Het holle moralisme van Van Haersma Buma

Vermakelijk was het wel, de herhaling van Buitenhof met CDA-lijststrekker Sybrand van Haersma Buma bekijken ná de keuzefilm van Adriaan van Dis: Inside Job, over de systematische ontmanteling van wet- & regelgeving en toezichthoudende organen op de Amerikaanse financiële sector, welke heeft geleid tot de wereldwijde financiële crisis vanaf 2008.

Het contrast maakte scherp duidelijk hoe weinig het gedachtegoed van het CDA eigenlijk in huis heeft om de crises het hoofd te bieden waar Europa en Nederland vandaag voor gesteld worden. Het antwoord moest volgens Van Haersma Buma gevonden worden in een “debat over de moraal”. Dat was volgens de CDA-leider namelijk crux van de crisis: die is niet alleen financieel en economisch, maar vooral ook moreel.

Meteen werd Buma dodelijk afgeserveerd door de jonge conservatieve denker Thierry Baudet, die de lijsttrekker fijntjes één van de meer “futiele” punten uit het CDA-partijprogramma onder de neus wreef: graffiti in de openbare ruimte moet voortaan eerder verwijderd worden.

Ja, maar dat was dus hetzelfde als wat er mankeerde aan die bankiers, mekkerde Sybrand: in beide gevallen ging het om asociaal gedrag, waar achter zat dat men zich niet bekommerde om het bezit van de ander. Doorgeschoten individualisme was de oorzaak, meer gemeenschapszin de oplossing. Op de achtergrond kon men Jan Peter Balkenende horen nagalmen over ‘waarden en normen’.

Taak van de politiek

Het tafereeltje maakte pijnlijk zichtbaar dat van Haersma Buma en zijn CDA niet begrijpen waar politiek wel en niet over gaat. Politieke partijen zijn er niet om discussies over de moraal te entameren, en politiek is er niet om de publieke moraal te boetseren. Politieke standpunten zijn voor een goed deel wel een afgeleide van morele overtuigingen, maar het politieke bedrijf zelf is er om de samenleving zoveel mogelijk naar ieders tevredenheid in te richten. Meer niet.

Een belangrijke reden waarom mensen vandaag de dag ontevreden zijn over hoe het financieel-economische stelsel georganiseerd is, is omdat zij (en hun kinderen en kleinkinderen) het gelag betalen voor een financieel systeem dat door investeringsbankiers en politici zo is ingericht, dat die bankiers exorbitante beloningen opstrijken door uitermate risicovol te gokken met het geld van anderen, door wereldwijde piramidespelen op te zetten en door hun eigen klanten te belazeren.

Wat dat betreft had de uitzending van ‘Inside Job’ uit 2010 op het Nederlandse publieke net op geen beter moment kunnen komen, zo vlak voor de verkiezingen. De hele Eurocrisis is tenslotte een uitvloeisel van de bankencrisis van 2008, en dus is de vraag: wat beogen de verschillende politieke partijen te gaan doen om een volgende bankencrisis te voorkomen?

Deregulering

Schrijver en regisseur van de film, Charles Ferguson, heeft een doctorstitel in de politieke wetenschappen van MIT en een lange carrière als politiek en strategisch consultant en ondernemer. Stap voor stap legt hij bloot hoe de economische crisis kon ontstaan, en hoezeer de structuur van de Amerikaanse financiële sector en haar buitensporige invloed op politiek, overheidsorganen en wetenschap werkelijke hervorming verhinderen.

De wortels van deze status quo zijn volgens Ferguson al ontsproten onder het presidentschap van Ronald Reagan. Deze maakte in 1982 een aanvang met het dereguleren van de financiële markten, en wel op aandringen van zijn minister van financiën, Donald Regan, die tot dan toe het bewind had gevoerd over investeringsbank Merill-Lynch.

