Amsterdam redt stadsdelen

ANALYSE - De gemeente Amsterdam heeft een list verzonnen om de stadsdelen te behouden, ook al zullen die in 2014 bij wet vervallen.

Een paar weken geleden kreeg mijn vrouw het verzoek zich kandidaat te stellen voor de stadsdeelverkiezingen in Amsterdam-Centrum, die gelijk met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 gehouden zullen worden. Zij was daar nogal verbaasd over, want zij dacht dat de deelgemeenten waren afgeschaft bij wet van 7 februari 2013. Dat klopt ook, want op grond van die wet (die vermoedelijk in maart 2014 in werking treedt), vervallen de bepalingen (de artikelen 87-92) uit de Gemeentewet die het bestaan van de deelgemeenten regelen.

Maar de gemeente Amsterdam heeft een list verzonnen om de stadsdelen toch in stand te houden. De deelgemeenten ontleenden hun bevoegdheden aan delegatie. De gemeenteraad droeg bevoegdheden (waaronder die om algemeen verbindende voorschriften te stellen) over aan de deelraden. Het college van B&W droeg bevoegdheden over aan het stadsdeelbestuur. De burgemeester tenslotte, droeg bevoegdheden over aan de stadsdeelvoorzitter. Als de deelgemeenten uit de Gemeentewet verdwijnen kan dat niet meer. Althans, niet meer op grond van artikel 87 van de Gemeentewet.

De Gemeentewet kent namelijk ook bestuurscommissies (zie artikel 83 Gemeentewet). Blijkens het eerste lid van dat artikel kunnen de raad, het college en de burgemeester bevoegdheden overdragen aan deze bestuurscommissies, net zoals deze organen bevoegdheden konden overdragen aan de deelgemeenten. De gemeente Amsterdam is van plan de stadsdelen te laten voortbestaan, maar dan in de vorm van de bestuurscommissies van artikel 83 van de Gemeentewet.

In de verordening op de bestuurscommissies 2013 is geregeld dat ieder stadsdeel een bestuurscommissie krijgt. De bestuurscommissie krijgt een algemeen bestuur (lees: stadsdeelraad), dagelijks bestuur (kenden de stadsdelen ook al) en een voorzitter (lees: stadsdeelvoorzitter). Het algemeen bestuur wordt gekozen door de inwoners van het stadsdeel, en de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur worden benoemd door het algemeen bestuur.

Welke bevoegdheden zullen worden overgedragen aan de bestuurscommissies is nog niet precies vastgesteld, maar is al wel op hoofdlijnen bekend. Er zullen twee belangrijke verschillen zijn in vergelijking met de huidige stadsdelen. De bestuurscommissies zullen niet de bevoegdheid krijgen algemeen verbindende voorschriften op te stellen die door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven zijn. Daarnaast zullen de openbare ordebevoegdheden van de burgemeester niet worden overgedragen aan de bestuurscommissies. Dat betekent echter niet dat de bestuurscommissies (of de voorzitters daarvan) hier geen taak zullen krijgen. Volgens de eerste zin van de bijlage bij de verordening zal namelijk aan de openbare orde-taken van de bestuurscommissie ‘door middel van mandatering vorm en inhoud worden gegeven.’

Maar dat het verder om een breed scala van gedelegeerde bevoegdheden zal gaan, is wel duidelijk. Zo worden onder andere bevoegdheden die te maken hebben met wonen, monumenten, afval, parkeren, waterbeheer of subsidieverlening overgedragen. Het gaat dan niet alleen om het formuleren van beleid op deze punten, maar ook om de vergunningverlening en handhaving (zie voor de hele lijst de bijlage bij de Verordening).

Zo te zien blijven de stadsdelen dus gewoon bestaan, met min of meer dezelfde taken en bevoegdheden. Was dat de bedoeling van de wetgever? Nee. Een duidelijk citaat uit de Memorie van Toelichting bij de wet:

Het wetsvoorstel maakt een einde aan de mogelijkheid voor gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen.

En:

Aan een (territoriale) bestuurscommissie kan niet de behartiging van een aanzienlijk deel van de belangen van een deel van de gemeente worden opgedragen; dat was immers door de wetgever uitdrukkelijk voorbehouden aan de deelgemeenten. Het takenpakket van een dergelijke commissie kan dus nooit zo breed en algemeen zijn als dat van een deelgemeente.
(TK 2011-2012, 33 017, nr. 3, p. 2).

Valt er iets tegen de gemeente Amsterdam te ondernemen als zij deze als bestuurscommissies vermomde stadsdelen optuigt? Bij de bestuursrechter in ieder geval niet. De besluiten van een bestuurscommissie zullen niet om deze reden vernietigbaar zijn, zolang de delegatie van de bevoegdheid waar het besluit op is gebaseerd maar op juiste wijze tot stand is gekomen. Zou men de burgerlijke rechter kunnen laten vaststellen dat de Verordening op de bestuurscommissies 2013 onrechtmatig is? Dat is niet erg waarschijnlijk. Los van allerlei andere problemen, ligt het niet voor de hand dat de burgerlijke rechter zich hier aan zal branden, al was het alleen maar omdat de Verordening niet direct in strijd is met de wet zelf, maar hoogstens in strijd is met de bedoeling van de wetgever.

