Democratische zelfverdediging

RECENSIE - Hoe kan voorkomen worden dat de democratische rechtsstaat met democratische middelen om zeep wordt geholpen? Een boek vol rechtsfilosofische argumenten voor actuele politieke debatten.

“De verbodsbepalingen voor radicale organisaties die tot doel hebben om onze democratische rechtsstaat omver te werpen of af te schaffen, worden uitgebreid door aanpassing van art 2:20 BW.” Dit is een nog weinig besproken passage uit het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Het idee lijkt uit de koker van het CDA te komen dat eerder tevergeefs een voorstel deed om partijen die de democratie omver willen werpen te verbieden.

De strijd om de democratie, een bundel essays onder redactie van de Leidse rechtswetenschappers Afshin Ellian, Gelijn Molier en Bastiaan Rijpkema, is bedoeld als bijdrage aan het hedendaagse debat over een klassieke probleem: op welke gronden mag in een democratie een partij verboden worden? Naast theoretische, rechtsfilosofische beschouwingen gaan de essays over de democratie in Hongarije en Polen en over religieus extremisme.

Het begrip ‘weerbare democratie’ staat centraal in het boek. Het is een begrip dat Rijpkema heeft uitgewerkt in zijn proefschrift uit 2015. Volgens Rijpkema is de mogelijkheid tot ‘zelfcorrectie’ de grondslag van het democratische systeem. Een democratisch bestuur moet fouten kunnen erkennen, ontvankelijk zijn voor nieuwe ideeën en vervangen kunnen worden. Dat kan als voldaan wordt aan periodieke evaluatie, bijvoorbeeld door middel van verkiezingen, de bescherming van politieke concurrentie (er moet iets te kiezen zijn) en de vrijheid van meningsuiting om alternatieven in alle vrijheid te kunnen bediscussiëren. Rijpkema laat zien dat de machtsgreep van Orbán’s Fidesz partij het zelfcorrigerend vermogen van de Hongaarse democratie ernstig heeft ondermijnd.

Tegen de absolute waarheid

In theorie zijn er verschillende benaderingen voor het onderbouwen van een partijverbod, afhankelijk van de vraag naar de essentie van democratie. Gelijn Molier bespreekt de opvattingen van verschillende geleerden die tot nadenken stemmen over aspecten van ons politieke systeem die ook in de kolommen van Sargasso regelmatig onderwerp van debat zijn. Beoordelen we de democratie puur naar de vorm (meerderheid van stemmen stelt) of betrekken we daarbij ook bepaalde waarden, zoals openheid en non-discriminatie? Wat betekent de vrijheid van meningsuiting in dit verband? En kunnen we onze politieke standpunten wetenschappelijk staven?

Nee, zegt Gustav Radbruch, aangehaald door Molier, we moeten afzien van dé waarheid in politieke zin. Radbruch verdedigt het relativisme en meent dat wie wel de waarheid wil voorschrijven zich niet langer democraat kan noemen. De democratische staat laat alle opvattingen en partijen toe ‘zolang zij maar bereid zijn de ideologische strijd met anderen aan te gaan en die anderen daarmee impliciet als gelijkwaardig te beschouwen. Zodra een partij op grond van een als absoluut geldig verklaarde opvatting meent de macht te moeten grijpen, dan moet men haar met alle middelen bestrijden’. (p. 66)

Hong, die meer naar de procedures kijkt, meent dat de grens van de democratie bereikt is als de meerderheid een minderheid definitief de weg afsluit om ooit ook meerderheid te worden. Geen enkele minderheid mag worden buitengesloten, tenzij het een minderheid is die eenmaal aan de macht alle anderen gaat buitensluiten.

Totalitaire verleiding

De Franse politicoloog Lefort ziet volgens Bart Verheijen het democratisch systeem ook bronnen voor wat hij noemt de totalitaire verleiding. Democratie leeft waar verdeeldheid en dus onzekerheid troef zijn. Democratische processen hebben een open einde, of beter gezegd helemaal geen einde. Het debat gaat altijd verder. Dat kan in bepaalde omstandigheden bij mensen de hang naar pasklare oplossingen, een sterke leider en eenheid stimuleren. De democratie moet zich wapenen tegen deze valkuil van de organische eenheid en de exclusieve identiteit van ‘het volk’, zegt Lefort. Democratie draait volgens hem ‘niet alleen om het faciliteren van meerderheidsbesluiten maar vooral om de acceptatie van de pluraluteit van meningen en opvattingen en het naleven van mensenrechten.’ (p.112)