Reagan maakte het mogelijk voor bepaalde kredietverstrekkers (zogenaamde ‘savings and loan companies‘) om riskante beleggingen te doen, die ver boven hun solvabiliteit uitgingen, hetgeen leidde tot de Savings and Loan Crisis in de tweede helft van de jaren tachtig. Tijdens die crisis gingen tal van dergelijke bedrijven over de kop en waren consumenten en belastingbetalers uiteindelijk minstens $124 miljard dollar kwijt voordat de zaak weer een beetje op orde was.

Een volgende belangrijke stap in deregulering was het opheffen van de Glass-Steagall Act van 1933 door de regering Clinton. De wet moest onder meer voorkomen dat als een bank over de kop ging, het hele systeem werd meegetrokken, maar werd deels teruggedraaid in 1999 om de fusie mogelijk te maken van Citicorp en Travelers tot de grootste financiële dienstverlener ter wereld: Citigroup. Het maakte de weg vrij voor het ontstaan van een conglomeraat van vijf mega-investeringsbanken die te groot zijn om ten onder te gaan.

Collateralized Debt Obligation

In 2000 – ook nog onder Bill Clinton – keurden het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat de Commodity Futures Modernization Act goed. Deze wet maakte de regulering van derivaten zo goed als onmogelijk, waarna het gebruik van derivaten explosief toenam. Het inmiddels beruchtste derivaat is de Collateralized Debt Obligation (CDO), waarin duizenden hypotheken en andere leningen zijn verstrengeld. Investeringsbanken als Goldman-Sachs, Morgan-Stanley, Lehman Brothers, Merrill-Lynch en Bear-Stearns leenden miljarden om vanuit heel het land hypotheken en leningen op te kopen, deze te bundelen in aandelenpakketten ze weer door te verkopen aan investeerders. Hoe risicovoller de investering, hoe hoger uiteraard het rendement.

Dit veranderde de hele motivatie achter kredietverstrekking. Was het voorheen zo dat de kredietverstrekker er alle belang bij had om zijn geld terug te krijgen van de lener, zodat hij dus goed naging of deze wel in staat was om de lening terug te betalen, nu was het zo dat kredietverstrekkers de lening weer met een flinke commissie doorverkochten aan investeringsbanken, die ze vervolgens verpakten als CDO’s en zo weer doorverkochten aan anderen.

Het maakte voor de oorspronkelijke kredietverstrekker dus niet langer uit hoe wankel de financiële situatie was van de consument die geld kwam lenen om een woning of auto te kopen, of dat ze enkel met moeite de rente aflosten. Zo kon het gebeuren dat honderdduizenden mensen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder, die voorheen nooit of te nimmer in aanmerking zouden zijn gekomen voor een hypotheek, nu gewilde prooien waren voor hypotheekverstrekkers. In 2006 was één op de vijf hypotheken ‘subprime’.

Rating agencies

Zolang de vraag op de huizenmarkt gaande bleef, was dit ook geen probleem. Zelfs als honderd of duizend huizenbezitters de (variabele) rente op hun lening niet meer konden betalen, konden hun huizen immers gewoon worden doorverkocht. Dit was ook de redenering waarmee ‘rating agencies’ zoals Moody’s deze CDO’s met duizenden subprime leningen het etiket ‘AAA’ toekenden: een tien met een griffel.

Dat deze rating agencies op hun beurt grif werden betaald door de investeringsbanken om hun producten te waarderen, zal niet bepaald hebben geholpen bij het ontwikkelen van een kritische blik. Toch werd er blind afgegaan op het oordeel van dergelijke bureaus, vanwege het gezag dat ze (nog altijd) hebben. En zo kwam het dat bijvoorbeeld pensioenfondsen investeerden in wat ze dachten dat veilige beleggingen met een hoog dividend waren, ook al begrepen ze niet veel van de precieze constructies.

Dit proces van de verkoop van derivaten, gebouwd op wankele debiteuren, kon natuurlijk niet eindeloos goed blijven gaan. Het probleem ontstond toen eind 2007 de huizenprijzen zakten, de rente op hypotheken omhoog ging, en meer dan een half miljoen huizen gedwongen in de verkoop werden gedaan.

