt, laat het speelveld aan de tegenstander én vervreemdt de mensen die juist op een weerwoord rekenen. Dat maakt de spagaat compleet: reageren helpt de normalisering, zwijgen versnelt haar mogelijk nog verder.

Dierenwelzijn: de rotte appels krijgen na 13 jaar inflatiecorrectie

De verhoging van boetes voor bedrijven die dieren mishandelen wordt gebracht als harder optreden tegen “rotte appels”. Alleen vertelt het verhaal daarachter eigenlijk meer: de boetes zijn sinds 2013 niet verhoogd en worden nu met 40 procent aangepast, volgens de overheid zelf op basis van de inflatie.

Dat is een nogal schrale definitie van daadkracht. Wie dierenwelzijn serieus neemt, laat sancties niet dertien jaar langzaam verdampen terwijl bedrijven intussen gewoon door kunnen rekenen. Dan is deze verhoging geen principiële aanscherping, maar achterstallig onderhoud aan een boetestelsel dat kennelijk jarenlang weinig politieke urgentie had.

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Iran: van sancties naar servicepakket

Voor de oorlog was de status quo helder. Iran zat onder sancties, had beperkte toegang tot internationale markten en werd door Washington en Tel Aviv behandeld als een probleem dat met maximale druk vanzelf kleiner zou worden. De VS hadden de militaire overmacht in de regio, Israël had de politieke rugdekking, en het nucleaire dossier leverde de permanente rechtvaardiging voor dreiging, bombardementen en stoere taal van mannen die oorlog vooral zien als een communicatiestrategie met explosieven.

Na de oorlog ligt er een (uitgelekt) voorlopig akkoord waarin Iran opvallend weinig, of eigenlijk zelfs niet, kleiner is geworden. Mocht het waar zijn, dan stopt de strijd op alle fronten. Ook bondgenoten moeten zich eraan houden, waardoor de tekst impliciet ook de strijd tussen Israël en Hezbollah raakt. Dat alleen al is een interessante uitkomst: Iran wordt niet geïsoleerd, maar erkend als partij die invloed heeft op de regionale brandhaarden. Voor een land dat zogenaamd op zijn plek moest worden gezet, is dat een vrij ruime plek geworden.

Nog aardiger wordt het bij de wederzijdse belofte om zich niet meer met elkaars binnenlandse aangelegenheden te bemoeien. Trump had na de eerste aanvallen nog gefantaseerd over regimeverandering in Iran. Nu belooft Washington datzelfde regime met rust te laten. Blijkbaar is de dictatuur na een paar maanden oorlog weer voldoende legitiem om er ordentelijk afspraken mee te maken. Principes zijn mooi, zolang ze niet in de weg staan van olieprijzen.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Israël: het kind dat weet dat papa toch wel over de brug komt

Israël heeft een merkwaardige verhouding met de Verenigde Staten ontwikkeld. Officieel is Washington de grote bondgenoot, de beschermheer, de strategische rugdekking zonder wie Israël militair en diplomatiek aanzienlijk minder, of zelfs geen, bewegingsruimte zou hebben. In de praktijk gedraagt de Israëlische regering zich steeds vaker alsof die bondgenoot vooral een hinderlijke ouder is: nuttig voor de bescherming, irritant zodra er grenzen worden gesteld.

Die houding is onder Trump scherper zichtbaar geworden. Trump presenteert zich graag als de man die deals sluit, oorlogen beëindigt en bondgenoten aan de lijn houdt. Alleen botst dat in het Midden-Oosten op een bondgenoot die allang geleerd heeft dat Amerikaanse woede zelden hetzelfde is als Amerikaanse consequenties. Netanyahu kan Trump irriteren, frustreren en publiekelijk vernederen, zonder werkelijk te hoeven vrezen dat de Amerikaanse veiligheidsparaplu wordt dichtgeklapt.

Dat is de kern van Israëls weerbarstige houding richting de VS. Washington kan aandringen op terughoudendheid, onderhandelingen, humanitaire toegang of een staakt-het-vuren. Israël kan vervolgens knikken, traineren, herformuleren of doorgaan. En ergens in Jeruzalem weet men waarschijnlijk precies waarom dat kan: uiteindelijk laten de Verenigde Staten Israël toch niet vallen.

Wie zo’n vangnet heeft, leert iets over zwaartekracht. Namelijk dat die vooral voor anderen geldt. Neem de recente spanning rond Amerikaanse pogingen om verdere escalatie in de regio te voorkomen (hoewel het daar zelf ook niet consequent in is). Trump zou volgens recente berichtgeving woedend zijn geweest op Netanyahu omdat Israëlische aanvallen op Beiroet een naderend akkoord met Iran zouden hebben vertraagd. Trump verweet Netanyahu een gebrek aan beoordelingsvermogen (lol), terwijl hij tegelijk volhield dat een deal met Iran nog steeds mogelijk was.

