Gastauteur

2.331 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Right to Know Day

Dit is een eerste gastbijdrage van Joost Schellevis.

Al sinds begin deze eeuw wordt op 28 september in veel landen de Right to Know Day gevierd, een dag waarop het belang van een transparante overheid wordt benadrukt. Zo niet in Nederland. En dat terwijl ons land met de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) uit 1980 ooit juist een voorloper was als het om transparantie gaat. Reden genoeg voor onder andere onderzoeksjournalist (en enthousiast gebruiker van de Wob) Brenno de Winter, de Nederlandse Vereniging van Journalisten en een aantal burgerrechtenorganisaties om de handen in een te slaan: dinsdagavond vond in Den Haag het eerste Nederlandse Right to Know Day-programma plaats.

Vol was het restaurant in Den Haag waar de Right to Know Day werd gevierd niet, maar voor een eerste initiatief over een toch vrij abstract onderwerp was de zaal aardig gevuld. De avond ving aan met een documentaire over de Nederlandse Wet openbaarheid van bestuur. Dat zou de rest van de avond grotendeels het onderwerp blijven; het gaat namelijk niet goed met die wet, was de boodschap. De Wob is bedoeld om mensen inzage in beslissingen van de overheid te geven: met een inzageverzoek kunnen documenten worden opgevraagd die anders ergens in een bureaula zouden zijn blijven liggen. In de praktijk zouden indieners van een Wob-verzoek echter nogal eens tegengewerkt worden. Sterker nog: “Van alle landen met vergelijkbare wetten presteert alleen Zimbabwe slechter,” stelde Wob-expert Roger Vleugels, “en dat komt doordat je in dat land kan worden doodgeschoten als je een Wob-verzoek indient.”

Volgens Vleugels is de transparantie van bestuur onder de kabinetten-Balkenende ‘steeds verder afgebroken’; dat schrijft hij in het ‘Zwartboek Wob’ dat hij dinsdag presenteerde. Overheden werken indieners van een verzoek tegen: de behandeltermijn van een verzoek wordt zelden gehaald (zelfs nadat deze vorig jaar werd verdubbeld naar twee maanden) en bepaalde overheidsinstellingen, zoals sommige gemeenten, willen dat mensen betalen voor een Wob-verzoek. Daar komt bij dat verzoeken niet zelden worden afgewezen en er een bezwaarprocedure moet worden gestart; soms is zelfs een gang naar de rechter nodig om inzage te krijgen in overheidsdocumenten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Factcheck: NCRV’s Altijd Wat – De tsunami van islamisering

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat vandyke met een stuk dat de feiten checkt over de vermeende tsunami van islamisering.

In haar uitzending van 24 september vroeg het NCRV-programma Altijd Wat zich in haar rubriek Feit of Fictie af hoe reëel de angst is voor de in 2006 door PVV-leider Geert Wilders voorspelde tsunami van islamisering. De vraag is natuurlijk of de cijfers die in de uitzending genoemd werden, inderdaad kloppen. Mijn conclusie: ondanks een enkele onzorgvuldigheid – en een fout – kan je zeggen dat de cijfers en de eindconclusie kloppen.

Altijd Wat vergeleek de zes jaren voor 9/11 (1996 – 2001) met de zes jaren erna (2002 – 2008). In de uitzending kwamen zes stellingen aan de orde. Voor elke stelling heb ik nagegaan of die op waarheid berust.

Stelling 1:

De toestroom uit Marokko en Turkije, de twee landen waar de meeste Nederlandse moslims vandaan komen, daalde na de terreuraanslag met 37 en 26 procent.

Uit de toelichting op de website van Altijd Wat blijkt dat de gegevens uit deze tabel van het CBS komen, die onder meer de migratie van allochtonen laat zien. In tabel 1 heb ik de gegevens over de periodes 1996 t/m 2001 en 2002 t/m 2008 samengevat. Ook heb ik de gemiddelden per jaar uitgerekend.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De grootste drogredenen om op kunstsubsidies te bezuinigen (1)

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. De komende dagen is dat Robbert van Heuven met een serie over de grootste drogredenen om te bezuinigen op kunstsubsidies. De stukken verschenen eerder op zijn eigen weblog, maar hij herschreef ze voor GeenCommentaar.

