1. 2

    Ja… ik vind het wel een goed stuk, maar aan de andere kant te idealisch. Over de relatie economische vrijheid – politieke vrijheid: hoewel China na de vrije markt hervormingen van Deng Xiaoping nog altijd een één partij staat is, durf ik te beweren dat de gemiddelde chinees meer politieke vrijheden heeft dan onder Mao. Niet dat dat de bedoeling van Deng was, maar omdat de opkomst van een kapitalistische, zakelijke elite naast de bestaande partijbureaucratie de bewegingsruimte van de laatst genoemde beperkt.

  2. 4

    Ik vind het een indrukwekkend stuk, en ik kan me goed verplaasten in zijn verontwaardiging, maar Frans Smeets gaat volgens mij op twee plaatsen de fout in. 

    Allereerst verwart hij hardnekkig de term ‘ondernemer’ met ‘onderneming‘. Een ondernemer is een persoon, een onderneming een organisatie, doorgaans zonder ondernemers. Een ondernemer heeft moraal of niet, maar zet niet op maandagochtend zijn morele pet af. De ondernemingen waar Frans op doelt, zijn rechtspersonen. Die hebben geen moraal, omdat ze zich nergens aan hoeven te spiegelen. Waar een ondernemer zijn klanten ziet en spreekt, gaat dat voor de onderneming niet op. Een ondernemer die zijn klanten gebakken lucht verkoopt, krijgt dat – terecht – bij de volgende gelegenheid voor zijn kiezen. Een onderneming delegeert dat aan een call center. 

    Ten tweede een van de meest misbruikte termen van deze tijd: vrijhandel. We gaan even terug naar Adam Smith’s voorwaarden van een vrije markt: veel afnemers, veel aanbieders en een homogeen product. Volgens deze definitie vallen kabeltelevisie, mobiele telefonie, desktop besturingssystemen, benzine, diesel, audio-apparatuur, computers, waspoeder, luiers, onkruidbestrijdingsmiddelen, medicijnen en nog een waslijst aan andere producten niet onder het begrip vrijhandel omdat er slechts een handjevol aanbieders zijn, die hun uiterste best doen door middel van belvoordeelbundels, actieve witwassers, super-enzymen en andere crapware hun producten zo inhomogeen en onvergelijkbaar mogelijk te maken. 

    De globalisering was de laatste doodsteek van de vrije markt. En de definitieve doorbraak van de corporocratie. Ondenemingen willen helemaal geen vrijhandel. Ze willen controle. De vrije markt is een goed principe, maar het is kwetsbaar als een couveusekindje. En verleden tijd, op enkele nichemarkten na. We leven in de eeuw van de oligopolies. Er is geen vrijhandel meer.

  3. 6

    @MvL
    De verwarring van Smeets is logischer dan het lijkt hoewel strikt genomen natuurlijk onjuist zijn natuurlijke en rechtspersoonen (de ondernemer en de onderneming) juridisch elkaars gelijken in de zin dat beiden kunnen kopen, vervreemden, rechtzaken aanspannen etc… Helaas kan alleen een natuurlijk persoon het gevang in.

    Verder:
    De vrijheid van de natuurlijke persoon (het individu) legt het altijd af tegen de vrijheid van de rechtspersoon (de onderneming) omdat de laatste per definitie meer kapitaal en tijd heeft om het individu te bestrijden. Het individu verliest dat omdat het klein tegen groot is.

    Ooit eens anders (onbeschaamd pluggen) opgeschreven als:

    […]

    Het geld is een entiteit op zichzelf en wordt begeerd om zichzelf.

    In vervolg op de afschaffing van de slavernij ontstond de rechtspersoon die gelijke rechten heeft als het individu. Ze kan handelen, rechtszaken aanspannen en eigendom bezitten. Grote bedrijven ontstonden en het individu dat in de Franse revolutie zijn vrijheid had gekregen, raakte die weer kwijt aan die bedrijven. Werd slaaf binnen de Corporate Indentity. De absolute macht van het geld kreeg een lichaam. Het gaat niet meer om het leven van het individu, het gaat om het leven van de Corporation en hen die haar leiden of bezitten. Het gaat om de stroom van het geld naar boven. De hemel van goud. De Corporation is belangrijker dan het individu. Dat wat de Amerikaanse en Franse en revolutie bewerkstelligden – individuele vrijheid – is verworden tot vrijheid van de Corporation. Alles mag. Als de stroom geld naar de Corporation maar niet wordt gestuit.

    Het individu telt niet meer mee.

    […]

    Smeets heeft misschien geen filosofisch logisch sluitend stukje geschreven maar hij raakt de kern van de zaak.

    Goed van Frontaal Naakt. Helaas blijk Bandirah ook daar al zijn tekeningen te slijten. Vluchten kan niet meer.

  4. 7

    @HansR:

    Jullie raken allebei de kern van de zaak. De volgorde van gebeurtenissen is helder. Eerst de Franse revolutie met haar vrijheidsidealen en principes (met name de Trias Politica), dan de gestage groei en de internationalisering van ondernemingen. Vervolgens de sluipend groeiende invloed van corporaties op de politiek. Tenslotte de vereconomisering (en daarmee depolitisering) van de politiek. Idealen gaan wijken voor rekensommetjes. 

