Jacob Cats

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

De werkkamer van Jacob Cats, rechtsvoor in het Catshuis, biedt net genoeg ruimte voor een bureau en een kleine sofa. Rond 1650 schreef Cats er eindeloos veel poëzie (‘Gys was een jonge wulp, hij kon geen weelde dragen’). Het kamertje bewaart talloze staatsgeheimen. Premier Joop den Uyl waande zich in de voetsporen van de dichter, toen hij er tussen 1973 en 1977 ’snachts aan toespraken werkte en intussen aan Cats’ bureau stiekem zijn literaire aspiraties uitleefde op een gebruikte envelop.

Minister-president Wim Kok sprak er in de jaren negentig op donderdagavond moeizaam functionerende ministers toe. De laatste weken telefoneerden de onderhandelaars van het nieuwe kabinet hier driftig met adviseurs als het overleg spaak liep. Compromissen over de AOW en de hypotheekrenteaftrek werden door bilateraal overleg in Cats kamertje bijgevijld of gered als een verkeerde wending dreigde. Getart door vermoeidheid en zenuwen zullen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende nauwelijks oog hebben gehad voor de kitscherige renovatie van de mooiste kamer van de ambtswoning van de premier. De brand tijdens de verbouwing in 2004 kostte een schilder het leven en vernietigde een prachtig schilderij met een winterlandschap van Edgar Fernhout en het goudleren behang.

Nu pronken in het kamertje als wanddecoratie op een frame gespannen stukken rood leer met strofen van twaalf gedichten in reliëfdruk – werk van Cats zelf tot dat van hedendaagse dichters. Verwijst de poëzie naar de geheime kunst van het onderhandelen? Goed voor de relativering van door de adrenaline van de macht opgejaagde aspirant-superministers zoals André Rouvoet en Bos, is Hans Favereys gedicht Chrysanten, Roeiers: ‘Zo het iets te weeg brengt en zich heeft vergeten is het tevergeefs en in godsnaam…’ Bos vertelde gisteren hoe op moeizame momenten zijn adjudant Jacques Tichelaar alle trucs en methoden uit zijn verleden van vakbondsonderhandelaar toepaste. Foute grappen, melige opmerkingen of een knipoog naar zijn CDA-evenknie Maxime Verhagen, die op zijn beurt het Maas-trichtse slijm-en-lijm voortreffelijk beheerst.

Samen gingen ze dan een sigaretje roken in de kamer van Cats en daar is op een goed moment ook het grote vraagstuk van de schaarste op de woningmarkt opgelost; maar wel op een erg kortzichtige manier. Aan de onderhandelingstafel in de tuinzaal was de spanning te snijden, omdat de hypotheekrenteaftrek van Balkenende niet – ‘nee, voorlopig nooit’ – ter discussie mocht staan. Geen van de onderhandelaars was echt op de hoogte van de fnuikende gevolgen die deze dogmatische opstelling heeft voor de achterstandswijken in de grote steden. Juist om deze wijken minder kwetsbaar te maken, moet de doorstroming in de koopwoningenmarkt wordt bevorderd. Aanzienlijke inperking van de hypotheekrenteaftrek drukt de koopprijzen. En als dan ook de overdrachtsbelasting voor starters wordt geschrapt en woningcorporaties hun bezit actief verkopen, stimuleer je de verbetering van wijken op een natuurlijke manier. Tichelaar en Verhagen konden dat allemaal niet bevatten, zij krasten in een tekst. Ze zetten ze een groot slot op het denken over en zoeken naar een alternatief voor de hypotheekrenteaftrek – en ze gaven elkaar een knipoog. Hoorden ze de dichters niet zuchten? Een verbod op denken is het toppunt van conservatisme.

Felix Rottenberg
Columnist Het Parool en associate-redacteur VPRO Tegenlicht.

