1. 1

    Wat mij verbijsterd is dat men klimaatbossen vooral aanplant. Waarom in godsnaam? Alleen op zwaar geerodeerde gronden heeft aanplant zin als een startpunt voor herbebossing. Voor de rest geldt dat als je land met rust laat er vanzelf een bos komt. Met als bijkomend voordeel dat het relatief vrij is exoten, en dat het het meest natuurlijke bos is voor die plek.

    De stichting Bronnen schat in dat 95% van de bomen in Nederlandse bossen van niet inheemse oorsprong is en dat het inheems genetsich materiaal zwaar onder druk staat. Zaadbanken die in de grond liggen te wachten tot kiemen zouden wel eens heel wat “groener” kunnen zijn dan aanplant.

    http://www.bronnen.nl/

  2. 2

    Je moet uiteraard met inheemse soorten aanplanten. Er wordt vaak voor aanplant gekozen omdat dit -als het goed gebeurt- sneller biomassa accumuleert., dan wanneer je eerst door een paar decennia van struikgewas heen moet gaan. In de tropen plant je eerst snel groeiende schaduwbomen die vervolgens de juiste condities creeren voor andere boomsoorten.

  3. 3

    In Nederland is in de 19e eeuw en begin twintigste eeuw vooral voor dennen gekozen. Maar daar was een reden voor. Als je atlassen uit die tijd bekijkt zie je heide en stuifzand alom. Dat was strikt gesproken Europese woestijn.

  4. 4

    Een tweede ding wat wel een voetnoot kan gebruiken is de klakkeloze gelijkstelling van bos aan natuur. Er zijn nogal wat terreinbeheerders die graag bos wil kappen om de oorspronkelijke veen- en heidegebieden of stuifzanden vrij te leggen. Dat stuit dan op de Nederlandse boswet die stelt dat voor een gekapt perceel bos eenzelfde grootte terug moet komen; een relict uit de tijden dat erosie ons (plaatselijk) nog plaagde.

    Dat vrijleggen van stuifzanden is een ommezwaai: Er wordt wel gesteld dat de stuifzanden van met name de Veluwe de eerste natuurrampen waren. Nu worden ze (op kleine schaal) weer vrijgelegd, bijvoorbeeld omdat ze een broedbiotoop vormen van zeer zeldzame vogels als de duinpieper.