De beperkingen van een juridische oplossing

Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, meent als historicus dat we voor de bescherming van de democratie niet alle kaarten op het recht moeten zetten. Hij loopt een aantal grondwetsartikelen langs die de democratie de nodige bescherming moeten bieden en laat zien dat daar toch ook wel wat haken en ogen aan zitten als ze op de weerbarstige praktijk moeten worden toegepast. Maar kunnen we dan heel pragmatisch volstaan met het adagium van de ambtenaar: handelen naar bevind van zaken? Of moeten we vertrouwen op de militaire macht? Van Schie vertrouwt op de duurzame werking van een politiek systeem met ‘checks en balances’ (en houdt daarbij een pleidooi voor een volksvertegenwoordiging met twee Kamers). Maar de beste waarborg voor het overleven van een democratie blijft echter een breed levende democratische gezindheid, schrijft hij (p. 138). Democratie is niet vanzelfsprekend, het moet geleerd worden. Burgerschapsvorming is van wezenlijk belang.

1933

In discussies over dit onderwerp wordt vaak teruggegrepen op de wijze waarop Hitler aan de macht is gekomen. Afshin Ellian meent dat de nazi’s niet dankzij, maar ondanks de democratie aan de macht zijn gekomen. De NSDAP verwierf geen absolute meerderheid via vrije verkiezingen. In 1933 konden alle ‘tegenstanders van Hitler gemakkelijk een regering vormen, maar dat deden ze niet.’ De macht van de NSDAP werd op straat afgedwongen. De lessen die we uit de Weimarrepubliek kunnen leren zijn dat we om de democratie te beschermen het staatsmonopolie op geweld te allen tijde moeten handhaven en daarnaast de vrijheid van meningsuiting. Desnoods moet een tijdelijke ‘dictatuur van de rechtsstaat’ de democratie beschermen als het uit de hand loopt, zegt Ellian. In Nederland is dat volgens hem niet aan de orde als de politici de wil tonen om het islamisme te bestrijden en als zij bereid zijn de maatschappelijke problemen en het sociale onbehagen bestrijden dat nu door de populisten wordt vertolkt. ‘Vanuit dit standpunt bezien kan het populisme zelfs als bescherming van de democratie als maatschappijvorm worden gezien'(p.194).

Europese democratie

Polen en Hongarije zijn de Europese zorgenkindjes als het om democratie gaat. De vraag is of de artikel 7 procedure die nu door de Europese Commissie in gang is gezet een effectief redmiddel kan zijn. Leonard Besselink maakt duidelijk dat hier niet een juridische maar een politieke opdracht ligt. Hij zet zich ook af tegen de bezwaren van de Poolse en de Hongaarse regeringen die schermen met de soevereiniteit van hun eigen land. Democratie is een Europese waarde, maar geen autonome, nieuwe waarde die Brussel verzonnen heeft. Het gaat om wat de lidstaten bij de vorming en hervorming van hun unie overeen zijn gekomen: de handhaving van waarden waar elke lidstaat afzonderlijk zich hard voor maakt. Zo bezien ligt het vooral op de weg van de regeringsleiders van de lidstaten om hun collega’s in Polen en Hongarije ter verantwoording te roepen: ‘zo zijn we niet getrouwd!’.

Bij Rick Lawson, die zowel naar het EU als naar de Raad van Europa en het Europese Mensenrechtenhof kijkt, gaat het vooral over het behoud van de rechtsstaat. Maar ook hij meent dat de huidige democratische rechtsstaat niet zozeer afhankelijk is van het bestaande juridische instrumentarium maar allereerst van de politieke wil in de lidstaten en de bereidheid om op te treden als dat noodzakelijk is. Lawson beschrijft hoe de EU in de loop van de tijd een bescherming van de Europese rechtsstaat heeft ontwikkeld die ook van groot belang is voor de naleving van mensenrechten in de afzonderlijke natiestaten.

Religieus extremisme

Het feit dat het in dit derde deel van het boek uitsluitend gaat over de islam lijkt mij een reden voor enige behoedzaamheid. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de angst voor de islam bij de auteurs de liefde voor de democratie en de rechtsstaat ver te boven gaat. Zo ziet David Suurland een potentiëel gevaar in het rijp maken van de geesten van islamieten voor het omverwerpen van de democratische orde. Hij pleit net als Dirk Verhofstadt voor inzet van artikel 17 van het EVRM (misbruik van recht) om islamistische uitingen en organisaties te verbieden. Verhofstadt wil voor zo’n verbod godsdienstige uitingen op dezelfde manier behandelen als de algemene vrijheid van meningsuiting. Verbieden is verdedigbaar als het leven en welzijn van anderen in gevaar komt. En dat is in zijn ogen bij alle salafisten het geval. Want zij wijzen alle democratische grondwaarden af. Dat roept wel de vraag op hoe een standpunt over waarden daadwerkelijk schade berokkent aan het leven en welzijn van mensen die dat standpunt niet innemen. Het argument dat zowel Suurland en Vorhofstadt hier tegenover zetten is te vergelijken met het bekende bezwaar tegen wietrokers: vreedzaam salafisme is de opmaat naar het jihadisme.