Ten slotte zou de verordening nog vernietigd kunnen worden bij koninklijk besluit op grond van artikel 268 Gemeentewet. Ook dat lijkt me echter erg onwaarschijnlijk, gelet op de politieke deining die dat zou veroorzaken. Amsterdam zou zich dan waarschijnlijk afscheiden van het Koninkrijk om eindelijk een soevereine republiek te zijn. Een belangrijk gevolg hiervan zou zijn dat dan artikel 32 van de Grondwet aangepast zou moeten worden. De Koning kan dan natuurlijk niet meer in Amsterdam ingehuldigd worden!

Dit artikel van Taco Groenewegen verscheen eerder op Publiekrecht & Politiek.

  1. 1

    Amsterdam zou zich dan waarschijnlijk afscheiden van het Koninkrijk om eindelijk een soevereine republiek te zijn

    Geef de rest van Nederland nou geen valse hoop.

  2. 2

    @1:
    We moeten toch wat baantjes overeind houden.
    Wat voor ramp die stadsdelen zijn merk je b.v. als je met parkeervergunning van het ene stadsdeel naar het andere verhuist.
    Elk stadsdeel heeft z’n eigen, slechte, administratie.
    Toen de stadsdelen werden ingesteld had dat b.v. als gevolg dat vele hoogbetaalde ambtenaren hun baan zagen verdwijnen, deze ambtenaren verdwenen dus ook.
    Of zij hun geld waard waren, daarover kan worden getwist, maar volgens mij is uit niets gebleken dat het beter ging met Amsterdam nadat de stadsdelen waren ingesteld.
    Het lijkt op de EU, ook daar vele baantjes, en meer negatieve, dan positieve gevolgen.

  3. 3

    Even los van het al dan niet nuttig zijn van de stadsdelen: als je als kabinet een wet maakt om iets te bereiken, maar daar valt wettelijk onder uit te komen, dan is in de eerste plaats het probleem dat er een ondeugdelijke wet is gemaakt. Niet Amsterdam doet hier iets stoms, maar de wetgevende macht!

  4. 4

    Grootste verschil is overigens wel dat de bestuurscommissies monistisch worden. Dat is een aparte keuze, want volgens mij was er redelijk brede consensus dat het dualisme een positieve invloed op het functioneren van gemeente(rade)n heeft gehad. Zeker gezien de verinderde omvang van de raad (13-15 ipv 29) is er weinig ruimte om op je lijst zowel goede raadsleden als capabele (potentiële) bestuurders te zetten.

  5. 5

    @3:
    Via een truc kun je veel omzeilen.
    De gemeenteraad is het hoogste orgaan in een gemeente.
    Ik zie niet hoe Den Haag die bevoegdheid kan of wil inperken.
    De vraag is dus of Amsterdam stom doet door de stadsdelen te handhaven, of Den Haag door ze af te willen schaffen.

  6. 6

    Jammer dat de historie van de stadsdelen onvermeld blijft. Ooit opgericht als voorloper van een regioraad. Met een referendum is die regioraad de grond in geboord, edoch een – niet gekozen, weinig zichtbare – regioraad bestaat nog steeds.

    De deelraden begonnen met een proef een grote en een kleine deelraad. Resultaat van de proef was dat er en grote en kleine deelraden kwamen.
    Daarna zijn de kleine deelraden weer tot grote samengevoegd soms in meerdere stappen. Iedere samenvoegingsstap werd gevolg door een ander ambtenaren apparaat en vaak andere huisvesting. Met zoveel verandering is niet vreemd dat (sommige) deelraden slecht werken.

  7. 9

    @6:
    Het merkwaardige idee bestaat dat veranderingen vooruitgang betekenen.
    Wat die vooruitgang dan zou zijn, dat wordt meestal niet benoemd.
    Utopisten hebben wel meer ellende aangericht.
    Kijk eens naar de waterschappen, ik denk rond 1970 opgericht, nu begint men over afschaffen te denken.
    Niemand stemt bij de verkiezingen.
    Indertijd heb ik nooit begrepen wat het voordeel zou zijn, behalve voor lieden die daar leuke baantjes in zagen.

  8. 10

    @9:
    He ja! de waterschappen opheffen.

    Als er iets is wat niet moet worden overgelaten aan besturen op afstand, is het wel veiligheid.
    Sterker:
    Ik vind dat de waterschappen meer macht moeten krijgen.
    Voordat men het weet, worden er in economisch slechtere tijden noodzakelijke “veiligheden” wegbezuinigd en moeten de F16 vervangen worden door watervlietuigen.

  9. 11

    @10:
    Ging er voor 1970 ooit iets mis ?
    Kom me niet aanzetten met 1953, de gevaren waren goed bekend, maar het risico werd onderschat.
    De kans was ook verwaarloosbaar.