Grijze massa in media

ANALYSE - Wetenschappers komen steeds meer te weten over de werking van het brein. Maar de nuances uit hun onderzoek, raken vaak kwijt in sensationele krantenkoppen en berichtgeving, zegt cognitief neurowetenschapper Nienke van Atteveldt in haar eerste bijdrage aan Sargasso.

‘MRI-scan toont of stoppoging roker slaagt’, ‘megahits te herkennen in tienerbrein’. Zulke krantenberichten klinken fascinerend, en misschien zelfs een beetje eng, maar kunnen hersenscans dit echt? Of gaan er belangrijke nuances verloren in de vertaling van neurowetenschappelijk onderzoek naar de media?

De vertaalslag naar de maatschappij is een lastige opgave, zoals in vele vakgebieden. Toch lijkt hersenonderzoek extra gevoelig voor misverstanden. Sensationele krantenkoppen wekken onrealistische verwachtingen of schetsen een vertekend beeld. Veel toepassingen liggen ethisch gevoelig. Denk maar aan de pedoscanner, of toepassingen op het gebied van gedachtenlezen. Nauwkeurige overdracht van neurowetenschappelijke resultaten is dus van groot belang.

Gevaarlijke trends

Een recent artikel in Neuron beschrijft hoe zes Britse kranten hersenonderzoek hebben weergegeven in het afgelopen decennium. Ze vonden drie trends. De eerste spiegelt ons brein af als kapitaal waarin we dienen te investeren, bijvoorbeeld door training of voeding. Oftewel: we moeten actief onze bovenkamer perfectioneren, en bij voorkeur ook die van onze kinderen. Alsof we het niet al druk genoeg hebben.

Een tweede trend is het benadrukken van verschillen tussen groepen: zwaarlijvigen versus mensen met gemiddeld gewicht, homoseksuelen versus heteroseksuelen, enzovoorts. Een dergelijke berichtgeving versterkt stigmatisering, terwijl er in werkelijkheid ook grote verschillen worden gevonden binnen deze ‘groepen’.

Tenslotte worden neurowetenschappelijke resultaten vaak opgeworpen als biologisch bewijs voor alledaagse fenomenen, zoals verliefd zijn of ‘multitasken’. De grote aantrekkingskracht van breinkennis wordt zo regelmatig misbruikt om een argument te versterken; het is wetenschappelijk aangetoond dat irrelevante ‘neuro-feiten’ argumentaties geloofwaardiger maken.

De meeste berichten gingen daarentegen nauwelijks in op beperkingen van de onderzoeken en de conclusies. Ook werden resultaten vaak ver buiten hun oorspronkelijke context geïnterpreteerd. Terug naar het voorbeeld van het multitasken: één van de artikelen raadt vrouwen af om te proberen een carrière, gezin en sociaal leven te combineren – het heeft toch geen zin. Dit alles baseren ze op een onderzoek waarin proefpersonen verschillende wiskundige taakjes achter elkaar moesten uitvoeren, en daar in sommige gevallen moeite mee hadden.

Samen tegen de prestatiedruk

Betere communicatie is helaas niet eenvoudig; de media ontberen de expertise en wetenschappers de tijd om actiever de juistheid van berichtgeving te waarborgen. Media en praktijkmensen hebben vaak geen toegang tot primaire wetenschappelijke literatuur. Ook is enige vorm van versimpeling en generalisatie onvermijdelijk om het grote publiek te bereiken.

Het vertaalproces kan een handje worden geholpen door initiatieven zoals Research2PracticeBreinwijzer,BrainMatters en Kennislink, die een brug proberen te slaan tussen wetenschap, media en praktijk.

Zulke ‘vertalers’ zouden in structurelere vorm nog meer kunnen betekenen. Ook zou het goed zijn de prestatiedruk op wetenschappers te verlagen, zodat zij meer ruimte hebben actiever deel te nemen aan de dialoog met de maatschappij. Want dat is toch eigenlijk niet onbelangrijker dan publiceren.