Paul Cliteur, tenslotte, meent dat de politieke elite in Europa zich te weinig weerbaar opstelt en zelfs onbewust samenwerkt met het salafisme. Met de hulp van leger en politie moet veel meer geïnvesteerd worden in de bescherming van mensen die vanwege hun uitlatingen het doelwit zijn van terroristische aanslagen. Zo kan de overheid niet alleen de vrijheid van meningsuiting waarborgen maar daarmee ook een open en vrije samenleving behouden.

Maar er is meer…

De strijd om de democratie is een belangwekkend boek dat diepgang geeft aan een actueel politiek debat over de staat van de democratische rechtsstaat. Soms nogal theoretisch, met omtrekkende bewegingen langs een keur van Europese geleerden uit heden en verleden (zoals bij Ellian), zelden direct politiek-polemisch (met uitzondering van Cliteur). Meestal toch op enige afstand van de waan van de dag. En dat is niet slecht voor een debat dat doorgaans van incident naar incident loopt.

De beperkingen van de rechtsfilosofische, juridische blik worden door verschillende auteurs zelf genoemd. Dat neemt niet weg dat ik, als het over bedreigingen van de democratie gaat, toch ook nog heel veel mis. Met name de bedreigingen die samenhangen met de economische democratie. Het voortdurende democratisch tekort in Europa heeft niet direct betrekking op de instituties en hun reglementen. Het tekort heeft vooral te maken met macht. Machtsverschillen bijvoorbeeld tussen partijen die betrokken zijn bij de onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden en allerlei soorten regelgeving voor producenten die consumenten, werknemers en het milieu raken. En die machtsverschillen bestaan natuurlijk ook op nationaal niveau. Machtsongelijkheid is per definitie een bedreiging van de democratie. Naast het feit dat die ongelijkheid groeit in het economische domein hebben we sinds de privatisering en deregulering ook nog te maken met een ander verschijnsel dat bijdraagt aan een democratisch tekort: de ongrijpbare, gedepolitiseerde bureaucratie van instellingen waar onze volksvertegenwoordigers het nakijken hebben. Het kan natuurlijk niet allemaal in een boek behandeld worden. Maar ik wilde het toch even gezegd hebben: bij democratische zelfverdediging komt meer kijken dan wat rechtsfilosofen behappen.

De strijd om de democratie. Essays over democratische zelfverdediging. Afshin Ellian, Gelijn Molier & Bastiaan Rijpkema (red.), Amsterdam, Boom Filosofie. 416 pagina’s. ISBN 9789024411634, Prijs €29,90

  1. 1

    [ Hong, … , meent dat de grens van de democratie bereikt is als de meerderheid een minderheid definitief de weg afsluit om ooit ook meerderheid te worden. ]
    Theoretisch niet, maar praktisch gesproken lijkt me dat het geval in de UK en ook de US met hun districten stelsel. Zou zo een land nog wel lid van de EU mogen worden?

  2. 4

    @2: Zeker wel. Verschillende auteurs, heb ik van dit boek geleerd, benadrukken de openheid van het systeem. Het is onbepaald, het ontwikkelt zich altijd verder, het is nooit af. Het afschaffen maakt er wel een eind aan en dat is dus in strijd met het wezen van de democratie. En dient te worden voorkomen. Hoe ver je daarbij mag gaan, daarover gaat het boek. Aanbevolen.

  3. 5

    @4: Maar de kern en de basis van de democratie is toch dat de meerderheid uiteindelijk beslist maar als de meerderheid niet mag beslissen om de democratie af te schaffen dan is dat dus in strijd met kern en basis van de democratie

    Democratie kan zich (of moet zich) misschien wel blijven ontwikkelen maar dat wil niet zeggen dat het dan nog steeds een democratie is.

  4. 6

    @5: [ Hong, … , meent dat de grens van de democratie bereikt is als de meerderheid een minderheid definitief de weg afsluit om ooit ook meerderheid te worden. ]

    Dat is dan ook de laatste grens.
    Lang voordat die grens is bereikt kunnen personen die niet in de geest van de democratie handelen al ernstige schade aanbrengen.
    Dat zien we nu gebeuren in Polen, Hongarije, Turkije en zelfs de VS.
    Figuren als Wilders en Baudet zullen als machthebbers de (D66) rechters aan banden leggen en dergelijke, zolang er geen expliciete wetten zijn om dat tegen te houden. En die wetten zijn hard nodig, Trump wil bv zichzelf gratie kunnen verlenen, en er is geen expliciete wet daartegen.

  5. 7

    @5:

    ..dat de meerderheid uiteindelijk beslist

    Dat is één simpel, formeel criterium voor democratie. Als je de democratische rechtsstaat wil behouden, is er wel meer nodig. Zie hierboven.

