Quote du Jour | Het doel van de staat (+Poll)

Finis ergo Reipublicae revera libertas est.

Amsterdam krijgt op 24 november zijn Spinozabeeld met als opschrift “Het doel van de staat is de vrijheid”. 365 jaar geleden werd de Joodse filosoof geboren, en ook al is zijn tronie al jaren uit de portemonnee van de gewone man verdwenen met het afscheid van de 1000 gulden-biljetten, zijn ideeën verheugen zich in een aanhoudende belangstelling.

Ik vind het een goed gekozen beeldhouwobject met een goed gekozen uitspraak, zeker op een standbeeld vlak bij het Amsterdamse stadhuis. Maar het internet zou het internot niet zijn, als u hier niet bij een even digitaal als vrijblijvend referendum alternatieven voor zou mogen aandragen. Met welke leuze slaat u uw overheidsdienaren het liefst om de oren? Tijd voor een Paul Simon:

[poll=226]

  1. 1

    Iets anders, namelijk..

    I am convinced that those societies (as the Indians) which live without government enjoy in their general mass an infinitely greater degree of happiness than those who live under European governments. Among the former, public opinion is in the place of law, and restrains morals as powerfully as laws ever did any where. Among the latter, under pretence of governing they have divided their nations into two classes, wolves and sheep. I do not exaggerate. This is a true picture of Europe. Cherish therefore the spirit of our people, and keep alive their attention. Do not be too severe upon their errors, but reclaim them by enlightening them. If once they become inattentive to the public affairs, you and I, and Congress, and Assemblies, judges and governors shall all become wolves. It seems to be the law of our general nature, in spite of individual exceptions; and experience declares that man is the only animal which devours his own kind, for I can apply no milder term to the governments of Europe, and to the general prey of the rich on the poor.

    Thomas Jefferson.

  2. 2

    Ik verbaasde me in eerste instantie over de uitspraak die ik niet had verwacht van Spinoza. Ik zoek wat en zie:

    Het doel van de politiek is dus in werkelijkheid de vrijheid (bron pdf-alert)

    De politiek is fundamenteel iets anders dan de staat. Ik zal mijn eigen exemplaar er nog even op nalezen of eea snel kan vinden en of ik het citaat werkelijk online kan vinden. Als iemand online het citaat zoals het op het beeld komt kan vinden hou ik me aan bevolen.

    En zie, ook de Wiki zegt zoiets:

    Het doel van de politiek is niet te heersen of te dwingen, maar de vrijheid.

  3. 3

    LOL @ 1000 gulden biljetten in de gewone mans portemonnee, en dus iets anders nl:

    1000 gulden biljetten laten verdwijnen uit onze portemonnees.

    overigens klinkt die tweede het best want rijmt.

  4. 4

    En ja, mijn vertaling uit 1997 van de wereldbibliotheek geeft inderdaad de zin zoals die ook in de pdf in mijn #2 aan de orde komt.

    De vraag is is nu dus: heeft Spinoza ooit de zinsnede zoals die op het standbeeld komt ergens opgeschreven. Ik kan het me bijna niet voorstellen. En als hij dat niet geschreven heeft maakt het de zin op het standbeeld tot een schoffering van de burger door de plaatsers (de gemeente, overheid, staat?).

    Politiek en staat zijn niet inwisselbaar!

  5. 7

    Het gaat dus om de vertaling van Reipublicae. Misschien had Spinoza avant la lettre een bloedhekel aan Beatrix?

    Maar Res publica betekent ‘publieke zaak’ en ik zie beide vertalingen (staat en politiek) voorkomen.

  6. 8

    @Mark
    OK. Je verantwoording is duidelijk. En inderdaad, het gaat om de vertaling.

    In mijn vertaling komen ook beide vertalingen van het woord voor. Het is wat verwarrend. Maar gegeven de geest van Spinoza en het huidige begrip van het woord ‘staat’, vind ik het gebruik van het woord ‘staat’ in de zin op het standbeeld onjuist. Kan er niets aan doen. En de vertaling van Akkerman mag toch een beetje als vingerwijzing dienen. Toch?