    In de fase waarin we nu aanbeland zijn, worden lastige elementen langzamerhand uitgeschakeld. De rechterlijke macht werkt op prestatieloon en is voor de meeste Nederlanders financieel onbereikbaar gemaakt. Er zijn al weer plannen voor een nieuwe reorganisatie. Er komen steeds meer part-time rechters die de rest van de week met een andere pet op voor advocatenkantoren werken. Dat kan Montesquieu nooit zo bedoeld hebben. 

    De laatste serie ministers van Justitie hebben weinig schroom: de toch al zwak verankerde Nederlandse grondwet, daar vegen ze hun kloten aan af. Ik noem de vrijheid van meningsuiting (art 7), het recht op privacy (art 10), het recht op lichamelijke integriteit (art 11) en het Nederlandse staatsbestel (“De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal”, art 81).  

    Voorbeelden te over, ik noem een paar recente: de zaak rond Gregorius Nekschot; de ‘slimme electriciteitsmeter’ en vingerafdrukken in het paspoort. Over artikel 81: Wetten komen tegenwoordig ook uit Europa. Geen enkele minister heeft ooit een poging gedaan de grondwet daarop aan te passen. En daarmee is de grondwet definitief van overheidswege tot papieren drol verklaard. Now wash your hands. 

    Nu we vastgesteld hebben wat er mis is, dringt bij mij de vraag zich op: Wat nu? Moeten we het Binnenhof bestormen? Of is er een subtielere weg? Zijn er mensen die daar ideeën over hebben?

  5. 9

    Over “aardige stukjes”, caprio wilde gisteren nog Marcuse aan eeuwig links studerende lezers aanbevelen. Synthese Marx & Freud….

    *kuchkuch poeffff hehe*

    Dit stukje van een Frans X (“te figureren met die voornaam, dan kun je nog beter dood zijn (G.Reve)”) is dan toch leuker, waarder. Zeitgenossen, Gefundenes Fressen.

    En nuttelozer. MvL hat da recht. Maar ze wil met een groepje iets rechtzetten. Das ist doch Quatsch @Du lieber Mensch.

  6. 10

    Oeh, het gehalte Zeitgeist/Corporation wordt mij iets te veel. Je kan toch best maatschappelijk geengageerd zijn zonder dat elke Conspimentary van Amerikaanse makelij tot je hoofd stijgt?

    @4:
    Een ondernemer die zijn klanten gebakken lucht verkoopt, krijgt dat – terecht – bij de volgende gelegenheid voor zijn kiezen. Een onderneming delegeert dat aan een call center.

    Daarom hebben we wetten, marktmeesters, de Consumentenbond, etc. etc. Het bedrijfsleven is niet de enige plaats waar er zich de laatste decennia schaalvergroting heeft plaats gevonden, verre van.

    Ten tweede een van de meest misbruikte termen van deze tijd: vrijhandel. We gaan even terug naar Adam Smith (blablabla) We leven in de eeuw van de oligopolies. Er is geen vrijhandel meer.

    Tsja. Adam Smith’s Onzichtbare Hand is één van de meest misbruikte termen van deze tijd (door beide Links en Rechts, overigens). Vrijhandel was in de optiek van de klassieke economen een middel tot het doel van maximale sociale welvaart. De intuïtie hierachter is vrij simpel: producenten hebben een sterke prikkel tot opportunistisch gedrag (bier met water aanlengen, verkopen van bedorven vlees, etc), alleen (de dreiging van) concurrentie houdt dit gedrag in bedwang. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op dit mechanisme: de intrinsieke motivatie van doctoren en leraren, grote transacties/kostbare miskopen, opportunistisch gedrag van de consument (moral hazzard en averse selection).

    Maar als we spreken over brede categoriën van simpele goederen (brood, tandenborstels, computers) is er weinig dreiging van mono- of oligopolievorming. Sterker nog, ik durf te beweren dat er van dit soort goederen meer aanbieders dan ooit zijn. Mijn computer is een Packard Bell, mijn MP3-speler is gemaakt door Ricatec (of zoiets), wasmiddel komt van de LIDL en gloeilampen wss uit Polen. Dat er een Apple bestaat die I-Mac’s en Pods maakt doet weinig af aan de verscheidenheid van het aanbod van laptops en mp3-spelers.

    Zolang er geen wettelijke barrieres worden opgegooid schijnt er voor veel soorten goederen een vrij divers aanbod te ontstaan. In bepaalde sectoren is dit niet het geval – jullie kennen allemaal Mosanto natuurlijk, maar het geldt ook voor de farmaciereuzen – door het bestaan van intellectueel eigendom. Hoewel, je kan zeggen (en sommige hardcore libertarians doen dat ook) dat intellectueel eigendom een vorm van wettelijke barrière is, opgeworpen ten bate van de monopolist.

    Kortom, mij lijkt het niet dat de (markt)macht van grote bedrijven van de laatste jaren radicaal is toegenomen. Dus een uitspraak als ‘we leven in de eeuw van de oligopolies’ komt mij wat dommig over.

  7. 11

    @JSK
    Oeh, het gehalte Zeitgeist/Corporation wordt mij iets te veel. Je kan toch best maatschappelijk geengageerd zijn zonder dat elke Conspimentary van Amerikaanse makelij tot je hoofd stijgt?

    Heeft er geen reet mee te maken. Feit is dat het individu het aflegt tegen de bedrijven. Of dat nu de corporation, de NV of vage BV is. Het instituut wint van het individu. En daar gaat het om.

