ACHTERGROND, LONGREAD - Het was een uur, negen minuten en veertig seconden in het tweede RTL-debat voor de verkiezingen, 19 oktober, en de RTL-redacteur was op dreef, terwijl de partijleiders wachtten. Ter introductie van het thema kregen de kijkers getallen over de verschillende soorten immigratie naar Nederland. En de insider wist: hier komt een valkuil aan. Want voor asielmigratie kun je twee heel verschillende getallen noemen, en welk van de twee het juiste is, hangt af van je vraag. Dit was de tekst van de RTL-redactie: “asiel is dertien procent van de immigratie in Nederland.” En dat getal is correct. Maar de redactie had ook een heel ander percentage kunnen geven: 23 En ook dat is correct. Hoe zit dit? Ben Burger legt uit wat het verschil is tussen deze twee getallen over de asiel-instroom.
Bij aankomst in Nederland vraagt maar iets meer dan tien procent asiel aan, de overige bijna negentig procent van de immigranten arriveert voor studie, werk of familie. De studenten zijn na een paar jaar weer bijna allemaal vertrokken, en van arbeidsmigranten blijft pakweg de helft. Maar wie asiel aanvraagt komt in beginsel voor altijd. Simpel gezegd: de Italiaanse studenten zijn zo weer weg, de Polen blijven voor de helft, maar de Eritreeërs blijven allemaal. En dus is er na tien jaar dat andere verhaal: 23 % van de blijvers na tien jaar is er voor asiel. Nog steeds slechts een kwart.
Maar toch dubbel zoveel als het getal dat de RTL-redacteur noemde in het verkiezingsdebat. Was dat erg? Was hier sprake van misleiding? Het verschil tussen de twee asielpercentages is de laatste jaren in de media besproken, onder meer in de Volkskrant en Trouw. Johan van Heerde schreef in Trouw het meest evenwichtige stuk. “De conclusie dat asielmigratie de afgelopen tien jaar ‘slechts’ 11 procent van de totale immigratie besloeg, is dus maar een halve waarheid. Van de immigranten die na tien jaar nog steeds in Nederland aanwezig zijn, klopte ten minste een kwart als asielzoeker aan in Nederland.” (Het lage getal van 11 procent komt overeen met de 13 van RTL, alleen voor een ander jaartal.)
Een rij gerenommeerde bronnen
Maar wie googelt op ‘asiel als percentage van immigratie in Nederland’ vindt een hele rij gerenommeerde bronnen die slechts het lage percentage geven, dus 10 tot 13 procent, afhankelijk van het jaartal waarnaar wordt gekeken. Zie NOS , COA, NRC, VPRO Tegenlicht , RTL.nl , One World. De Adviesraad Migratie geeft wel beide cijfers.
Wie heeft gelijk? Mijn favoriete bron over cijfers is het Centraal Planbureau. Het CPB publiceerde twee jaar terug een prima studie over asielcijfers, kort en overzichtelijk.
Asielmigratie bedraagt zo’n 12% van de jaarlijkse immigratie, maar van alle typen migratie leidt asielmigratie het vaakst tot langdurige vestiging. Asielmigranten hebben van alle categorieën migranten …de langste verblijfsduur: van de asielmigranten is na tien jaar nog ongeveer driekwart aanwezig in Nederland. Met 23% vormen zij dan ook de op één na grootste groep (naar migratietype) onder de immigranten met een verblijfsduur van minstens tien jaar.” (p.18)
Conclusie : er zijn twee cijfers die er toe doen. Op de jaarlijkse instroom is asiel rond 12% (sommige jaren 13 of 11). Maar van degenen die blijven is asiel rond 23%. Welk van de twee cijfers doet er toe? Dat hangt af van wat je probeert te betogen. Als je bezorgd bent over de verwerkingscapaciteit aan de grens en bij registratie van nieuwkomers op korte termijn, dan gaat het je om de 12%. Ben je bezorgd over de samenhang van onze samenleving voor de lang duur, en om voorzieningen als scholen of woningen, dan gaat het je om de 23%.
En dus is er echt wel een voorkeur te geven tussen gebruik van het lage of het hoge percentage. Want de bezorgdheid van een deel van de kiezers en het protest van rechts gaan over degenen die blijven. En dus over het hoge percentage. Het lage getal is niet fout, het is alleen niet waar het om gaat.