Nederlands Dans Theater (foto: flickr/Haags Uitburo)

Niet alleen kabinet PVC 1 dat er aan zit te komen, wil flink schrappen in de kunstsubsidies. Vorige week bleek dat ook het demissionaire kabinet in kunst een mooie pot ziet om financiële gaten mee te dichten. Los van de vraag of dat verstandig is en of de bestuursrechter zulk onbehoorlijk bestuur toe zal laten – de huidige afspraken liggen voor het grootste deel tot 2012 vast – is het een zorgwekkende voorsortering op een culturele kaalslag de komende jaren. Op nieuwssites lopen de reactieboxjes alweer vol met allerhande voorspelbare reacties als: Frans Bauer kan het ook zonder subsidie, kunst is alleen voor rijken dus waarom betaal ik er aan mee en andere onzin. De opmerkingen zijn zelden gebaseerd op cijfermatige onderbouwing of op kennis van de sector. Natuurlijk moeten we discussiëren over het waarom van kunstsubsidies, maar dan wel graag op basis van feiten, in plaats van via de onderbuik of makkelijke oneliners. Daarom: de zes grootste drogredenen op een rij en waarom ze onzin zijn.

(1) Als we 18 miljard moeten bezuinigen, mag kunst en cultuur niet buiten schot blijven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Happy Hour FAIL

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.


It is almost October, which marks National Collegiate Alcohol Awareness month in the USA. To bring attention to the issue of drinking and driving among the college age group, Sherry Matthews Advocacy Marketing and Trigger Studios created a animated video for the Texas Department of Transportation (TxDOT) that highlights the consequences of a DWI (Driving While Intoxicated). The story is illustrated through social media and other digital tools that young adults use every day (see the dislike option at 1:16 :-). The viewer is positioned as the protagonist, allowing them to truly get a feel for how a DWI could unravel their life.

Texas currently leads the US in the number of deaths caused by drinking and driving, and the college age group is particularly at risk. According to crash records from 2009, Texans between the ages of 17 and 24 accounted for 27.5 percent of all drinking and driving deaths in the state—a shockingly high number considering that this age group represents only 8 percent of the overall population in Texas.

Lees de rest van de Bob 2.0 post bij Osocio.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Maatschappelijk betrokken bezuinigen

Hieronder een gastbijdrage van Peter de Jonge, die ook te lezen is op Peterspagina.nl.

Iedereen lijkt er inmiddels van overtuigd dat er bezuinigd moet worden. Er is nog nauwelijks enig verzet tegen de kaasschaaf. Er wordt wel gemopperd. Waarom treft het ons (het culturele en welzijnsveld), moet het zo snel? Er zijn mensen die met alternatieve plannen komen, tot aan een heuse tegenbegroting toe. Maar de consensus is: snoeien.

Iedereen lijkt te vergeten waarom de overheid een tekort heeft. Iedereen? Nee, Jan Peter Balkenende weet het nog precies. Hij toog naar New York om een clubje creatieve leiders toe te spreken. “Het recessieverhaal is immers bekend. De start: de val van Lehman Brothers op 15 september 2008”, wist Balkende nog. En zo is het maar net. Wat volgde, lijkt ook iedereen vergeten. Overheden deden hun best de financiële avonturiers te redden. Het netto-resultaat: oplopende begrotingstekorten en staatsschulden.

Dat moet niet te gek worden, dus gaan we bezuinigen. Balkenende komt in zijn toespraak met een oplossing aanzetten, die we nu in de voorwoorden en toelichtingen van de gemeentelijke bezuinigingsplannen terug vinden. Het beroep op de burger. Niet alleen de banken, ook de burger moet zich moreler gedragen en laten leiden door de waarde van spaarzin, de waarde van maatschappelijke betrokkenheid en de waarde van omzien naar een ander, aldus de demissionaris.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De migratiemythes van rechts

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat vandyke met een stuk over de migratiemythes van Joost Niemöller. Het stuk verscheen eerder in aangepaste vorm op zijn weblog, maar is door redacteur Johanna en vandyke herschreven voor GeenCommentaar.

De migratiemythes van rechts

Joost Niemöller (foto: joost-niemoller.nl)In rechts Nederland doen allerlei mythes over migratie de ronde, die over het algemeen niet op waarheid berusten maar wel een eigen leven leiden. Denk aan Wilders en de massa-immigratie uit moslimlanden, Mark Rutte en de vergeten EU-immigratie en Sietse Fritsma’s immigratieramp, over wie ik al eerder schreef. Deze keer richt ik mijn pijlen op Joost Niemöller, publicist bij onder meer de Dagelijkse Standaard, Het Vrije Volk en Artikel 7. Hij publiceerde vorige maand het artikel Immigratie NL: de schokkende feiten, een titel die de lading niet dekt, zoals we zullen zien.