    Moet je daar wat mee of accepteer je het.

    Ik denk dat het uiteindelijk niet wordt geaccepteerd: er is een grens aan het inleveringsvermogen van het individu, de verslavingsgraad die het individu accepteert. En dat is de motor van sociale veranderingen.

  8. 12

    @11: Heeft er geen reet mee te maken. Feit is dat het individu het aflegt tegen de bedrijven. Of dat nu de corporation, de NV of vage BV is. Het instituut wint van het individu. En daar gaat het om.

    Vooralsnog zijn overheden (nationaal of lokaal) veel machtiger dan welke Microsoft of Unilever dan ook. Ik wil het best wel begrijpen, maar het lukt me niet. Op welke manier ‘wint de NV/BV van het individue’?

  9. 13

    @JSK: 

    Het is maar waar je de grens trekt. Ik vindt dat als bijvoorbeeld acht partijen of minder samen meer dan 75% van de wereldmarkt in handen hebben je over een oligopolie mag spreken. In de voorbeelden die ik geef is dat consequent het geval. Natuurlijk zijn er ook genoeg tegenvoorbeelden te bedenken. 

    Ik denk dat je voor wat betreft de invloed van grote corporaties op de politiek de plank misslaat. Waar dat in Nederland bijvoorbeeld ongehoord is, is het in het Europese parlement moreel geaccepteerd om amendementen in te dienen op het briefpapier van het bedrijf of de organisatie die het amendement bedacht heeft. En dat is doorgaans niet de slager op de hoek. Een printje op eigen papier is teveel werk. 

    Ik noem verder:
    – de invloed van bedrijven als Monsanto en de farmaceuten op de Codex Alimentarius
    – de invloed van de IFPI op nationale en internationale wetgeving.
    – De sponsoring en beinvloeding van wetenschappers door de farmaceutische industrie
    – De malversaties rond het tot ISO standaard verklaren van Microsoft’s OOXML bestandsformaat 

    Gebeurde dat allemaal dertig jaar geleden ook op die schaal? En kon het dan beter in de achterkamertjes blijven, ondanks mensen als Wijnand Duijvendak? Of is de invloed toch groeiende? 

  10. 14

    @JSK(12): 
    Het gaat niet om macht, het gaat om invloed. Geen enkele multinational wil de macht grijpen; dat zadelt ze met veel te veel verantwoordelijkheden op. Vanuit de luwte de politiek beinvloeden is veel efficiënter, dan blijft de politiek verantwoordelijk en hebben zij hun voordeeltjes. En daar hoef je geen macht voor te hebben, maar wel een gesmeerde lobbymachine. En geld: De nettowinst van bijvoorbeeld Shell is gelijk aan het budget van het Nerderlandse ministerie van onderwijs.

  11. 15

    Ik vindt dat als bijvoorbeeld acht partijen of minder samen meer dan 75% van de wereldmarkt in handen hebben je over een oligopolie mag spreken. In de voorbeelden die ik geef is dat consequent het geval.

    Hetgeen een volledig arbitaire grens is. In principe is meer dan één aanbieder van het een product voldoende voor het wegconcurreren van alle monopoliewinsten. Dus wat is je punt: dat we structuur teveel betalen voor “kabeltelevisie, mobiele telefonie, desktop besturingssystemen, benzine, diesel, audio-apparatuur, computers, waspoeder, luiers, onkruidbestrijdingsmiddelen, medicijnen”?

    Ik noem verder:
    – de invloed van bedrijven als Monsanto en de farmaceuten op de Codex Alimentarius
    – de invloed van de IFPI op nationale en internationale wetgeving.
    – De sponsoring en beinvloeding van wetenschappers door de farmaceutische industrie
    – De malversaties rond het tot ISO standaard verklaren van Microsoft’s OOXML bestandsformaat

    Die voorbeelden zal je allemaal voor mij moeten toelichten.

    Aan de andere kant: er zijn altijd belangengroepen en lobbyisme geweest. ‘Vroeger’ waren dat binnenlandse aanbieders – boeren, verenigingen van kleine en middengrote ondernemers, bouwers, maar ook vakbonden – tegenwoordig die multinationale NV. Het verschil nu is dat de schaal groter is omdat de partijen groter zijn.

  12. 16

    @10: In de computerbusiness zit meer oligopoli verstopt dan je denkt. De processors worden gemaakt door drie bedrijven (waarvan er eentje zich op een bepaalde niche richt), de chips voor de moederborden door vier (waarvan er drie het grootste deel van de markt beheersen en twee ook de twee grootste processorproducenten zijn), de chipsproductie voor videokaarten is voor het overgrote deel in handen van twee bedrijven (wederom één daarvan is ook processorproducent) en hetzelfde geldt voor de chips van de geluidskaarten. Enige diversiteit bestaat alleen door de fabrieken die de chips op PCB’s lassen, zodat het lijkt dat jij keuze hebt tussen Packard-Bell, Hewlett-Packert, Toshiba, Asus enzovoort, maar overal zitten de onderdelen in van dezelfde 2-3 bedrijven.

  13. 17

    @JSK:
    Natuurlijk is die grens arbitrair. Net zoals een grens van twee arbitrair is. De populariteit van Apple heeft nauwelijks invloed gehad op de prijs van Windows. Maar voordat we in een voorbeelden/tegenvoorbeelden oorlog terechtkomen: Hoe kleiner het aantal aanbieders en hoe groter hun financiële middelen, hoe groter het risico van politieke beinvloeding. Kun je je daarin vinden? 