Foto: Michal Soukup on Unsplash

Luisteren naar de buurt, buigen voor intolerantie

De gemeente Lansingerland had voor een nieuwbouwwijk in Bleiswijk zes Arabische straatnamen bedacht. Wadi Musa, Wadi Rum, Wadi Shab, dat werk. En logisch, want in de wijk komen ook wadi’s: groene greppels waarin regenwater wordt opgevangen. Het woord wadi is Arabisch. Niet zoveel aan de hand, zou je denken.

Of nou ja, het is Nederland in 2026. Dus omwonenden maakten bezwaar. De namen pasten niet bij het gebied, vonden ze. Ze misten de relatie met Bleiswijk. Dus krijgen de straten nu namen als Kolenschuitpad, Westlanderstraat en Tuindersvlet. Alsof de Nederlandse identiteit alleen nog veilig is wanneer je bij het bezorgen van een pakketje het gevoel krijgt dat je door het Openluchtmuseum loopt.

Dit is geen groot geweld. Er staan geen fakkels voor een gemeentehuis. Er wordt geen zwaar vuurwerk gegooid bij een informatieavond over een AZC. Er worden geen raadsleden bedreigd omdat ergens mensen moeten worden opgevangen die hun land zijn ontvlucht. Dat is de harde variant: intolerantie als intimidatie, als straatterreur, als politiek drukmiddel. Daar zien we in Nederland inmiddels óók genoeg voorbeelden van.

Bleiswijk is kleiner. Nette intolerantie. Procedurele intolerantie. Het bezwaarformulier als hooivork. Geen Arabische woorden in de straat, want dat voelt niet eigen. Niet omdat iemand er écht last van heeft. Niet omdat een straatnaam schade veroorzaakt. Alleen omdat een stukje taal uit een ander deel van de wereld kennelijk al genoeg is om de plaatselijke cultuurpaniek aan te zetten.

Foto: Xavi Cabrera on Unsplash

VVD-realisme: beleid vermomd als natuurwet

De VVD heeft op haar partijcongres weer eens ontdekt dat ondernemers de oplossing zijn, vakbonden lastig doen en links de economie vooral in de weg loopt. Dilan Yeşilgöz en Ruben Brekelmans richtten zich tot vakbonden en linkse partijen: zij moesten “meedenken” en de economische groei vooral niet “tegenwerken”. Ook moest de sociale zekerheid op de schop, anders zou die onbetaalbaar worden.

Daarna kwam de zin die het hele VVD-denken in één keurige vitrinekast zette: “Het grootste verschil tussen links en rechts is: wij kijken naar de wereld hoe die is, niet hoe die had moeten zijn.”

Die formulering is bedoeld om nuchterheid te suggereren, alsof de VVD slechts constateert wat ieder verstandig mens allang zou moeten zien. In werkelijkheid worden politieke keuzes voorgesteld als feiten waar niemand onderuit kan. Lage lonen, uitgeklede sociale zekerheid, belastingvoordelen voor bedrijven en een economie die vooral om aandeelhoudersvertrouwen draait, verschijnen zo als onvermijdelijke randvoorwaarden. Je kunt er boos over worden, je kunt er idealistisch over doen, je kunt met een bord op het Malieveld gaan staan, alleen verandert dat volgens de VVD niets aan de werkelijkheid.

Het is vooral handig: wie de eigen ideologie natuurwet noemt, hoeft die ook niet meer te verdedigen.

Foto: Edu Raw on Pexels

Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs.

De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben.

De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten.

Foto: Jannik on Unsplash

Het WK hoeft van de FIFA helemaal niet uitverkocht te zijn

Bij berichten over mogelijke lege stoelen tijdens het WK gaat de discussie meestal over de hoogte van de ticketprijzen. Die prijzen zijn hoog, en volgens de FIFA wordt de organisatie daartoe gedwongen. Dat weten we inmiddels wel. Interessanter is een andere vraag: wat als volle stadions simpelweg geen prioriteit zijn?

Dat klinkt misschien vreemd voor een sportorganisatie. Je zou verwachten dat het grootste voetbaltoernooi ter wereld er alles aan doet om iedere beschikbare stoel te vullen. Volle tribunes zorgen voor sfeer, betere televisiebeelden en een overtuigend bewijs dat het WK leeft onder supporters. Toch is dat alleen logisch als het doel daadwerkelijk een vol stadion is, en voor de FIFA hoeft dat niet zo te zijn.

Een organisatie die vooral naar inkomsten kijkt, hoeft niet iedere stoel te verkopen. Sterker nog, het kan financieel aantrekkelijker zijn om minder kaartjes te verkopen tegen hogere prijzen dan een stadion tegen lagere tarieven vol te krijgen. In dat model vormen lege stoelen geen probleem. Ze zijn een geaccepteerd neveneffect van een strategie die op maximale opbrengst is gericht.