  7. 9

    Dat het boek en onderwerp bij de tijd zijn mag blijken uit de volgende quotes.

    Titel van hoofdstuk 20 (waar de quote uitkomt):

    Aangetoond wordt dat in een vrij staatsbestel het een ieder is toegestaan te denken wat hij wil en te zeggen wat hij denkt.

    En over Amsterdam:

    [Over de voordelen van de vrijheid van oordeel:] … de stad Amsterdam kan ons tot voorbeeld dienen, die tot haar eigen sterke groei en tot bewondering van alle naties de vruchten van deze vrijheid plukt. In deze bloeiende staat en voortreffelijke stad immers leven alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting met de grootste eendracht samen; als ze iemand hun goed willen toevertrouwen, zorgen ze slechts gewaar te worden of hij rijk is of arm en of hij te goeder trouw of met bedrog zaken pleegt te doen; godsdienst of geloof kunnen hun verder niets schelen, omdat die voor de rechter bij zijn toewijzing of afwijzing in een rechtsgeding niets helpen. En geen enkel geloof is zo gehaat, dat zijn aanhangers niet onder de bescherming staan van het openbaar gezag der magistraten, mits ze niemand schade berokkenen, een ieder het zijne geven en eerzaam leven. Maar toen vroeger in het geschil over godsdienst tussen remonstranten en contra-remonstranten de politici en de Staten van de provincies zich ermee gingen bemoeien, liep het tenslotte op een scheuring uit; toen is uit vele voorbeelden gebleken dat wetten over de godsdienst, die worden uitgevaardigd om geschillen te beslechten, de mensen meer verbitteren dan verbeteren, dat anderen daaraan een onbegrensde eigenmachtigheid ontlenen, dat voorts scheuringen niet voortkomen uit een grote ijver voor de waarheid (die namelijk een bron is van vriendelijkheid en zachtheid), maar uit een grote lust om te heersen. Hieruit blijkt glashelder dat veeleer zij scheurmakers zijn die de geschriften van anderen veroordelen en het drieste gepeupel op oproerige wijze opstoken tegen de schrijvers, en niet die schrijvers zelf, die meestal slechts voor geleerden schrijven en alleen de rede te hulp roepen, en vervolgens dat zij de werkelijke oproerkraaiers zijn, die in een vrije republiek de vrijheid van oordeel, die niet kan worden onderdrukt, toch willen opheffen.

    (Spinoza, Theologisch-politiek traktaat, vert. F. Akkerman,
    Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1997, herdruk 2007, pp. 434–435)

  8. 11

    Ik zou bezwaar willen aantekenen tegen Spinoza als ‘joodse filosoof’. Hij is eerder een jood die filosoof was. Spinoza heeft niks met het particuliere (het uitverkoren volk) en wil een universele leer. Ook wil hij de religie van al zijn ‘bijgelovige riten’ ontdoen en pleit voor de religie van het hart. Het jodendom is bij uitstek de religie met een uiterlijk karakter en Spinoza wil juist een radicale verinnerlijking van de religie. Geenszins is hij dus een joodse filosoof zoals bijvoorbeeld Mendelsohn of Rosenzweig.

    Ten tweede wordt dit citaat inderdaad vaak ernstig uit zijn context gehaald. In het theologisch politiek traktaat gaat het ten slotte ook grotendeels over de beteugeling van de menselijke natuur om het collectief te kunnen handhaven. De staat krijgt in Spinoza’s project ernstig veel macht. En de religie (hoewel gereduceerd dat enkele morele leerstellingen) krijgt wel degelijk een regulerende rol. Dergelijke zaken gaan geheel verloren als dit citaat los staat van de rest van het boek en nuanceren (op zijn minst) de uitspraak dat Spinoza een gids voor de vrije wereld zou zijn.