    Prijs is maar één aspect. Maar waar het om gaat is dat deze aspecten eerlijk tot stand komen. Concurrenten hebben naast strijdige ook altijd gemeenschappelijke belangen. Louter het bestaan van de IFPI en de IFPMA illustreert die gemeenschappelijke belangen.En die worden groter naarmate ze groeien. En dat zijn lang niet altijd de belangen van de consument. Wanneer het aantal aanbieders groot genoeg is, en de toetreding tot de markt laagdrempelig genoeg, dan zullen er altijd nieuwelingen op de markt verschijnen die deze belangen negeren en zich meer op de consument richten. Dat is een essentieel aspect van de ‘onzichtbare hand’. 

    Inderdaad, er zijn altijd belangengroepen geweest en dat mag ook. Maar het is nu juist de schaalgrootte waar de schoen wringt. Komt een doorsnee europarlementariër naast het doorworstelen van alle ‘informatie’ van lobbygroepen nog wel toe aan het raadplegen van zijn achterban? Ik vraag het me af. Een rechtspersoon heeft geen stemrecht, en wordt dus in principe door geen enkele politicus in een tweede kamer of europarlement gerepresenteerd. 

    Tenslotte een paar links (ik houd de lijst kort) als toelichting op mijn voorbeelden:
    Monsanto’s lobby firm pays key MP
    Clinton Appoints Former Monsanto & Tobacco Lobbyist as
    “Consumer Representative”

    IFPI’s European Christmas list
    Lobby group tells ISPs to cut off customers
    Big pharmaceuticals buy more influence than ever
    Big Pharma, Bad Science
    ISO: procedural shortcuts ok

  14. 19

    @Hayek:
    Zo is het niet begonnen. Octrooiwetgeving was oorspronkelijk bedoeld om innovatie te stimuleren. Niet als middel om een markt dicht te timmeren. Men zocht altijd naar een balans tussen de belangen van de octrooihouder enerzijds, en zijn concurrenten en het belang van de bevolking anderzijds. Daarom is o.a. een octrooi altijd openbaar, en heeft het een beperkte levensduur. 
    Wanneer Monsanto een parlementslid omkoopt dan is dat toch niet de schuld van de octrooiwetten?

  15. 20

    JSK 10,

    “Maar als we spreken over brede categoriën van simpele goederen (brood, tandenborstels, computers) is er weinig dreiging van mono- of oligopolievorming. Sterker nog, ik durf te beweren dat er van dit soort goederen meer aanbieders dan ooit zijn.”

    Zo schrijf je. Dat zal best.Vraag blijft of de consument ook werkelijk het best krijgt. Scheermesjes. Doodgegooid met fancy reclames over gladscheren. Worden vanzelf na X(5?) aantal keer scheren bot. Zoals een vriend van mij zegt: “botte mesjes verkopen zich vanzelf”.

    Verder schrijf je, “alleen (de dreiging van) concurrentie houdt dit gedrag in bedwang. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op dit mechanisme: de intrinsieke motivatie van doctoren en leraren ”

    Is dat niet juist een reden om hoger onderwijs en bedrijfsleven van elkaar gescheiden te houden ?

    12,

    “Vooralsnog zijn overheden (nationaal of lokaal) veel machtiger dan welke Microsoft of Unilever dan ook.”

    Als econoom heb je vast het boek van Hertz gelezen. Niet eens met haar stellingname ?

  16. 21

    @Bismarck: Goede punten, maar je hebt het over componenten van producten. Ik zou niet weten hoe je de marktconcentratie bepaalt over een gehele productieketen.

    @17:
    Natuurlijk is die grens arbitrair. Net zoals een grens van twee arbitrair is.

    Nee juist niet! Het is de grens tussen monopolie (één aanbieder) en een vorm van concurrentie. Volgens één simpele stelling uit de speltheorie zijn twee aanbieders genoeg voor de ‘perfecte concurrentie’ uitkomst.

    Hoe kleiner het aantal aanbieders en hoe groter hun financiële middelen, hoe groter het risico van politieke beinvloeding. Kun je je daarin vinden?

    Ja, maar dat is een beetje de Ijzere Wet van de Oligarchie (van Mitchell): in welke organisatie dan ook (inclusief de samenleving) trekt een kleine goedgeorganiseerde groep ‘de macht’ naar zich toe. Dat geldt voor (sectoren van) de economie, voor politieke partijen, vakbonden, grassroots bewegingen, etc. Als we een oligarchie moeten hebben in de economie, dan is de oligarchie van multinationale bedrijven misschien de minst slechte. Maar ik dwaal af, want je zegt:

    Komt een doorsnee europarlementariër naast het doorworstelen van alle ‘informatie’ van lobbygroepen nog wel toe aan het raadplegen van zijn achterban? Ik vraag het me af.

    Maar dat is een ander probleem: het gebrek aan belangstelling voor Europese politiek van de burger en (veel belangrijker) de nationale media. Zonder die multinationals/’corporations’ hadden we hetzelfde probleem, maar dan met de Confederatie van Franco-Duitse Aardappeltelers of de Italiaanse Motorrijtuig Unie. Het grootste probleem is in mijn optiek niet de (allicht) grotere financiële bronnen van belangengroepen maar het uitblijven van maatschappelijke tegenkrachten op het niveau waar veel beslissingen worden genomen.