    Maar dat de meerderheid ook moet kunnen beslissen om de democratie af te schaffen kan ik moeilijk zien als criterium voor democratie, alleen al niet op logische gronden. Maar verder lijkt het me nogal irrelevant, tenzij je er zelf op uit bent de democratie om zeep te helpen. Dat zou zoiets zijn als ‘misbruik van recht’, een regel gebruiken voor een doel dat het tegendeel is van het doel waarvoor de regel in het leven is geroepen.

  6. 8

    Hoe kan voorkomen worden dat de democratische rechtsstaat met democratische middelen om zeep wordt geholpen?

    Er is een veel groter gevaar, namelijk dat de democratie ontaardt in een dictatuur van de meerderheid. Die komt hierop neer, dat de niet-werkende meerderheid bepaalt dat de werkende minderheid hen betaalt. In zekere zin zijn we al zo ver. In de EU zien we het ook: half Europa steunt op de geldstroom van de andere helft, maar de gevolgen zijn dramatisch – vooral in het Zuiden. En dat allemaal democratisch geregeld, toch? Niets kan ons nu nog redden tenzij het roer wordt omgegooid naar rechts. Maar daarvoor is het hier in Europa eigenlijk te laat. In de VS gaat het misschien nog nèt.

  7. 9

    “In 1933 konden communisten en socialisten als ‘tegenstanders van Hitler gemakkelijk een regering vormen, maar dat deden ze niet.”
    De Nationaal socialisten hadden 288 zetels, de Sociaaldemocraten en Communisten hadden bij elkaar maar 203 zetels dat was ook geen meerderheid.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_Rijksdagverkiezingen_1933

    Overigens waren de Communisten en Nationaal Socialisten massamoordenaars van hetzelfde totalitaire laken en pak. Hitler of Stalin, Holocaust of de Grote Zuivering, 20 of 62 miljoen doden (Even die 75 miljoen van Mao niet meegerekend) , fout was het sowieso afgelopen.

  8. 11

    @8: [ Die komt hierop neer, dat de niet-werkende meerderheid bepaalt dat de werkende minderheid hen betaalt. ]

    In Nederland hebben van de 17 mln mensen 8,6 mln betaald werk.
    Nou is dat de helft, maar je kunt de (vrijwel) niet werkende jeugd onder de 18 zonder stemrecht niet beschuldigen dat zij met hun 3,4 mln bepalen dat werkenden hen betalen. Bovendien zijn zij door ouders op de wereld gezet, dus die hebben voor hun kinderen te zorgen. Dan wordt het 8,6 vs 13,6 mln.

    Daarnaast hebben we nog 2,6 mln 68-plussers die grotendeels gewerkt hebben en anderen betaald hebben en nu zelf genieten van AOW en eventueel via pensioenen deels of grotendeels hun eigen inkomen hebben bijeengespaard waar de rest van Nederland (in principe) niet aan meebetaalt. Je kunt moeilijk zeggen dat die groep, die is opgegroeid in de huidige situatie, op hoge leeftijd pas bepaalt dat werkenden hen moeten onderhouden. Dan wordt het 8,6 vs 11,0 mln.

    Dus het valt nog al mee die 50-50.
    Maar het is juist een verworvenheid als slechts een kleine minderheid de rest van de samenleving een inkomen kan geven, dat is vooruitgang, welvaart.
    Waren we maar zo rijk dat we maar tot ons 50e hoefden te werken.
    Maar als de productiviteitsstijging steevast naar de kapitaalverschaffers gaat, gaat het omgekeerde gebeuren en wordt werken tot je dood weer noodzaak.

  9. 12

    @11: Reactie #8 is bijna een oproep om stemmen inkomensafhankelijk te maken. Een volgende stap zou kunnen zijn het stemrecht afhankelijk te maken van hoeveel je bijdraagt.

  10. 13

    @11: Daarnaast hebben we nog 2,6 mln 68-plussers die grotendeels gewerkt hebben en anderen betaald hebben en nu zelf genieten van AOW

    de gemiddelde pensioenleeftijd in nederland is eerder 62 jaar en daarvan wordt een groot deel door de werkenden opgebracht (AOW, VUT, prepensioen). daarnaast is aanspraak op de AOW niet gebaseerd op arbeidsjaren maar op het aantal jaar woonachtig in Nederland. iemand die geen dag heeft gewerkt krijg evenveel AOW als de spreekwoordelijke bouwvakker die op vijftienjarige leeftijd is begonnen.

    Dus het valt nog al mee die 50-50.

