De logica achter een vuurwerkverbod

Tja, het vuurwerkverbod. Arno Bonte en David Rietveld stelden het vorig jaar voor en konden rekenen op een heleboel bijval, en vooral ook een hele hoop afkeuring: betutteling, waar bemoeiden ze zich mee, neem ons niet een jaarlijks stukje lol af! Ikzelf bevond me toen stevig in die laatste groep. Ja, het is slecht voor het milieu, en ja, er vallen een paar slachtoffers, maar dat gebeurt ook in het verkeer. Maar na een aantal discussies met mensen in mijn omgeving die voor zo'n verbod zijn kom ik er steeds meer achter dat ik eigenlijk helemaal geen echte argumenten heb voor mijn standpunt, anders dan een sentimenteel beroep op 'traditie'. Ja, het hoort erbij en ja, het is leuk, maar als je naar de cijfers rondom vuurwerkgebruik kijkt, dan schrik je flink. Bijvoorbeeld, een groot deel van de slachtoffers van vuurwerk is omstander. Dat zijn dus mensen die niet zelf vuurwerk afsteken, maar die geraakt worden door andermans spul. Dat heeft niets te maken met eigen verantwoordelijkheid en voorzichtig doen, wat een verbod betuttelend zou maken. Daarnaast is er de schade. Uiteraard is dat de directe schade van die door jeugd opgeblazen brievenbussen, maar ook ziekenhuisopnames, extra politieinzet en de niet direct zichtbare milieuverontreiniging. Een Groningse econoom schatte de totale schade op bijna 1 miljard. Dat is 16 keer meer dan de totale verkoop van vuurwerk! Op basis hiervan zou een vuurwerkverbod niets van betutteling hebben. Integendeel. Mens en maatschappij worden zo beschermd. Niet tegen zichzelf, maar tegen elkaar. Zo schuift mijn standpunt langzaam op richting dat van Rietveld en Bonte. Maar echt van harte gaat dat niet, want iets in mij blijft roepen: "Maar het is traditie!"

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.