    Bedrijven kunnen blijkbaar veel makkelijker over culturele, nationale en linguïstische grenzen heenstappen dan politieke partijen, vakbonden en consumentenorganisaties.

    @20:Vraag blijft of de consument ook werkelijk het best krijgt. Scheermesjes. Doodgegooid met fancy reclames over gladscheren. Worden vanzelf na X(5?) aantal keer scheren bot. Zoals een vriend van mij zegt: “botte mesjes verkopen zich vanzelf”.

    Tsja… als je je laat pakken door ‘fancy reclames’ ben ik niet iemand die zou zeggen dat jij tegen jezelf ‘beschermd’ moet worden.

    Is dat niet juist een reden om hoger onderwijs en bedrijfsleven van elkaar gescheiden te houden ?

    Gebeurt dat dan niet? (let wel: hoger onderwijs)

    Over Hertz: welke stellingname precies?

  17. 22

    Wat is de boodschap van Smeets eigenlijk?

    Ik geloof dat hij ergens wil aantonen dat vrijhandel en vrijheid niet logischerwijs hand in hand gaan, omdat het in China en Rusland en oliestaatjes niet gebeurt. Dat is de schuld van de ondernemer die geen moraal kent en gewoon een systeem voor rekeningrijden aanlegt in opdracht van de overheid in plaats van tegen zo’n immorele opdracht in opstand te komen.

    Verder geven we Kok nog maar even een veeg uit pan en dansen we een rondje op het graf van links.

    Zoeits is het geloof ik. Meer kan ik er niet van maken. Naar mijn menig slaat Smeets wild om zich heen zodat hij af en toe iets schampt.

    Om maar eens bij het begin te beginnen. Smeets haalt Fukayama aan en stelt dat Fukayama zegt “dat het economisch -en democratisch liberalisme met zijn individuele vrijheden de wereld zou gaan beheersen. Een droom van een democratisch systeem van vrije burgers met als fundament de globale vrijhandelszone.”

    De pest van Fukayama is dat velen het aanhalen maar slechts weinigen het lezen. Zo zijn er vele mafketels die zijn ongelijk proberen te bewijzen door triomfantelijk te roepen: “Zie je hoeveel er gebeurd is sinds 1989. Helemaal niet het einde van de geschiedenis.” Smeets zit er zelfs redelijk dichtbij. Maar waar hij er naast zit, is het meteen goed raak. Smeets kiest voor de woorden “zou gaan beheersen” en stelt dat gezien zijn hele stuk voor als een onomkeerbare ontwikkeling die er kennelijk pats boem zou moeten zijn.

    Fukayama stelt echter dat het economisch en democratisch liberalisme het enige inherent stabiele en coherente systeem is dat op lange termijn stabiliteit en welvaart kan bieden aan haar burgers en dat dus de ontwikkeling naar een wereld waarin steeds meer mensen in een liberale democratie leven onontkoombaar is.

    Dat wil dus niet zeggen, dat gedurende relatief korte perioden ook andere regimes niet die stabiliteit en welvaart kunnen leveren. Het wil ook niet zeggen dat een land dat een liberale democratie is dat altijd zal blijven. Het zegt alleen maar: dit systeem heeft gewonnen en zal langzaam maar zeker steeds verder oprukken.

    In dat verband is de situatie van Rusland en China ook niet bijzonder. Dat soort overgangen zullen er vaker zijn. Rusland is op dit moment feitelijk een olie- en gasbedrijf met legislatieve macht en zolang de olieprijs hoog blijft kunnen de machthebbers de zaak wel in de hand houden. De vraag is of ze dat ook kunnen als de navelstreng van natuurlijke hulpbronnen wegvalt.
    Op basis van de Chinese ervaring kan je ook nog niks zeggen. die middenklasse begint net te ontstaan en de groei is voornamelijk nog industrie- en exportgedreven. Pas als binnenlandse consumptie een groter deel uit gaat maken van het BNP wordt de ondernemingszin van de losse Chinees belangrijker en krijgen ze meer last dan lol van de overheid. Eerst maar eens kijken wat dan gebeurt. Ik heb wel begrepen dat het aantal rellen in China toeneemt.

    Kort gezegd, economisch en democratisch liberalisme zijn geen noodzakelijke voorwaarden voor elkaars bestaan zoals Smeets veronderstelt, maar moeten wel noodzakelijk naast elkaar bestaan wil je ook op langere termijn tot welvaartsgroei komen.

    Dan de merkwaardige gedachte dat de ondernemer moreel zou moeten zijn. De “ontdekker” van de ontzichtbare hand, Adam Smith, had al door dat voor de vrije markt moraliteit geen vereiste was. Integendeel, juist door het najagen van zijn eigen belang (wat overigens best een moreel karakter mag hebben, maar dus niet hoeft), zou de welvaart verhoogd worden en de samenleving beter af zijn. Dus als Smeets dit vrijhandel en de ondernemer verwijt dan trapt hij zowel een ontzettende open deur is, alswel dat hij de sine qua non van het vrije handelen graag zou zien verdwijnen.