Plotsklaps waren alle huizen als onderpand een stuk minder waard. De ballon was gebarsten en liep in rap tempo leeg, nu investeerders massaal van hun CDO’s probeerden af te komen. Ook de grote investeringsbanken zelf raakten in de problemen, aangezien ze voor miljarden hadden geleend om hypotheken te kopen die nu onverkoopbaar waren en ook hun eigen debiteuren onvoldoende geld in kas hadden om hen snel terug te betalen.

Credit Default Swaps

In theorie had een investeerder zich kunnen verzekeren tegen het op de fles gaan van CDO’s. Maatschappijen als AIG gaven zogenaamde ‘credit default swaps’ uit, waarbij de ‘verzekeraar’ de uitstaande schuld overneemt als de debiteur(en) niet in staat zijn te betalen. Het vreemde van deze verzekering was echter dat iedereen kon intekenen op zo’n credit default swap, ook al was de specifieke CDO niet van jou. Je kon hiermee dus gokken op het teloorgaan van aandelenpakketten. AIG haalde hiermee in korte tijd honderden miljarden binnen, maar toen de crisis aanbrak, kon ze uiteraard al haar schuldeisers niet betalen.

En om het allemaal nog vozer te maken, hebben investeringsbanken als Morgan-Stanley credit default swaps gekocht voor CDO’s die ze zelf voor veel geld verkochten. Ze speculeerden dus op het op de fles gaan van producten die ze zelf verkochten. Stel je een autohandelaar voor die weet dat er van alles mis is met de auto die hij je verkoopt, en dan achter je rug een all risk-verzekering neemt op die auto nadat ‘ie jou de sleutel heeft overhandigd.

Toen de grote investeringsbanken zelf in de financiële problemen raakten, boorden ze hun contacten in het Witte Huis, het departement van financiën en de Federal Reserve Bank aan om hen met belastinggeld uit de brand te helpen en streken vervolgens megamiljoenenbonussen op omdat ze het noodlijdende bedrijf gered hadden. Vervolgens gingen ze op dezelfde voet verder.

Het probleem

Ferguson laat met Inside Job overtuigend zien dat:

– de hoogste posten op het Amerikaanse ministerie van Financiën en de Amerikaanse Centrale Bank al decennialang worden vervuld door mensen die ofwel bij de vijf grote investeringsbanken vandaan komen, ofwel daar later terecht komen;
– dit gewoon doorgaat onder Obama;
– op elke politicus in Washington er vijf lobbyisten vanuit het bankwezen werken die er alles aan gelegen is om te voorkomen dat er regulering wordt ingevoerd die korte termijnwinsten onmogelijk maken;
– de rating agencies worden betaald door de banken wiens producten ze keuren;
– de academische top van economen voor het grootste deel van hun inkomen afhankelijk is van ‘advieswerk’ voor investeringsbanken, en best bereid is tegen grove betaling positieve rapporten te schrijven over de financiële stabiliteit van IJsland, om maar een voorbeeld te noemen;
– de managers en financiële analisten van banken als Goldman-Sachs, Morgan-Stanley etc. alle financiële aansporing hebben om te blijven doen wat de schuldencrisis veroorzaakt heeft: in korte tijd enorme bakken geld verdienen met de handel in risicovolle beleggingen.
– als het dan onvermijdelijk misloopt, helpt de belastingbetaler je toch wel uit de brand, want de grootste investeringsbanken zijn zulke cruciale spelers voor het wereldwijde kredietverkeer, dat als ze omvallen de hele wereldeconomie op zijn gat gaat.
– er sinds 2008 eigenlijk nauwelijks iets veranderd is, en dat het dus slechts een kwestie van tijd is voordat de volgende wereldwijde crisis toeslaat.