Dat maakt de berichtgeving over onverkochte kaarten en woekerprijzen ook minder verrassend. Het grootste voetbaltoernooi ter wereld kampt niet met een tekort aan belangstelling. Het kampt met een tekort aan mensen die bereid of in staat zijn de gevraagde prijs te betalen. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Foto: SpaceX on Unsplash

SpaceX: Publieke raketten, private jackpot

Privatizing profits, socializing losses. De staat helpt bouwen, de markt mag applaudisseren, en zodra de waardering hoog genoeg is, schuift het risico door naar iedereen met een pensioenpot. Bij SpaceX wordt het principe tot het uiterste gerekt. Het bedrijf wil naar de beurs. Dat betekent dat een bedrijf dat jarenlang in private handen was, aandelen gaat aanbieden aan publieke beleggers. Voor vroege investeerders en insiders is een beursgang vaak het grote afrekenmoment: hun belang, opgebouwd in besloten kring, krijgt eindelijk een openbare prijs. SpaceX mikt op een beursgang waarbij het ten minste 75 miljard dollar wil ophalen, bij een waardering rond 1,75 biljoen dollar.

Bij SpaceX wringt dat extra. Het bedrijf is puur op zichzelf groot geworden. Het is groot geworden met publieke contracten, publieke infrastructuur, publieke afhankelijkheid en strategisch staatsbelang. NASA, defensie, vergunningen, lanceerlocaties, frequenties: de overheid staat overal in de machinekamer. Alleen verdwijnt die overheid uit beeld zodra de winst straks privaat verdeeld kan worden.

Een deel van de kritiek op de beursgang draait precies daarom. Deze prikt wel meteen een krankzinnig hoge prijs vast. Gewone beleggers en pensioenfondsen stappen straks via de index gedwongen in op dat niveau, en zodra de periode voorbij is waarin insiders nog niet mogen verkopen, kunnen zij en de vroege investeerders daar alsnog tegen uitstappen. En er speelt nog iets, gerelateerd aan die net genoemde index: aangepaste Nasdaq-regels. Vroeger moest een nieuw beursfonds normaal eerst een seasoning period doorlopen: maanden handelsgeschiedenis om prijs, liquiditeit en stabiliteit te laten ontstaan. Sinds 1 mei 2026 kan een extreem groot nieuw aandeel onder de fast-entryregel al na vijftien handelsdagen in de Nasdaq-100 belanden. En zodra zo’n aandeel in een grote index komt, moeten indexfondsen en passieve beleggingsproducten het volgen. Pensioengeld beweegt dan niet omdat SpaceX ineens een redelijke prijs heeft, maar omdat de index het zegt. En SpaceX zal direct het grootste fonds worden, en dus een significant deel van wat die fondsen moeten aankopen.

Tata had de vinger niet aan de Pols

Tata Steel dacht met Donald Pols een mooie groene laklaag binnen te halen: ex-Milieudefensie, en meteen directeur duurzaamheid én communicatie, zodat de giftige rookpluim voortaan netjes in een persbericht kon worden weggepoetst. Zijn eigen milieuclub nam per direct afstand van hem toen hij bij een van de grootste vervuilers van Nederland aanschoof, maar die groene geloofwaardigheid was natuurlijk het hele verkoopargument. De laklaag bladderde dus al vóór dag één. Een milieuactivist inhuren als luchtverfrisser voor de hoogovens, dat kan bijna niet goed gaan.

Foto: "Israel - Boycott, divest, sanction" by John Englart (Takver) is licensed under CC BY-SA 2.0

Israël: Sancties voor de figuranten

Wanneer een staat zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, bezetting of annexatie, richten sancties en diplomatieke druk zich doorgaans op die staat. Op de regering. Op de instituties die het beleid uitvoeren. Op de organisaties die ervoor zorgen dat het beleid iedere dag opnieuw werkelijkheid wordt.

Behalve bij Israël, een land dat bezig is een genocide te plegen. Daar krijgen we sancties tegen een paar kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Af en toe tegen een individuele minister. Soms tegen een specifieke organisatie. Alsof de bezetting en genocide het resultaat zijn van een verzameling losse incidenten. Alsof er geen regering bestaat die al decennia hetzelfde beleid voert.

Neem de kolonisten. Die worden vaak gepresenteerd als extremisten die de situatie verder op scherp zetten. Dat beeld heeft één groot probleem: kolonisten kunnen alleen bestaan en doen wat ze doen dankzij actieve steun van de Israëlische staat. Nederzettingen verschijnen niet spontaan. Er zijn wegen nodig, militaire bescherming, vergunningen, subsidies, juridische constructies, landonteigeningen en politieke dekking. Het leger bewaakt de nederzettingen. De overheid financiert infrastructuur. Rechters en ambtenaren leveren de juridische legitimatie.

De kolonist is geen uitzondering op het systeem. De kolonist ís het systeem. Sancties tegen hen zijn zinloos zolang er een regime zit dat maar al te graag meewerkt om die zo min mogelijk impact te laten hebben.

Volgende