Postmoderne recensie

Ik lees de stukken in VN’s Republiek graag, even graag als de stukken op De Contrabas of op Achille van den Branden, maar waar ik in die stukken niet goed tegenkan is wanneer er gesproken wordt van bijvoorbeeld ‘dit postmoderne meesterwerk’. Dan lees ik dat stuk niet uit, want ik weet dat ik me teveel ga ergeren. Dan ga ik verder met een bericht uit de Volkskrant of de NRC over wederom ‘een uitslaande brand in een bedrijfspand’ te Nuenen of Schinveld of Koog aan de Zaan, zoals we bijna dagelijks kunnen lezen. Het betreft bijna steeds branden in bedrijven die – maar blijf bij je onderwerp, jongen.

Ik wil wel eens weten wat een postmoderne roman is. Welke van de 1001 definities men gekozen heeft. Als je praat over gotische architectuur of barokmuziek of kubistische schilderkunst, dan weet je bij benadering wat er wordt bedoeld. Het begrip ‘postmodern’ wordt gebruikt voor van alles: beeldende kunst, filosofie, films, architectuur, muziek, psychologie, literatuur, dans, zelfs moeten er op deze wereld postmoderne christenen bestaan. Wat de schrijvers bedoeld hebben met die ‘postmoderne roman’, anders en meer dan dat die roman geschreven is na 1945, dat zeggen ze er nooit bij.

Catch-22 en American psycho en Enige defecten van Loesberg zijn drie romans die ‘postmodern’ zijn genoemd. Toch hebben ze niets gemeen, qua stijl of qua opbouw, ik kan althans niets ontdekken. Het postmoderne is in Amerika uitgevonden in het begin van de jaren vijftig, en is in het midden van de jaren zeventig in Nederland ontdekt. Ik weet niet waar. Ik denk dat er artikelen hebben gestaan in De gids en in Raster, maar ik las die artikelen nooit, want ik had wel iets beters te doen. Zo ongeveer het eerste boek in Nederland waar het etiket van de postmoderniteit op werd gelegd, was in 1974 dat boek van Loesberg.

Postmoderne christenen… Laat ik daar nu even niets over zeggen.

Die drie romans die ik net noem, vind ik alledrie heel leesbaar, maar ze halen het natuurlijk niet bij boeken zoals Gapende hoogten van Zinovjev of Viktor Vavitsj van Boris Zjitkov. Het boek van Zinovjev is een satirisch hoogtepunt, waar de Nederlandse cabaretier nog heel wat van zou kunnen leren. Het boek van Zjitkov is een beschrijving van de toestand in Rusland in 1905. Een revolutiejaar. Het gistte in die maatschappij, de tsaar gaf een paar dingen toe, hield andere dingen weer tegen. Er kwamen pogroms tegen de joden, een beetje zoals dat in de knieën schieten van Marokkaanse voetbalsupporters, zoals voorgesteld door de heer Wilders – maar dan echt. Dat boek begint met het eerste hoofdstuk ‘Geweer in de aanslag’ aldus: ‘Een zonnige dag was over de stad uitgestroomd. Rond het middaguur lagen de verlaten straten op apegapen.’

Ik weet niet of dat ‘uitgestroomd’ wel een goede vertaling was, maar de bedoeling is wel duidelijk: in dit boek weet je direct dat er iets dreigends staat te gebeuren. Iets dat maar 12 jaar later tot de echte revolutie zou leiden. Het boek is geschreven in het begin van de jaren dertig (lang voordat die postmoderne onzin werd bedacht), werd verboden en werd pas in 1999 herontdekt en in het Russisch gepubliceerd. U moet dit boek lezen, of lenen bij uw bibliotheek, want het kost, met die 700 pagina’s, wel 50 euro.

 

Foto: omslag van de Nederlandse editie van Uitgeverij Atlas van Viktor Vavitsj, met een afbeelding van Het schot, schilderij van S.V. Ivanov (1905).

  1. 1

    De kwalificatie ‘postmodern’ of ‘postmodernistisch’ is een veralgemening, een zwaktebod, daar ben ik het mee eens. Ik weet alleen niet waar ik het ooit zou gehad hebben over “een postmodern meesterwerk” of iets in die trant. Valt het woord postmodern op mijn website, dan haast altijd in negatieve zin. Ook in de kennelijk nogal willekeurig gelinkte recensie wordt met misprijzen over het postmodernisme gesproken, door de mond van Paul Claes in dit geval, en mét verduidelijking van wat met dat woord bedoeld wordt.

    Claes, schrijf ik daar, gelooft dat teksten kunnen communiceren met de lezer en daarbij een behoorlijk vastomlijnde betekenis hebben. Dat is een visie die haaks staat op de postmodernistische school. Claes houdt niet van de oeverloze veelduidigheid van postmodernistische interpreten. Postmodernisten die niet geloven in waarheid en betekenis stuiten op de paradox van elke scepticus, zegt hij. “Welk statuut hebben hun eigen interpretaties, formuleringen en communicaties?”

    Een mooi overzicht van wat postmodernisme in de literatuur betekent vindt u hier. Recensenten die het woord gebruiken m.b.t. tot een welbepaald boek, zullen dus elementen in die tekst moeten linken aan een paar van deze kenmerken.

  2. 5

    Het ultieme postmoderne boek –Finnegan’s Wake– werd ook al ruim voor het postmodernisme geschreven. Er zijn veel uiteenlopende definities van postmoderne literatuur. Sommige historisch, andere richten zich op stijlconventies. Intertextualiteit is belangrijk, doorgaans zijn het ook dikke pillen, ironie speelt een rol en vaak wordt er ook een spel gespeeld met de chronologie van het verhaal. Zo zie je vaak dat postmoderne teksten carousel vertellingen zijn. Ook ligt het accent sterker op de vorm van de narratief.

    Klinkt allemaal afgrijselijk, maar postmoderne architectuur is nog erger, met hun ranzige disneyficatie van gebouwen.

  3. 6

    Dag Achille,
    Ik bedoelde zeker niet je te beledigen, ik wilde gewoon je naam eens noemen en ik hoop dat veel lezers je blog zullen opnemen in hun RSS-feeds.
    In de tijd dat je er niet meer was, schreef ik Max Molovich eens: ‘Waar is Achille?’ Hij schreef me terug: ‘Achille is ziek, dood of hij leest zeer veel, ik weet het niet.’ Je bent inmiddels weer helemaal terug, en ik lees je stukken zeer graag. Je stuk over Nabokov’s Pnin bijvoorbeeld was een schot in de roos, ik ben het boek gelijk gaan herlezen.
    Ik ben er zeker van dat je ooit ook een stuk zult schrijven over dat boek van Boris Zjitkov.

  4. 8

    Ik ken te weinig Russisch om het te controleren, maar de vertalers (Yolanda Bloemen en Marja Wiebes) hebben hun werk uitstekend gedaan, volgens enkele mensen die zowel Nederlands als Russisch lezen.