De gelegenheid schept de dief, luidt het spreekwoord. Het zijn de financieel-economische en politieke structuren die maken dat managers van banken de beslissingen nemen die ze nemen, en daar ook gigantisch geld mee verdienen. Dat Van Haersma Buma daarop geen beter antwoord heeft dan te neuzelen dat er een debat moet komen over de moraal, tekent zijn eigen politieke leegte. Alsof een heel stelsel dat specifiek ontworpen is om roofkapitalisme mogelijk te maken, door een financiële elite die neerkijkt op de kwezels die ze duperen, en die Washington effectief aanstuurt, verandert door zedenpreken en gemurmureer over ethisch bewustzijn.

Wat nodig is, is geen hol gepraat over ‘moraal’ door politici. Daar koopt niemand wat voor en daar zijn politici ook niet voor. Wat fout zit is de structuur van het stelsel en wat nodig is, is dus concrete wet- en regelgeving die afdoende is om consumenten en markten te beschermen, en sterke overheidsinstellingen die deze regels handhaven. Niet alleen in Nederland en zelfs niet alleen in Europa, maar ook in de VS. Gek genoeg hoor ik daar niemand over. Ook niet over de vraag of Europese banken, pensioenfondsen en landen een volgende Amerikaanse bankencrisis kunnen doorstaan.

Eén ding is echter zeker: de broodnodige hervorming gaat er met de symboolwetgeving en holle retoriek in het CDA-partijprogramma (p.68v) en uit de mond van haar partijleider in ieder geval niet komen.

‘Inside Job’: de film en de transcriptie

Beeld: Still uit ‘Inside Job’

  1. 1

    “De hele Eurocrisis is tenslotte een uitvloeisel van de bankencrisis van 2008”

    Wat een misleidende versimpeling! De vorming van EEN munt voor zich heel verschillend ontwikkelende landen is vragen om problemen, dat blijkt nu. Het was toen al te voorzien dat zwakke economien vroeg of laat een crisis zouden veroorzaken en de rijken landen dan met miljarden moeten bijspringen.

  2. 2

    “Gek genoeg hoor ik daar niemand over.”

    Zelfs de SP niet, geloof ik. Althans niet concreet met zoveel woorden. Terwijl dit bij de experts toch echt al lange tijd bekend is.

    Ik vind het wel jammer dat je dit stuk ophangt aan Van Haersma Buma, want het eigenlijke onderwerp is veel interessanter. Het CDA werd voor het lijsttrekkersdebat niet eens uitgenodigd. Enough said.

  3. 3

    ‘Aan de andere kant, juist door dit verhaal aan van Haersma Buma op te hangen wordt duidelijk gemaakt dat er echt maar één manier is om herhaling van de kredietcrisis te voorkomen: strenge regulering en strak toezicht.

    Het kwalijke van het door van Haersma Buma vertolkte standpunt is nu juist dat het wel lijkt alsof er iets wordt gedaan, maar dat dat in de praktijk natuurlijk niet zo is. In die zin is dit standpunt kwalijker dan hardop roepen dat bankiers gewoon door moeten kunnen gaan met het vullen van hun zakken.

  4. 4

    “De vorming van EEN munt voor zich heel verschillend ontwikkelende landen is vragen om problemen, dat blijkt nu”
    Wat een misleidende versimpeling! Wat jammer om dat over een ander te roepen en vervolgens zelf een nog veel grovere versimpeling op te schrijven.

    “Het was toen al te voorzien dat zwakke economien vroeg of laat een crisis zouden veroorzaken”
    Wat een nonsens.

  5. 5

    De idee dat de politiek niet tot taak heeft te moraliseren is op zichzelf een politieke en daarmee morele uitspraak, en in geen geval waar. Politiek is in de kern een debat tussen verschillende morele opvattingen (wat is goed en wat is kwaad). Elke politieke boodschap is een morele. Wet en regelgeving zijn niet anders dan geformaliseerde normen. Normen zijn altijd gestoeld op waarden.

    Beweren dat de politiek niet zich te bemoeien heeft met moraal is zodoende beweren dat een bakker zich niet te bemoeien heeft met brood. Pleiten voor wet- en regelgeving is pleiten voor een bepaalde moraal. Het siert Buma dat hij hierbij niet alleen naar het systeem kijkt, maar ook naar de mensen die binnen dat systeem opereren en het daardoor mede vormgeven.