    Het is maar hoe je het bekijkt. Het CBS berekent de i/a ratio niet op aantal koppen (zoals jij) maar aantal arbeidsjaren. Dan is de verhouding 0,7 (in 2016) dus voor iedere drie werkenden zijn er tween niet werkenden. Niet 50-50 maar 60-40. Zie antwoord 15 van:http://www.rijksbegroting.nl/2017/kamerstukken,2016/11/30/kst229044.html.

  11. 14

    In 1933 konden communisten en socialisten als ‘tegenstanders van Hitler gemakkelijk een regering vormen, maar dat deden ze niet.’

    Ik vraag me af waarom iemand die zulke ridicule beweringen doet nog serieus wordt genomen.

  12. 15

    @13: Je gaat voorbij aan de essentie van #8 die impliceert dat er een dictatuur van een (werkende*) minderheid zou moeten zijn, waarmee hij zijn inherent antidemocratische instelling tentoonspreidt. #12 pakt dat stukken beter op.

    *Waarmee ineens een staatsrechtelijk irrelevant kenmerk geïntroduceerd wordt.

  13. 16

    @6:

    Baudet wil gekozen rechters. Das een stuk democratischer dan nu.

    @8:

    Precies. Hoe democratisch ben je als je niet souverein bent? Wat is democratie als een staatloze overheid op suprastatelijk niveau voor je bepaalt?

    @no-one:

    De rechtsstaat is de bewaker van de democratie. Maar wie bewaakt de bewakers? Al die suprastatelijke gerechtshoven, de EU, de Veiligheidsraad, EHRM….. Allemaal totaal ondemocratisch en democratie-ondermijnend. In Nederland en de EU in het bijzonder zijn er allerlei bevoegdheden ongecontroleerd ‘onafhankelijk/apolitiek’ gemaakt. Volksvertegenwoordigers die slechts representeren hebben de macht van het volk in bruikleen. Het is niet aan de TK om macht over te hevelen naar anderen. Echter, dat doen ze wel en dat is misdadig. Dat doen ze dan wel als meerderheid, maar je mag niet iets weggeven (democratie) wat niet van jou is. Dit is dus een dictatuur. De minderheid raakt in Nederland de democratie kwijt omdat de meerderheid/populisten dat willen.

  14. 20

    @19: Wat hebben ze gekregen? Hoe, ze hebben er niks voor gedaan? Er zijn geen Groningers werkzaam in Slochteren? Kortom, zoals gewoonlijk van jou, oneliners zonder een sprankeltje inhoud. Nog niet eens een sprankeltje waarheid.

  15. 21

    @13: [ de gemiddelde pensioenleeftijd in nederland is eerder 62 jaar ]
    Als we nou toch gaan muggenziften:
    “In 2016 bedroeg de gemiddelde leeftijd van pensioengangers 64 jaar en 5 maanden, net als in het jaar daarvoor.”
    https://www.volkskrant.nl/economie/pensioenleeftijd-blijft-voor-het-eerst-in-tien-jaar-gelijk~a4477751/

    [ daarvan wordt een groot deel door de werkenden opgebracht (AOW, VUT, prepensioen). ]
    Betaalt er echt nog iemand VUT premie? En prepensioen, dat normaal gesproken de VUT verving die je linea recta voor anderen betaalde om (zogenaamd) jezelf en anderen aan het werk te houden, prepensioen betaal je zelf voor jezelf.

    [ daarnaast is aanspraak op de AOW niet gebaseerd op arbeidsjaren ]
    Heb ik het tegendeel beweerd dan? Ja, zelfs buitenlandse studenten hebben hier AOW opgebouwd, simpel door hier te zijn.
    Wat is de relevantie in deze discussie?

    [ Niet 50-50 maar 60-40. Zie antwoord 15 van … ]
    kacebee zei “dat de niet-werkende meerderheid *bepaalt* dat de werkende minderheid hen betaalt”.
    Ik heb juist aangetoond dat “bepalen” helemaal niet 50-50 is door de huidige niet-werkenden maar ook in het verleden bepaald is door mensen die nu gepensioneerd zijn, dat staat los van 50-50 werkenden of de i/a ratio die kacebee helemaal niet noemde.

  16. 23

    @16: [ Baudet wil gekozen rechters. Das een stuk democratischer dan nu. ]
    Nee, Baudet wil AFhankelijke rechters in plaats van ONafhankelijke rechters.
    Zodat je een hetze kunt voeren tegen rechters die niet precies doen wat jouw onderbuik zegt en zo hun (her)verkiezing saboteren. Zie de US, waar overigens de regerende partij de hogere rechters benoemt met alle zooi van dien. Sommige door Trump voorgedragen rechter-kandidaten zijn nooit verder dan een stageplek in de rechtszaal gekomen en waren zelfs te onnozel voor de republikeinen.