    Overigens begrijp ik werkelijk niet waarom het Smeets de ondernemer verwijt tolpoortjes aan te leggen, terwijl het toch uiteindelijk de overheid is die zowel het juridisch kader alswel de financiele mogelijkheden schept om een dergelijk systeem in te voeren. Kennelijk heeft hij geen idee welke windmolen hij klapwiekend te lijf wil. Dan is het ook niet raar als je de verkeerde pakt.

    Tot slot (dit valt een beetje buiten de rest van mn betoog, maar dat doet het bij Smeets ook), begrijp ik ook niet waarom Wim Kok hier een veeg uit de pan moet krijgen. Het is tegenwoordig kennelijk bon ton om dat te doen. Achteraf kan de beste man als opperhoofd van Paars geen goed meer doen. Roep Kok in combinatie met Paars of uitverkoop en ideologie en je schijnt een belangwekkend punt te maken. Ik had het best naar mn zin in Paars Nederland kan ik verklappen en waar hij hier weer van beticht wordt is ook weer een mooie.
    Hij zou woningen verpatst hebben aan een kudde oligarchen. Woningen waren in handen van corporaties, al decennia en zijn dat nog steeds. Het enige dat veranderd is, is dat subsidiebanden tussen rijk en corporaties doorgesneden zijn. Het lijkt alsof Smeets dit verdwijnen van subsidiebanden ziet als de schuld van topsalarissen in corpoland. Dat lijkt me een hele drieste; immers hoe verklaar je dan topsalarissen bij instanties waar nog wel subsidiebanden bestaan; zeg universiteiten?
    Daarnaast zouden wij de Europese vrije markt en de euro ingerommeld zijn. Wil iedereen die echt de grenscontroles, wisselkoersen, betalen voor pinnen in het buitenland etc terugwil even zn hand opsteken? Pffffff

  18. 23

    De ‘ontdekker’ van de ontzichtbare hand, Adam Smith, had al door dat voor de vrije markt moraliteit geen vereiste was

    Erm, als ik Gavin Kennedy, en Clive Crook mag geloven, dan ging hij helemaal niet uit van ‘imorele’ ondernemers, maar eerder van mensen die ook verder kijken dan hun neus lang is, en verantwoordelijkheid nemen voor hun plaats in de samenleving.


    I agree that Smith is badly served by many of his supposed followers. The idea that “greed is good”, which one often sees attributed to him, is a travesty. He was no libertarian either. His idea of “natural liberty” was almost the opposite of what it is usually taken to mean (namely, “do as you wish”). He was at pains in both books to emphasize the importance of self-control, of regard for the opinions of others, and of an expansive role of government in providing security, rule of law, and economic infrastructure. Way ahead of his time, he was even in favor of compulsory schooling.

  19. 24

    @23

    Ik schrijf niet voor niks: geen vereiste is. Oftewel: kan wel, hoef nie.

    In hetzelfde stukje waar jij uit citeert:

    “Smith believed that most people are self-interested, sympathetic, and wish to be well thought of. Successful commercial societies, he argued, are built on these traits”

    Maar ook:

    “, Smith exalts competition as the way to keep self-interest in check,”

    Ik schreef het zo voorzichtig mogelijk op, omdat hij inderdaad niet roept om immorele mensen. Hij accepteert volgens mij wel dat veel mensen amoreel zullen zijn.
    Maar Smeets vraagt zich af waarom ze niet moreel zijn. Da’s helemaal de andere kant van het spectrum

  20. 25

    @24: Klopt, ik had ook al gezien dat je die slag om de arm hield. D’r zijn alleen wat puntjes: een van de dingen is dat ik er een beetje moeite mee om stukken die in een totaal andere tijd geschreven zijn te gebruiken als argument mbt (persoonlijke) moraliteit in onze tijd.

    Daarnaast is er ook nog het stuk ‘context’, wat je ook al ziet in de context van de stukken die je quoot: de daaropvolgende regels gaan over monopolies (gedrag van ondernemingen), niet over gedrag van personen.

    Afgezien daarvan, ook in de middeleeuwen had je een vrij uitgebreid systeem van ‘branding’ — kwaliteit werd gewaarborgd met handelsmerkjes, die min of meer in het produktieproces verweven waren; het op de markt zetten van rotzooi met gesoepte handelsmerkjes werd niet geaccepteerd. Ondernemers hebben er zelf ook belang bij dat de producten op hun markt OK zijn, willen ze goede prijzen voor hun producten kunnen ontvangen. ‘the market for lemons’, all over.

    IMO wordt die Adam-Smith quote ten onrechte gebruikt voor het ‘goedpraten’ van korte-termijn denken en plaatselijke belangen,
    en het zoveel mogelijk afbouwen van overheidsingrijpen.

    (Ik ben ’t dan ook niet helemaal eens met Smeets; niet iedere ondernemer zal voor de ‘race to the bottom’ zijn. D’r zijn er ook zat die prima in de gaten hebben dat niche-markten veel lucratiever zijn. )

  21. 26

    @Beste Lord:
    Fukayama stelt echter dat het economisch en democratisch liberalisme het enige systeem is dat op lange termijn stabiliteit en welvaart kan bieden(…)
    In dat verband is de situatie van Rusland en China ook niet bijzonder.(…)
    Op basis van de Chinese ervaring kan je ook nog niks zeggen. die middenklasse begint net te ontstaan en de groei is voornamelijk nog industrie- en exportgedreven. Pas als binnenlandse consumptie een groter deel uit gaat maken van het BNP wordt de ondernemingszin van de losse Chinees belangrijker en krijgen ze meer last dan lol van de overheid. Eerst maar eens kijken wat dan gebeurt. Ik heb wel begrepen dat het aantal rellen in China toeneemt.