Onlangs publiceerde het CBS de voorlopige cijfers over de immigratie in de eerste helft van 2010, aanleiding voor Niemöller om er zijn artikel, ruim vijf pagina’s lang, te schrijven. Ik zou een veelvoud nodig hebben om álle mythes te weerleggen en beperk me daarom tot de zes belangrijkste onderwerpen. Ik geef u per onderwerp de feiten, gevolgd door relevante citaten van Niemöller. De links leiden u naar mijn bronnen en mijn berekeningen vindt u in deze Excel-file.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Anil Ramdas en Menno ter Braak: De intellectueel vs de verachtelijke massa

Deze bijdrage aan het open podium is van Atze de VriezeGeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag Atze de Vrieze met een artikel over de overeenkomsten tussen Anil Ramdas en Menno ter Braak. Atze is muziekjournalist bij VPRO 3voor12.

Menno ter Braak

De intellectueel heeft het zwaar. De weldenkende expert, die nadenkt voor hij iets zegt. Hij heeft vaker gelijk dan anderen, maar niemand luistert naar hem. De man met de feilloze, verfijnde smaak, de man die nooit anderen zal uitsluiten op basis van ras of seksuele voorkeur. Dat is wat publicist Anil Ramdas ons duidelijk probeert te maken in twee vlammende stukken (hier en hier). De schuldige: rechts. Of beter: de PVV. Ramdas zet met een paar pennenstreken 1,5 miljoen Wilders-aanhangers neer als white trash, mensen zonder principes en zonder moraal.

Die stukken zijn met weergaloze polemiek bestreden door Joost Zwagerman. Ouderwets, op een Hermansiaanse manier, merkte iemand op. Niet in een literair tijdschrift, maar gewoon in de comments op internet. Als Zwagerman Hermans is, dan is Ramdas hier Menno ter Braak, een van de leidende literatoren en intellectuelen van de jaren dertig. Een man wiens schrijfsels mij mateloos irriteerden toen ik ze las. Ter Braak was de snob der snobs, het type intellectueel dat ik zwoer nooit te worden. Maar met terugwerkende kracht moet ik hem meer credit geven. Ter Braak kon er niets aan doen. Hij rekende af met een tijdsbeeld.

Voor Ter Braak was het doodnormaal dat er een intellectuele elite was, een klein groepje hoog opgeleiden dat vanzelfsprekend autoriteit was. Maar gaandeweg veranderde dat, met dank aan de industriële revolutie. Ter Braak zegt daarover in Politicus Zonder Partij (1937): “Vroeger gaf het mij een aangenaam gevoel bij een voetbalmatch of een bioscoopvoorstelling als intellectueel onder een ‘massa’ aanwezig te zijn; door die ‘massa’ tegenover mij te weten (hetgeen ongeveer, zij het dan ook niet precies, wil zeggen: door die ‘massa’ te verachten) gaf ik mijn intellectualiteit een voordelige achtergrond van plebejischedomheid, die mij in mijn trots niet weinig versterkte. Ik was zozeer intellectueel, dat het mij mogelijk was mij buiten en zelfs boven de ‘massa’ te stellen en haar aanwezigheid uitsluitend te interpreteren te mijnen gunste.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Duurzame autobeurs Ecomobiel

Michiel Wijnbergh is fotograaf. Meer van zijn werk vindt u op zijn eigen site.

Als je je een beetje milieubewust en hip voort wil gaan bewegen, ga je elektrisch. Dat maakt de beurs Ecomobiel, die dezer dagen in de voormalige van Nelle fabriek in Rotterdam gehouden wordt, heel duidelijk.

Weliswaar kwam prins Maurits voor zijn openingspraatje met een op waterstof aangedreven Mercedes de beurs binnenrijden, de rest van de aanwezige toekomstautootjes was voornamelijk van een elektromotor voorzien.


Elektrische auto’s zijn voorlopig nog wel stadsauto’s. De aktieradius is te klein voor het echte forensenwerk. Ook zijn ze duur in aanschaf. De producenten hopen allemaal op hoge brandstofprijzen, dat zou het elektrisch rijden een mooie boost geven, want de hoge aanschafprijs kan dan sneller terugverdiend worden.