  17. 24

    @23:

    En nu worden rechters ‘apolitiek’ benoemd. Geloof je werkelijk in dat sprookje? Geloof jij ook dat de ECB een niet politieke organisatie is, of dat de EC zich als een ambtenarenclub gedraagt? En de rechter van het EHRM, wie zijn dat dan en zijn die wel zo competent. Rechters in Nederland zijn overwegend D66 ers, een anti-democratische partij met veel fouten lieden. Wanneer men democratisch gekozen wordt krijg je een eerlijkere afspiegeling en meer transparantie.

    @18:

    Kortom, zoals gewoonlijk van jou, oneliners zonder een sprankeltje inhoud. Nog niet eens een sprankeltje waarheid.

  18. 25

    @20: Groningers zijn überhaupt niet zo werkzaam. Dat was ook de achtergrond van het besluit grote delen van ministeries naar die provincie te verhuizen. De opbrengsten van de gaswinning waren voor alle Nederlanders, maar uiteraard verhoudingsgewijs meer voor burgers met een laag inkomen, zoals werklozen.
    [img]https://www.rtlz.nl/sites/default/files/styles/inline_large/public/content/images/2017/06/08/werkloosheid.png?itok=vjQ79AfQ[/img]

  19. 26

    @9: @14: Dat klopt. Mijn fout: socialisten en communisten hadden gezamenlijk minder stemmen dan de NSDAP (inmiddels verbeterd).

    Wat E. opmerkt is dat de NSDAP bij de laatste vrije verkiezingen geen absolute meerderheid behaalde en dat alle tegenstanders gezamenlijk, als ze dat hadden gewild, Hitler ‘gemakkelijk’ uit de regering hadden kunnen houden. ‘Twee derde van de bevolking had niet op de NSDAP gestemd’, schrijft hij (p. 181).

    Of die samenwerking van Hitler’s tegenstanders zo ‘gemakkelijk’ zou zijn verlopen, zoals E. schrijft waag ik te betwijfelen. Maar zijn punt lijkt me vooral dat de zwakke structuren van de Weimarrepubliek en het geweld op straat de nazi’s aan de macht hebben gebracht en niet zozeer een gewone meerderheid van stemmen. En dat is in de de discussie over de zelfverdediging van de democratie natuurlijk wel relevant.

  20. 27

    @16:

    Al die suprastatelijke gerechtshoven, de EU, de Veiligheidsraad, EHRM…..

    Alleen het EHRM kan worden bschouwd als een gerechtshof. Dit Hof in Straatsburg is de belangrijkste bewaker van de rechtsstaat. En daarmee ook de beste garantie voor de democratie, juist binnen de afzonderlijke natiestaten.

  21. 28

    @27:

    Er zijn meerdere suprastatelijke gerechtshoven. Daarbij is het EHRM zelf ondemocratisch en niet controleerbaar. De bewakers worden dus niet bewaakt. Dat deze lui dan ook ontkennen dat mensenrechten tijd en plaats gebonden zijn, enkel zeggenschap hebben over Mickey Mouse landen en zich helemaal niet bemoeien met waarvoor ze zijn opgericht: namelijk de schending van fundamentele mensenrechten maakt het een lachwekkende organisatie die totaal ondemocratisch is. Blijkbaar mag een rechter uit Turkije zich hier uitspreken over de vrijheid van godsdienst. En wie is deze rechter? Waarom denkt hij dat zijn interpretatie past binnen onze samenleving? Het EHRM is en ondemocratisch gedrocht wat enkel misbruikt wordt door ongekozen en oncontroleerbare machthebbers. Dit is een duidelijk voorbeeld in hoe de rechtsstaat de democratie om zeep helpt. Daarom moet ook de rechtsstaat gecontroleerd worden.

    PS:

    “.Rechters in Nederland mogen landelijke wetten niet toetsen aan de grondwet. De reden is dat rechters niet door het volk worden gekozen. Rechters mogen daarom ook niet bepalen of wetsvoorstellen een wet mogen worden.”

    Echter, dat mogen rechters en instellingen op suprastatelijk niveau dus wel. En die staan dan weer helemaal los van elke vorm van nationale controle. Ergo: wij leven niet in een democratie. Wij leven in een D66 bolwerk waarbij de lijnen worden bepaalt door invloeden van buitenaf. Lever je daar commentaar op, dan val je de rechtstaat aan. Echter, die mensen beseffen niet dat de bewakers ook bewaakt moeten worden.

    PPS:

    Welke natiestaten. Het feit dat jij het EHRM noemt en in één adem doorgaat naar de natiestaat lijkt erop alsof je 1 van de begrippen niet machtig bent. Leven wij in een natiestaat volgens jou? En zo ja, hoe verklaar je dan het EHRM? En zo nee, waarom niet en vind je dat jammer?