De RTL-redactie loog niet, in het verkiezingsdebat, haar cijfer was correct. Maar het was niet raak. Tegenstanders van het asielbeleid gaat het om de lange termijn, niet om de percentages bij de douane. Om hen gerust te stellen, “het valt erg mee met asiel”, is het lage percentage dus niet zo relevant. Beter om dan het getal te noemen dat het effect op lange termijn aangeeft. En waarom ook eigenlijk niet? Met een kwart van de instroom is de blijvende asielimmigratie eigenlijk nog steeds opmerkelijk laag. Wie het als zijn taak ziet om asielmigratie te verdedigen, kan met die kwart voor de dag komen. De overdrijving (de 12%) is onverstandig.
Nog even over de RTL-redacteur. Heeft die overdreven? Opzettelijk? Om het debat te sturen, weg van asiel (het thema van Wilders) en toe naar arbeidsmigratie, (waarover zelfs SP en VVD het eens kunnen worden)?
Het is onwaarschijnlijk. Die redacteur moest een tekstje schrijven waarmee in vijf seconden arbeidsmigratie werd geïntroduceerd. Niet asiel, maar arbeidsmigratie centraal! De redacteur zal gedaan hebben wat journalisten altijd doen: het verhaal wat versterken, omdat dat is waarop ze worden afgerekend door de eindredactie.
COA
Redacties hebben vaak maar een uurtje om een cijfer te vinden; vat het dus niet te zwaar op als ze zich vergissen. Maar dat ligt anders voor een bron die ook voorbij kwam, het COA. De organisatie die asielzoekers opvangt publiceerde een site met korte filmpjes ‘Wat is waar over asielopvang’. De pagina, gedateerd juli 2025, is zeer stellig: “Waar of niet waar”, met duimpjes om juiste antwoorden te belonen of foutieve te bekritiseren. Het is zeer stellig.
Bekijk het filmpje (een minuut) over de vraag ”is het waar dat een klein deel van de migranten asielzoeker is?”
Volgens het COA is maar een getal juist: 11 procent. Wie “hoger” zegt zit fout, volgens de site. En dit is problematisch. Zeker, het COA is dagelijks onderwerp van onheuse politiek, demonstraties, van dreigementen. Dus de emotie is echt heel erg te snappen. Maar als een organisatie zich bemoeit met het debat waarvan ze zelf onderwerp is, moet de gegeven informatie toch foutloos zijn en niet vatbaar voor twijfel.
De oplossing zou in dit geval uiteraard zijn om beide getallen te geven. Bijvoorbeeld:
“Asielzoekers zorgen voor slechts elf procent van de instroom, en voor 23% van degenen die in Nederland blijven.”
En daarom mijn verzoek aan de afdeling Communicatie van het COA: overweeg nog eens wat U eigenlijk wilt bereiken. De twijfelende burger wilt U behoeden tegen overdreven of beledigende frames van sommige politici. Maar daarvoor hoeft niet het allerlaagste nog presenteerbare getal te worden gebruikt. Waarom geeft U niet de cijfers die juist precies de kern weergeven, en die gaan over dat waar burgers over twijfelen. Namelijk het effect van asiel op Nederland op lange termijn. In dit geval dus het percentage asiel ten opzichte van immigratie na verloop van tijd, bijvoorbeeld tien jaar. Dan spreekt U de twijfelende burger aan op wat haar bezig houdt.
De Raad voor Openbaar Bestuur kwam afgelopen zomer met een uitstekend rapport over deze zaken, ‘Betekenisvol transparant’ : “Het gaat erom een selectie te maken van de gegevens die nodig zijn voor burgers, volksvertegenwoordiging en de samenleving om inzicht te krijgen … en dus moet het verstrekken van gegevens altijd gericht (zijn) op de informatiebehoefte die er in de samenleving bestaat.” (zie p 28)
Het gaat om de informatie die de vrager zoekt. We hebben voor dat verschijnsel geen apart woord. Misschien: “rake informatie”? Dus “foutloos” is niet genoeg. Om dat te kunnen geven moet het COA, de politicus of de ambtenaar niet alleen in zijn papieren kijken, maar ook naar de burger: wat heeft die nodig om de eigen vraag beantwoord te krijgen?
Nog lastiger
Overigens zijn er nog wel wat andere vraagjes rond het asielpercentage, maar die zijn lastiger op te lossen. Tellen bijvoorbeeld de Oekraïners mee? Zij zijn vluchtelingen, maar hoeven geen asiel te vragen. De afgelopen jaren gaat het om ongeveer 20.000 mensen per jaar. En hoe zit het met de asielzoekers die worden afgewezen?
Vermoed wordt dat een gedeelte, meer dan de helft, niet uit Nederland vertrekt. Dus in de orde van 10.000 mensen. Hoe zet je informele verblijvers zonder adres toch in de immigratiestatistiek? Deze voorbeelden geven aan dat het niet verstandig is om met lage asielpercentages naar de burgers te gaan.
Ben Burger is econoom en journalist