Er zijn wel lekkere autootjes te koop inmiddels. Hieronder de Tazzari Zero, een Italiaans stadsautootje. De man hier op de foto beklopt het autootje. Het is van kunststof. Hij wilde eigenlijk het autootje aaien, het kunststof voelen, maar niet met een op de loer liggende fotograaf in de buurt. Daarom klopte hij er maar even op. Tok tok, plastic autootje. Bij een BMW schop je even tegen de banden. Maar de Taz is wel heel kek, kan je best mee aankomen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Troonrede

Deze bijdrage aan het open podium is van Peter (website)

Redactie: dit is dan de eerste Open Podiumpost. Dat er nog maar veel mogen komen!

Ridderzaal, groot formaat (Foto:flickr/roel1943)Onderdanen!
De demissionaire informatieve toestand in de polder baart Ons grote zorgen. De mist die vandaag over de residentie hangt, mag symbolisch worden genoemd voor de situatie waarin Ons Rijk verkeert. Wij zien de donkere dagen van het naderende herfsttij en de koude winter dan ook somber in.

Onderdanen!
Terwijl uw demissionaire collega’s een stiekem voortvarendheid aan de dag leggen, hullen de informatieve collega’s zich in een hardnekkig stilzwijgen. Wat U wel naar buiten laat druppelen, beter gezegd, stelselmatig laat lekken, leidt tot onrust onder grote delen van Het Volk. Onder de noemer Bezuinigingen laat U vooral weten wat er allemaal niet kan. Daarentegen blijkt u met stomheid geslagen over wat het Volk mag verwachten wat er nog wel kan.

U zult zeggen: maar wij hebben wel meer naar buiten laten lekken. Dat is ontegenzeggelijk waar en van een schandelijk, beschamend gehalte. Wij hoeven u alleen maar te herinneren aan de Klinknagel die U aan uw doodskist meende te ontwaren en die met brute kracht is verwijderd.
Voorts meende u de door Ons benoemde informateurs telkenmale met een kluitje in het riet te sturen. U kwam herhaaldelijk bij Ons op de thee en de wijze waarop u verscheidene mogelijkheden uitsloot, doet vermoeden dat u Ons ernstig heeft misleid.
Telkens opties met elkander bespreken en nog voor u alles had gewikt en gewogen, waren Wij genoodzaakt alweer de thee gereed te zetten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dear Zuckerberg: Coal is not your friend

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.

I’ve written before that shaming is not a very effective social marketing strategy, but what if that public shame is aimed at just one person?

With ”The Social Network” about to premiere, here is “The SoCOAL Network”:

The result is a very shareworthy video from Greenpeace. The animation style, the British boy voiceover, and even Mark Zuckerberg’s penis all contribute to a very entertaining watch, and it’s a refreshing change of strategy for an organization best known for its more radical tactics.

My only regret is that they pegged their case solely on climate change. Not to take anything away from the enormity of that issue, but even climate change deniers can be swayed by the more immediate effects of coal plant pollution—such as mercury contamination, acid rain, and triggering potentially fatal respiratory conditions such as asthma attacks in the vulnerable.

Kumi Naidoo, Executive Director of Greenpeace International explained the cause behind the video in the Huffington Post:

In a letter that I sent to Facebook CEO Mark Zuckerberg on September 1st, I questioned his decision to locate, then double the size of, Facebook’s data centre in Prineville, Oregon—a location with an over-reliance on dirty energy.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Napoleon in Egypte

  • 1. Paul Strathern, Napoleon in Egypte.
  • Uitgeverij Mets en Schilt, A’dam / Roularta, Roeselare, 2008
  • 461 p. ; kaarten, noten, bibliografie, register.
  • ISBN 978-90-8679-166-8 € 12,50

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Bijna gelijktijdig verschenen twee boeken over Napoleons avonturen in Egypte : het relaas van de mislukte militaire expeditie (1 ) en dat van de meer succesvolle wetenschappelijke activiteiten ( 2). Paul Strathern (1 ) is Brits historicus en tegelijk romanschrijver. Dit laatste merk je aan zijn vloeiende en bloeiende stijl en zijn meeslepende verteltrant, het eerste aan zijn gedetailleerde vakkennis en zijn manier van omgaan met historische bronnen uit een langgerekte periode van Herodotos tot vandaag. De motieven waarom de jonge, kleine (1m62), toen nog magere, maar al megalomane Napoleon in mei 1798 naar Egypte trok, zijn nooit helemaal duidelijk geweest.