  9. 12

    Ik heb vrijheid gestemd, maar met dat is toch niet de woordkeuze waarmee ik Onze Grote Leiders om de oren zou willen slaan. Vrijheid faciliteren behelst immers het beperken van de vrijheid van degenen die andermans vrijheid beperken. En in die afweging blijken politici gewoon bar slecht; men is sterk geneigd de optie te kiezen waarin men zijn autoriteit het beste en het meeste kan laten gelden.
    Met de vrijheid van andersdenkenden en andersdoenden heeft men doorgaans weinig op. Voorbeelden daarvan zijn het cannabis-, paddo-verbod, en rook-verbod, maar bijvoorbeeld ook het feit dat we een schoolplicht hebben in plaats van een leerplicht en dat we een identificatieplicht (toonplicht my ass) hebben.

    Verder ben ik bang dat de door su in #1 aangedragen kijk op de wereld door Jefferson enigzins geromantiseerd is, door Jefferson zelf. Enerzijds schaalde de aanpak van de Indianen niet naar de enorme hoeveelheid mensen die hier vandaag de dag rondlopen, anderzijds zal het ook bij de Indianen niet altijd even leuk geweest zijn om afwijkende ideeen te hebben of bij de verkeerde stam te horen.

  10. 13

    @vigilante,

    Vwb de ‘joodse filosoof’: Ik bedoelde het ook meer als een (min of meer) toevallige typering zoals Marokkaanse tasjesdief of ‘jood die filosoof was’.

    Min of meer toevallig had ik ook neergezet ‘Joodse filosoof’, dus met een hoofdletter. Volgens Onze Taal duidt de hoofdletter op een etnische aanduiding, en een kleine letter op het aanhangen van het geloof:
    Wat is juist: jood met een kleine letter of Jood met een hoofdletter?

    In de meeste gevallen is Jood juist: het is dan een etnische aanduiding. Een Jood behoort tot het Joodse volk, het Jodendom (in etnisch-culturele zin), de Joodse gemeenschap, etcetera. In het Groene Boekje (2005) en het Witte Boekje (2006) krijgt jood alleen een kleine letter in de betekenis ‘aanhanger van het joodse geloof’, net zoals we christen en moslim met een kleine letter schrijven.
    http://www.onzetaal.nl/advies/jood.php

  11. 14

    @Vigilante,
    Vwb de quote: “De staat krijgt in Spinoza’s project ernstig veel macht. En de religie (hoewel gereduceerd dat enkele morele leerstellingen) krijgt wel degelijk een regulerende rol. “

    Dit moet wel in de tijd van Spinoza beschouwd worden. Jonathan Israel oordeelt dat Spinoza als aanstichter van de radicale verlichting de macht van de staat en de religie juist terugdrong en beteugelde met behulp van de rede.

    Zo vond Spinoza de democratie de beste staatsvorm:
    “Het Politiek traktaat is een theorie van de verschillende mogelijke staatsvormen, monarchie, aristocratie en democratie. De staat is uiteindelijk het resultaat van werking van de emotionele krachten waardoor mensen bewogen worden en van de beperkingen van de rede. Een monarchie is voor Spinoza alleen acceptabel als de macht van de vorst voldoende wordt ingeperkt, zodat hij niet tot tirannie kan vervallen. De aristocratische staatsvorm is al beter, omdat daar een grotere spreiding van de macht is. Onder democratie verstaat Spinoza een staat waarin iedereen het actieve en passieve kiesrecht heeft – met enige inperkingen.”
    http://amsterdamsespinozakring.nl/content/view/12/11/

