Na de rijtoer, de hoedjes, troonrede en balkonscene toog de Tweede Kamer gisteren aan het serieuze werk: de Algemene Politieke Beschouwingen (APB).
Daarmee waren we nog niet van de gebruikelijke tradities af. Zo was daar de traditie dat de grootste oppositiepartij de aftrap mocht verrichten. Dat werd deze keer niet heer Wilders, die tot zijn chagrijn de beurt aan heer Klaver moest laten. Wilders kwam pas als derde aan de beurt.
Daarmee verviel ook de door Wilders in 2007 opgetuigde traditie van de motie van wantrouwen jegens het kabinet. We halen het verslag er even bij en zien dat Klaver een hand uitsteekt naar het kabinet:
Als ik op alle punten zou zeggen “daar valt niet over te praten”, dan moet ik een motie van wantrouwen indienen. Dat ga ik niet doen. Ik zou het een schande vinden als dit kabinet valt.
Als tweede kwam heer Paternotte aan de beurt, die het natuurlijk was opgevallen dat de traditie van een motie van wantrouwen bij het begin van de APB tot zijn genoegen is komen te vrvallen:
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter, dank u wel. Het is natuurlijk jarenlang zo geweest dat de Algemene Beschouwingen begonnen met de heer Wilders, die hier dan een uurtje stond te tieren en soms zelfs meteen een motie van wantrouwen op tafel legde. Nu begon het met anderhalf uur Klaver, die letterlijk zei: ik ga géén motie van wantrouwen indienen. Het was ook nog eens een stuk vrolijker dan we eerder hebben gezien, dus volgens mij is dit al een veel positievere start van de Algemene Beschouwingen.
Waarna heer Wilders riep: Ik ga een motie van wantrouwen indienen.
Dat gaat hij vandaag doen. We zullen zien.
Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) heeft Wilders (PVV) sinds 2007 minstens 10 keer een motie van wantrouwen ingediend tegen het zittende kabinet.
Chronologisch overzicht van zijn moties tijdens de APB:
• 2007 (Kabinet-Balkenende IV): De traditie begon bij de Algemene Politieke Beschouwingen van 2007. Wilders diende toen direct zijn allereerste motie van wantrouwen in vanwege de dubbele nationaliteiten van de toenmalige PvdA-bewindslieden Albayrak en Aboutaleb.
• 2009 (Kabinet-Balkenende IV): Wilders diende een motie van wantrouwen in tegen het gehele kabinetsbeleid. Deze motie werd destijds alleen door de PVV-fractie zelf gesteund.
• 2013 & 2014 (Kabinet-Rutte II): Tijdens de zware bezuinigingsjaren diende Wilders steevast aan het begin van de APB een motie in om het kabinet-Rutte/Asscher weg te sturen wegens “afbraakbeleid”.
• 2017 t/m 2020 (Kabinet-Rutte III): Onder Rutte III groeide de motie van wantrouwen uit tot een nagenoeg vast onderdeel van zijn inbreng. Onderwerpen als het migratiebeleid, de koopkracht en later het coronabeleid vormden de vaste aanleiding.
• 2021 & 2022 (Kabinet-Rutte IV): Ook tegen het laatste kabinet-Rutte bleef de PVV-leider deze tactiek herhalen om een fundamentele afwijzing van de Miljoenennota te markeren.
• 2025 (Kabinet-Schoof): Zelfs tijdens de APB van 2025, toen de PVV zelf de grootste coalitiepartij was in het kabinet-Schoof, bleven de spanningen in de Kamer rondom moties aanwezig, al richtte de PVV zich logischerwijs niet tegen het eigen bewind.
• 2026 (Kabinet-Jetten): Tijdens de huidige Algemene Politieke Beschouwingen gaat Wilders opnieuw een motie van wantrouwen indienen tegen het minderheidskabinet-Jetten.
Net als alle overige moties van wantrouwen die Wilders in zijn loopbaan heeft ingediend (minstens 30 keer tegen een kabinet, een minister-president of het gehele regeringsbeleid) is er tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen nog nooit één aangenomen door een Kamermeerderheid. De moties dienen primair om de oppositierol van de PVV scherp te profileren. Daar zijn we dan toch niet helemaal van verlost.