    Het is ook niet zeker of hij op zijn relatief jonge leeftijd (29 à 30 ) al precies wist wat hij ging doen en waar zijn expeditie moest uitmonden.
    Ook zijn directe omgeving was nooit bij machte de volgende stap van de onberekenbare en ondoorgrondelijke Corsicaan te voorspellen.
    De Franse ambassadeur in Istanbul, Raymond Verninac, had Napoleon kunnen overtuigen dat Frankrijk niet enkel Egypte, maar heel het Osmaanse rijk kon veroveren, want het stond volgens hem op instorten. En als Frankrijk het niet zou doen, zouden Oostenrijk of Engeland het zeker inpalmen. Ook Talleyrand, de gladde minister van buitenlandse zaken tijdens het Directoire, stelde voor om Egypte te koloniseren.

    Strathern meent dat hij Egypte wou bevrijden van de Ottomanen, er een Franse kolonie van maken en er de ideeën van de Verlichting en van de Westerse techniek binnenbrengen. Vervolgens zou Napoleon, naar het voorbeeld van Alexander de Grote, zijn campagne verder zetten in het Oosten, om uiteindelijk de Britten te verdrijven uit hun kroonkolonie Indië, waar ze hun katoen, één van de pijlers van hun textielindustrie, grotendeels haalden.

    Volgens Strathern hield Napoleon ook rekening met de mogelijkheid dat zijn Oosters rijk onafhankelijk zou worden van het Franse moederland, zoals de Amerikaanse kolonies onafhankelijk waren geworden van Engeland. Het zou dus een Amerika van het Oosten worden, met de nieuwe Alexander als president.

    Egypte hoorde in 1798 bij het rijk van de sultan van Istanboel. Die had er een onderkoning. Deze steunde volledig op de Mammelukken. Deze krijgers werden uit de Kaukasus of uit het Turkse rijk als slaaf ingevoerd en opgeleid tot de elite ruiterij. Met hun karabijn, pistolen en korte lans vochten ze zeer efficiënt. Ze waren berucht en beroemd om hun militaire vaardigheden. In een veel vroegere periode, nl. tussen 1250 en 1517, waren ze de baas in Egypte en Syrië en vochten ze met succes tegen de Mongolen en de Kruisvaarders.

    De Fransen versloegen hen bij de Piramiden, maar zij verloren de zeeslag in de baai van Aboukir bij de Nijlmonding tegen de Brit Nelson. De Britten blokkeerden dan de Egyptische kust, waardoor contact met Frankrijk en hulp vanuit Frankrijk onmogelijk werd. Het Franse leger kreeg dan te kampen met ontoereikende bevoorrading en allerlei ziektes.

    De pogingen van Napoleon om de steun van de inheemse bevolking voor zich te winnen door zichzelf voor te stellen als hun bevrijder van de Mammelukken en door ze wijs te maken dat de Fransen zeer moslimgezind waren, faalden. Hij beweerde zelfs dat ze vijanden waren van het Christendom en dat hij zelf moslim wou worden. Onder weg naar Egypte had hij wel delen van de koran gelezen. Het baatte niet : in Caïro brak een volksopstand uit, die door Napoleon bloedig onderdrukt werd.

    Napoleon koos dan voor de vlucht vooruit. Met een deel van zijn leger probeerde hij in 1799 het Heilig Land te veroveren en koning van Jeruzalem te worden. Dit is een minder bekend onderdeel van zijn expeditie. Zijn soldaten begingen hier allerlei wreedheden. De ergste was de moord op 4.000 Turkse krijgsgevangenen bij Jaffa. Palestijnse vrouwen en kinderen werden verkracht en vermoord.

    De opmars kwam tot stilstand bij Akko. Hier kreeg Napoleon zware klappen in de strijd tegen de Turken en de Engelsen. Nu besefte Napoleon dat zijn Aziatische droom mislukt was. Hij droop op slinkse wijze af en keerde terug naar Egypte. De zieke soldaten ( pest ) probeerde hij eerst d.m.v. een overdosis opium te doden, maar uiteindelijk liet hij ze hulpeloos sterven. In Alexandrië en Caïro deed hij alsof zijn tocht een groot succes was en liet hij zich inhalen als triomfator.
    Hij besefte maar al te goed dat zijn campagne mislukt was. De onrust in Parijs greep hij aan om te deserteren. Bij zijn latere tocht naar Rusland bleek hij weinig geleerd te hebben uit zijn Egyptisch en Palestijns debacle. Behalve dan hoe hij kon deserteren en een leger hulpeloos achterlaten. Ook in Rusland speelden onderschatting van de tegenstander, onaangepaste kledij, mank lopende bevoorrading en verzorging een cruciale rol.
    Opmerkelijk is wel hoe hij er telkens in slaagde om honderdduizenden nieuwe soldaten te ronselen.