Dit stuk is ook verschenen op Sciencepalooza en Kennislink. Nienke van Atteveldt zal geregeld voor ons bloggen.

  1. 1

    Betere communicatie is helaas niet eenvoudig

    D’r wordt gesuggereerd dat de problemen met dit soort onderzoek opgelost kunnen worden door wetenschapsjournalisten die kritisch kijken naar dat soort onderzoek. Da’s een leuke poging, maar vergelijkbaar met plassen tegen de wind in, omdat er veel te veel populair-wetenschappelijke blogs zijn (sciencedaily, physorg, etc) waar gepopulariseerde persberichten nog eens extra uit hun context worden gerukt. Je overstemt dat nooit, *en* het is een negatieve boodschap, die d’r niet zo goed ingaat bij de techno-happy popscience-lezertjes.

    Daarnaast: het onderzoek zelf deugt gewoon niet, en IMNSHO is veel van dat soort ‘hersenonderzoek’ verrot slecht onderzoek, en zouden veel academici die zich met dit soort onderzoek bezig houden met pek en veren uit de universiteiten moeten worden verjaagd. Zie bv. dit onderzoek als tegengeluid.

  2. 2

    Ik werd even door de “kop” in de war gebracht:
    Door een aangeboren “sceptische dyslectie” las ik media voor de grijze massa.(komt door programma’s al bijvoorbeeld RTL ….vul maar in….. en “boer zoekt hoer”)
    Nu zullen er echt nog wel enige journalisten en radio-/tv-reporters zijn die nog enig verstand van dit soort zaken hebben, maar het merendeel doet niet veel anders dan persberichten in een ander jasje steken ;-)
    Jammer, want op zich zijn neurowetenschappelijke onderzoeken best interessant genoeg ook aan mensen zonder vakbladen e.d. bekend te maken.
    ……………..
    N.B. Ik hoop echter wel dat niet iedereen die wil stoppen met roken eerst een scan laat maken.
    Na een week of 6 weet men dat zonder ook wel ;-)

  3. 3

    Het gepopulariseerde neuro-fanatisme neigt er toe betekenis te ontkennen. Reductie van het individu tot zijn of haar neurofysiologie miskent het subject en past als zodanig in de tijdgeest. Hoe het tij te keren? De strijd voor privacy, the right to be left alone, erkent impliciet de waarde van het subject.

  4. 4

    Goed artikel. Geldt helaas niet alleen voor neurowetenschappelijk onderzoek. Geneeskundigen kunnen er ook over meepraten. Nuance verkoopt slecht tegenwoordig. Behalve op Sargasso natuurlijk.

  5. 6

    Een onderzoek wordt niet fout geïnterpreteerd. Een schrijver kiest er doelbewust voor om een onderzoek zo te interpreteren dat het zijn/haar eigen paradigma ondersteunt. Kijk maar naar de populariteit van evolutionaire psychologie. Deze pseudowetenschap blijft alleen op deze manier bestaan omdat zij haar bestaansrecht weet te halen via de media.

    Dat verklaart gedeeltelijk waarom de Britse pers pas schrijft over wetenschappelijk onderzoek wanneer ze het aan dingen kunnen koppelen zoals de onmogelijkheid van het combineren van kinderen/gezin/carrière. Zal waarschijnlijk uit de Daily Mail komen of een andere conservatieve krant die graag paradigma’s uit de jaren ’50 wil bekrachtigen.

    Onderzoeken die dat niet doen, worden niet gepubliceerd omdat ze niet interessant genoeg zijn. Dat wil zeggen: ze ondersteunen hun ideologie niet.

    Daar kun je als wetenschapper niet tegen op.

    (overigens ook waarom Stapels onderzoeken populair waren onder progressieve media. Ook ik had graag in zijn uitkomsten willen geloven).