Irak als een casestudy voor burgerschap

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag een stuk van Wouter Beek over Irak als casestudy voor goed burgerschap.

Op patrouille in Irak met Nederlandse journalisten (Foto: flickr/s1lang)

Volgens recent gepubliceerd onderzoek van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), hebben leerlingen binnen het Nederlandse middelbare onderwijs minder kennis van de democratische rechtstaat en van internationale mensenrechten dan hun Europese leeftijdsgenoten.

En dat terwijl deze twee belangwekkende thema?s onderdeel waren van het in 2006 door de regering geuite voornemen om actief burgerschap onder scholieren onderdeel van het standaard curriculum te maken. De Tweede Kamerleden Çelik en Heijnen hebben op 6 Juli namens de PvdA fractie kamervragen gesteld over deze zorgwekkende onderzoeksresultaten. Zij vragen het demissionaire kabinet welke concrete stappen er kunnen worden ondernomen om het tij te keren.

De beantwoording van deze vragen zal nog even op zich laten wachten, aldus het tussenbericht dat namens demissionair minister André Rouvoet op 9 Juli als reactie is verschenen [PDF]. Maar ik wil best mijn burgerschap tonen door voor die tijd een toevoeging aan het huidige middelbaar onderwijs voor te stellen die deze zorgwekkende achterstand zal doen verdwijnen: Laat leerlingen in heel het land de casus van de politieke steunverklaring aan de Amerikaans-Britse inval in Irak uit 2003 bestuderen.

Leer de middelbare scholieren dat zij in een democratisch land leven waar een nukkige premier die niet altijd even bereid is om zijn fouten toe te geven met behulp van een ijzeren partijdiscipline van zijn eigen CDA, vergezeld van een zelf boter op het hoofd hebbende VVD, en een in het gareel gehouden PvdA er voor gezorgd heeft dat er 7 (zeven!) jaar lang geen objectief onderzoek naar deze politieke besluitvorming kon plaatsvinden.

Neem dan ook meteen in het onderwijs op dat diezelfde premier, die gedurende die tussenliggende 7 jaren niet heeft nagelaten te benadrukken dat een onderzoek echt niet nodig was, het volgens de uiteindelijk dan toch ingestelde commissie Davids helemaal bij het verkeerde eind had. Neem eveneens in het onderwijsmateriaal op dat de PvdA, tijdens de kabinetsformatie van Balkenende IV waarheidsvinding met betrekking tot oorlog en vrede inzet van het politieke onderhandelingsproces heeft gemaakt. En leer de kids dan ook meteen dat in die periode van 7 jaar er onvoldoende diepgravende onderzoeksjournalistiek met betrekking tot dit thema tot stand is gekomen, waardoor de politiek zonder al te veel hinder van de publieke opinie de deksel stevig op de doofpot kon houden. (Deze journalistieke desinteresse werd pas begin 2009 door een handjevol journalisten doorbroken, zoals in het door Joost Oranje op 17 Januari van dat jaar gepubliceerde artikel [PDF]).

In de behandeling van bovengenoemde casus komen een groot aantal aspecten betreffende de democratische rechtstaat aan bod, waaronder de door de commissie Davids vastgestelde onvolledige voorlichting van de Tweede Kamer. Andere belangrijke thema’s als internationaal recht (volgens de commissie Davids schromelijk overschreden), het ontstaan van een bestuurlijke tunnelvisie (alternatieve adviezen werden binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken niet gehoord), en de notie van het dualisme tussen kabinet en volksvertegenwoordiging (de Tweede Kamer fracties van de grote traditionele partijen PvdA, CDA en VVD moesten jarenlang feilloos naar de pijpen van de verschillende kabinetten Balkenende dansen), komen dan allemaal aan bod.

Bij de volgende evaluatie van de IEA zal dan blijken dat de jeugd in Nederland een grondigere kennis van de nationale en internationale rechtsorde bezit dan de bestuurders en journalisten van dit land. En dat is wellicht meteen ook de reden waarom het kabinet niet zo veel haast met dit onderwerp wenst te maken: een politicus als Balkenende denkt bij burgerschap toch voornamelijk aan het je netjes gedragen op straat (wat overigens ook belangrijk is), maar wanneer burgerschap een bredere invulling krijgt geeft hij, evenals in het normen en waarden debat, niet thuis.

  1. 1

    Dank voor de ironische toonzetting, helaas is ’t allemaal maar al te waar en de verandering zal zeker niet uit de politiek moeten komen.

  2. 2

    @1: dank dat je er op wees, dat dit stukje ironisch bedoeld is. Ik dacht bijna dat ik dit stuk serieus moest nemen.

    Vooral de zin “Bij de volgende evaluatie van de IEA zal dan blijken dat de jeugd in Nederland een grondigere kennis van de nationale en internationale rechtsorde bezit dan de bestuurders en journalisten van dit land” is een niet vol te houden stelling voor wie de laatste verkiezingsuitslagen heeft gezien.

  3. 3

    De vraag is wel of de nu opgroeiende jongeren zich zoveel meer zullen interesseren voor dit vraagstuk nav het onderwijs, maar ik ben misschien wat cynisch.