    Kort gezegd, economisch en democratisch liberalisme zijn geen noodzakelijke voorwaarden voor elkaars bestaan zoals Smeets veronderstelt, maar moeten wel noodzakelijk naast elkaar bestaan wil je ook op langere termijn tot welvaartsgroei komen.

    Vind ik wat zwak. Het voorbeeld van Rusland is een slechte, dat ben ik met je eens. Maar China laat weldegelijk zien dat economische welvaart én liberale democratie niet noodzakelijk zijn voor welvaart, zelfs op de lange termijn. Zie bijvoorbeeld het kleine China, Singapore. West Europees rijk, met dito technologie maar geen liberale democratie. En dat al ruim 50 jaar lang.

    Daarnaast onderschat je de economische ontwikkeling van China. De Chinese middenklasse is naar schatting 80 miljoen groot, de omvang van de Duitse economie (bron: http://www.euromonitor.com/Chinas_middle_class_reaches_80_million).

    Je stelt terecht dat de Chinese economische groei gedreven wordt door export en industrië, maar dat een verschuiving naar binnenlandse consumptie de instituties onder druk zetten (zoals jij beweert) is niet zonder meer klaar. Sterker nog, ik betwijfel dat een verschuiving van export naar binnenlandse consumptie *iets* hoeft te betekenen voor het Chinese rechtssysteem en staatsinrichting. Anders dan Rusland, Saudi-Arabië of Angola exporteert China geen commodities (olie, gas) maar maakgoederen van toenemende complexiteit (iPod’s, binnenkort automobielen).

    Een switch van export naar binnenlandse consumptie verandert niet de productiestructuur van economie. Wel de allocatie van productie, natuurlijk. Hetgeen een bedreiging *kan* opleveren voor de sociale orde, maar dat lijkt me zeer sterk. De overgang van een export-economie naar ééntje gericht op consumptie zal waarschijnlijk gepaard gaat met gelijkere inkomens.

    Ten slotte: met uitzondering van de V.S. en West Europa vond de economische ontwikkeling van de hedendaagse geindustrialiseerde naties niet plaats onder liberaal-democratische omstandigheden. Sterker nog veel ontwikkelde economiëen zijn vrij recent ‘liberaal-democratisch’. Spanje kende een sterke economische groei onder Franco, Japan kreeg haar democratische grondwet door de Amerikanen opgedrongen en Zuid-Korea was tot begin jaren ’90 een militaire dictatuur. Buitenlandse druk heeft in de voorgenoemde landen liberaal-democratie gebracht, maar dat is geen garantie voor de toekomst van China.

  22. 27

    @JSK

    Even los van wat ik zelf beweer en waar Fukayama wat beweert:

    Zinnige opmerkingen. Kijk, het lullige is dat je Fukayama de facto niet kunt weerleggen, want als het om een trend gaat, kan je altijd blijven beweren dat het nu tijdelijk even minder hard gaat, het wellcht in de toekomst nog kan gebeuren etc.

    Ik denk dat hij trendmatig wel gelijk heeft, maar vraag me wel af of we de mechanismen die eraan ten grondslag liggen precies kunnen begrijpen.

    Singapore is inderdaad een unieke, al zijn niet ook al vijftig jaar westers rijk, bij mijn weten. Misschien omdat het een stadsstaat, ik weet het niet. Ik weet overigens wel dat toen ik er vorig jaar was er toch geregeld geklaagd werd. Dat doen ze dan tegen de buitenlanders en niet tegen hun landgenoten.

    China lijkt ook een aardige testcase gedurende het komende decennium. 80 miljoen is in zo’n knotsgroot land nog niet veel natuurlijk. Bovendien, t is de generatie erna die gaat rellen toch? :-)

    Spanje groeide volgens wiki pas echt hard na Franco.

  23. 28

    Spanje groeide volgens wiki pas echt hard na Franco.

    Niet volgens de Engelse/Amerikaanse wiki.

    The Spanish miracle (Spanish: el milagro español) was the name given to a broadly based economic boom in Spain between 1959 and 1973. It ended with the oil shocks of the 1970s. The boom was bolstered by economic reforms promoted by the so-called technocrats, accepted by Francisco Franco, who put in place development policies from the International Monetary Fund. The technocrats were a new breed of politicians who replaced the old falangist guard.

    http://en.wikipedia.org/wiki/Spanish_miracle

    Bedrijfsleven en staat kunnen best wel samenwerken teneinde de economische productie te vergroten zonder de tussenkomst van lastige burgers.

  24. 29

    @28

    ik had vooral het tweede deel gelezen op http://en.wikipedia.org/wiki/Economy_of_Spain

    “However, by Franco’s death and the dawn of the constitutional monarchy, interventionism was still widespread: basic products like bread and sugar had their prices fixed by the government, large public firms controlled all sectors regarded as strategic (Telephone, tobacco, petrol, etc.), shops had fixed opening and closing times (although this also occurred in other European countries such as Germany), both passive and active interest rates were fixed by the government, etc. All these rigidities and more were made obvious by the 1973 oil crisis, which terminated the previous expansion cycle and unleashed a period of severe industrial crisis which lasted approximately a decade (1975-1985). This blow stressed the need to modernize the economy and join the European Community.
    Spain’s accesson to the European Community, now European Union (EU), in January 1986 ushered the country into opening its economy, modernize its industrial base and revise economic legislation. The EU, with amounts of funds from the European Regional Development Fund- Spain greatly improved infrastructures, increased GDP growth, reduced the public debt to GDP ratio, reduced unemployment from 23% to 10%, and reduced inflation to under 3%.”

