’s Brent! (Brand!) van Mordechaj Gebirtig


Gebirtig woonde in 1936, toen hij dit lied maakte, in het getto van Krakau. Het lied is een reactie op een antisemitische terreuractie tegen de Joden in het Poolse Przytyk.

Het lied is een oproep om een brand te blussen in het dorp (sjtetl), maar dat staat symbool voor de oproep om zich tegen het Nazisme te verzetten en de Joodse wereld te redden voordat het te laat is.

‘s Brent, briderlech, ‘s brent,
oj, oenzer orem sjtetl, nebech, brent.
Bejze wintn mit jirgozn
rajsn, brechn, oen tseblozen
sjtarker noch die wilde flamen,
alts aroem sjojn brent!
Oen ir sjtejt oen koekt azoj zich
mit farlejgte hent,
oen ir sjtejt oen koekt azoj zich,
oenzer sjtetl brent.
Brand, broeders, brand!
O wee, ons arm stadje brandt.
Kwade stormwinden scheuren, breken, en blazen
woedend de wilde vlammen noch sterker aan,
alles om ons heen staat al in brand!
En jullie staan daar maar te kijken
met verlamde handen,
en jullie staan daar maar te kijken,
ons stadje staat in brand.
’s Brent, briderlech, ’s brent,
Oj, oenzer orem sjtetl, nebech, brent.
’s Hobn sjojn di fajertsoengen
’s gantse sjtetl ajngesjloengen
oen di bejze wintn hoezjen,
alts aroem sjojn brent,
oen ir …
Brand, broeders, brand!
O wee, ons arm stadje brandt.
De tongen van het vuur
hebben het hele stadje al verslonden,
en de kwade winden loeien,
alles om ons heen staat al in brand,
En jullie …
’s Brent, briderlech, ’s brent,
oj, ’s ken cholile koemen der moment,
’s gantse sjtetl mit oens tsoezamen
gejt ojf asj awek in flamen,
blajbn sol wi noch a sjlacht
nor poeste, sjwartse went!
Oen ir …
Brand, broeders, brand!
Ach! Het ogenblik (God verhoede het) kan komen
dat het hele stadje met ons erin
in vlammen opgaat, tot as wordt,
en dat er als na een veldslag
niets dan lege, zwarte muren overblijven.
En jullie …
’s Brent, briderlech, ’s brent,
di hilf iz nor in ajch alejn gewent.
Ojb dos sjtetl iz ajch tajer,
nemt di kejlim! Lesjt dos fajer!
Lesjt mit ajer ejgen bloet,
Bawajst, az ir dos kent!
Sjtejt nit, brider, ot azoj zich
mit farlejgte hent,
sjtejt nit, brider, lesjt dos fajer,
oenzer sjtetl brent!
Brand, broeders, brand!
De redding kan alleen van jullie komen.
Als het stadje jullie dierbaar is,
grijp emmers! Blus het vuur!
Blus met jullie eigen bloed,
bewijs, dat je dat kunt!
Sta daar niet te kijken, broeders,
met verlamde hand,
sta daar niet, broeders, blus het vuur,
ons stadje staat in brand!

Er zijn tal van indrukwekkende uitvoeringen op het Internet te vinden.

Eerst een uitvoering van Lin Jaldati, een Holocaust-overlevende die na W.O. 2 een van de belangrijkste zangeressen van het Jiddische lied werd. De presentatie is van haar dochter Jalda Rebling, die Jaldati om zo te zeggen in het ambacht is opgevolgd. ’s Brent staat hierop tot 1,57. Het lied is niet volledig weergegeven, maar het is wel Jaldati die zingt.

Zanger: Max Furmansky.
Basstem met inventieve, gevarieerde zeer romantische pianobegeleiding. Op het laatst wordt het “ ’s brent!” (“Brand!”) van het refrein niet meer gezongen maar luid uitgeroepen. Dat doen veel zangers van dit lied en het is ook zeer effectief.

Kampflieder.de. De uitvoerders worden niet genoemd. Een commentator vraagt zich af of dit misschien ook Lin Jaldati is.
Begeleiding: lage hoorns (of een laag orgel, dat is moeilijk te onderscheiden) en andere koperinstrumenten, en een kerkklokje om het dorpsalarm uit te beelden. De zang is natuurlijk en ongekunsteld, veel spreekzingen. Dat past bij de tekst, die immers een toespraak in dichtvorm is. Interpretatie: met climax in laatste strofe. Het laatste “oenzer sjtetl brent” wordt, net als door Furmansky in de vorige opname, luid uitgeroepen.

Reacties zijn uitgeschakeld