  22. 30

    @29:

    Ik zie geen kleur, dat klopt ;p. Maar het gaat om een zuivere redenatie. Ik ben inderdaad van mening dat wij niet in een democratie leven. De macht in Nederland ligt niet bij de bevolking. Ook in heel Europa niet. We leven in een middeleeuws lappendeken van bevoegdheden waarbij er allerlei ‘a-politieke’ en ‘onafhankelijke’ figuren mogen bepalen wat de grenzen zijn waarbinnen wij praten, denken, stemmen en doen. In feite geloven velen in deze fabel. Dat Draghi onafhankelijk is. Dat de kamers van het EHRM uit onafhankelijke rechters bestaan. En het sneue is, juist door dat geloof kan men er geen controle op uitoefenen. De bewakers zijn een stel anoniempjes. En ze mogen ontrokken aan het publiek hun gang gaan, schuilend achter wetgeving die ze zelf hebben verzonnen (dus ook ondemocratisch tot stand gekomen).

  23. 32

    @22: Nederlanders die nu leven hebben veel te danken aan Nederlanders die hier eerder leefden en het land mede hebben gemaakt tot wat het nu is. De generatie die nu werkt draagt daar ook weer wat aan bij.

    Maar naarmate het werkende aandeel krimpt, gaat de kwaliteit van democratische besluitvorming achteruit. Want als het gaat om het uitgeven van geld zijn degenen die dat met hun eigen arbeid hebben verdiend verstandiger dan zij die het voor niets hebben gekregen.

    Kortom, de combinatie van algemeen kiesrecht, een verzorgingsstaat/transferunie en stijgende werkloosheid ondermijnt de economie en verandert de democratie in een machtsmiddel van socialisten. Waar zoiets toe kan leiden hebben we onlangs kunnen zien aan de dramatische neergang van Venezuela.

  24. 33

    @32:

    In een democratie heeft iedereen natuurlijk gewoon 1 stem, ongeacht werk of niet. Echter, in een democratie bepaat de bevolking of er bijv. macht wordt overgedragen, of er deel wordt genomen aan een hogere rechtsorde. Nu, in Nederland worden de rechters niet gekozen en mogen daarom niet de grondwet toetsen. In Brussel en bij het EHRM wordt ook niemand gekozen (op het niet parlementaire EP na) maar bepaalt men wel de lezing en inhoud van wetten die zelfs voven de grondwet staan. Ergo, de bevolking heeft geen macht en de trias politica bestaat niet.

  25. 34

    @33:

    In een democratie heeft iedereen natuurlijk gewoon 1 stem, ongeacht werk of niet.

    Dat is helemaal niet ‘natuurlijk’. In veel Westerse democratieën, waaronder ons land, het VK en de VS, bestaat algemeen kiesrecht nog geen eeuw.

    in Nederland worden de rechters niet gekozen en mogen daarom niet de grondwet toetsen

    In Duitsland mogen rechters dat wel, maar kennelijk maakt dat weinig uit. Het blijft merkwaardig dat de volksvertegenwoordiging met gewone meerderheid bevoegdheden heeft afgedragen aan lichamen buiten onze democratische controle. Dat lijkt mij staatsrechtelijk niet in de haak. Maar zolang de Nederlandse bevolking blaakt van vertrouwen in de EU (of een gebrek aan vertrouwen in elk geval niet toont in het stemhokje) moeten de echte democraten tandenknarsend toezien.

  26. 35

    @28: Het EHRM is in het leven geroepen door de Raad van Europa, een samenwerkingsverband van Europese staten waar Nederland lid van is. In de parlementaire Assemblee van de RvE zitten ook Nederlandse parlementariërs. De minister van Buitenlandse Zaken is lid van het besluitvormend orgaan en kan daarop door het nationale parlement worden aangesproken.

    Het EHRM is als rechtscollege onafhankelijk. En dat is maar goed ook. Politieke rechters kennen we alleen in totalitaire samenlevingen. De scheiding der machten is in een rechtsstaat absoluut noodzakelijk omdat je je als burger anders niet goed tegen de staat zou kunnen verzetten als dat nodig is. Moet jou toch ook aanspreken.

  27. 36

    @35:

    Er is echter geen scheiding der machten slimpie. De uitvoerende macht benoemt en controleert de rechtsprekende macht. De wetgevende en uitvoetende macht zijn ook al 2 handen op 1 buik. Tel uit je winst. Het hele punt is juist dat ook de rechtsprekende macht gecontroleerd wordt. Dat is niet het geval.

    PS: “Het EHRM is als rechtscollege onafhankelijk. En dat is maar goed ook. Politieke rechters kennen we alleen in totalitaire samenlevingen. ”

    Dit is zo’n D66 mythe. Die rechters zijn niet onafhankelijk. De rechter die Turkije levert zit daar omdat hij vroendjes is met Erdogan bijv. Dat snsp je toch zelf ook wel? Dat die rechter zich dan onafhankelijk (lees: zonder last democratische waarden) mag bemoeien met interne zaken uit andere landen is evident.