  1. 1

    Wat een meninkje zeg. De column gaat mank op de aanname dat er helemaal niet is nagedacht over dit onderwerp. Daarbij komt Rottenberg zelf niet met een redelijk alternatief voor de hypotheekrente aftrek. Hij camoufleert het gebrek aan inhoud van deze column met verheven tekst over een kamer en dichters, maar het enige punt dat hij wil maken is dat het verbod op nadenken conservatief is. En zelfs dat is niet waar. Een verbod op nadenken is namelijk onmogelijk. In plaats van dit soort frummelwerk denkt Rottenberg zelf beter na over zijn columns.

  2. 2

    Ik lees juist wel een duidelijk mening: Juist om deze wijken minder kwetsbaar te maken, moet de doorstroming in de koopwoningenmarkt wordt bevorderd. Aanzienlijke inperking van de hypotheekrenteaftrek drukt de koopprijzen. En als dan ook de overdrachtsbelasting voor starters wordt geschrapt en woningcorporaties hun bezit actief verkopen, stimuleer je de verbetering van wijken op een natuurlijke manier.

    Het CDA is als de dood om net zoals Wouter Bos voor “draaikont” uitgemaakt te worden en weigert op basis van voortschrijdend inzicht te handelen. Ze weigeren er zelfs over te praten, maar zijn nu wel zover overstag dat ze een onderzoek laten uitvoeren (zonder bronvermelding)

  3. 3

    “Aanzienlijke inperking van de hypotheekrenteaftrek drukt de koopprijzen.”

    Gelul, wat er zal gebeuren is dat meer mensen in hun starterswoning blijven zitten en dat meer mensen op zoek zullen gaan naar goedkopere woningen welke dus onherroepelijk in prijs gaan stijgen.

    Beste oplossing?
    Gewoon veel meer huizen bouwen.

  4. 4

    als je probeert vadertje Cats met woningnood en dagelijks brood in verband te brengen moet je het ook goed doen.

    “fietsroute 4 & 5

    Schouwens cultuurlandschap bestaat driehonderd vijftig jaar. Zeerover Faldido neemt je mee!

    Burgh-Haamstede- Op de kop af driehonderd en vijftig jaar geleden begon Jacob Cats met de aanleg van Sorghvliet in Den Haag. Tegen de gewoonte in legde hij zijn buiten aan in het ”woeste duinen” gebied. Sorghvliet is nu bekend als de ambtswoning van de minister-president: “Het Catshuis”. Cats zag het ontginnen en bebossen als een maatschappelijk goed werk, dat bovendien heilzaam voor lichaam en geest van de ondernemer was. Hij was de eerste die op grote schaal de duinen beboste.
    Al fietsend en wandelend door de Westhoek van Schouwen kun je ontdekken dat er veel Elzen groeien. Vaak de langwerpige stroken grond, zij worden elzenmeetjes genoemd. De elzenmeetjes dateren uit de tijd van Jacob Cats. Een groot gedeelte van het karakteristieke cultuurlandschap van Schouwen wordt nog steeds bepaald door de ontginningen en de bebossing die na 1648, eind van de tachtigjarige oorlog, plaatsvonden.

    Een elzenmeet is op Schouwen een begrip.

    Een elzenmeet is een soort weiland, dat omkaderd werd door een houtwal of sloot. In het weiland, doorgaans enkele hectaren groot, werden greppels gegraven die ongeveer vier meter uit elkaar liggen. Langs de greppels plantte men de Zwarte els. De reepjes land tussen de elzen heten meetjes. De eerste twee jaar verbouwde men rogge op de meetjes. Daarna waren de elzen zo hoog dat er te weinig licht doorkwam en liet men er koeien lopen. Koeien eten geen elzentwijgen. Het elzenhakhout voorzag in de behoefte aan brandstof. De takkenbossen gingen naar smederijen en bakkerijen. In 1879 was er in de gemeenten Burgh, Haamstede en Renesse nog 620 hectare elzenmeet. Daar is nu nog een kleine 150 hectare van over, zij het veel hoger opgegroeid dan in de tijd dat ze nog regelmatig werden gehakt.”

    http://www.jantrampoline.nl/page.php?page=19