    In Egypte liet hij het commando over aan generaal Kléber, een Elzasser. Deze werd ongenadig bestookt door Britse en Mammelukse troepen.
    Uiteindelijk sneuvelde hij niet op het slagveld, maar op het terras van zijn hoofdkwartier. Een fanatieke Syriër, Soliman, stak hem dood met zijn mes op 14 juni 1800. De rechtbank veroordeelde de moordenaar meteen : zijn rechterhand moest worden verbrand en zijn lichaam moest worden gespietst. Voor deze moslimbroeder was er dus geen guillotine, die in Frankrijk gebruikt werd in naam van de fraternité, om de pijnlijkere doodstraffen van het Ancien Régime te vervangen.
    Kléber werd voorlopig begraven op de christelijke begraafplaats buiten de muren van Caïro,
    tot het in juli 1801 mee naar Frankrijk werd genomen.
    Soliman werd op gruwelijke terechtgesteld : een staak van drie meter werd door een beul via een insnijding in zijn anus in zijn lichaam gedreven tot aan zijn borstbeen en dan rechtop gezet. Soliman gaf geen kik tijdens de foltering, maar eens hij boven hing, schreeuwde luidkeels tegen de toeschouwers : “Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet” (416).

    In 1801 kon het overblijvende restant van het leger evacueren, roemloos, vernederd en met een tragisch verlies van 15.000 à 20.000 manschappen op 40.000 à 50.000. Hoewel er bij de tegenstanders nog meer doden gevallen waren, draaide de expeditie uit op een groot fiasco.
    Britse schepen repatrieerden de Franse soldaten en geleerden, met hun materiaal, stenen en opgezette dieren, maar de Steen van Rosette namen ze mee naar Londen, ondanks felle protesten van de Fransen.

    Op Sint-Helena kwam Napoleon nog dikwijls terug op zijn oriëntaalse droom : keizer worden van het hele Oosten en van Afrika, er beschaving en welvaart brengen, de Middellandse zee verbinden met de Rode Zee ( Gaspard Gourgaud, Journal de Saint-Hélène, 1815 – 1818,Paris, 1899, vol.I, p. 63). Deze laatste droom werd in 1869 verwezenlijkt door een andere Fransman, ingenieur Ferdinand de Lesseps (420 – 422).

    De overdracht van de Franse cultuur, wetenschap en techniek was evenmin een succes.
    De 151 à 167 geleerden , wiskundigen, wetenschapsmensen, biologen, schrijvers, kunstenaars, archeologen, taalkundigen, geronseld door en onder leiding van de scheikundige graaf Claude Louis Berthollet en de wiskundige Gaspard Monge , deden er zelf meer kennis op dan dat ze er verspreidden. Zij maakten kennis met de rijke overblijfselen van de oude Egyptische beschaving.

    Hun ervaringen en prestaties zijn uitvoerig beschreven door Nina Burleigh ( 2 ). Haar boek ontbreekt in de bibliografie van Strathern, omdat beide publicaties ongeveer gelijktijdig verschenen. In haar “Mirage” ( droombeeld, luchtspiegeling) vertelt ze eerst over het militair fiasco van een leger dat totaal onvoorbereid vertrok, niet in staat was om te communiceren met de lokale bevolking en niet besefte hoe gevoelig die moslims waren voor een inval in een moskee, na een opstand in Caïro.

    De geleerden dan. Ze bleven drie jaar in Egypte en ze ondervonden er dezelfde ongemakken als de soldaten. Een schip dat wetenschappelijke apparatuur moest aanvoeren, overleefde de zeetocht niet. Napoleon was boos omdat zoveel materiaal nu op de bodem van de zee lag, maar de over getalenteerde scheikundige Nicolas-Jacques Conté repliceerde dat ze alle gereedschappen daar wel zouden namaken. Waarop Napoleon met hetzelfde geloof in de vooruitgang hem vroeg om uit te zoeken hoe ze dan ook bier konden maken zonder hopplanten. Hij had even goed naar wijn zonder druiven kunnen vragen. Conté kon wel wat. Hij slaagde erin met uitsluitend inheemse materialen allerlei machines te maken, zoals een drukpers, een pers om muntstukken te maken, geometrische toestellen, ingenieursmateriaal en trompetten voor het leger. Hij bouwde een smeltoven en produceerde er sabels.

