De fallout van Fukushima

De aardbeving, tsunami en kernramp die Japan afgelopen maart troffen, zijn in dit roerige jaar alweer ondergesneeuwd door de Arabische Lente en de schulden- en eurocrisis. Maar de gevolgen van ‘Fukushima’ laten zich zowel in Japan als wereldwijd niet zo gemakkelijk wegpoetsen.

De schrik in Japan is groot, maar van een groot protest tegen kernenergie is nauwelijks sprake. Japan lijkt nu eenmaal niet zonder te kunnen, zo is de communis opinio.

Volgens The Economist spelen er ook andere belangen mee. De kernlobby wordt gefinancierd door de vakbonden en die willen niet dat de banenmachine van de kernindustrie verdwijnt.

Normal Accident Theory

Kunnen we nog eens een ongeluk verwachten à la Fukushima? Volgens de berekeningen van voorstanders van kernenergie is die kans erg klein. Theoretisch gezien kan er maar één ongeluk in de zoveel miljoen jaar plaatsvinden. Toch gebeuren ze vaker. En ze zijn niet te voorkomen, schrijft de Normal Accident Theory voor.

De Normal Accident Theory is het geesteskind van de Amerikaanse socioloog Charles Perrow. Hij schreef de nucleaire bijna-ramp in Three Miles Island (Pennsylvania) niet toe aan een menselijke onoplettendheid, maar aan het falen van het systeem. Zeer complexe systemen, waarbij veel verschillende onderdelen interacteren, zijn gevoelig voor kleine verstoringen. Die treden onverwacht op en lopen snel gierend uit de hand.

In een achtergrondartikel in de Financial Times wordt mooi uit de doeken gedaan hoe dit ‘systeemfalen’ werkt en hoe moeilijk het is crises te voorkomen: of het nu om het smelten van een reactorkern gaat of het smelten van een paar biljoen dollar op de financiële markten.

Wereldwijde fallout

‘Fukushima’ leidde direct tot een verhitte discussie over de toekomst van kernenergie. Minister Verhagen liet al snel weten dat niet afgeweken zou worden van het kabinetsvoornemen om kernenergie in Nederland uit te breiden. De minister gebruikt achterhaalde aannames, schreef Vrij Nederland begin dit jaar. In Duitsland nam bondskanselier Merkel echter een kloek besluit: alle kerncentrales gaan op termijn dicht.

New York Times-journalist Stephanie Cooke zet in een recent en helder artikel uiteen hoe de discussie in verschillende landen wordt gevoerd. Op het eerste gezicht lijkt er zwaar weer aan te breken voor voorstanders van kernenergie, maar de toekomst kan voor hen nog wel eens zonniger zijn dan gedacht.

Meten is weten

Terwijl de bewoners in de buurt van de kerncentrale het gebied zo snel mogelijk proberen te ontvluchten, reist kernfysicus Shizo Kimura in tegengestelde richting, naar de besmettingshaard toe. Kimura is een dwarsligger, wars van autoriteiten. Hij wantrouwt de officiële metingen en verzamelt in de twee maanden na de ramp bodem-, sneeuw- en watermonsters in de buurt van de kerncentrale. Met behulp van bevriende wetenschappers maakt hij een alternatieve besmettingskaart, zodat bewoners objectieve informatie hebben over gezondheidsrisico’s.

Zijn zoektocht is gefilmd en toont een met elastiekjes bij elkaar gehouden expeditie. De kwaliteit van de beelden is niet erg goed. Maar juist de grillige cameravoering, de verlaten straten en achtergelaten dieren, de moddersneeuw en tikkende geigertellers, de boze burgers die allemaal op hun eigen manier Kimura willen helpen, geven een zeer indringend beeld van wat het kernongeluk voor het gebied rondom Fukushima moet hebben betekend.
Deze documentaire duurt anderhalf uur, maar is de tijd meer dan waard.

Creative Destruction

Direct na Fukushima waren veel commentatoren bang dat de wankele wereldeconomie door deze klap gevaarlijk uit balans zou raken. Een aantal industriële reuzen zag zijn logistieke lijnen inderdaad ontwricht en kon niet behoorlijk im- en exporteren. De ontwrichting bleek echter van tijdelijke aard.

In een iets ouder filmpje, uit 2009, bespreekt economisch-historicus Janet Hunter, van de London School of Economics, de economische impact van een andere grote ramp in de Japanse geschiedenis: de aardbeving in Tokio en Yokohama in 1923. Daarbij verloren 140.000 mensen het leven en werd Tokio grotendeels verwoest. Toch duurde het ook toen niet lang voor Japan overeind was gekrabbeld. Het leek zelfs sterker uit de crisis te komen.

Zwijgplicht

Nieuwsuur maakte in augustus twee mooie reportages over de nasleep van Fukushima. Japanners maken zich ongerust en richten hun woede tegen de regering en Tepco, de elektriciteitsmaatschappij die verantwoordelijk is voor de kerncentrale.

In het tweede deel wordt gekeken naar de moeizame terugkeer van geëvacueerden. Ze willen naar huis, maar kunnen nog niet. Al maanden slapen oude mensen bij elkaar in een sporthal, met slechts dunne lage wandjes voor een beetje privacy. Vrij Nederland schreef onlangs nog een uitgebreid artikel waaruit de woede van de bevolking spreekt. Ze zijn het gedraal en gelieg van de instanties spuugzat.

Geen verzet

De schrik in Japan is groot, maar van een groot protest tegen kernenergie is nauwelijks sprake. Japan lijkt nu eenmaal niet zonder te kunnen, zo is de communis opinio.

Volgens The Economist spelen er ook andere belangen mee. De kernlobby wordt gefinancierd door de vakbonden en die willen niet dat de banenmachine van de kernindustrie verdwijnt.

Wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen rondom Fukushima doet er goed aan het Fukushima dossier van The New York Times te bekijken. Zeer uitgebreid met alle artikelen, infographics, foto’s en video’s over het onderwerp. Helaas wordt het dossier automatisch ververst met álle artikelen waarin Fukushima voorkomt, dus er zit wel wat ruis tussen.