  28. 37

    @35: Die scheiding kun je ook krijgen met benoemingen door de regering, omdat rechters voor het leven benoemd worden en het dus niet mogelijk is de hele club ineens te vervangen. De manier waarop in Nederland rechters benoemd worden is voor mij als burger totaal ondoorzichtig en ik kan er voor zover ik weet ook geen invloed op uitoefenen.

  29. 38

    @26: “Maar zijn punt lijkt me vooral dat de zwakke structuren van de Weimarrepubliek en het geweld op straat de nazi’s aan de macht hebben gebracht en niet zozeer een gewone meerderheid van stemmen.”
    En ook dat is niet waar. De regering Hitler werd de eerste meerderheidsregering in de jaren ’30 in Duitsland, na de verkiezingen van maart ’33 en kreeg uiteindelijk zelfs een 2/3e meerderheid van het parlement voor de uitschakeling van datzelfde parlement voor elkaar, niet door straatgeweld, maar door de steun van het christelijke Zentrum, in ruil voor een aantal vage toezeggingen (naast uiteraard de steun van zijn eigen partij en alle conservatieve parlementsleden). Op dat moment was er trouwens al lang een antidemocratische meerderheid in het parlement; Niet alleen de nazi’s, maar ook de communisten en zo’n beetje alle conservatieve partijtjes en onafhankelijken waren antidemocraten.

  30. 39

    @38: Een meerderheid is geen absolute meerderheid. Dat kwam pas later, zoals je schrijft. Als ik de bron van @9 volg zie ik geen probleem met E.’s redenering, al is hij speculatief.

    Je laatste zin zie ik dan weer als onderstreping van de these dat er veel meer mis was in de Weimarrepubliek dan alleen het aantal stemmen op de NSDAP. Een van de vragen die in dit boek centraal staan is of je met een partijverbod de democratie kunt redden. Een positief antwoord op deze vraag wordt vaak beargumenteerd met verwijzing naar de aanhang van de NSDAP. Het lijkt mij gezien de veel bredere steun voor Hitler in 1933 onvoldoende.

  31. 40

    @24: Dank je voor het illustreren van jouw denkniveau.
    @36: Parelduiken. Ik zou er aan denken om dit op Wakkerpedia te gaan toevoegen. Of het Sargasso-alternatief daarvan

  32. 41

    @40: Ik zou er aan denken om dit op Wakkerpedia te gaan toevoegen.

    Bespaar me je domlinkse onbenul. Besteed je tijd liever om je autoritaire SJW-vriendjes de wind uit de zeilen te nemen. Wilders en Baudet zijn geen bedreiging voor de democratie, maar de escalerende pogingen van het establishment om hen proberen monddood te maken zijn dat wél.

  33. 43

    @39: “Een meerderheid is geen absolute meerderheid. Dat kwam pas later, zoals je schrijft.”
    Dan lees je het toch echt verkeerd. De regering Hitler steunde op de absolute meerderheid (340 van de 647 zetels, 52,5% van de geldige stemmen). Ik schrijf dat hij nog geen maand na de verkiezingen zelfs een 2/3e meerderheid van de zetels meekreeg om de democratie af te schaffen.

    Wat belangrijker is, is het feit dat er al voor die verkiezingen geen democratische meerderheid in het Rijksdagparlement was. De communisten bijvoorbeeld noemen als coalitiepartner is luchtfietserij, omdat ook de communisten (net als de conservatieven) uit waren op het omverwerpen van de democratie. Bij alle drie de verkiezingen na 1930 waren steeds antidemocratische partijen in de meerderheid, vandaar dat er ook een voortdurende politieke crisis was met een kanselier die regeerde met op zijn best de steun van decreten van president von Hindenburg (zelf ook al geen democraat in hart en nieren). Dan kun je wel roepen “In 1933 konden alle tegenstanders van Hitler gemakkelijk een regering vormen”, maar het is gewoon niet waar, want KPD noch DNVP wilden als antidemocraten democratische partijen Zentrum en SPD zeker niet aan een meerderheid helpen, terwijl de DNVP als autoritairnationalistische partij (en al af en aan Hitler’s politieke bondgenoot sinds 1928) de NSDAP wel aan een parlementaire meerderheid wilde helpen. Ellian’s redenering is dus niet speculatief, maar simpelweg onmogelijk.

    Overigens denk ik dat partijverboden een lapmiddel zijn met maar een beperkte effectiviteit, tenzij je ze aanvult met de nodige maatregelen die al snel een ondemocratische geur krijgen (denk aan in beslagname van partijbezit, verboden op deelname aan verkiezingen voor de ex-leden, hernieuwde partijverboden voor opvolgpartijen of nog erger, enfin zie bv Spanje).