  6. 6

    Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft het CDA beleid doorberekend en komt tot de conclusie dat dit beleid leidt tot meer banen!, minder schuld! en eerlijker verdeling van de rekening!!! Termen als ‘symboolwetgeving’ en ‘holle retoriek’ worden dus geheel ten onrechte gebruikt!
    Wat betreft het gedachtegoed van het CDA wil ik erop wijzen dat als je processen op wilt starten dit uiteindelijk altijd begint met inzicht! en kritische reflectie!. Respect voor een partij die het lef heeft deze confrontatie aan te gaan! en daarna ook bereid is de noodzakelijk beinvloedingsprocessen op te starten!

  7. 7

    @6:ik vind de conclusie ook niet zo spannend. Al jaren roept Willem Middelkoop vrij trefzeker van de daken, waar Prediker nog nooit van heeft gehoord. Als hij gewoon eens wat DWDD had gekeken…
    Overigens is het CPB beleefd en valt de onnozelheid van het CDA wel mee. Het is inderdaad een beetje naief om te denken dat een ethisch reveil zoals destijds van Agt wilde tot veel zal leiden. Maar het gaat niet alleen om regels, maar natuurlijk ook om de ethiek van het dansen op een vulkaan. Veel bankiers wisten wat ze doen en deden, veel politici verdedigen het groot verdienen.

  8. 8

    @2; Zelfs de SP niet, geloof ik. Althans niet concreet met zoveel woorden.

    Behalve obligate verwensingen aan de ‘doorgeschoten bonuscultuur’ waar paal en perk aan moet worden gesteld, hoor ik Roemer geen analyses geven idd. Jammer, gemiste kans.

    Terwijl er wel een heel aantal voorstellen in de paragraaf ‘Gezonde financiën & EU‘ van het SP-partijprogramma staan (zie punt 8 t/m 18) om juist deze problematiek aan te pakken.

  9. 9

    Sybrand van Haersma Buma is voor mij gediskwalificeerd toen hij na jaren onder zijn volledige naam in de kamer te zitten zichzelf voor de verkiezingen Sybrand Buma is gaan noemen. Wie onder druk van een campagneteam zo weinig respect voor zichzelf en zijn afkomst kan opbrengen of afdwingen voor een paar schamele zetels is deze positie onwaardig. Een grote teleurstelling.

  10. 10

    Goed geschreven Prediker. Hoewel het jammer is dat je lichtgewicht Buma in het vizier hebt genomen. Je gooit toch ook geen clusterbom op een schildpad? Dit verhaal had natuurlijk een waardiger slachtoffer verdiend.

  11. 12

    ” De hele Eurocrisis is tenslotte een uitvloeisel van de bankencrisis van 2008, en dus is de vraag: wat beogen de verschillende politieke partijen te gaan doen om een volgende bankencrisis te voorkomen? ”

    Wat een onzin.

    De 2008 crisis was het gevolg van de VS hypotheekzwendel, en die kon weer vanwege ontbrekend toezicht daar, en het besluit derivaten helemaal niet te reguleren.

    De euro crisis is doodgewoon het gevolg van in economisch opzicht zeer verschillende landen één munt in te voeren.
    Vóór invoering waarschuwden Nederlandse economen.

    De euro crisis kon natuurlijk een dergelijke omvang krijgen door ontbrekend beleid in Brussel, en de machinaties van Goldman Sucks in Griekenland.

    In Spanje begint het nu Griekenland te worden, zelfs de economisch sterkste regio, Catalonië, is in financiële problemen.
    Dat is dan het einde van de euro, Spanje is te groot om gered te kunnen worden.

    Dat Haersma Buma het allemaal niet zo overziet, hij is in goed gezelschap, partijgegenoot Jan Kees snapt er ook niet veel van.
    Buma is jurist, Jan Kees is automatiseerder.