    En was zijn godsbegrip zo, dat hij door sommigen als atheïst wordt bestempeld:
    “Spinoza maakte vaak gebruik van het woord god, maar volgens de normen van de 18e eeuw was hij een atheist. Sommige filosofen in de 20e eeuw, en ook in de 17e en 18e eeuw, ontkennen dit atheïsme, en er wordt gezegd dat het woord in de 17e en 18e eeuw een andere betekenis had dan tegenwoordig. Om verwarring te voorkomen houden we vast aan de definitie van de 17e eeuw in plaats van nieuwe definities te bedenken.
    Iedereen die weigert onderscheid te zien tussen god en het totale universum, wie de goddelijke voorzienigheid ontkent, wie het bestaan van een intelligente schepper ontkent en zegt dat er geen bovennatuurlijke macht bestaat die de hand heeft in allerlei natuurlijke processen, moet wel atheist zijn. Wat filosofen tegenwoordig zeggen is vanuit het gezichtspunt van de 17e eeuw niet relevant. Er was geen twijfel aan dat hij atheïst was.
    Hoewel Spinoza dus vaak het woord god gebruikt, was hij een veel openlijkere en consequentere atheïst dan de meeste andere filofosen. Er waren maar weinig werkelijk consistente atheïsten, omdat velen hun opvattingen nuanceren. Spinoza is altijd consequent. Een klassieke, rigoreuze atheïst, volgens Voltaire, omdat hij maar één substantie accepteert, de voorzienigheid totaal ontkent, ontkent dat wonderen bestaan en zegt dat er geen bovennatuurlijke macht kan bestaan. Daarom verwerpt hij alle theologie, en alle argumenten die verwijzen naar een schepping. Hij laat als een totale anti-scepticus in zijn teksten ook geen ruimte voor twijfel.”

    http://www.atheisme.eu/nl/entry/4/jonathan_israel_over_spinoza_en_de_verlichting

  12. 15

    @ #12 zmc:

    Ik denk ook wel dat Jefferson een geromaniseerde beeld had. Hij was immers een slavenhouder, wat ook een ander kijk geeft op zijn opvattingen. Maar ik vond zijn definitie van de westerse staten wel treffend en wilde de citaat geen geweld aandoen.

  13. 17

    @Mark,
    Dank voor de opheldering rond de hoofdletter. Toch zou ik zeggen dat door het als bijvoeglijk naamwoord te zetten voor filosoof wordt geïmpliceerd dat zijn Joodse identiteit direct verbonden is met zijn filosofie. Dat is inderdaad zo, maar dan wel in negatieve zin. Levinas is bijvoorbeeld evengoed een Jood die filosoof was.

    Ten tweede was mijn punt dat de religie een belangrijke rol speelde in zijn project. Ik heb daarbij helemaal niets gezegd over zijn godsbegrip. De eerste 15 hoofdstukken (van de 20) van het Theologisch Politiek Traktaat gaan over de religie. Hierin gaat het bijvoorbeeld over de interpretatie van het Schrift waar hij enkele leerstellingen uit destilleert die absoluut van kracht moeten zijn.

    In die zin heb je gelijk dat hij absoluut polemiek bedrijft tegen alle vormen van theologie. Hij wil immers de filosofie, de vrijheid om te denken, veilig stellen. (zie intro boek) Het is echter het domein van de vroomheid (religie) dat waarborg moet staan voor de eenheid in de samenleving. De religie vormt een normatief gezichtspunt waarop allen zich moeten oriënteren.

    Een filosoof kan heel goed atheïstisch zijn en de religie een rol laten spelen, dat was mijn punt. De filosofie was voor Spinoza slechts voor enkele in de elite weggelegd. Het volk moest gewoon de zedelijke leerstukken van de Openbaring volgen.
    Hoewel Joseph Israel een zeer indrukwekkende studie heeft gemaakt is het citaat hier dus niet relevant.

  14. 18

    Een gotspe, die tekst! Komt er eindelijk een beeld van Spinoza, wordt het ondergekliederd met etatistische propaganda!

    Als er iets met vrijheid op de sokkel moest komen, had ik de voorkeur gegeven aan: “Hun idee van vrijheid is daarom niets anders dan hun onwetendheid aangaande de oorzaken van hun handelingen.”
    (Noot bij Ethica, deel 2, stelling 35)