Het einde van de jaren nul (2) | de risicosamenleving

Hier wederom een gastbijdrage van Dimitri Tokmetzis. Het is ook te lezen op zijn eigen blog.

In het tweede deel van een korte terugblik op de jaren nul, zoom ik in op het idee van de risicosamenleving (deel 1 over de culture of control vind je hier). Dat idee is niet nieuw. De Duitse socioloog Ulrich Beck verwoordde het al in 1986 in zijn baanbrekende boek Risikogesellschaft – Auf dem Weg in eine andere Moderne. 1986 klinkt lang geleden, maar zijn boek is zeer actueel, juist in de jaren nul.

Centraal in zijn boek staat het idee dat de moderne samenleving voor een ander soort problemen is komen te staan. Hadden staten vroeger een belangrijke functie in de verdeling van welvaart, tegenwoordig is hun taak in toenemende mate het verdelen van risico’s. Die worden veroorzaakt door ondermeer de voortdenderende techniek, marktwerking en globalisering. Beck dacht in eerste instantie aan milieuvervuiling: na Tsjernobyl moesten niet alleen de inwoners van Kiev oppassen, maar ook wij moesten ineens onze spinazie extra goed wassen (of weggooien).

Becks idee reikt echter verder dan het milieu. De Amerikaanse socioloog Marshall Berman constateerde bijvoorbeeld al: ,,To be modern is to find ourselves in an environment that promises us adventure, power, joy, growth, transformation of ourselves and the World – and, at the same time, that threatens to destroy everything we have, everything we know, everything we are.’’


De pogingen om risico’s te reduceren hebben de overhand genomen in de maatschappelijke orderingsprocessen, schrijft Hans Boutellier in de in 2006 verschenen bundel Leven in de risicosamenleving (een boek dat veel te weinig aandacht heeft gekregen). Boutellier heeft als geen ander Becks werk naar het begin van de 21ste eeuw vertaald, ondermeer in zijn uitstekende boek De Veiligheidsutopie.

Lang, lang geleden was risico iets positiefs, namelijk de kans op winst. Koopmannen verzekerden gezamenlijk vrachten van en naar de oriënt om zo hun kans op winst te vergroten. Af en toe verging een schip en dat hoorde gewoon bij het leven. Wat doe je immers aan een gevaarlijke oceaan? Risico’s hebben hun wortels dus in de verzekeringswereld. Risico is tegenwoordig vooral een kans op verlies. Een verlies dat niet meer van God komt, maar door de nalatigheid van anderen. Of door een gebrek aan regelgeving of toezicht daarop. Verlies waar je dus iets aan kunt doen.

Redacteuren Elma Drayer en René Gude zien een lastig te doorbreken reflex in onze maatschappij. ,,Het verlangen naar veiligheid maakt onzeker, dat is de merkwaardige paradox waar wij onszelf in manoeuvreren. Daarbij draaien steevast drie belangrijke partijen om elkaar heen, in moeizame spiralen: de deskundige, die de risico’s signaleert, de overheid die ze niet altijd kan dragen en de burger die er niet mee wil leven.”

De burger eist zekerheid maar kiest voor een ultiem vrij leven. Hij gedraagt zich daarbij soms als een puber: leeft wild en onverantwoordelijk en wijst bij tegenslag al snel naar de ouders, in dit geval de overheid, om hem uit de penarie te halen. ,,Een grote individuele ruimte gaat gepaard aan een hoge mate van criminele deviantie”, schrijft Hans Boutellier in De Veiligheidsutopie. ,,Vrijheid en risico, vitaliteit en bescherming zijn aldus de keerzijden van dezelfde medaille. Welke naam ze ook kiezen voor hun zorgen, wat individuen werkelijk verfoeien is het risico dat in vrijheid besloten ligt. Het probleem is echter dat vrijheid en risico tegelijkertijd toe- of afnemen.”

De overheid reageert door risico’s weg te nemen door zich op voorzorg en preventie te richten, door ervoor te zorgen dat de burger zich niet kan stoten. Daarnaast probeert ze te normeren, de puberale burgers op te voeden tot verantwoordelijke burgers die 1) niet voor extra risico’s zorgen, 2) zelf leert de risico’s uit de weg te gaan en 3) de risico’s zelf leert te dragen. Dat gaat met dwang (straf) en drang (verzekeringen en financiële prikkels). Deze maakbaarheid is niet meer alleen van links. Rechts heeft haar ook innig omarmd.