    En de stad Alexandrië viel enorm tegen : ze keken uit naar een rijke bibliotheek, een paradijs van menselijke kennis, een haard van de Verlichting, maar ze vonden ruïnes, barbaren, armoede en verval.
    Zij ( officieel Napoleon) richtten het Egyptisch instituut op, waar ze zelf lezingen gaven en discussies organiseerden over de loop van de maan, Egyptische muziek, de eigenschappen van opengesneden mummies en een tijdschrift uitgaven (”Décade”). Het is niet duidelijk wie hun doelgroep was en of ze die ook bereikten. Idem voor de eerste Egyptische krant die door natuurkundige Joseph Fourier uitgegeven werd.

    Ze maakten een stratenplan van Caïro, de ingenieurs probeerden de weerspannige Nijl onder controle te brengen en ze brachten de dierenwereld in kaart. Ze zeilden de Nijl af naar Thebe en Karnak, waar ze opgravingen deden en zorgvuldige tekeningen maakten. Het waren heerlijke momenten voor de wereldvreemde geleerden.

    Een enkeling leerde Arabisch, een Fransman trouwde met een moslimvrouw, bekeerde zich tot de islam en noemde zich voortaan Abdullah, anderen zagen hun gezondheid en hun geest achteruitgaan door het ruwe klimaat.

    Kunstenaar Dominique-Vivant Denon schilderde en tekende terwijl de kogels rond zijn hoofd vlogen. Het boek dat hij in 1802 bij zijn terugkeer publiceerde (“Voyage dans la basse et la haute Egypte”), werd een bestseller in Europa. Hij zelf werd beloond met het directeurschap van het Louvre.

    Een andere, Savigny, raakte geobsedeerd door insecten en stelde een catalogus op van de Egyptische kevers en vlinders. Zijn ijver werd niet beloond : hij hield een oogziekte over aan zijn observaties van de lieve beestjes.

    Een derde, Geoffroy Saint-Hilaire, werd hoofdredacteur van de “Description de l’Egypte”, een encyclopedie in 23 delen van abnormaal groot formaat, die tussen 1809 en 1828 verscheen.
    Alles stond er in : geschiedenis, monumenten, rotsen, de Nijl, dagelijks leven, handel, landbouw, planten, dieren, vogels, vissen, … . Geen enkel boekwerk verzamelde in de 19° eeuw zoveel gegevens over Egypte uit zoveel bronnen , in zoveel vormen ( teksten, tekeningen, plattegronden, kaarten) en over zo uiteenlopende onderwerpen. Hoewel het slechts betaalbaar was voor de uiterst kapitaalkrachtige elite, had het een enorme impact in Europa. In een goedkopere editie is het nog altijd het basiswerk voor de huidige studenten egyptologie en dus ook aanwezig in universitaire bibliotheken.

    Het veroorzaakte een ware Egyptomanie, die tientallen jaren zou duren en die ongewild ook leidde tot rooftochten, met als resultaat de obelisk van Luxor op de Place de la Concorde, een Egyptische tempel in een park in Madrid en de vele mummies die in Parijs, Londen en New York belandden.
    De vele prenten en gravures tonen ook tempels die inmiddels verdwenen zijn.

    De overbekende steen van Rosette tenslotte, een donkere granieten blok van 1 m 12 bij 76 cm, met hiëroglyfen, demotisch en Grieks schrift, werd in juli 1799 gevonden door Franse genietroepen o.l.v. ingenieur Pierre-François Xavier Bouchard, bij werkzaamheden aan het fort Saint Julien ( nu Quaitbay) bij El Rashid op de westelijke oever van de Nijl. De geleerden geloofden meteen dat deze steen zou helpen om het mysterie van het oude Egyptische schrift te ontsluieren.
    Ongelukkiglijk kwam de steen in 1801 in Britse handen, volgens Burleigh, als onderdeel van het akkoord bij de overgave, omdat de Franse militaire leiders daarmee hun aftocht afkochten.
    Gelukkig slaagde de Fransman Champollion erin de hiëroglyfen te ontcijferen (1822) aan de hand van een kopie die in zijn geboortedorp Figeac bewaard wordt. In Leiden bevindt zich ook een kopie in het Rijksmuseum van Oudheden.

    Het resultaat voor de wetenschap in Europa en Amerika was dus groter dan de militaire prestatie en ook groter dan de mislukte overdracht van de Verlichte ideeën naar Egypte. Voor vrijheid en gelijkheid was er geen vruchtbare bodem in de Egyptische woestijn.

    Egyptenaren, Turken en Palestijnen hielden aan de militaire expeditie geen goede herinneringen over. De Franse geleerden waren enthousiast, maar bij hen lag de dodentol in verhouding bijna even hoog als bij de militairen : 25 op 150 of één op zes.

