Geen bal op tv | Donald Trump en het Bloemetjesgordijn

COLUMN - Op de dag dat Donald Trump werd geïnaugureerd als president van de Verenigde Staten van Amerika, was Volkskrant-journalist John Schoorl bezig uit te zoeken hoe de carnavalshit Bloemetjesgordijn van de componerende schoenverkoper Wim Kersten tot stand was gekomen. Las ik in dit interview.

John Schoorl had die dag het bewuste bloemetjesgordijn gezien. Helemaal zeker was hij er niet van: Wim Kersten ligt al enige tijd onder de zoden en hij heeft er geen dagboek over bijgehouden of zo. Maar toen John Schoorl in de voormalige schoenenzaak van Wim Kersten naar boven ging en daar een gordijn met bloemetjesmotief aantrof dat dusdanige vergeeld was dat het er met gemak een kleine veertig jaar had kunnen hangen, was het toeval te overweldigend om er niet vanuit te gaan dat dit hét bloemetjesgordijn was.

Dus toen John Schoorl die avond een of ander etentje had en iedereen vol ongeloof sprak over de bizarre inauguratierede van de nieuwe president van de Verenigde Staten van Amerika, kon hij zich niet in de gesprekken mengen, want hij dacht maar aan dat bloemetjesgordijn. 

Toevallig was ik het bewuste verhaal over de ontstaansgeschiedenis van Bloemetjesgordijn aan het lezen, toen The Fourth Estate op NPO2 begon, een vierdelige documentaire-serie over The New York Times in het eerste jaar van Trumps presidentschap. Het eerste deel van de reeks begint met de inauguratiespeech. De redactie in New York kijkt ernaar zoals ze op krantenredacties altijd naar het nieuws kijken: met een mannetje of acht staan, leunen en zitten ze rond een tv of een computer die op het bureau van een van de redacteuren staat. Trump heeft het over bloedbad Amerika en dat nu de tijd is gekomen om orde op zaken te stellen.

‘What a story!’, zegt hoofdredacteur Dean Baquet nadat Trump klaar is met zijn speech. Dat woord valt veel in de documentaire: story. Constant bezig met de vraag: wat is het verhaal? Alsof zij, als journalisten, erbuiten staan. Het verhaal zit in het nieuws. Het is de taak van de journalist om het eruit te halen en te laten blinken. Zoals Michelangelo het marmer weghakte om het beeld dat erin besloten lag tevoorschijn te laten komen, zo vegen de journalisten alle ruis weg om het verhaal te vertellen.

Het verhaal van de inauguratie, daar waren ze het wel over eens, was een donker verhaal. Inktzwart. Maar in plaats van dat inktzwarte verhaal, zat John Schoorl die dag dus met een heel ander verhaal in zijn hoofd. Dat van het bloemetjesgordijn.

Het is een lied dat ook geregeld in mijn hoofd rond zingt. De zinsnede ‘weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn’ is een van mijn oudste oorwurmen. Wellicht zelfs een van de eerste herinneringen. Naast opgesloten zitten op de wc en een gesprek met een crèchegenootje in het steegje bij mijn ouderlijk huis.

Ik was drie jaar oud toen Bloemetjesgordijn een carnavalshit was. Meer dan die ene zinsnede zit er niet in mijn hoofd. Daarom heb ik de tekst er maar eens bij gepakt. En het is me uit het hart gegrepen. Het eerste couplet luidt:

Een mens moet heel z’n leven blijven lopen.
Dan wordt ie opgejaagd van hier naar daar.
En altijd maar het beste blijven hopen:
De honderdduizend of ’t abattoir.
Maar lekker rustig blijven hangen zoals ’n gordijn,
Dat moet toch heerlijk zijn.

Het perfecte lied om in je hoofd te hebben als iedereen het gevoel heeft een glimp van het abattoir te hebben gezien. Er schuilt een boeddhistische rust in dat bloemetjesgordijn. Het is ook niet zomaar een ding. Het is een levend wezen. Het bloemetjesgordijn is bezield en heeft een lijf en een gezicht. Maar wat er ook gebeurt in de wereld en welke verhalen de redactie van de NY Times ook uit het rauwe nieuws tevoorschijn haalt, dat bloemetjesgordijn hangt rustig in het zonlicht zonder iets te moeten of te verlangen.

  1. 1

    Heerlijk interview met John Schoorl. (Door Nathalie Huigsloot, die naam mag ook wel genoemd). In mijn boekenkast staat de dichtbundel “De Uitloopgroef” van John Schoorl, ooit aangeschaft voor zeven euro vijftig. In die bundel komen zo’n 60 songs voorbij, van Bob Dylan, Ray Charles, The Libertines, Joe Strummer, Elvis, Johnny Cash tot The Feelies, waar John Schoorl dan een gedicht over schrijft. Leest heerlijk weg. Ik vertrouw zijn gegraaf naar Het Bloemetjesgordijn, hem dan ook volledig toe.
    Mooi stuk Max. En het is toch een carnavalslied met een haakje: De honderdduizend of ’t abattoir.

  2. 2

    Prachtig! Soms zijn de kleine dingetjes in het leven zoveel interessanter dan wat zo n Pipo aan de overkant van de oceaan zegt.

  3. 4

    “Zoals Michelangelo het marmer weghakte om het beeld dat erin besloten lag tevoorschijn te laten komen”
    Toemaar, pregedestineerd blok marmer is me dat!