Een probleem is hoe meer aandacht je op risico’s vestigt, hoe banger men wordt. Die angst is inmiddels een probleem van zichzelf. FDR’s the only thing we have to fear, is fear itself, suggereert dat voorgaande generaties daar ook mee worstelden, maar laten we eerlijk zijn, hun bestaansonzekerheid was een stuk groter dan de onze. Angst is een probleem op zichzelf. Het gaat niet alleen om veiligheid, maar ook om onveiligheidsgevoelens. De overheid probeert te sussen, maar doet dat vaak onhandig. Enerzijds worden mensen gerustgesteld, anderzijds worden problemen enorm opgeblazen. Wat willen bijvoorbeeld de onderstaande filmpjes nu precies vertellen?

De overheid kán ook helemaal niet zoveel beheersen. Ze belooft teveel en de burger gelooft te veel. Dé overheid bestaat immers niet. Ze is een grote verzameling van min of meer losstaande diensten en instanties die allemaal hun eigen erf beheren. Daarnaast heeft de overheid sinds de neoliberale revolutie helemaal niet zoveel macht meer als ze doet voorkomen. Ze steunt in toenemende mate op semi-publieke instanties, experts en bedrijfsleven.

Deze instanties, experts (en steeds vaker bedrijven) hebben als taak om gevaren te signaleren en te verwoorden. Maar deze partijen doen dat in een steeds politieker veld waarin ze ook hun eigen belangen (groei, geld) in het oog moeten houden. We herinneren ons allemaal nog het Brent-Spar incident en de kwalijke rol die Greenpeace daarbij speelde. Dat leidt tot een groeiend wantrouwen tussen overheid en experts en burgers en experts.

De media verenigt die partijen in het publieke debat. De media laten het echter ook vaak afweten door risico’s verkeerd voor te stellen. Zo krijgen weinig risicovolle aspecten (terrorisme) veel aandacht. Ook aan de gekleurdheid van expertise wordt te weinig aandacht geschonken. Hoeveel onzinonderzoekjes van fabrikanten worden niet als echt nieuws gepresenteerd? Uit ervaring weet ik dat persberichten vaak braaf worden overgetikt. Dat scheelt weer tijd. Namens de burgers houden de media toezicht op de overheid (en deels op de bedrijven). Over het algemeen gaat dat redelijk. Maar er is en blijft veel desinformatie rondzingen en sommige media spelen een belangrijke rol in het aanwakkeren van angst.

Volgens Hans Boutellier dreigt uit de houdgreep van wantrouwen en angst een enorm risico te groeien, en zo raakt de cirkel weer rond. Wederom uit De Veiligheidsutopie: ,,Door hoge veiligheidsmaatstaven tot uitgangspunt te maken van beleid grijpen allerlei regels en voorschriften in het leven van burgers in voordat zij ook maar fouten of overtredingen hebben kunnen begaan. Een dergelijke preventieve politiek heeft grote consequenties voor de normatieve positie van de burger.” Hij haalt Simon Slama aan: ,,Heel de bevolking wordt a priori als onverantwoordelijk beschouwd. Iedere burger is verdacht, een potentiële delinquent die zich bij voorbaat dient te verontschuldigen. Aldus schept l’état preventif een ‘zacht of goedaardig totalitarisme’ dat veiligheid, hygiëne, gezondheid en duurzaamheid tot ultieme principes heeft verheven. Indien men zich wenst te onttrekken aan het preventieve regiem, laadt met al gauw de verdenking op zich een onverantwoorde levenshouding aan te nemen. Volgens Slama is er dan ook in het geheel geen crisis van waarden en normen, zoals dikwijls wordt verondersteld. Hij spreekt daarentegen juist van een tirannie van waarden, uitgedragen door ‘deugdeninstructeurs’. (…) Het resultaat van de preventie-ideologie is een vloed van regelgeving, procedures en controle.”

Dat is het nare. De risicosamenleving is geen lege ruimte, maar wordt bevolkt door burgers. Risicoburgers. Aan ieder kan mogelijk een vlekje kleven of een verdachte geur hangen. We zullen in de discussie over de verijdelde aanslag en de whole body scans (een vreselijk eufemisme voor de naaktscanner) het moeizame mechanisme van de risicosamenleving terug zien.

Wil je meer weten over hoe deze risicoburger eruit ziet, lees dan het volgende verhaal dat ik vorig jaar voor Trouw, De Verdieping heb geschreven: Ieder mens is een risico.