    :-)

    Overigens het argument is niet dat je niet kan groeien onder een autoritair stelsel, maar dat op een gegeven moment dat wel een beetje klaar is.
    Er zijn natuurlijk best voorbeelden waar een stevige overheidsbemoeienis de zaak op de rails gezet heeft.

  25. 31

    Overigens het argument is niet dat je niet kan groeien onder een autoritair stelsel, maar dat op een gegeven moment dat wel een beetje klaar is.

    Ja, maar zelfs dat betwijfel ik. Wat jij noemt in de voorgaande alinea (geciteerd van wikipedia) ging net zo goed op voor Nederland of het VK. Het Francisme eindigde niet vanwege de recessie/crisis, maar omdat Franco in 1975 stierf. De democratie kwam omdat er een Europese Gemeenschap was die het land toegang tot de interne markt voorhield in ruil voor democratie. Lag Spanje bij China dan was er helemaal geen omwenteling geweest.

  26. 32

    @31

    Prima, maar dat wordt alles bij elkaar wel een uiterst speculatieve discussie. Ik geloof dat de koning in Spanje ook wel meegeholpen heeft om voor democratie te zorgen. Was het er misschien zonder EU ook wel gekomen.
    Bovendien is het argument niet dat democratie er niet gekomen zou zijn als (vul een reden in) maar dat het die richting opbeweegt, om welke reden dan ook. Bij Spanje is het dan de EU geweest.

  27. 33

    Zie hier voor een poging tot een economische verklaring (met evenwichtsgrafiekjes, jay) waarom autoritaire regimes op een gegeven moment aan het einde van hun latijn zijn.

  28. 35

    @JSK(21):
    Volgens één simpele stelling uit de speltheorie zijn twee aanbieders genoeg voor de ‘perfecte concurrentie’ uitkomst. 

    De speltheorie doet hooguit wat uitspraken over eenvoudige, gesloten systemen. Op een groep multinationals die te maken hebben met concurrenten, leveranciers, werknemers, aandeelhouders, acties van burgers en belangengroepen en overheden op alle niveaus en in meerdere landen is zo’n simpel modelletje niet van toepassing. 

    … trekt een kleine goedgeorganiseerde groep ‘de macht’ naar zich toe 

    Ik beschouw het als een taak van de overheid om aan die invloed paal en perk te stellen. En je hebt gelijk: dat hoort ook te gebeuren als het gaat om bijvoorbeeld vakbonden, milieu-activisme etc.

    Het grootste probleem is … het uitblijven van maatschappelijke tegenkrachten … 

    Ik was nog niet toegekomen aan de schuldvraag. Ondernemingen (en ook andere grote organisaties) zijn doorgaans a-moreel en ik verwacht niet dat je dat kunt veranderen. Dat hoeft ook niet. Je moet grenzen stellen aan hun vrijheden. Inderdaad, ik leg de schuldvraag deels bij de politiek en beperkt bij de burger. De burger is doorgaans tolerant en flexibel als het om overheidsmaatregelen gaat, en komt vaak pas in actie als het te hard uit de hand dreigt te lopen. Dat leert de geschiedenis. Ik weet niet of je ze dat volledig aan kunt rekenen; politiek is maar één aspect van het dagelijks leven, bovendien is niet iedere burger academicus en in staat om o.a. alle gevolgen van wetgeving te overzien. Dat valt ze niet aan te rekenen. Maar van de anderen mag je een actievere rol verwachten. Die groep (en ik steek de hand ook in eigen boezem) valt zeker wat te verwijten. 

    Bedrijven kunnen blijkbaar veel makkelijker over culturele, nationale en linguïstische grenzen heenstappen dan politieke partijen, vakbonden en consumentenorganisaties. 

    Dat is zeker waar maar geen verdienste. Maar denk eraan dat burgers doorgaans culturele, nationale en linguïstische genzen willen. Kijk maar eens wat er op dit moment in België gaande is. Ik denk dat die pluriformiteit een van de belangrijkste peilers van ontwikkeling is. Als Griekenland destijds hetzelfde in elkaar stak als het gothische rijk, dan hadden we misschien nu geen democratie gekend. En het onderschatten van de wens zich van anderen te kunnen onderscheiden vind ik dan ook een van de grootste – en stelselmatige – blunders van de Europese Unie.

    Gebeurt dat dan niet? (let wel: hoger onderwijs) 

    Als je het mogelijk maakt dat universiteiten en vakgroepen rechtstreeks door ondernemingen (mede) gefinancierd worden, zet je de deur open voor aantasting van de onafhankelijkheid van die instellingen. Voor media zoals kranten en televisiestations geldt dat nog veel directer: die kunnen door conglomeraten opgekocht worden, met het risico dat het mediabedrijf een fair and balanced instrument wordt van datzelfde conglomeraat. Rupert Murdoch heeft dat goed begrepen.