    Zowel Burleigh als Strathern zijn begenadigde vertellers. Ze kennen niet enkel de grote lijnen, maar ook de kleine anekdotes. Ze beschikken over een enorme eruditie, van Oudheid tot 19° eeuw, van geschiedenis, wetenschappen, wiskunde. De sterkte van hun boeken zit in de vervlechting van die grote lijnen met details over het leven van de generaals, hun vrouwen te velde of met anderen in bed in Parijs, de geleerden die hun cultureel missioneringswerk verder zetten alsof er geen gevaar aanwezig was, de soldaten voor wie het militair avontuur een pijnlijke zaak was. Ongeveer 40 % sneuvelde op zee, in het zand of door ziektes.

    Strathern heeft veel aandacht voor deze sukkelaars. Ze kwamen daar aan in onaangepaste wollen (! ) kledij, ze kregen te kampen met builenpest en andere ziektes, door taalproblemen kregen ze geen contact met de lokale bevolking, kortom : het werd een calvarietocht in plaats van een zegeroes.
    De verteltrant en het relaas van Strathern vertonen veel gelijkenissen met het succesverhaal van Adam Zamoyski : “1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou” ( Balans / WPG, 2005).
    Beide auteurs zijn sterk in het begrijpelijk weergeven van het militaire en het menselijke aspect. De sneeuw, de koude en de kozakken van Zamoyski worden hier vervangen door zand, hitte, dorst en even ongenadige Mammelukken, Turken en Britten.
    De landkaartjes van Egypte ( 75, 90,125,139,162,282) en Palestina (322) zijn duidelijk, maar bij Palestina staat geen route, wat wel het geval is bij de kaart van de Middellandse Zee ( 67).
    Een register van de plaatsnamen ontbreekt helaas. Idem voor een begrippenlijst; ik noem er enkele die niet alledaags zijn : bei(s), fellah, ferman, funduk, miry, pasja, serradj.

    Strathern stipt geregeld vergissingen aan van Napoleon, o.a. zijn onwil om de luchtballons van Montgolfier in te zetten als hulpmiddel voor spionage achter de vijandelijke linies ( 49).

    Anderzijds spreekt hij niet over de toch wel belangrijke economische bijbedoeling van Napoleon, nl. de Engelsen afsnijden van hun katoen in Egypte en India. Want ook deze werd via Egypte, dus deels over land, naar Engeland gebracht. Het Suez-kanaal werd pas 70 jaar later aangelegd. Burleigh heeft het hier wel over.

    In 1806 – 1812 zou Napoleon nog eens tevergeefs proberen om Engeland te verslaan door middel van economische oorlogsvoering, nl. met zijn Continentale Blokkade. De Engelsen reageerden hierop door het continent af te sluiten van zijn kolonies, waardoor men surrogaten moest bedenken voor rietsuiker, tabak, specerijen en andere overzeese voedings- en genotsmiddelen. Het leverde Napoleon veel tegenstanders op, o.a. zijn eigen broer in Holland, de paus en de tsaar.
    Strathern haalt er ook onbeduidende details bij zoals het feit dat Napoleon bij het begin van elke veldslag masturbeerde om zijn zenuwen onder controle te houden (34) en dat eten en seks niet langer dan een kwartier mochten duren ( 34). De portretten van de generaals(42-49) mochten ook wel wat beknopter zijn. Idem voor het seksleven van de militairen in Egypte en de ontrouwe thuisblijvers zoals echtgenote Joséphine in Parijs.

    Het boek van Burleigh is ook voorzien van 16 pagina’s met prenten van negen geleerden en van de dodelijke aanslag op generaal Kléber; verder zijn er afbeeldingen van het toenmalige Alexandrië en Caïro, huizen van Napoleon en van geleerden, mammelukken, schaars geklede dansers en danseressen, allerlei soorten dieren en uiteraard de steen van Rosette.
    De epiloog gaat over de Egyptomania en de Egyptologie in de 19° en 20° eeuw en het verzoek van Egypte in 2003 aan de Britten om de steen terug te geven. Het register is allesomvattend : personen, plaatsen, inhoudelijke elementen.

    Tot slot nog dit voor de liefhebbers van thrillers : de tocht van Napoleon naar Egypte en naar Palestina is door William Dietrich ( 3 ) verwerkt in een spannende roman, die zich focust op de grote geheimen die onder de grote piramides (zouden) liggen en op allerlei bedrog en intriges daarom heen. Het kaartje vooraan met de zeeroute naar Alexandrië is alvast correct.

Vorige Volgende