  1. 1

    FDR’s the only thing we have to fear, is fear itself, suggereert dat voorgaande generaties daar ook mee worstelden…

    Het suggereert het niet, het is zo.
    Rond het jaar 1000 de angst voor de dood met het [halve] antwoord Carpe Diem.
    Rond het jaar 0 de angst voor het leven met als antwoord het leven na de dood (overgeleverd vanuit de Egyptenaren natuurlijk).
    Enz….

    En in die zin is dit verhaal natuurlijk een vorm van de eindeloze herhaling van het thema. Nergens toe leidend natuurlijk. En filosofie voor dummies. Want een echte filosoof kent geen angst. Het is het domme volk dat angst kent. En het is die angst die wordt gebruikt.

    Zie trouwens ook dat absurde verhaal van de Bolk.

  2. 2

    Prettige jaarwisseling naar de jaren 10 trouwens.

    Bang voor de politiek.
    Bang voor het leven en bang voor de dood.
    Het gaat een geweldig decennium worden.

    Heerlijk verneukt worden door bedrijven en staat.
    En niemand die het begrijpt en er wat aan kan doen.
    Praten over vrijheid maar er vooral bang voor zijn.

    Wat een prachtig decennium gaat het worden.
    *Neemt vanavond het risico van iets overmatoge alcohol*

  3. 3

    Allemaal kommer en kwel dus de afgelopen 10 jaar. En toch:
    – Zijn we tevredenen dan in de vorige 3 decennia,
    – Zijn we welvarender dan ooit
    – Zijn we gezonder dan ooit
    – Zijn we, in NL althans, gevrijwaard gebleven van oorlogen en ernstige aanslagen.
    – Is de criminaliteit drastisch aan het dalen

    Het is nog niet perfect, en het blijft altijd een beetje balanceren tussen privacy, veilheid en overheidsbemoeienis, maar het is een duidelijke vooruitgang en dat is wat we uiteindelijk allemaal willen. Dat het volgende decennium maar vooral weer zo vooruit mag gaan, ik zie het met fris optimisme tegemoet!

  4. 4

    Het is inderdaad het decennium geweest waarin risico-analyse (op wiskundige basis) een grote vlucht genomen heeft. Zie bijvoorbeeld de opkomst van private kredietwaardigheids-bureaux of de hypotheek-crisis.

  5. 6

    @AntonB: In jouw reactie zit de aanname dat het “beetje” opofferen van de privacy heeft bijgedragen aan de “verbetering” van bepaalde zaken. Kan je daar wat bewijs voor leveren?
    Of is dat een ongefundeerde mening?

    Toch een beetje jammer als blijkt dat het opofferen van de privacy helemaal niets heeft opgeleverd (zoals tot nu toe steeds uit onderzoeken blijkt) maar wel een hoop heeft gekost.

  6. 7

    @6: Dus preventief foullieren heeft Rotterdam niet veiliger gemaakt de laatste jaren? Gezien aan het aantal in beslag genomen wapens en het afgenomen aantal geweldsmisdrijven (bron: http://www.rotterdamveilig.nl/Media/pdf/jaarraportage%20preventief%20fouilleren.pdf) I beg to differ.

    Niet dat ik Anton’s “privacy is luxe”-standpunt deel maar jouw kijk is kinderachtig Steeph. Veiligheid is ook een grondrecht Steeph. En doen alsof Nederland het veilige land van de jaren ’60 is gebleven is onzinnig. Het is een beetje als Carlos en het milieu: 1 recht of “goed” wordt als ondergeschikt gezien aan alle andere.

  7. 8

    Controle is alles. En transparantie. Of dat nu achteraf of vooraf gebeurt. Nederland zou een beetje minder de cultuur moeten hebben van: als de uitvoerende macht het doet, dan zal het wel goed zijn, maar verder ben ik het met JSK eens.

  8. 11

    OK stuk, maar de link moet imho zijn: http://www.suhrkamp.de/buecher/risikogesellschaft-ulrich_beck_11365.html … nogmaals: ik krijg serieùs de weubbe van al die bloggers die blind naar Amazon linken – zèker als ze er niet eens voor worden vergoed. Er zou een code moeten zijn dat men linkt naar de site van de auteur / het boek / de uitgever, desnoods de wiki of enkel de isbn vermeldt, tenzij er duidelijk een deal is. En dàt zou dan mogen worden aangegeven. Maar sommige bloggers worldwide lijken te menen dat Amazon het bibliotheekfichesysteem beheert, en dat is met toch té liberaal.